Lucas 14:1-24 | Aan tafel! Niemand uitgesloten

Inleiding

Eten is goed, samen eten is beter. Vorige week schoven we met Jezus aan tafel bij Levi, de tollenaar. Door met Levi te eten, verbindt Jezus zich aan hem. Dat is wat samen eten doet: dat verbindt. De keerzijde is dat een maaltijd ook een plek kan zijn waar uitsluiting pijnlijk zichtbaar wordt.

Ik moest denken aan een film die ik laatst heb gezien, The Green Book, gebaseerd is op het waargebeurde verhaal van de zwarte concertpianist Don Shirley, en zijn chauffeur Tony Lip, die in de jaren ’60 op tournee gaan in de zuidelijke Verenigde Staten. Is er toevallig iemand hier die de film ook gezien heeft? De zuidelijke Verenigde Staten zijn niet de plek waar je als niet-blanke in de jaren ’60 wilt zijn. Speciaal voor zwarte reizigers is er een gids over waar je wel en niet welkom bent: The Negro Motorist Green Book. Maar als concertpianist komt Don Shirley ook wel eens op plekken waar hij ongewenst is.

Een van de pijnlijkste scenes uit de film speelt zich af in het restaurant van een concertzaal,  voorafgaand aan een optreden. Iedereen die daar van een heerlijk diner zit te genieten is speciaal voor het concert van Don Shirley gekomen. Maar als Don zelf het restaurant in loopt, vallen alle gesprekken stil en staart iedereen naar die man die hier niet mag zijn. Een ober houdt hem tegen: hier mogen alleen blanken eten. Er wordt een manager bij gehaald, maar er is niets aan te veranderen:  Don Shirley mag het blanke publiek wel vermaken met zijn pianospel, maar mag niet in één ruimte met hen eten.

Een maaltijd kan een plek van uitsluiting zijn. We schuiven vandaag weer met Jezus aan tafel, vandaag in het huis van een Farizeeër. We gaan kijken naar hoe daar aan tafel werd uitgesloten, en hoe dat bij ons kan gebeuren, maar ook naar hoe Jezus niemand uitsluit, en hoe wij Jezus daarin kunnen volgen. Laten we eerst lezen: Lucas 14:1-24

1.   Jezus’ maaltijden

Vorige week gingen we ook al met Jezus aan tafel. Even een korte herhaling. In het evangelie volgens Lucas treffen we Jezus heel vaak aan tafel aan. Jezus staat bekend als iemand die geniet van eten en wijn. Misschien wel een beetje te veel, in ieder geval als je het aan de Farizeeën zou vragen. Volgens hen is Jezus een oppervlakkig feestbeest: als Jezus het geloof echt serieus zou nemen, zou hij veel vaker vasten. Maar nee hoor: ‘dat eet en drink maar.’

Blijkbaar is het belangrijk dat Jezus vaak aan tafel te vinden is. Anders had Lucas dat niet zo voor ons opgeschreven. Aan tafel leer je Jezus kennen. Want eten is voor Jezus zoveel meer dan een maaltijd naar binnen schuiven. Eten is verbinding maken. Samen eten is een voorproefje van het feestmaal in het koninkrijk van God. Aan tafel bij Jezus zie je iets van waarvoor Jezus is gekomen.

2.   Niemand uitgesloten

Ook al vinden de Farizeeën dat Jezus te veel feestjes afstruint, toch is Jezus vandaag bij hen aan tafel te vinden. Maar de sfeer is er om te snijden.  De oorzaak? Jezus… Jezus lijkt achteraan in de rij te hebben gestaan toen de tafelmanieren werden uitgedeeld. En daarmee bedoel ik niet dat Jezus niet wist hoe hij zijn servet moest vouwen of dat hij met z’n handen at in plaats van met mes en vork: dat deed namelijk iedereen toen. Maar Jezus lijkt er plezier in te hebben al zijn tafelgenoten te beledigen.

Een voor een neemt Jezus ze op de hak. Het begint met de gasten: Jezus ziet hoe gefocust ze zijn op het beste plekje aan tafel, dicht bij de gastheer, en misschien nog wel belangrijker: dicht bij het eten, en in plaats van er om te glimlachen maar zijn mening keurig voor zich te houden, gaat Jezus er direct vol in met een verhaal. Iedereen weet: als Jezus een verhaal vertelt, zit er een boodschap in. De boodschap in dit verhaal ligt er redelijk dik bovenop: Jezus is vernietigend over het gedrag van zijn tafelgenoten, die doen alsof alles om hen draait.

Vervolgens moet de gastheer het ontgelden: Jezus heeft kritiek op zijn uitnodigingsbeleid. Hij heeft gewoon zijn vrienden uitgenodigd, toevallig allemaal Farizeeën, en daar lijkt mij niets mis mee. Maar Jezus vindt zo’n ons-kent-ons feestje maar niets, en laat dat ook duidelijk blijken.

Als iemand aan tafel het zo druk heeft met de sfeer bederven, mag je hopen dat er iemand is die het gesprek een andere kant op stuurt. En ja hoor, ook hier zit hij aan tafel: ‘gelukkig wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God.’ Daar zal toch niemand het mee oneens zijn, zelfs Jezus niet. Nou ja… Jezus grijpt het direct aan om zijn volgende verhaal te vertellen, met weer een pittige boodschap: ‘wees maar niet al te zeker van dat jullie er bij die maaltijd bij zijn!’

Wat is hier aan de hand? Waarom misdraagt Jezus zich zo aan tafel? Dat zou wel eens te maken kunnen hebben met hoe de maaltijd begon. Er werd een zieke man bij Jezus gebracht, en Jezus had hem genezen. Het zou volstrekt logisch zijn om die genezen man uit te nodigen mee te eten: ‘nu je er toch bent…’ Maar niemand van de Farizeeën heeft de gastvrijheid, of zelfs het fatsoen, om deze man mee te laten eten. Jezus kan niet anders dan hem weer wegsturen.

Dit voorval is typisch voor de maaltijden van de Farizeeën: het zijn exclusieve elitaire feestjes van mensen die heel tevreden met zichzelf zijn. Gelukkig staan zij boven het gepeupel daar buiten op straat. Niet dat Farizeeën niet sociaal betrokken waren: als het in hun tijd bestond, hadden ze ongetwijfeld goede giften aan de voedselbank gegeven. Maar iemand die honger heeft binnenlaten, en daarmee toelaten in hun interessante leventjes?  Nee, dat was een flinke stap te ver. Daarom mag die genezen man echt niet mee eten: daarvoor is hij veel te gewoontjes. De Farizeeën houden maaltijden die buitensluiten.

Hoe zit dat bij ons? Tuurlijk: in theorie is in de kerk iedereen welkom. Er komt geen ober naar je toe om je te verzoeken te vertrekken. Maar we kunnen wel mensen het gevoel geven dat sommigen meer welkom zijn dan anderen. Ik kwam het verhaal tegen van een dominee  die nieuwe mensen voor de kerk moest bereiken. De kerkenraad had een duidelijk idee wat voor mensen dat moesten zijn: jonge, energieke, daadkrachtige en verantwoordelijke mensen die de toekomstige leiders van de nu wegkwijnende kerk zouden kunnen worden. Deze dominee bereikte heel wat mensen, maar geen van hen beantwoordde aan het ideaalplaatje. Hoe zit dat bij ons: hebben wij ook zo’n ideaalplaatje, of is echt iedereen welkom?

Bij God in ieder geval wel! Dat is het punt van al die verhalen die Jezus aan tafel vertelt. Jezus neemt het daarin op voor de genezen man die niet interessant genoeg was om mee te eten. Want Gód organiseert geen exclusieve feestjes voor mensen die denken dat ze heel wat zijn. God laat juist iedereen uitnodigen,  hij plukt zijn gasten gewoon van de straat, en degene zonder status krijgt daar een ereplaats. Eigenlijk zegt Jezus: ‘die man die jullie net wegstuurden,  omdat jullie hem te gewoontjes vonden, een pauper – hij is voor God de belangrijkste!’

Jezus zegt dat niet rechtstreeks – hij zegt het via verhalen, gelijkenissen. Die verhalen gaan niet over deze maaltijd met Farizeeën, maar over Gods koninkrijk en het feestmaal daar. Jezus maakt een scherp contrast tussen de exclusieve feestjes van de Farizeeën waar iedereen wil laten zien hoe belangrijk hij is, en aan de andere kant het koninkrijk van God, waar niemand wordt buitengesloten omdat God gastvrij is, en waar degenen die er bij belangrijke mensen niet bij horen juist de belangrijkste plaatsen krijgen.

Voor mensen die onder de indruk van zichzelf zijn, is dat nogal wat. Als Gods koninkrijk een exclusief feestje zou zijn, een netwerkborrel waar je interessant kunt doen met belangrijke mensen, dan lijkt het ze wel wat. Maar achter in de rij moeten aansluiten, en dan zien dat een veel te gewone man een ereplaats krijgt, en dat je dan moet mengen met mensen waar jij je neus voor ophaalt… Daarom vraagt Jezus zich in zijn laatste verhaal af of die Farizeeën er wel bij zijn in het koninkrijk. Want als je denkt dat alles om jou draait, sluit je jezelf buiten van Gods feest.

Bij het feest van God gaat het er dus heel anders aan toe dan bij de feestjes van de Farizeeën. En dan is de vraag: waar lijken onze feestjes, waar lijken onze maaltijden, onze levens, het meest op? Op hoe het bij de Farizeeën gaat? Of op hoe het bij God gaat?

Jezus daagt ons uit zo feest te vieren, zo aan tafel te zitten, dat het koninkrijk van God er zichtbaar in wordt. Nu al – want dat koninkrijk is niet alleen voor de toekomst: met Jezus begint het al! Als kerk, als familie van Jezus, mogen we dus nooit een exclusief clubje worden. Het is echt niet de bedoeling dat in een kerk sommige mensen meer welkom zijn dan anderen. Een kerk als familie is geen vriendengroep: je vrienden zijn vaak mensen die op je lijken, maar in de kerk is iedereen welkom, en degene met de minste status verdient de ereplaats!

‘Maar hier is iedereen welkom hoor.’ Ja, maar zo makkelijk laat Jezus ons ook weer niet wegkomen. Je kunt heel makkelijk zeggen dat iedereen welkom is, als iedereen toch niet komt. Dan kun je gewoon verder met je eigen fijne kluppie, zonder ingewikkelde mensen die anders zijn dan jij. Maar Jezus geeft juist de opdracht: nodig ze uit! Geef je een feest, vraag dan niet je familie en vrienden, die met dure cadeaus komen aanzetten, maar nodig de mensen van de straat uit: armen, kreupelen, verlamden, blinden –  het soort mensen waar Jezus zich graag aan verbond. Trouwens, niet alleen voor je feestjes: dan wordt het een maffe actie die je eens in de zoveel jaar doet, maar Jezus wil juist dat je zo gaat leven, dat het voor jou vanzelfsprekend wordt mensen uit te nodigen in je leven, ongeacht wie ze zijn en wat ze bereikt hebben. Samen eten is daar een heel logische manier voor. En het mooie: dan zijn jouw maaltijden een manier om het evangelie te delen, waarmee je niet alleen vertelt wie God is, maar zijn gastvrijheid ook laat zien.

3.   Eten als kans

Aan Gods tafel wordt niemand buitengesloten. Daarom wil ik je graag uitdagen tot gastvrijheid! Zowel als kerk, als in je persoonlijke leven. Samen eten kan daarbij helpen.

Natuurlijk hebben we kerkdiensten waar je iedereen voor uit mag nodigen, en ik zou zeggen: doe dat ook vooral!, maar in de praktijk is dat ook best lastig. De drempel naar een kerkdienst is hoog. Maar Jezus nodigde mensen niet naar een kerkdienst uit, hij ging gewoon met ze eten. Daarom denk ik dat we het als kerk nodig hebben om meer samen te eten:  dat is een kans om mensen uit te nodigen, en daarin Gods gastvrijheid te laten zien.

Ook in je persoonlijke leven is eten zo’n kans. Een maaltijd is een fantastische kans voor echt contact. In Jezus’ tijd hoefde je daar niemand van te overtuigen, daar werd heel wat bij elkaar gegeten – bij ons gebeurt dat veel minder: eten doe je thuis, en het is al heel wat als iedereen tegelijk aan tafel zit… Maar kijk eens anders naar de maaltijd: iedereen moet elke dag eten – waarom zou je het dan niet samen doen? Je zit toch al aan tafel – waarom dan niet met anderen? Het kost je geen extra tijd, maar levert wel verbinding op. Zie een maaltijd niet als even snel wat eten naar binnen schuiven, maar als een kans een ander te ontmoeten. Wees gastvrij – want Gód is gastvrij. Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: