Wat verwacht van Jezus? Hij is anders dan zijn leerlingen denken. Anders dan je van een held verwacht. Met Jezus als Messias weet je: lijden hoort erbij.
Inleiding
Vorige maand heb ik mijn regenpak met pensioen gestuurd. Dat is wel even een ding, want dat pak heeft mij maar liefst 20 jaar droog gehouden. Ik kreeg het van mijn ouders toen ik nog naar de middelbare school ging, dus het is zonder meer het kledingstuk dat ik het langst heb gedragen – meer dan de helft van mijn leven. Ik kan het dus ook niet over mijn hart verkrijgen te zeggen dat ik hem heb afgedankt – maar daar komt het wel op neer. Hij was gewoon helemaal op.
Een goed regenpak stimuleert mij de fiets te pakken, dus ik heb direct maar een vervangend pak gekocht. Daar verwacht ik natuurlijk wel van dat het mij weer droog houd. Stel dat na de eerste serieuze bui blijkt dat het water dwars door het regenpak heen trekt… Een regenpak heeft in principe maar 1 taak, namelijk mij droog houden, dus als dat niet lukt, voldoet het zeg maar niet helemaal aan de verwachtingen. Gelukkig bestaat er dan iets als garantie, en daar zou ik dan ook zeker gebruik van maken: een lek regenpak is volstrekt nutteloos.
Producten die niet aan de verwachtingen voldoen, die breng je dus gewoon terug. Als politici niet aan de verwachtingen voldoen, dan stem je ze de volgende verkiezingen weg. Ik ben nu al benieuwd naar de volgende Tweede Kamer verkiezingen! Maar wat nu als Jezus niet aan de verwachtingen voldoet? Als Jezus helemaal anders is dan je had gedacht? Thema vandaag is ‘niet zoals je denkt’. Laten we lezen: Marcus 8:27-9:1
1. Wie is Jezus?
Wie is Jezus toch? Heel Marcus tot dit hoofdstuk gaat over die vraag, en vandaag stelt Jezus hem eindelijk zelf: ‘wie ben ik?’ Al maanden, misschien al wel langer dan een jaar, is Jezus overal -op straat, op school, in de supermarkt, op kantoor- het gesprek van de dag. Niet iedereen heeft Jezus met eigen ogen gezien, maar iedereen heeft wel een mening over hem. En dat is ook niet zo gek: in een wereld waarin alleen maar slecht nieuws is, brengt Jezus nieuwe hoop. Met zijn verhalen, met zijn wonderen, met hoe Jezus zich niet door de elite laat tegenhouden.
‘Wie denken de mensen dat ik ben?’ vraagt Jezus. Net als tegenwoordig zijn er heel verschillende meningen over wie Jezus is, en dus ook over wat je van hem kunt verwachten. Voor de een is Jezus een profeet, die heel scherp ziet wat er in de wereld aan de hand is. Voor de ander is Jezus een rebel, een luis in de pels voor de gevestigde orde. Voor nog weer een ander is Jezus geïdealiseerd door zijn volgelingen, en moeten we tussen de regels door op zoek naar de historische Jezus. Maar wie is Jezus toch?
2. Niet zoals je denkt
Ook zijn trouwste volgers, de 12 leerlingen, stelt Jezus die vraag: ‘en jullie? wie denken jullie dat ik ben?’ Petrus’ vinger vliegt direct de lucht in: ‘ik weet het, ik weet het, mag ik het zeggen?’ Jezus knikt hem vriendelijk toe. Met ingehouden trots begint Petrus te vertellen: ‘we hebben het er met elkaar over gehad, en we zijn erachter gekomen, nu weten we dan eindelijk uw ware identiteit – u bent de messias!’ Glunderend kijkt Petrus Jezus aan – de meester kan trots zijn.
En nu ze daar achter zijn gekomen, kunnen ze dan ook eindelijk bezig met het echte werk: een plan maken om de Romeinen het land uit te werken. Want dat dóet een messias: zoals een regenpak mij droog houdt, zo maakt de messias een einde aan het kwaad, te beginnen met de Romeinen. De verwachtingen van een messias waren heel duidelijk: het was de ideale leider die door God gestuurd zou worden, die het volk zou bevrijden en weer trots zou maken. Al honderden jaren wachten ze op de messias, van ouder op kind werd steeds die verwachting doorgegeven: ‘misschien ga jij het wel meemaken, dat de messias tijdens jouw leven komt – wat zul je dan gelukkig zijn’. Petrus en de 11 andere leerlingen voelen zich dan ook diep gelukkig: zij mogen het nu meemaken, de tijd van de messias! Bovendien zijn zij de eersten die hem ontdekt hebben. Petrus weet wat dat betekent: als volgers van het eerste uur zullen ze delen in Jezus’ triomftocht.
Net als Petrus kunnen christenen trots zijn: zij hebben het geheim ontdekt, dat Jezus de messias van God is, waardoor alles weer goed komt. En je verwacht, soms uitgesproken, soms onbewust, dat God je ervoor zal zegenen, dat het goed met je gaat als je maar christen bent, dat je bij een overwinningsbeweging hoort, en je zelf ook als overwinnaar moet gaan gedragen.
Maar dat is op zijn best een half evangelie. Met het goede antwoord op wie Jezus is kun je er toch verschrikkelijk naast zitten. Omdat in jouw antwoord direct allerlei verwachtingen meekomen, van hoe jij denkt dat zo’n messias is, van hoe jij denkt dat Jezus is, maar wat niet perse hoeft te kloppen. Daarom krijgen Jezus’ leerlingen ook een spreekverbod: bij monde van Petrus geven ze het goede antwoord, maar ze zitten er tegelijk helemaal naast, en Jezus wil niet dat ze hun verkeerde verwachtingen overal rondbazuinen.
Intussen kijkt Petrus nog glunderend naar Jezus. Maar Jezus’ gezicht betrekt. ‘Ok,’ zegt Jezus, ‘ik ben blij dat jullie die conclusie hebben getrokken. Maar dan nu dit…’ Opeens slaat de sfeer om. Petrus’ glunderende lach verdwijnt van zijn gezicht en maakt plaats voor bezorgdheid. ‘Jezus, wat is dit? Doe niet zo raar! We moeten vieren dat u de messias bent. Kom, we gaan naar de beste bakker en halen taart. Maar doe niet zo eng – ik wordt bang van u.’
Maar ze gaan geen taart halen. Jezus gaat onverstoorbaar verder: ‘nu jullie weten wie ik ben, is het tijd voor de volgende stap: ja, ik ben de messias, maar niet zoals je denkt: als messias zal ik moeten lijden. Het zal zelfs zover komen dat ik ter dood wordt gebracht, en zo moet het ook gebeuren.’ Op dat punt ontstaat bij Petrus en de andere leerlingen kortsluiting: tot nog toe had nog nooit iemand de woorden ‘messias’ en ‘lijden’ in 1 zin gebruikt. Nou ja, misschien in een zin als ‘de messias maakt een einde aan het lijden’, maar nooit ‘de messias moet lijden’. Dat kan niet – een messias heeft maar 1 taak. Ok, wel een grote taak, maar toch: de taak van een messias is om het kwaad te verslaan. En deze messias wil het kwaad óndergaan?! Dat is als een regenpak dat lek is: aan zo’n messias heb je helemaal niets!
Bij die kortsluiting is het niet gek dat bij Petrus alle stoppen doorslaan. Het is nog heel netjes van Petrus dat hij Jezus apart neemt, maar daarna krijgt Jezus de volle laag. ‘Zeg alstublieft nooit meer zulke onzin!’ Petrus is heel fel: als er staat dat hij Jezus terechtwijst, is dat hetzelfde woord dat gebruikt wordt als Jezus demonen uitwijst. Want wat Jezus zegt, klopt volgens Petrus niet. Maar Jezus op zijn beurt is ook fel: ‘Ga terug, achter mij, Satan.’ Want Jezus wil helemaal niet lijden, wil niets liever dan Petrus gelijk geven en beginnen aan een vrolijke overwinningstocht. Maar hij weet dat als hij toegeeft, die hele reddingsoperatie waarvoor hij gekomen is, mislukt is. Jezus heeft die verleiding eerder gevoeld, toen Satan hem in de woestijn op de proef stelde. Nu gebruikt Satan Petrus met diezelfde verleiding, maar Jezus mag niet toegeven.
Want dit is het hart van het christelijk geloof. Als Jezus hier had gezegd: ‘ach, Petrus, eigenlijk heb je ook gewoon gelijk, kom, laten we naar de bakker gaan en taart halen’, dan was er geen christelijk geloof geweest. Maar het hele christelijke geloof draait nu juist om dat Jezus, de messias, het kwaad overwint dóór het te ondergaan. Dát is het grote wonder, het geheim van het christelijk geloof. En elke keer raakt het me weer dat Jezus díe weg wil gaan – dat hij al het kwaad over zich heen laat komen, omdat het de enige manier is het kwaad te verslaan.
Maar als dát de weg van Jezus is, dan is dat ook de weg van zijn volgers. Een heel andere weg dan Petrus zich had voorgesteld, maar ook een andere weg dan ik zou willen, want hoewel ik groot respect heb voor mensen die het kwaad niet uit de weg gaan, heb ik zelf toch graag een comfortabel leven. Met Jezus overwinnaar zijn – dat wil ik wel, maar wil ik ook achter Jezus aan mijn kruis dragen?
Maar als ik er wat beter over nadenk, geloof ik niet dat van een feelgood geloof ook maar enige kracht uitgaat. Dat we het nog steeds over Jezus hebben, dat er überhaupt een kerk is ontstaan, dat is omdat Jezus niet de makkelijke weg ging. Een geloof zonder kruis ís niets: het betekent niets voor jezelf en niets voor anderen. Als we als christenen ons kruis laten liggen, snel weglopen als we met het kwaad worden geconfronteerd, dan zijn we volstrekt irrelevant. De weg naar glorie loopt dwars door het lijden heen.
Anderhalve week geleden kwam het bericht van de dood van Aleksej Navalny – vermoord door Poetin. Hij was iemand die het kwaad niet uit de weg ging, die ervoor koos zijn kruis op zich te nemen. Zonder Navalny heilig te willen verklaren: hij doet me denken aan die weg van Jezus. Er zijn meerdere aanslagen op zijn leven gepleegd, er is geprobeerd hem te vergiftigen. In een ziekenhuis in Berlijn kwam hij er toch weer bovenop. Navalny wist hoe gevaarlijk het was terug te gaan naar Rusland. Toch besloot hij te gaan, in plaats van te kiezen voor zijn eigen veiligheid, maar ook voor de veiligheid van zijn gezin. Hij liep het kwaad in de armen, in plaats van het te ontvluchten, omdat hij wist dat het de enige plek was om het kwaad te bestrijden.
Navalny was een christen. Dat Poetin flirt met zogenaamd christelijke waarden, was voor Navalny nog geen reden de bijbel af te serveren: hij zag dat het christelijk geloof iets anders was. Net als zijn meeste volgers was Navalny diehard atheïst, voor wie de kerk en de bijbel gedateerd waren, maar Navalny ontdekte in de bijbel een schat. Toen hem gevraagd werd waarom hij voor deze weg koos, antwoordde hij met Jezus’ woorden: ‘Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’
3. Durf jij?
En jij? Durf jij? Durf jij het deze Jezus niet weer in te leveren, durf jij het deze Jezus niet weg te stemmen, omdat hij niet aan je verwachtingen voldoet? Durf je jouw verwachtingen, jouw agenda, jouw beeld van hoe God het zou moeten doen, los te laten?
Met Jezus als messias weet je dat er lijden bij hoort, dat de weg moeilijk is en dat je het kwaad in de ogen zult kijken. Volg je dan, of ren je weg? Als jou kwaad wordt aangedaan, als je ziet dat anderen onrecht wordt gedaan – kijk je dan weg om het vooral gezellig te houden, of laat je je raken en loop je mee, ook al weet je dat je op die weg nog veel meer kwaad zult ontmoeten? Durf je de weg van Jezus te gaan? Het is geen makkelijke weg, maar wél de enige naar de overwinning. Amen.
