Als je liefde niet doet, wordt het saai. Maar hoe krijg je sprankelende liefde voor Jezus? Dit bijbelverhaal inspireert om eens gek te doen.
Inleiding
Ik houd van Jezus. Jij misschien ook. Maar wat is dat eigenlijk, liefde voor Jezus?
Liefde is meer dan een gevoel – liefde moet je doen. Als je niets met liefde doet, wordt het al snel saai. Dat geldt voor elke relatie. Misschien heb je wel eens gehoord van de ‘5 talen van de liefde’ – 5 manieren om liefde te geven. Je kunt liefde geven met positieve woorden, met lichamelijkheid en aanraking, met tijd voor elkaar hebben, met cadeaus en met helpen en dienen. Als je daar helemaal niets van doet in een relatie, of het nu een liefdesrelatie is, een familierelatie of een vriendschap, dan kun je het misschien best met elkaar uithouden, maar zo’n relatie sprankelt niet, leeft niet.
Met liefde voor Jezus is dat net zo: als je die liefde niet op een of andere manier doet, dan wordt geloven in Jezus heel saai. Dan is Jezus gewoon iemand die erbij hoort in je leven, net zoals dat behang dat al iets te lang op je slaapkamer hangt. Dat is in ieder geval niet hoe ik wil geloven – doe mij die sprankelende liefde maar! Maar hoe krijg je die?
Het bijbelverhaal van vandaag gaat over die sprankelende liefde. Over liefde die niet rekent – dat is het thema. Ik hoop dat dit verhaal je inspireert om eens gek te doen, om je liefde voor Jezus kleur te geven! We gaan het lezen: Johannes 11:55-12:10.
1. Gevaar
Het gaat weer lekker daar: ben je door Jezus uit de dood opgewekt, wordt er alweer een plan beraamd je terug in je graf te stoppen… Het overkomt Lazarus. De Joodse leiders plaatsen hem op de dodenlijst, de lijst van mensen die een gevaar voor het land vormen, en daarom opgeruimd moeten worden. Hij belandt op die lijst direct onder Jezus, want Jezus is staatsvijand nummer 1. Dat Lazarus op die lijst staat, is alleen maar omdat hij te veel mensen naar Jezus trekt. En Jézus is het echte gevaar – volgens de Joodse leiders. Sinds Jezus Lazarus uit de dood heeft opgewekt lijkt het wel alsof iedereen achter Jezus aanloopt. De Joodse leiders staan er vol verbijstering en afschuw naar te kijken. Dit moet stoppen – Jezus moet dood! Aldus wordt besloten op een vergadering van het Joodse gerechtshof.
Maar Jezus zelf is spoorloos. Hij heeft zich teruggetrokken in de woestijn. Daarom wordt een opsporingsbevel voor Jezus uitgevaardigd. Wie weet waar Jezus is, dient zich te melden bij de Joodse autoriteiten. Overal in Jeruzalem komen posters te hangen – ‘gezocht – staatsvijand nummer 1’, met daarop het hoofd van Jezus. De aangever wordt een gepaste beloning in het vooruitzicht gesteld. Ook de Joodse versie van Opsporing Verzocht besteedt een hele aflevering aan Jezus. Ieder die iets weet over de verblijfplaats van deze gezochte crimineel wordt verzocht te bellen met een speciaal geopend nummer.
Intussen nadert het Pesachfeest – het hoogtepunt van het Joodse jaar. Uit heel Israël komen mensen naar Jeruzalem om daar het feest van de vrijheid te vieren. Maar het gesprek van de dag, dat is Jezus. De Joodse leiders kunnen er dan op hameren dat Jezus gevaarlijk is, op straat is er eigenlijk niemand die dat gelooft. Ze zien in Jezus juist een held die hen hoop geeft. ‘Wat denk jij?’ vragen ze elkaar. ‘Zou Jezus het aandurven? Hij heeft nog nooit een Pesachfeest overgeslagen.’ Maar iedereen is het er over eens: als Jezus verstandig is, slaat hij dit Pesachfeest even over.
2. Liefde rekent niet
Maar Jezus is niet verstandig. Liefde rekent niet – en Jezus dus ook niet. Hij laat er niet eerst een veiligheidsrisicoanalyse op los om te bepalen of wel het slim is nu naar Jeruzalem te gaan. Dat is trouwens ook nergens voor nodig – het is gewoon niet slim. Het is alsof Volodymyr Zelensky, nummer 1 op de Russische dodenlijst, op de nachttrein naar Moskou stapt, daar, gewapend met een Lonely Planet, nog wat toeristische hotspots bezoekt, om vervolgens aan te bellen bij het Kremlin: ‘jullie zochten mij?’ Zoiets doet Jezus: hij, de meeste gezochte man van Israël, komt naar Jeruzalem, naar het hol van de leeuw.
Wat Jezus drijft? Liefde! En voor Jezus is liefde niet alleen iets wat je voelt, maar vooral ook wat je geeft. En dan niet afgepast: niet als een man die eens in de drie maanden toch maar weer eens een bosje bloemen voor zijn vrouw meeneemt, en dat het niet meer dan 7,50 euro mag kosten, omdat z’n vrouw toch al lang blij is dat hij aan haar heeft gedacht. Jullie begrijpen: ik lijk hélemáál niet op die man… Maar Jezus is anders: als Jezus liefde geeft, dan gaat hij all-in, dan geeft hij werkelijk alles!
Jezus weet heel goed hoe gevaarlijk het voor hem is in Jeruzalem. Jezus is bang voor wat hem te wachten staat. Hij weet dat het zijn dood wordt. Hij weet dat hij niet rustig zal sterven in de aanwezigheid van zijn vrienden. Hij weet dat het een hel zal worden. Maar de liefde vraagt hem toch te gaan: hij zou het zichzelf niet kunnen vergeven als hij niet alles had gegeven om de wereld, om de mensen, om jou te redden. Liefde rekent niet – Jezus gaat werkelijk alles geven.
Wie wél rekent, dat is Judas. En dat is niet zo gek, want Judas is de penningmeester van de groep. Even terzijde: dat de penningmeester de Mol blijkt te zijn is blijkbaar al een heel oud principe. Hoe dan ook: Judas rekent. Zodra Maria haar kruikje olie over Jezus uitgiet, draait het rekenmachientje in Judas overuren. Judas ziet geen liefde, Judas ziet olie, nee: Judas ziet keiharde euro’s. Hij rekent en rekent, en schrikt zich een ongeluk:
volgens zijn berekeningen wordt hier even 30.000 euro verspild. Judas taxeert het kruikje op 300 denarie, wat neerkomt op ongeveer een modaal jaarsalaris. Deze olie was superkostbaar: het kwam van een plantje in de Himalaya, werd op een ingewikkelde manier uit dat plantje gehaald, en per kameel naar Israël vervoerd. De meeste nardusolie in Israël was zwaar verdund, net zoals ongeveer alles wat je in de Nederlandse supermarkt kunt krijgen, je hebt geluk als een pak banaan-kiwi-drink meer dan 5% fruit bevat. Maar déze nardusolie is zuiver – en daarom al snel 30.000 euro waard.
Zou je dat geld niet beter kunnen besteden? Liefde mag natuurlijk best wat kosten, maar is dit niet zwaar over-the-top? Was een flesje olie van 300 euro niet ook al een mooi gebaar geweest? Ik bedoel, dat is nog steeds veel geld, zulke dure parfum heb ik mijn vrouw nog nooit gegeven, dus Jezus zal ook wel zien dat dat een mooi cadeau is. Ik denk dat we Judas allemaal begrijpen. Als je gaat rekenen aan liefde, dan is dit buiten alle proporties.
Maar Judas rekent ook op een andere manier. Hij had veel verwacht van Jezus. Hij had verwacht dat Jezus het koningschap over Israël zou opeisen. En hij, Judas, trouwe vriend van Jezus vanaf het eerste uur, zou een van Jezus’ hoge ambtenaren worden, met een jaarsalaris ver boven die modale 300 denarie. Maar langzamerhand kwamen er barstjes in die droom. Judas heeft zich in Jezus vergist. Óf Judas moet zich heel erg vergissen, óf de tijd van Jezus is voorbij. Dat Jezus nu naar Jeruzalem gaat, zegt Judas genoeg: die man is zijn verstand verloren! Judas rekent: het wordt tijd om afstand van Jezus te nemen, nu het nog niet te laat is. Judas rekent – en verraadt de liefde.
Maria rekent niet. Net als Judas ziet ze dat Jezus het gevaar niet uit de weg gaat, en beseft ze dat het niet lang zal duren dat Jezus zal sterven. Maar daar houden de overeenkomsten tussen Maria en Judas ook op. Voor Maria is dit geen reden afstand van Jezus te nemen – ze proeft juist Jezus’ liefde erin. Maria beseft: áls ik Jezus wil laten zien hoe veel ik van hem houd, dan is nu het moment. Op een begrafenis denk ik heel vaak: wat zou het mooi zijn geweest als de overledene dit had gezien, als hij had gehoord hoeveel we van hem hielden. Maria wil niet pas op Jezus’ begrafenis haar liefdesverklaring voorlezen: Jezus ís er nu, en daarom grijpt ze haar kans.
Ze heeft een kruikje nardusolie. Dat het duur is, dat weet ze, maar ze heeft geen idee hoe duur precies. Het kan haar ook niet interesseren: ze geeft Jezus geen euro’s, maar liefde! Deze olie, zo voelt ze dat, past daar perfect bij. Ze zalft Jezus, van top tot teen. Johannes vraagt speciale aandacht voor Jezus’ voeten. In het volgende hoofdstuk wil niemand de smerige voeten van de ander wassen. Maria geeft hier al het voorbeeld hoe het moet: vol liefde verzorgt ze Jezus voeten. Vervolgens gooit ze haar haar los, iets wat je als vrouw niet deed, dat was ongepast, je haren waren je eer, om met die haren Jezus’ voeten af te drogen. Maria denkt er niet over na, maar doet het gewoon.
Is dat verspilling? Wel als je er met de bril van euro’s naar kijkt. Maar het gaat niet om euro’s – het gaat om liefde! Maria wil Jezus laten zien hoeveel ze van hem houdt, en dan gá je niet rekenen. Net zoals Jezus niet rekent, maar alles gaat geven – nog veel meer, nog veel verspillender, dan Maria nu. Dát is liefde!
Ik denk dat Jezus er die week vaak aan heeft teruggedacht. De geur van de olie zorgde daar wel voor, want die geur is echt niet zomaar weg. Later die week laat iedereen Jezus in de steek, maar de geur van liefde blijft bij Jezus. Zelfs aan kruis, tussen de geur van zweet en bloed door, kan Jezus de liefde nog ruiken. Het maakt hem vastberaden: ik kies voor liefde – zelfs al kost het me alles.
3. Reken niet
Hoe krijg je sprankelende liefde voor Jezus? Met die vraag zijn we begonnen. Je kunt het leren van Maria: reken niet, durf onverstandig te zijn, doe eens gek. Liefde is iets heel anders dan je religieuze plichten afwerken. Liefde rekent niet. Luister dus naar je impulsen, als het gaat om je liefde voor Jezus. Relativeer dat niet, rationaliseer het niet, maar doe het gewoon! Geef ruimte aan die spontane liefde, waar volgens de rekenmachine helemaal niets van klopt.
Misschien kunnen die 5 talen van de liefde waar ik het over had, je daar bij helpen. Want het zijn ook talen waarmee je Jezus kunt liefhebben. Daarbij mag je ook bedenken dat Jezus ergens anders zegt dat wat je doet voor de minsten van zijn broeders, dat je dat voor hem doet. Heb lief, met cadeaus, met dingen geven – de taal van Maria. Heb lief met dienstbaarheid, met helpen – de taal van Maria’s zus Marta. Heb lief met woorden, bijvoorbeeld door te zingen voor Jezus. Heb lief met je lichaam, door te knielen of juist te dansen voor Jezus. Heb lief met je tijd, breng tijd met Jezus door. Wat jouw liefdestaal ook is, hoe jij Jezus ook liefde geeft: wees niet zuinig, pas de liefde niet af – maar laat de liefde sprankelen! Amen.
