Marcus 6:45-56 | Ontdekken wie Jezus is

Inleiding

Ik neem jullie mee naar Denemarken, om precies te zijn naar de havenstad Aarhus, waar openluchtmuseum Den Gamle By gevestigd is. Als je wel eens in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen bent geweest, dan ken je het concept: er staan allemaal oude gebouwen, en bij de meeste gebouwen kun je zo naar binnen lopen om te zien hoe het leven vroeger was.

Zo liepen wij daar ook rond. Maar opeens werden we tegengehouden, door beveiligers die in onbegrijpelijk Deens begonnen te ratelen. Maar we begrepen wel dat we niet naar binnen mochten. Even later kwam iemand uit dat huisje naar buiten, een chique dame, met dure kleren en kapsel waar geen haartje de verkeerde kant op stond. Dus wij toch maar eens, in ons beste Engels uiteraard, mensen vragen: ‘wat is hier eigenlijk aan de hand?’ ‘Weten jullie dat dan niet? Dat is de prinses van Denemarken!’ ‘Oh…’ We ontdekten dat we oog in oog met een beroemdheid stonden, maar we waren te laat om er nog een foto van te maken.

Wat ik met dit verhaal wil vertellen: je hebt niet altijd direct door wie iemand is. Met Jezus is dat ook zo. Hij heeft niet eens een stoet beveiligers om zich heen, waardoor je tenminste nog beseft dat hij belangrijk is. In het christelijk geloof draait het allemaal om Jezus, maar wie is hij eigenlijk? Voor christenen is dat natuurlijk bekend,  net zoals die Denen wisten wie die vrouw was, maar vandaag doen we een stapje terug, om opnieuw te ontdekken wie Jezus is. Dat is ook het thema, en we lezen Marcus 6:45-56.

1.   Opbouw Marcus

Wie is Jezus? Eigenlijk is dat de vraag van de hele eerste helft van het bijbelboek Marcus. Tot en met Marcus 8 werkt Marcus toe naar een antwoord op die vraag. We hebben het in Menorah afgelopen maand meer over Marcus gehad, en in al die verhalen kwam het op een of andere manier wel terug: dat Jezus niet zomaar een bijzonder mens is. Dat begint al als Jezus volgers verzamelt: als Jezus zegt ‘volg mij’, kunnen ze niet weigeren. We hebben het gehad over het gezag van Jezus, dat hij gebruikt om mensen te laten opbloeien, en vorige week zelfs om een meisje uit de dood terug te roepen. Hoe gewóón mens is Jezus eigenlijk?

Zijn volgers vragen zich dat ongetwijfeld ook af, maar een antwoord hebben ze niet. Misschien gaan ze de vraag ook wel uit de weg, omdat ze ergens aanvoelen in welke richting het antwoord gaat, en dat dat te groot, te bedreigend is. Hoe dan ook: Jezus blijft maar bijzondere dingen doen, maar zijn leerlingen durven er geen conclusies aan te verbinden. Vlak voor het gedeelte dat wij hebben gelezen nog: met 5 broden en 2 vissen geeft Jezus 5000 mensen te eten. Jezus breekt het eten, en het wordt alleen maar meer. Maar nog steeds durven ze geen antwoord te geven op die ene vraag: wie ís Jezus toch? Het wordt tijd dat ze het gaan zien – en daarover gaat het verhaal van vandaag.

2.   Ontdekken wie Jezus is

Ze hebben hun wonderlijke maaltijd nog maar net achter de kiezen, of Jezus stuurt ze weg. Zelf zal Jezus zorgen dat ook die 5000 mensen weer naar huis gaan, en daarna wil hij zich terugtrekken in de stilte met God. De leerlingen stappen in hun boot, met het overschot van de maaltijd: hun proviand voor onderweg. Maar een fijn boottripje wordt het niet…

Op een of andere manier werkt het vaak zo: als jij het jezelf helemaal comfortabel hebt gemaakt, is dat niet de beste plek om te ontdekken wie Jezus is. Dus Jezus stuurt ze op een nachtelijke expeditie die uitzichtloos lijkt. Het doet mij nog het meest denken aan Kamp van Koningsbrugge, het tv-programma waarin 15 kandidaten een commandotraining ondergaan. Slapen is er niet bij en er lijkt maar geen einde aan te komen. Als je daar als kandidaat door de nacht loopt met zware bepakking, en de regen in je gezicht striemt en je kleding doorweekt is, en elke beweging pijn doet, en je geen idee hebt dat dit nog 5 uur gaat duren, dan wordt je goed op jezelf teruggeworpen, en dan moet je mentaal heel sterk zijn om niet te verdrinken in gepieker. En dat kijk ik dan op maandagavond, heerlijk onderuitgezakt op de bank, wetend dat ik daarna in mijn comfortabele bed kan duiken.

In het verhaal van vandaag is Jezus een soort Ray en Dai ineen, die zijn leerlingen op een loodzware missie stuurt. Uiteraard is het ’s nachts,  en door de tegenwind kunnen ze aan roeiriemen trekken wat ze willen, maar ze komen nauwelijks vooruit, en door de wind wordt al het water in hun gezicht geblazen en zijn ze doorweekt. Opeens worden ze helemaal op zichzelf teruggeworpen, en blijft het gepieker over: waar ben ik eigenlijk mee bezig, waarom doe ik dit, en waar is Jezus eigenlijk? Het is niet dat ze in een levensbedreigende situatie zitten, dat is een ander verhaal uit Marcus, maar het is nu gewoon tegenwind: hard ploeteren, en het voelt zo zinloos en God voelt heel ver weg.

Tegenwind: dat kunnen wij ook ervaren. Als het leven tegenzit, als het ploeteren is, als er even weinig kleur aan je leven zit. Of als je je leven lekker op de rit hebt, maar God ver weg voelt,  en geloven ploeteren is, een kwestie van wilskracht,  maar dat het van ver moet komen. Of als we als kerk onze opdracht serieus nemen om mensen leerling van Jezus te maken: dat is echt ploeteren! En waar is God dan, waar is Jezus dan, waarom zou je niet opgeven?

Maar op een of andere manier is het vaak zo dat je God niet op de top vind, waar alles mooi is, maar in de diepte, als je er helemaal doorheen zit. In Kamp van Koningsbrugge werkt het ook zo: juist als je jezelf tegenkomt, kun je sterker worden.  Dus misschien zijn zulke ploeter-ervaringen zo slecht nog niet. Misschien moet je om Jezus echt te ontdekken juist op dat punt komen: dat je beseft hoe leeg je bent, hoe moe, hoe zonder doel.

En dan laat Jezus zich zien! Terwijl zijn leerlingen zich door de lange nacht heen worstelen is Jezus aan het bidden, maar tegelijk houdt hij een oog op zijn leerlingen. Als hij ziet dat ze er helemaal doorheen zitten, is het tijd dat hij zichzelf laat zien. En niet zomaar, maar als wie hij is: God in eigen persoon!

Ik wil jullie 3 elementen laten zien waarin je kunt ontdekken wie Jezus is. Het eerste: Jezus loopt over het water. Dat is niet zomaar een knap trucje – het is iets dat bij God hoort. In Job 9 zegt Job over God: ‘Hij spant het hemelgewelf, hij alleen, en wandelt op de hoog oprijzende zee.’ Alleen de Schepper kan over water lopen zonder verzwolgen te worden – en Jezus doet het!

Aanwijzing 2: als de leerlingen in paniek raken als ze Jezus zien, reageert Jezus met ‘ik ben het’. Daarin klinkt de naam van God, die hij in Exodus 3 aan Mozes bekend maakt. Mozes vraagt naar de naam van God, en God antwoordt: ‘Ik ben die er zijn zal’ – JHWH, ‘IK BEN’. Natuurlijk, niet elke keer als iemand ‘ik ben het’ zegt, is dat een verwijzing naar die naam van God. Maar uit de mond van Jezus,  gecombineerd met de andere aanwijzingen in dit verhaal, is het niet zo gek om in die woorden van Jezus meer te horen.

En dan aanwijzing 3: Marcus schrijft dat Jezus hen voorbij wilde lopen. Mijn eerste reactie? ‘Wat flauw!’ Maar dat is het niet. Op hoogtepunten van de bijbel, op momenten dat God zichzelf laat zien, staat het er ook: ‘God ging voorbij’. In Exodus 33 vraagt Mozes aan God: ‘laat mij toch uw majesteit zien.’ God antwoord: ‘ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan,’ wat daarna ook gebeurt. Bij Elia, in 1 Koningen 19, gaat het net zo. Elia heeft zich verstopt in een grot, maar moet van God naar buiten. En dan staat er: ‘daar kwam de Heer voorbij.’ Dat Jezus zijn leerlingen voorbij wil gaan, is een verwijzing naar wie hij is! Overigens: zowel Mozes als Elia zat er ook helemaal doorheen!

Maar hélpt het de leerlingen ook? Nou, eh… Nee. Eerst zien ze Jezus voor een spook aan, en zelfs als Jezus bij hen in de boot is gestapt, en het weer ineens omslaat,  zijn ze in totale verwarring. En dat vind ik dan ook wel weer bemoedigend: ik ben niet de enige die het niet direct allemaal vat, die vaak niet eens herken dat God erbij is, ook al gelóóf ik dat van harte. Misschien heb jij dat ook wel.

Wat ik zo mooi vind in dit verhaal: daar neemt Jezus ook de tijd voor. Bij Mozes en Elia liep God voorbij, en daar moesten ze het mee doen, maar Jezus stapt in en blijft – Gód blijft! Preken en bijbelstudies over dit bijbelverhaal gaan meestal over de Matteüs-versie van dit verhaal. Matteüs beschrijft dat als Petrus Jezus herkent, hij uit de boot springt en over het water naar Jezus wil lopen, maar na een paar stappen al zinkt. De moraal van het verhaal wordt dan al snel:  zet een stap in geloof, een stap in vertrouwen, en kom uit je boot. Maar Marcus, die juist het verhaal van Petrus opschrijft, slaat dat deel over, zodat het helemaal over Jezus gaat. De boodschap is hier niet dat jij uit je boot moet stappen, maar dat God in jouw boot stapt, in jouw leven, erbij blijft in de diepste diepte – ook als je dat zelf niet zo ervaart. Het wonder is niet dat God onze problemen wel even oplost, maar dat God in Jezus ons leven helemaal ondergaat, tot het kruis aan toe, en erbij blijft!

3.   Ontdekkingsreis

Ontdekken wie Jezus is – dat is een hele reis. Het is niet ‘ok, hij is dus God, weten we dat ook weer’. Hij is God in de boot van jouw leven, is er in al je geploeter bij. Dat is iets om steeds weer en steeds meer te ontdekken – in het besef dat Jezus erbij is kun je groeien.

Hoe doe je dat? Ik zou zeggen: bidden is een belangrijke manier – kijk maar naar Jezus. Juist ook als je ploetert, het gevoel hebt dat God ver weg is. Vraag God gewoon te laten zien dat hij erbij is. En wees maar eerlijk:  slinger liever je ongefilterde ervaring naar God dan verplichte gebeden – dat voorbeeld krijg je in de bijbel op heel veel plekken! Ga het gevecht aan om Jezus te ontdekken.

Wat ook helpt, is zingen. Daarom zingen we in de kerk ook zoveel! Zingen is een manier om iets wat je op zich gelooft ook eigen te maken, naar binnen te brengen. Laten we daarom zingen over God die erbij is! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: