2 Koningen 20b | Genade voor patsers

Inleiding

Nog één keer wil ik het met jullie hebben over koning Hizkia. Vandaag krijgt Hizkia gasten over de vloer, gasten uit een ver land. En ik ben eigenlijk wel benieuwd: stel, jij hebt gasten over de vloer, gasten uit een ver land, en jij hebt een dag vrij genomen om hen iets van de omgeving te laten zien – wat laat je ze dan zien? Zeg het maar! (interactie)

Leuk, om zo elkaars toeristische tips te horen! Toen wij nog in Franeker woonden,  hadden we eens Amerikaanse studenten van een college choir over de vloer. Ze waren op tournee door Nederland, op de zondag hebben ze bij ons in de kerkdienst gezongen, en ze logeerden een weekend bij gastadressen uit de gemeente. Gek genoeg had niet de mooie Franeker binnenstad, de oude stadsburchten of het planetarium de meeste indruk op hen gemaakt, maar een plaatsnaambordje van een klein en onbekend dorpje  een paar kilometer boven Franeker: Sexbierum. Dáár wilden ze allemaal mee op de foto… Seks én bier én rum, en dat allemaal op één bord: ze vonden het fantastisch.

Maar verder geldt natuurlijk: je laat het beste zien wat de omgeving te bieden heeft. Dus je neemt je gasten mee naar de Zaanse Schans en Haaldersbroek, naar het Hembrugterrein en de pakhuizen aan de Zaan, naar het gestapelde-huisjes-hotel, naar Westzaan, of Jisp, of desnoods naar Amsterdam – maar niet naar Molletjesveer, want je laat ze het beste zien.

Nou, dat doet Hizkia dus ook. Hij loopt te pronken met alles wat Jeruzalem te bieden heeft. Het is een heel andere Hizkia  dan de Hizkia die we afgelopen weken leerden kennen. Hij is een beetje een patser geworden: ‘kijk mij nou!’ Maar God kijkt ook – en Hizkia’s nieuwe houding bevalt hem niet. We gaan het lezen: 2 Koningen 20:12-21. Thema vandaag is: genade voor patsers.

1.   Alles is genade

Dit is Hizkia zoals we hem nog niet kenden. Ik probeer hem te begrijpen, maar het lukt me gewoon niet. Hizkia loopt hier te pronken, trekt alles uit de kast om indruk te maken op de Babyloniërs – maar waarom? Ik bedoel, ik snap wel dat mensen pronken, in mij zit ook een patsertje  die graag van anderen hoort wat een prachtig huis ik heb.  Maar Hizkia ook al?!

Als er iemand is die weet dat alles genade is, ja, dan is het Hizkia wel. Hizkia is het wandelend bewijs van Gods genade. Zonder genade was Hizkia al 2 keer dood geweest… Eerst zou hij door de Assyriërs op wrede wijze om het leven gebracht zijn, en daarna zou hij aan een ernstige ziekte zijn overleden. Toch is Hizkia springlevend – door Gods genade. Toen niemand, Hizkia inbegrepen, nog kon geloven dat Jeruzalem uit handen van de Assyriërs zou blijven, greep God in en Jeruzalem werd weer vrij. Toen Jesaja Hizkia moest vertellen  dat hij de notaris bij zich moest laten roepen om zijn testament op te stellen, omdat Hizkia zou sterven, greep God in, en Hizkia kreeg er 15 jaar bij. Hizkia is het wandelend bewijs van Gods genade. Maar de Babyloniërs, die nota bene komen omdat ze hebben gehoord over de wonderlijke dingen die in Jeruzalem hebben plaatsgevonden, de Babyloniërs krijgen alleen maar te zien wat een indrukwekkende koning Hizkia toch is. Hizkia vergeet voor het gemak maar even dat alles genade is.

Alles is genade – daar is niets aan veranderd. Paulus zegt in 1 Korintiërs 4: ‘Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom schept u dan op alsof u het zelf verworven hebt?’ En zo is het maar net: niet alleen Hizkia is het wandelend bewijs van Gods genade – ik ben dat net zo goed, en jij ook. Geen enkele reden dus om een beetje te lopen opscheppen.

Ja, maar… Ik heb er zelf toch hard voor gewerkt? Dat zal vast zo zijn. En tóch is alles genade! Want hoe kom je aan jouw 2 rechterhanden? Waar komt jouw goed stel hersens vandaan? Wie gaf jou je doorzettingsvermogen? Het is je gegeven! Alleen al het feit dat je in Nederland woont, geeft je zo’n enorme voorsprong op een groot deel van de wereldbevolking. Alles is genade!

2.   Genade voor patsers

Maar ja, als de gelegenheid zich voordoet, wil je toch wel graag meer laten zien dan dat je een stumper bent die van genade leeft. En voor Hizkia doet die gelegenheid zich voor als hij gasten over de vloer krijgt. Het zijn gezanten van koning Berodach-Baladan uit Babylonië. Even eerlijk: wie had voor vandaag al wel eens van deze koning gehoord? (…) Tja, het is geen schande als je hem nog niet kende. In zijn eigen tijd was hij ook niet zo heel bekend. In het vervolg van de bijbel blijkt Babylonië een land om in de gaten te houden, maar hier is het nog een vrij onbeduidend landje, met een relatief onbekende koning. Wat deze Berodach-Baladan (wat allitereert dat toch lekker!)  met Hizkia gemeen heeft, is dat hij ook probeert uit handen van Assyrië te blijven.

Zo’n gezamenlijke vijand verbindt. Dus als Hizkia van de paleiswacht hoort  dat deze vreemdelingen in de stad gesignaleerd zijn, ruikt hij zijn kans:  een bondgenoot tegen Assyrië is altijd welkom. Maar dan zal hij wel moeten laten zien dat hij, Hizkia, iemand is met wie ze graag een bondje zullen willen sluiten. Voor een eerste indruk krijg je maar een kans, dus Hizkia trekt alles uit de kast. Hij gaat snel naar de paleiskapper, zodat zelfs de puntjes van zijn snor en weer piekfijn uitzien. Met een extra klodder gel in zijn haar trekt hij zijn duurste pak aan – als een ware patser. In de ontvangstzaal worden de schilderijen snel afgestoft en in de keuken wordt het tafelzilver extra gepoetst. Als alles om door een ringetje te halen is, worden de gezanten ontboden. Hizkia zal eens even laten zien dat hij heus wel de moeite waard is. Zijn gasten vergapen zich aan deze rijkdom, en dan gaat Hizkia helemaal los: hij neemt ze mee naar zijn schatkamers. Hij laat het allerbeste zien wat hij te bieden heeft.

Doen we dat niet allemaal? Laat ik voor mezelf spreken: ik wel. Alles voor een goede indruk toch? Dus haal ik nog snel even een stofzuiger door het huis als mijn ouders op bezoek komen. Als ik een nieuwe auto heb, pronk ik er graag mee. En ik vind het leuk als mensen onze zonnepanelen opmerken: wat ben ik toch goed bezig. Nou ja, misschien ben ik wel de enige die dat heeft…

Vorige week had ik met het team van Bloei in Kogerveld een gesprekje met de wijkwethouder. We willen graag als christenen verschil maken in de wijk, en de wethouder is dan een handige sleutelfiguur om aan je kant te hebben. Wat is het dan verleidelijk om haar te imponeren: om, net als Hizkia, een extra klodder gel in mijn haar te doen, maar vooral om Bloei op te blazen tot een fantastisch succesverhaal.

En wat is daar eigenlijk  mis mee? Zo werkt het toch in deze wereld? Als je iets wilt bereiken, dan moet je toch ook een beetje opscheppen? Het is toch gewoon het bestaansrecht van social media? LinkedIn en Instagram worden een doodse boel als niemand meer opschept. Toch is er van alles mis met dat patser-gedrag van Hizkia.

Allereerst is het zo leeg. Wat voor leven heb je, als je altijd weer indruk moet maken? De ellende is dat de lat steeds hoger komt te liggen. Nu zijn mijn ouders nog onder de indruk  als ik een stofzuiger door het huis heb gehaald, maar de volgende keer valt het al niet meer op. Dan moet de wc ook schoongemaakt. En het gras gemaaid. En een stofdoek over de piano. Om indruk te blijven maken, moet er steeds een schepje bovenop. Wat kan Hizkia de volgende keer nog laten zien?

Twee is dat het eenzaam is. Je bent jezelf aan het verkopen met de buitenkant – alsof je interessant bent om hoe je eruit ziet, of om wat je hebt. En het gekke is: je probeert aandacht te krijgen, maar het staat écht contact in de weg. Wie je bént wordt door die indrukwekkende buitenkant aan het zicht onttrokken.

Nog belangrijker, dat is drie, is dat die opschepperij niet eerlijk is. Alles is genade! Die Babyloniërs, die zijn er omdat ze iets over die genade hebben opgevangen. Wat een kans voor Hizkia  om te vertellen dat het voor hem over en uit was, twee keer zelfs, maar dat God hem had gered! Hizkia weet als geen ander dat hij hier zonder God niet zou zitten, maar geeft zichzelf alle eer door met zijn rijkdom te koop te lopen.

En nummer vier: opscheppen is niet nodig. Waarom denkt Hizkia dat hij alles uit de kast moet trekken voor een bondje met de Babyloniërs?! Uit eigen ervaring weet hij dat hij niemand anders dan God nodig heeft. Waarom zou ik lopen opscheppen bij de wethouder? Bloei in Kogerveld is niet van haar afhankelijk, maar van God! God zal, linksom of rechtsom, wel geven wat we nodig hebben. Die gedachte gaf mij echt ontspanning in dat gesprek.

Toch doen we het zo vaak: imponeren. Hoe kunnen wij, opscheppers die we zijn, kleine Hizkiaatjes, veranderen? Eigenlijk heb ik het al verklapt: door genade. Genade is de weg uit ons pronkgedrag.

Ok, ik geef toe, tegenover Hizkia komt God best hard over. Hizkia is de beste koning die Juda in tijden gehad heeft, en hij is écht toegewijd aan God en Gods zaak. Nu maakt hij één uitglijder, en krijgt direct te horen dat in de toekomst al zijn rijkdom naar Babylon wordt versleept, en dat zijn nageslacht in gevangenschap zal opgroeien. Toch is  het ook wel weer toepasselijk: God grijpt in door die rijkdom, waar Hizkia zo mee liep te pronken, af te pakken. Zodat er gewoon niets meer is om de patser mee uit te hangen. Maar voor God is dit maar een tijdelijke oplossing – dit maakt nog geen einde aan het probleem van mensen die zichzelf opblazen om gezien te worden.

Met Jezus pakt God dat probleem heel anders aan: niet door af te pakken, maar door te geven – zichzelf te geven! En Jezus valt niet op door uiterlijk vertoon, maar door zijn eenvoud en zijn nederigheid. Jezus is een koning die geen cent te makken heeft en waar belangrijke mensen liever niet mee geassocieerd willen worden… Jezus was het liefst bij die mensen waar je geen indruk mee maakt. Want het ging Jezus er niet om indruk te maken – het ging hem niet om zichzelf, maar om jou! Deze radicale liefde brengt Jezus aan het kruis. En dat kruis zet mij op mijn plek. Dat ik leef is genade, wat ik heb is genade, dat ik geliefd ben is genade. Alles is genade – ik hoef niet meer te pronken!

3.   Genade benoemen

Toch doe ik dat nog wel – te vaak. We vergeten zo snel dat alles genade is, en voor je het weet, probeer je weer te bewijzen dat jij er heus wel toe doet. Uiteindelijk maakt het je leeg en eenzaam. Genade is een veel mooiere weg!

Daarom gaan we er maar gewoon even mee oefenen: met bedenken wat een genade er in je leven is. Het lijkt me mooi om elkaar daarmee te inspireren, elkaar te vertellen over genade in jouw leven. Wat ervaar jij in jouw leven als echte genade? (interactie, evt eigen inbreng: ons huis)

Wat een genade! Ik kan daar maar één ding op zeggen: dank u wel Heer! Amen.  


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: