Als ik mensen zie huilen, ga ik zelf ook sneller huilen. En dat is iets moois. God heeft dat ook: hij is een bewogen God. Je tranen laten hem niet koud.
Inleiding
Twee weken geleden was ik op de begrafenis van mijn oom Jan. Ik was niet van plan daar te huilen. Ik ben niet zo’n goede huiler – en al helemaal niet in het openbaar. Als het toch gebeurt, hoop ik dat niemand mij ziet… Gek eigenlijk, want huilen is niets om je voor te schamen. Ik vind het juist mooi als mensen durven te huilen – een kerk waar niet gehuild mag worden is een kerk waar we elkaar op afstand houden.
Hoe dan ook: ik was niet van plan te gaan huilen. En dat mislukte dus… Er werden herinneringen aan oom Jan opgehaald – herinneringen waar we om konden lachen. Maar toen het over zijn ziekte en zijn laatste jaar ging, werd de sfeer direct anders. Toen maakte ik de fout -tenminste, als ik mijn plan niet te huilen had willen volhouden-: ik keek om me heen. Ik zag verschillende familieleden druk met tissues in de weer, en opeens was er ook bij mij geen houden meer aan: uit mijn ooghoek ontsnapten de tranen.
Zien huilen doet huilen – zo werkt het bij mij wel vaker. En al was ik het niet van plan, ik vind het wel iets moois! Blijkbaar ben ik niet zo’n koele kikker als ik wel eens denk. Het verdriet van anderen wordt ook mijn verdriet – en dat is iets heel mooi menselijks.
Of beter nog: het is zelfs iets goddelijks. Want als er iemand niet afstandelijk en koel is, dan is het God wel! God is een bewogen God – dat is direct het thema. God ziet je tranen, en het laat hem niet koud. We lezen vanmorgen verder uit het verhaal van koning Hizkia: 2 Koningen 20:1-11.
1. Slecht nieuws
Het gesprek dat Jesaja met Hizkia voert, wordt door artsen nog elke dag gevoerd. Het heeft zelfs een naam: het slecht-nieuws-gesprek. En het kan zomaar het moeilijkste gesprek van je leven zijn.
Je zit in de spreekkamer van je arts. Inmiddels is deze kamer bekend terrein voor jou: sinds je 2 maanden geleden met vage klachten naar de huisarts ging, ben je hier al vaak geweest. Maar deze keer is het anders: vandaag geen nieuwe onderzoeken, maar de uitslag. Je slaapt er al een week slecht van. Als de arts binnenkomt, kijk je haar gespannen aan. Gelukkig draait ze er niet omheen: ‘Ga zitten. Ik heb slecht nieuws voor je. Je hebt nog 2 maanden te leven.’ Waarschijnlijk zegt ze nog meer, maar dat hoor je niet – jouw leven is met deze woorden ingestort.
De dagen erna beginnen de woorden langzaam te landen. Iedereen probeert met je mee te leven, maar het liefst ben je alleen. Of in de kleine kring van mensen die heel dicht bij je staan. Je trekt je terug en je wereld wordt klein. En dan komen de tranen.
Zo gaat het bij Hizkia ook. Hizkia is ziek – en dat komt helemaal niet gelegen. Hij is in oorlog met koning Sanherib van Assyrië, die Hizkia’s stad Jeruzalem heeft belegerd. Juist nu moet Hizkia er staan als koning, moet hij zijn onderdanen moed inpraten en een voorbeeld zijn in vertrouwen op God. Als Hizkia wat klachten begint te krijgen, negeert hij ze in eerste instantie dan ook. Maar al snel worden de klachten heviger, en belandt Hizkia op bed.
Daar wordt hij opgezocht door de profeet Jesaja, die maar met de deur in huis valt: ‘koning, dit zegt de Heer: maak uw testament op, regel de laatste dingen die u nog moet regelen, want u zult aan deze ziekte sterven.’ Na deze woorden draait Jesaja zich om en loopt het paleis uit, Hizkia in totale verwarring achterlatend. ‘Sterven? Ik?! Maar dat kan niet!’ Als Jesaja een arts was geweest, had Hizkia vast gedacht dat Jesaja er naast zat: ook artsen vergissen zich wel eens in hun diagnose. Maar Jesaja is geen arts – hij is een profeet. En dit slecht nieuws komt rechtstreeks van God. Hizkia’s wereld stort in. Die hele oorlog met Assyrië, die hem dag en nacht bezig hield, is opeens helemaal niet meer belangrijk voor Hizkia. Hij kan nog maar één ding denken: ‘ik ga dood.’
2. Bewogen
En dan volgen de tranen – de tranen om het leven. Want dat wil Hizkia: léven! Dat klinkt misschien logisch, maar ik had me ook best kunnen voorstellen dat Hizkia wel dood wilde. Ik bedoel: de Assyriërs staan voor de poorten van Jeruzalem, geen mens kan de stad nog in of uit, de situatie is volstrekt uitzichtloos. Als er niet snel een wonder gebeurt, zullen de Assyriërs een wreed einde maken aan het leven van Hizkia. Als God hem nu uit het leven roept, blijft hem dat tenminste bespaard. Maar Hizkia ziet zijn naderende dood niet als ontsnapping: hij wil maar één ding, en dat is léven! Hoe ingewikkeld het leven soms ook kan zijn – leven is altijd beter dan de dood.
Zodra Jesaja de deur van de slaapkamer achter zich dichtgetrokken heeft, draait Hizkia zich om in zijn bed – naar de muur. Waarschijnlijk waren er nog bedienden in zijn kamer, maar door zich om te draaien geeft Hizkia aan dat hij nu alleen wil zijn. Logisch, als je zo’n bericht hebt gekregen.
Wat minder logisch is, is dat Hizkia één persoon wél toelaat in zijn verdriet: God. Op zich is het natuurlijk helemaal niet vreemd om met je verdriet naar God te gaan, maar in dit geval was het juist God die had gezegd dat Hizkia zou sterven. Waarom zou je uitgerekend gaan praten met degene die je doodsvonnis heeft opgesteld? Hizkia doet het – omdat hij God vertrouwt. Met God valt te praten, zelfs over wat hij al besloten heeft. Hizkia voelt diep van binnen dat hij ook nu bij God terecht kan.
Net als in het vorige hoofdstuk, van 2 weken geleden, gaat Hizkia nu bidden. Maar het is een heel ander gebed. Toen was het gebed van Hizkia echt een gebed volgens het boekje: een gebed waarin Gods eer centraal stond, en niet de wensenlijstjes van Hizkia en zijn volk. In dit gebed komt Hizkia niet verder dan een pleidooi voor zichzelf, omdat hij toch altijd trouw aan God is geweest. Volgens de meeste boeken die ik erover las, laat dit zien dat Hizkia op zichzelf gericht is geraakt. Maar ik wil het voor Hizkia opnemen: als je net je doodvonnis hebt gekregen, is het dan gek dat je een hartenkreet naar God doet, in plaats van een voorbeeldgebed?! Want dat is het: een hartenkreet. Misschien nog wel belangrijker dan de woorden zijn de tranen. Nu Hizkia alleen met God is, huilt hij alles eruit.
Huilen mag! Als je zo’n bericht hebt gekregen als Hizkia, dat je je klaar moet maken om te sterven. Of als iemand dichtbij zo’n bericht gekregen heeft. Maar ook als je je baan hebt verloren, of als je relatie strandt, of als je door een verhuizing je vrienden verliest, of als je afscheid moet nemen van je dromen – en ga zo maar door. Het zijn allemaal verlieservaringen, het zijn tranen om een leven dat niet meer wordt zoals het was.
En wat ik nu zo gaaf vind aan dit bijbelverhaal: God ziet je tranen! Jesaja moet het letterlijk zo tegen Hizkia zeggen: ‘God heeft je tranen gezien.’ Ik vind dat zó mooi! God doet jouw tranen niet af als sentimenteel gedoe dat in zijn plan geen naam mag hebben. Nee: God neemt je verdriet voluit serieus – het raakt God! God is een bewogen God. Het is alsof God naast Hizkia komt zitten om er samen met Hizkia een hele doos tissues doorheen te huilen. Het verdriet van Hizkia, jouw verdriet – het wordt Gods verdriet! Net als ik op die begrafenis mee huilde, zo huilt God ook mee. God kiest ervoor niet weg te kijken als jij huilt, maar het tot zijn diepste wezen te laten doordringen: ‘ik heb je tranen gezien.’
Wat mij betreft was het prima geweest als het bijbelverhaal hier was afgelopen, maar dat is het nog niet. Want God is niet alleen bewogen – hij bewéégt ook! Als God samen met Hizkia die doos tissues leeg gehuild heeft, zegt hij niet: ‘maar nu weer even praktisch… Het staat nu eenmaal in mijn boek dat je deze maand zult sterven – niets aan te doen.’ Nee: God komt op zijn eigen besluit terug – want hij neemt je tranen serieus. Hizkia krijgt er 15 jaar bij, en om dat te onderstrepen trekt de schaduw, symbool voor de dood, zich terug.
Dat is mooi – voor Hizkia. Al heeft het ook voor hem iets betrekkelijks: die 15 jaren zijn voorbij voor Hizkia er erg in heeft, en dan sterft hij alsnog. Maar goed – hij krijgt die 15 jaren er toch maar mooi bij. Maar in de spreekkamer van onze arts zullen heel wat tranen zijn gelaten die God echt wel heeft gezien, maar waar hij toch niet 15 jaar extra gaf – of een jaar, of een maand, of zelfs maar een dag. Wat moet je dan met dit verhaal?
Misschien helpt het om een beetje uit te zoomen – naar het grotere plaatje. Dat doet God zelf ook al: Hizkia komt niet verder dan een hartenkreet, maar God begint over David, over Jeruzalem en over zijn naam. De genezing van Hizkia is onderdeel van het grotere plaatje, van de bevrijding van Jeruzalem van de Assyriërs, van Gods belofte aan David, van Gods reddingsplan voor de hele wereld.
Je mag de genezing van Hizkia zien als een voorproefje. Hizkia lijkt op Jezus: net als Jezus krijgt Hizkia zijn leven van de dood terug. Op de derde dag zal Hizkia weer naar de tempel gaan. En op de derde dag staat Jezus op uit zijn graf. Maar Jezus krijgt het leven niet voor 15 jaar terug, maar voor altijd. En díe Jezus zegt, in Johannes 11: ‘ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft.’ Die genezing van Hizkia, elke keer dat God in dit leven geneest, is nog maar een voorproefje van het echte werk! Dát is het grotere plaatje: God neemt jouw tranen om het leven zó serieus, dat hij het niet bij tijdelijke lapmiddeltjes wil laten – een maand erbij, of een jaar. In plaats daarvan gééft Jezus zijn leven, om voorgoed met de dood af te rekenen – en jou zo eeuwig leven te geven.
3. Huil maar!
Ik ben niet zo’n goede huiler. Maar ik zie dit verhaal als een aanmoediging mijn tranen toe te laten. Huil maar – dat is helemaal niet erg! Huil maar – om je levenseinde dat eraan komt. Huil maar – om mensen die je mist. Huil maar – om mislukte liefdes. Huil maar – om verloren werk. Huil maar – om verloren dromen. Huil maar – om het leven dat je mist.
Misschien ben je net als ik, en gaat dat niet vanzelf. Dan zou ik zeggen: probeer het in ieder geval niet te ontlopen. En wat je praktisch zou kunnen doen, is foto’s kijken: foto’s van de mensen die je mist, foto’s van je kinderjaren en je dromen, foto’s van al die dingen die voorbij zijn gegaan. Pak je fotoalbum er maar bij, en laat je raken door alles wat je hebt verloren.
Want je tranen zijn niets om je voor te schamen – ze vertellen je dat je van het leven houdt! En dat vertellen ze ook aan God, die je tranen ziet, die jouw verlangen naar het leven ziet. En God zal geen van die tranen verloren laten gaan. Amen.
