Lucas 5:27-39 | Aan tafel! Genade maakt gelijk

Inleiding

Eten is goed, samen eten is beter. Afgelopen najaar deed Hanneke in de Menorahmail een oproep  om je aan te melden om eens bij elkaar thuis te eten. Heel wat van jullie hebben meegedaan, Hanneke heeft kokers en eters aan elkaar gekoppeld, en inmiddels hebben we in de Menorahmail ook mooie verslagjes van die maaltijden mogen krijgen. Als je er aan hebt meegedaan, hoop ik dat je hebt gemerkt  dat eten zoveel meer is dan een maaltijd naar binnen schuiven. Samen eten is luisteren naar elkaars verhalen,  je leven delen, je aan elkaar verbinden. Als je niet hebt meegedaan: geef je vooral op voor de volgende ronde!

Ik denk dat samen eten een stukje kerk is dat we onderwaarderen. Eten als leuk extraatje, maar de kerk kan ook best zonder. Wat een kerk echt nodig heeft,  dat is de bijbel, het liefst met goede preek, dat is gebed, dat is muziek, en dat is naar elkaar omzien. Maar wat mij betreft hoort eten in hetzelfde rijtje thuis: samen eten is voor de kerk net zo belangrijk als een preek. Ik zou het dan ook fantastisch vinden als een nieuwe plek voor Menorah ons stimuleert om samen te eten. Want laten we eerlijk zijn: op deze plek is dat best wel veel gedoe. En dat is jammer, want samen eten past zo goed bij dat we een kerk als familie willen zijn!

Daarom staan we de komende tijd stil bij maaltijden. In het evangelie volgens Lucas is Jezus vaak aan het eten. We schuiven bij een aantal van die maaltijden aan, om te ontdekken hoe maaltijden het evangelie versterken. Vandaag gaan we aan tafel bij Levi, waar we mogen ervaren dat genade ons gelijk maakt. We gaan lezen: Lucas 5:27-39.

1.   Jezus’ maaltijden

Jezus en zijn leerlingen hielden wel van een goede maaltijd met een lekker glas wijn erbij. Het wordt ze zelfs verweten: ‘dat eet en drinkt maar’. De Farizeeën halen hun neus ervoor op: voor hen is dit al voldoende bewijs dat Jezus niet van God komt. Want als je serieus met God bezig bent, dan laat je dat zien met een sober voedingspatroon, en het liefst door 2 dagen in de week te vasten – zoals de Farizeeën dat doen. Maar het lijkt wel alsof Jezus en zijn vrienden het ene na het andere feestje afstruinen om zichzelf vol te proppen met nog meer lekkers. Voor de Farizeeën valt Jezus hier al door de mand.

Maar Jezus en zijn tafelgenoten eten lekker door. Na Lucas 5 is het echt niet afgelopen met Jezus’ maaltijden – dat gaan we de komende weken nog wel zien. En ik moet zeggen: ik vind dat verfrissend! Jezus houdt van eten. En Lucas, die verslag doet van het leven van Jezus, vindt dat die maaltijden niet mogen ontbreken in zijn evangelie. Iets heel gewoons als eten, iets wat je elke dag weer doet, hoort erbij als je wilt vertellen wie Jezus is.

Want eten is meer dan een maaltijd naar binnen schuiven. Wát Jezus precies eet en drinkt, daarover meldt Lucas niets. Hij geeft ons tussen de regels door geen receptenboek uit de tijd van Jezus. Wat ik trouwens best interessant had gevonden! In plaats daarvan gaat bij Lucas alle aandacht naar Jezus’ tafelgenoten en de gesprekken die Jezus aan tafel voert. Zeker: onder het genot van een heerlijke maaltijd en een goed glas wijn. Maar eten is meer: het is luisteren naar elkaars verhalen, je leven delen, je aan elkaar verbinden. Jezus doet dat juist aan tafel, want dat is dé plek waar je die verbinding kunt maken. De maaltijden van Jezus vertellen niet alleen dat er niets mis is met lekker eten en een biertje erbij, maar nog veel meer met wie Jezus zich verbindt: samen eten is je aan elkaar verbinden, elkaar aanvaarden. Zo laten de maaltijden van Jezus iets zien van het koninkrijk van God, van Gods nieuwe wereld die bij Jezus begint.

2.   Genade maakt gelijk

Wat zien we dan als we aanschuiven aan de tafel van Levi? Nou, een hoop rare snuiters. Jezus is niet kieskeurig in met wie hij aan tafel wil. Hij kiest geen clubje gelijkgestemden, met wie er direct een klik is, waar je je direct bij thuis voelt – Jezus verbindt zich juist aan mensen met een bedenkelijke reputatie.

Dat is tegen het zere been van de Farizeeën. Dat Jezus niet vast, en van het ene naar het andere feest hopt, dat is nog tot daar aan toe, maar wat voor de Farizeeën nog minder te bevatten is, dat zijn de tafelgenoten waar Jezus zich mee inlaat. Tóllenaars… Denk nu niet dat Farizeeën arrogante pestkoppen waren, die altijd op zoek waren naar iets waar ze nu weer over konden zeuren. Het waren serieuze mensen, toegewijd aan God, betrokken op de samenleving, en met liefde voor de medemens. Laat ik het zo zeggen: als je een Farizeeër als buurman had, dan had je het goed getroffen. Ik hoop dat over christenen hetzelfde wordt gezegd: dat ze goede buren zijn. Ja, ze waren wel behoorlijk van de regeltjes, maar dat was voor hen een manier om toegewijd te zijn aan God. Trouwens, van christenen wordt ook gezegd dat ze zo veel regeltjes hebben. Farizeeën lijken wel een beetje op christenen die serieus werk maken van hun geloof.

Maar ze zijn wel behoorlijk kieskeurig als het gaat om met wie je eet. Uit respect voor God. Want het staat in Psalm 1: ‘Gelukkig de mens die de weg van zondaars niet betreedt, bij spotters niet aan tafel zit.’ En in Psalm 141: ‘verleid mijn hart niet tot goddeloze daden met hen die onrecht bedrijven, laat mij niet eten van hun overvloed.’ De Farizeeën nemen dat soort teksten serieus.

‘In tegenstelling tot Jezus,’ denkt de Farizeeër er direct achteraan. ‘Want kijk nou eens met wie Jezus eet! Tollenaars! Ja, jullie denken zeker dat tollenaars het heel zwaar hadden, en Jezus graag met zielige mensen omgaat. Nou, laat mij dat romantische beeld van tollenaars dan maar even doorprikken. Tollenaars hadden het helemaal niet zwaar. Het waren rijke stinkerds. Als een tollenaar een feestmaal organiseert, dan krijg je een maaltijd zoals je die nog nooit hebt geproefd. Niets mis met rijkdom hoor, als ze er tenminste hard voor hadden gewerkt. Maar dat is het hem nu juist: tollenaars zijn oplichters. Ze worden rijk over de rug van de gewone man. Het zijn corrupte afpersers – net zo bedorven als jullie drugsdealers en pooiers.’

En daar eet Jezus dus mee. Daarmee zegt Jezus: ‘jullie horen erbij’. Ik snap die Farizeeën wel: Jezus die de kerk overslaat om met drugsdealers een feestje te bouwen… Dat is toch de wereld op z’n kop? Trouwens: de Farizeeën zullen niet zeggen  dat het met tollenaars en drugsdealers nooit goed kan komen. Als ze zich bekeren, mogen ze er ook bij horen. Vasten zou een goed begin zijn om te laten zien dat ze echt spijt hebben van hun misdaden. Maar Jezus laat ze zo wel héél makkelijk wegkomen.

Toch is Jezus niet zo onder de indruk van de argumenten van de Farizeeën. Want de Farizeeën zitten vast in hun vertrouwde systeem, waarin ze de mensheid keurig kunnen onderverdelen in goede en slechte mensen. Ze begrijpen niet dat Jezus radicaal anders is, en dat iedereen, goed of slecht, net zo hard genade nodig heeft. Ze proberen Jezus in te passen in hun vertrouwde categorieën wat net zoiets is als een oude broek repareren met een nieuw lapje stof: het is vragen om problemen, wat dat nieuwe lapje krimpt in de was, en trekt dan de hele broek kapot.

Als de Farizeeën Jezus’ leerlingen bestoken met hun vragen, komt Jezus tussenbeide: ‘ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar om zondaars aan te sporen een nieuw leven te beginnen.’ Daarmee verantwoordt Jezus waarom hij met tollenaars eet: dat zijn overduidelijk slechte mensen – die Jezus nodig hebben. Maar zijn tollenaars de enigen? Jezus nodigt de Farizeeën, en ons, uit om in de spiegel te kijken: heb ik Jezus niet net zo hard nodig als Levi de tollenaar?

Zijn Farizeeën en tollenaars, keurige christenen en drugsdealers,  nu echt zo verschillend? Op een of andere manier zoeken ze allemaal  naar geluk, naar liefde, naar aanvaarding, maar lukt het nog niet echt om het te vinden. Farizeeën proberen met hun discipline dicht bij God te komen, maar dat wil nog niet zo goed lukken. Ze nemen geloven heel serieus, maar het plezier spatte er niet vanaf, de vreugde van God kennen was ver weg. Ik denk dat ik er ook niet echt een vrolijker mens van zou worden als ik elke week twee dagen zou vasten… Tollenaars, en drugsdealers, proberen gelukkig te worden door geld. Maar hun hebzucht maakt hen eenzaam: niemand wil iets met hen te maken hebben. Iedereen heeft z’n manieren om redding te zoeken: of het nu discipline en imago is, of geld en seks. En dan zegt Jezus: ‘wil je echt gelukkig zijn?  Zoek je naar liefde en aanvaarding? Of je nu een Farizeeër of een tollenaar bent: je moet bij mij zijn! Probeer niet jezelf te redden, maar laat mij je genezen, mijn genade maakt een nieuw mens van jou.’

Zie je jezelf al bij Jezus aan tafel zitten? Tussen de tollenaars, drugsdealers en hoeren? Tussen de mensen die Jezus nodig hebben? Want bij Jezus vallen de tegenstellingen weg. Aan tafel bij Jezus zijn we allemaal gelijk – daar geef je je over aan genade. Dan ga je met andere ogen naar mensen kijken: niet meer ‘ik ben goed, zij is ook goed, maar hij is slecht’, maar ‘we zijn gelijk: hij, zij en ik hebben net zo hard Gods liefde nodig.’

Ik heb daarin veel geleerd van D. Helaas leeft hij niet meer. Ik leerde D kennen in Franeker, bij een maaltijd van de kerk. Daar heb je het al: het begon met samen eten. De Farizeeën zouden D zonder aarzelen als zondaar categoriseren. D had een kunstbeen: z’n eigen been was hij kwijtgeraakt  toen hij op de vlucht voor de politie van een steiger sprong. Toen was hij er alsnog bij… Zijn hersenen waren beschadigd door drugsgebruik. En voor verschillende plaatselijke supermarkten had hij een gebiedsverbod omdat hij nog wel eens wat meenam zonder te betalen. Daar zaten we – ik met mijn brave burgerleventje, en hij, samen aan tafel, en later bij hem thuis. Waar ik leerde dat hij nooit liefde had gekregen, terwijl hij daar zo naar verlangde, en dat hij daar beschadigd door was geraakt. Een mens, net als ik, die gewoon gelukkig wil zijn. Hij wilde meer van Jezus weten, en samen hebben we bijbel gelezen. Niet alleen ik trouwens: meer mensen uit de kerk omarmden hem. Uiteindelijk mocht ik hem dopen, met kunstbeen en al in het doopbad. Ik leerde te zien dat D geen slecht mens was die je uit de weg moest gaan, maar een broer die Jezus net zo hard nodig had als ik. Want aan tafel bij Jezus zijn we gelijk!

3.   Eet en verbind je

Met wie eet jij? Met wie verbind jij je? Ik wil je graag uitdagen je te verbinden aan wie anders is dan jij. Niet beter, niet slechter, maar anders. Iemand die een heel andere mening heeft. Een heel ander levensverhaal. Of die dingen doet waar jij niet achter kunt staan. Misschien moet je direct aan iemand denken. Ga dan eens samen eten!

Ik moet ook denken aan de buurthap. Niet dat iedereen daar nu op af moet komen, maar het is mooi dat christenen op verschillende plekken in onze stad maaltijden organiseren voor de buurt, bijvoorbeeld in Kogerveld. Daar kan een PVV-stemmer zomaar naast een moslima belanden, een coronaontkenner naast iemand die het supereng vind om zonder mondkapje in een gezelschap te zijn, een tollenaar naast een christen. Ik gun onze stad veel van zulke plekken, waar met eten iets van Gods koninkrijk zichtbaar wordt.

Met wie eet jij? Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: