We hebben graag direct resultaat. Maar geloven is dat vaak helemaal niet. Kun je geloven in een God die op zich laat wachten?
Inleiding
‘Direct resultaat.’ ‘Vandaag besteld, morgen in huis.’ ‘Klaar terwijl u wacht.’ Als je iets wilt verkopen, doen zulke beloften het altijd goed. Vooral als je ze waar kunt maken, anders keren ze zich tegen je en krijg je negatieve recensies: ‘ik had maandag voor middernacht besteld, maar kreeg mijn pakketje woensdag pas bezorgd.’ We leven in een instant-maatschappij: alles moet direct.
Dat maakt het best moeilijk om in Jezus te geloven. Ik zou heel graag wat vaker direct resultaat willen zien. ‘Klaar terwijl u bidt’ – dat zou nog eens mooi zijn! Dat zou een geweldige stimulans zijn te blijven bidden: als je direct ziet dat het verschil maakt. Dat als je bidt dat Poetin door Gods Geest veranderd wordt, en je direct na je ‘amen’ de NOS-app opent, je daar leest dat Poetin zijn troepen uit Oekraïne heeft teruggetrokken. ‘Klaar terwijl u bidt.’
Maar geloven is vaak helemaal niet ‘direct resultaat’. Wat merk je er nou van dat God bouwt aan zijn nieuwe wereld? Kun je wel geloven in een God die zo lang op zich laat wachten? Komt er nog wat van?
Dat is de vraag waar het vandaag om draait: komt er nog wat van? En wat ik zo mooi vind: wij zijn niet de eersten met die vraag. Zo’n 4000 jaar geleden vroeg Abraham het ook al: komt er nog wat van? Met Abraham gaan we op zoek naar een antwoord. We lezen zijn verhaal: Genesis 15.
1. Beloofd!
Vorige week begonnen we onze reis met Abraham. Een avontuurlijke reis, want je zult maar op je 75e alles achter je laten om een nieuw leven te beginnen. Abraham doet het. God wil dat Abraham alles wat hij in die 75 jaar heeft opgebouwd loslaat, om in een onbekend land te gaan wonen waar Abraham geen mens kent en de taal niet spreekt. Abraham zadelt zijn kamelen, hangt zijn vouwwagen aan de trekhaak en gaat. Nee, probeer daar maar geen plaatje van te maken…
Het is voor Abraham een onzekere toekomst. Natuurlijk, je weet nooit hoe het leven morgen zal zijn, de toekomst is altijd onzeker, maar voor Abraham is de toekomst onzeker in het kwadraat. Toch zijn er 3 dingen die Abraham heel zeker weet, 3 dingen die God hem heeft beloofd, Het zijn: 1 – Abraham zal stamvader worden van een groot volk, 2 – dat volk zal dat onbekende land krijgen waar Abraham naartoe gaat, en 3 – Abraham en zijn nakomelingen zullen een zegen zijn voor de wereld. Met die 3 beloften gaat Abraham op reis.
Abraham moest het doen met 3 beloften – wij hebben er veel meer. Want na Abraham heeft God nog veel meer beloofd. Laten we eens proberen wat beloften op een rijtje te krijgen: wat heeft God aan ons beloofd? Noem eens wat!
De bijbel staat vol beloften, dus het is moeilijk kiezen. Wat ik altijd een heel mooie vindt, dat zijn de afscheidswoorden van Jezus in Matteüs 28: ‘ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ Openbaring 21 en 22 staan vol met mooie beloften: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen.’ ‘Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn.’ ‘Ik kom spoedig.’ En vooruit, omdat het zo moeilijk kiezen is, nog eentje, uit Filippenzen 2: ‘in de naam van Jezus zal elke knie zich buigen (…) en elke tong zal belijden: “Jezus Christus is Heer”.’
2. Komt er nog wat van
Maar komt er nog wat van? Abraham heeft er de laatste tijd steeds grotere vraagtekens bij. Hij en Sara wonen nu al een paar jaar in Kanaän -Abraham is de 80 gepasseerd- maar van die beloften van God is nog niets terecht gekomen. Vooral die eerste belofte, van een groot volk, houdt Abraham uit zijn slaap. Elke avond piekert hij zich er een ongeluk over: hoe kan hij stamvader van een volk worden als hij niet eens vader is? Het klonk zo mooi toen God het beloofde, maar misschien kan Abraham beter reëel zijn: een kind zit er niet meer in. Hij, over de 80, en Sara, in de 70 en onvruchtbaar bovendien, zij zullen geen kinderen krijgen. Abraham kan het niet meer geloven. Toen ze net in Kanaän kwamen, midden in de opwinding van dat God iets bijzonders met hen van plan was, toen was Abraham er heilig van overtuigd dat God een wonder zou doen. Maar het is niet gebeurd, en Abraham gelooft ook niet dat het nog zál gebeuren. Na Abraham houdt het op.
We hebben net beloften van God op een rijtje gezet. Ik vraag me ook daarvan wel eens af: komt er nog wat van? Jezus zei dat hij ‘spoedig’ terug zou komen – nou, bij spoedig heb ik toch een ander beeld dan 2000 jaar wachten. Of neem die belofte dat elke tong zal belijden dat Jezus Heer is. Dan ben je als christen dus geen rare uitzondering meer! Deze belofte motiveert mij om het evangelie met onze stad te delen. Maar waarom groeien we dan niet? De vraag is misschien eerder, net als bij Abraham: houdt het na ons niet op? Bestaat Menorah over 20 jaar nog wel? Waar ís God als je hem nodig hebt? Zulke vragen brengen mij aan het twijfelen.
Abraham heeft ook weer zo’n nacht. Hij kan de slaap niet vatten, ligt eerst op zijn linkerschouder, dan op zijn rechter, draait weer terug naar links, al snel ligt hij weer niet lekker, en hij probeert het op zijn rug, maar het wil gewoon niet. Naast hem ligt Sara heerlijk te snurken, maar Abraham is klaarwakker. ‘Abraham, sta op, en kom naar buiten, ik wil je wat laten zien.’ Abraham kent die stem. Hij staat op en loopt de nacht in. Het is fris – een rilling loopt over zijn lijf. Het is stil – het enige wat er te horen is zijn wat tjilpende krekels. En het is vooral heel erg donker. ‘Abraham’ -daar is de stem weer- ‘kijk omhoog. Zie je die sterren? Probeer ze eens te tellen. Ik heb ze allemaal aan de hemel gezet. En nog veel meer – daar komen jullie wel achter als jullie telescopen de ruimte in gaan schieten. Jouw nageslacht, Abraham, zal ontelbaar als de sterren zijn.’ Dit had Abraham nodig. Opeens beseft hij wie God is – en hoe klein hij. Maar de God van al die sterren, die kent hém – wauw! Abraham gelooft het weer, en valt als een blok in slaap.
Zo’n spirituele ervaring kan een boost geven aan je geloof. Als je vol vragen zit, het allemaal even niet weet en God heel ver weg voelt, dan kun je soms opeens zo’n ervaring hebben. Als je naar de sterren kijkt. Als je de vogels hoort zingen. Als een lied enorm bij je binnen komt. Als je een ontmoeting hebt. Als je liefde ziet. Dan weet je het weer: God doet echt wel wat hij belooft.
Maar dat gevoel kan ook weer wegzakken. Net als bij Abraham. ‘Abraham vertrouwde op de Heer’, staat er. In het Nieuwe Testament wordt dat zinnetje als voorbeeld voor ons gebruikt. Maar een tijd later… Weer kan Abraham de slaap niet vatten. Hij ligt te woelen in z’n bed. Sara wordt er wakker van: ‘wat is er toch met je?’ ‘Het klonk zo mooi toen we naar Kanaän trokken. Toen God me de sterren liet zien, toen wist ik zeker dat het allemaal goed zou komen. Maar ik weet het niet meer. We hebben geen kind, en we hebben geen snippertje eigen land, nog geen postzegel. Komt er nog wat van?’
Ik ben blij dat dit in de bijbel staat! Dat Abraham na zijn spirituele topervaring gewoon weer aan het twijfelen slaat. Blijkbaar is het niet gek als jou dat overkomt. Blijkbaar ben ík niet gek.
Weer hoort Abraham die stem: ‘Abraham, wij moeten praten – kom naar buiten.’ Wát God te zeggen heeft, dat is best verontrustend. Niet: ‘ik heb het beloofd, Abraham, en ik zal het doen’, maar ‘het gaat nog wel 400 jaar duren.’ Ja, er kómt een volk uit Abraham, en dat volk zál op een dag in het beloofde land wonen, -tot zover het goede nieuws- maar de komende 400 jaar zit het er nog niet in, en Abraham zelf zal het niet meemaken.
Het klinkt misschien gek, maar ik ben blij dat ook dít in de bijbel staat. De bijbel vertelt een eerlijk verhaal. God doet de dingen die hij belooft – op zíjn tijd. Dat haalt mij uit dat beangstigende idee dat dit hét moment is en dat alles nu moet gebeuren. Als er even niet zoveel van God te merken is, als helemaal niet elke Zaankanter belijdt dat Jezus Heer is, als het er zelfs steeds minder worden, dan betekent dat nog niet dat het aan ons ligt. Abraham moest ook 400 jaar wachten.
Maar God dóet wel wat hij belooft. Daarvoor moet Abraham die dieren klaarleggen. Als ik dat lees, dan denk ik: ‘waar gáát dit over’, maar Abraham weet precies waar hij mee bezig is. Dit was een bekend ritueel om een zogeheten ‘verbond’ te sluiten. Als je in die tijd iets belangrijks met elkaar wilde afspreken, kon je niet samen naar de notaris gaan om de afspraak notarieel te laten vastleggen. In plaats daarvan werd een pad gemaakt tussen gehalveerde dieren. Samen met degene met wie je de afspraak maakte, liep je daar doorheen, waarbij je zei: als ik me niet aan onze afspraak houdt, mag met mij gebeuren wat met die dieren is gebeurd. Dan wist de ander voor de volle 100% zeker dat jij je aan de afspraak zou houden.
Als Abraham de dieren doormidden snijdt en ze schikt tot een pad, dan weet hij hoe het verder gaat. God en hij – zij zullen de plechtigste afspraak maken die er is. God zal Abraham de notariële akte van die tijd geven, zodat objectief is vastgelegd wat God heeft beloofd, en God er op geen enkele manier onderuit kan. Niet dat God dat wil trouwens, maar mensen als Abraham en ik willen dat graag zwart op wit. En het gaat zoals Abraham verwacht, met één enorm verschil: God is de enige die tussen de dieren doorloopt, de enige wiens handtekening onder de akte staat, de enige die zegt: ‘ik laat me nog liever in stukken hakken dan dat ik me niet aan mijn afspraak houdt.’
Zo’n ervaring van een overweldigende sterrenhemel is mooi, maar dat gevoel kan weer wegzakken. Dit is veel beter: dit is objectief – of je het nu voelt of niet, God heeft voor zijn beloften getekend, en hij kan en wil daar niet onderuit. Dat is het hele idee van een verbond. Zo’n 2000 jaar later, aan de vooravond van zijn sterven, eet Jezus nog één keer met zijn leerlingen. Als de beker met wijn rondgaat, zegt Jezus: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden.’ Jezus’ bloed is de handtekening onder Gods beloften: als God zich nog liever laat kruisigen dan dat hij zich terugtrekt van de mensen, dan weet ik zeker dat God doet wat hij belooft!
3. Doorzetten
Het liefst willen wij direct effect zien. Wat duurt het bij God soms lang! Dit verhaal van Abraham is voor mij een aanmoediging om door te zetten: om te blijven geloven, om te blijven vertrouwen, om me te blijven geven voor Gods zaak, ook als het resultaat niet direct te zien is. Dat wil ik jullie ook zeggen: zet stug door. Blijf Jezus zichtbaar maken in deze stad, wees een zegen, ook als je het gevoel hebt dat niemand daarop zit te wachten. En soms zie je er een glimpje van. Bijvoorbeeld als iemand na 40 jaar vriendschap tot geloof komt. Houd vol – want Gods nieuwe wereld komt eraan. Daar heeft God zijn handtekening voor gezet! Amen.
