Kun je nog op God vertrouwen als dat vertrouwen onder druk komt te staan?
Inleiding
Vandaag gaat het, net als vorige week, over vertrouwen. Wie vertrouwen we eigenlijk? Ik dacht: dat zoeken we op! Zo vond ik een lijstje met meest en minst vertrouwde beroepen. (https://www.consultancy.nl/nieuws/12880/politici-en-financieel-adviseurs-minst-vertrouwde-professionals) Het lijstje komt uit 2016, ik kon geen recenter exemplaar vinden, maar dat mag de pret niet drukken.
Ik ben eigenlijk wel benieuwd of jullie een beetje feeling met de samenleving hebben. Laten we positief beginnen: welke beroepen, denken jullie, worden door de meeste mensen vertrouwd? Roept u maar! En dan naar de andere kant van de lijst: welke beroepsgroepen vertrouwen Nederlanders het minst?
Het is niet echt een verrassing: politici worden het minst vertrouwd. Ergens snap ik dat best: na de toeslagenaffaire vind ik het ook moeilijk te verteren dat Mark Rutte wéér premier wordt. Aan de andere kant: politici kunnen nog zoveel goed doen, maar als ze je één keer hebben laten zitten, zijn ze direct je vertrouwen kwijt. Dat is óók niet helemaal eerlijk!
Hoe dan ook: negatieve ervaringen maken vertrouwen moeilijk. Dat geldt voor politici, dat geldt voor financieel adviseurs, dat geldt voor dominees, en het geldt ook voor God. Kun je God nog vertrouwen als je vindt dat hij je in de steek laat? Kun je God nog vertrouwen als dat vertrouwen beproefd wordt? Vandaag gaan we verder met het verhaal van koning Hizkia. Vorige week zijn we met zijn verhaal begonnen, en werden we geïnspireerd door zijn vertrouwen op God. Maar in het verhaal van vandaag komt dat vertrouwen onder druk te staan. Hoe kun je dan nog vertrouwen? Met Hizkia gaan we op zoek naar een antwoord!
1. Onder druk
Het verhaal waar het vanmorgen om gaat, is nogal lang: 2 Koningen 18b én 19. Het is een beetje te veel om nu helemaal te lezen, dus ik zal jullie alvast door het eerste deel heen praten, en daarna lezen we de 2e helft van hoofdstuk 19. En natuurlijk kun je de rest thuis nog eens rustig nalezen – graag zelfs!
Vorige week maakten we kennis met koning Hizkia uit Juda. Zijn vader, Achaz, had er een potje van gemaakt. Achaz knielde voor de ene na de andere afgod, en had zich overgeleverd aan de Assyriërs – het machtigste volk van die tijd. Hizkia had radicaal gebroken met dat beleid: hij werkte de afgoden het land uit, herstelde Gods tempel in ere en zegde het verdrag met de Assyriërs op. Hizkia krijgt daarvoor een uitstekende beoordeling: volgens de schrijver is er voor noch na Hizkia een koning geweest die zó zijn vertrouwen op God stelde. Die kan Hizkia mooi in zijn zak steken!
Maar nu doemen er donkere wolken op boven Juda. Hizkia is inmiddels 14 jaar koning en in Assyrië is een zekere Sanherib aan de macht. Het zint Sanherib niets dat Hizkia weerstand tegen hem blijft bieden, dus Sanherib trekt op oorlogspad. Je zou dan denken: ‘ja, maar Hizkia vertrouwt op God, dus God zal wel tussenbeide komen, zodat Hizkia een onwaarschijnlijke overwinning op Sanherib behaalt.’ Maar zo gaat het niet…
Van God merkt Hizkia helemaal niets. Van Sanherib des te meer. Sanherib rukt op en verovert de ene na de andere stad op Hizkia. Bij elke bode die het koninklijk paleis buiten adem binnenrent, krijgt Hizkia weer een hartverzakking: welke stad zal nu weer gevallen zijn? Sanherib komt steeds dichter bij Jeruzalem, en het kan zo niet langer. Met pijn in zijn hart geeft Hizkia op: ‘oké, oké, jullie hebben gewonnen – vertel me wat jullie van me willen, ik zal het geven.’ Het koninklijk paleis en de tempel van God worden gestript van al het zilver en goud, en Sanherib strijkt de buit op. God lijkt inmiddels héél ver weg.
Maar als Hizkia dacht nu van Sanherib af te zijn, komt hij bedrogen uit. Sanherib blijkt niet te vertrouwen (omdat hij politicus is natuurlijk). Voor Sanherib smaakt deze overwinning naar meer, en hij rukt verder op, tot de poorten van Jeruzalem. De stad wordt belegerd. Er kan geen mens meer uit. Het is een beproefde tactiek: de mensen in de stad krijgen vanzelf honger, en dan geven ze zich wel over. Je hebt er alleen wat geduld voor nodig, en Sanherib heeft helemaal geen zin om te wachten. Daarom stuurt hij 3 van zijn vertegenwoordigers naar de stadsmuur, die daar een knap staaltje psychologische oorlogsvoering opvoeren.
Dat er in een oorlog onderhandeld wordt, dat is vrij gebruikelijk. Maar deze vertegenwoordigers pakken er een megafoon bij en zenden non-stop hun propaganda over Jeruzalem uit. Al snel komen de mensen van Hizkia eropaf: ‘kan dat niet wat zachter?! Jullie kunnen met ons onderhandelen, niet iedereen hoeft het te horen!’ Maar de Assyriërs zetten hun megafoon gewoon een standje harder, en blijven hun boodschap over de Jeruzalemmers uitstorten: ‘Hizkia’ (ze weigeren consequent hem koning te noemen), ‘Hizkia had het fout met al zijn hervormingen. Denken jullie nou echt dat jullie aan dit leger kunnen ontkomen? Mooi hoor, dat jullie op God vertrouwen, echt vertederend, maar die God gaat jullie dus mooi niet helpen! Hij is vast boos, omdat Hizkia alle altaren heeft gesloopt. Kies liever eieren voor je geld: je kunt je overgeven, dan krijg je een mooi leven in Assyrië. Of je blijft koppig hier – dan ben je eigenlijk al dood.’ Deze Assyriërs raken een gevoelige snaar: deze twijfel knaagt al langer aan de mensen in Jeruzalem, zelfs aan Hizkia. Nu het zo open gezegd wordt, wordt de twijfel alleen maar groter. Ís God eigenlijk wel te vertrouwen? Wat heb je eraan als de Assyriërs je onder de voet gaan lopen?
Vorige week stelde ik de vraag: wie zijn eigenlijk onze Assyriërs? Welke machten proberen ons in hun greep te houden? Ik denk dan vooral aan de macht van geld en ‘altijd meer’. Want wat zijn we bang om tekort te komen!
Laten we maar even op dat spoor verder gaan: je kunt net als Hizkia je vertrouwen op God stellen, maar daarmee ben je nog niet van de macht van ‘altijd meer’ verlost. Overal probeert deze macht het toch weer, probeert het binnen te komen, probeert het je op te eisen van God. Het komt letterlijk via de brievenbus binnen, als je er geen sticker op hebt tenminste, waar bedrijven je in folders proberen te verleiden tot ontevredenheid. En komt het niet via je brievenbus, dan wel via je telefoon, met advertenties op maat voor jou. Er is niets mis met een beetje reclame maken voor je producten, maar de boodschap van al reclames samen is uiteindelijk dat je jezelf tekort doet als je niet mee gaat met ‘altijd meer’. Sober leven is voor sukkels…
Trouwens, wat levert vertrouwen op God je nu op? Heb je al eens een nieuwe auto van God gekregen? Nou dan! Vertrouwen op God is mooi, vertederend, maar in de echte wereld draait het gewoon om geld. En zo is die macht van altijd meer net zo agressief als de Assyriërs.
2. Hoe blijven vertrouwen?
Hoe reageer je op zo’n grote druk om niet langer je vertrouwen op God te stellen? Laten we nu lezen hoe Hizkia reageerde: 2 Koningen 19:14-37.
Tegen zo’n overmacht aan Assyriërs zou je misschien denken dat Hizkia de witte vlag hijst. Maar Hizkia moet niets van opgeven weten: ondanks dat God ver weg lijkt, gaat Hizkia naar God. Naast de propaganda die continu over de stad wordt uitgestort, heeft Hizkia ook een brief namens Sanherib gekregen, en die brief neemt Hizkia nu mee naar de tempel. ‘Kijk dan God, wat die ellendeling allemaal uitkraamt! U hebt u nu wel lang genoeg afzijdig gehouden. Hier – lees het dan zelf, God!’ Mooi: Hizkia sleept God er als het ware bij.
Dat is al een belangrijke les van Hizkia: als je allerlei machten aan je voelt trekken, als je vertrouwen op God onder druk komt te staan, als je twijfel en verwarring voelt – trek God er dan bij! Juist dát is vertrouwen: niet opgeven als het moeilijk wordt, maar alles wat moeilijk is bij God neerleggen.
Hizkia gaat bidden, en wat een mooi gebed is het! Het mooiste van dit gebed is dat dit gebed niet om de problemen van Hizkia en zijn land draait, maar om God zelf. Dat is waar Hizkia mee begint: ‘Heer, u bent koning, u alleen, van alle koninkrijken op heel de aarde.’ Hizkia eindigt er ook mee: ‘laat alle landen op de aarde beseffen dat u de enige God bent.’ De rest van wat Hizkia bidt, de concrete problemen die Hizkia heeft, worden bepaald door dit begin en dit slot.
Het gaat om Gods eer – en dáárom moet God wat doen. Niet omdat deze situatie niet leuk is voor Hizkia, niet omdat de inwoners van Jeruzalem doodsbang zijn, maar omdat het een kwestie van Gods eer is. Want de Assyriërs hebben Gód vernedert, door te zeggen dat God heus niet sterker is dan de goden van al die andere landen die ze al onder de voet hebben gelopen. ‘Natuurlijk hebben ze die goden overwonnen,’ zegt Hizkia, ‘want die goden waren niets meer dan houten beeldjes. Maar als u nu niets doet, God, zal de hele wereld denken dat ook u niets meer bent dan zo’n dom beeldje. Dat laat u toch niet gebeuren?
En daarom: red ons!’
Het gaat Hizkia niet om zijn eigen wensen – hoe terecht die ook zijn. Het gaat Hizkia om God: om zijn naam, zijn eer, zijn missie. Daar gaat vertróuwen voor Hizkia ook over: het is niet een soort trucje zodat God doet wat jij wilt. Voor Hizkia is vertrouwen een beslissing om God op de eerste plek te zetten omdat dat de plek is die God verdient, en om God daarom ook in alles te betrekken.
Zet niet jouw wensen maar God centraal – dat is vertrouwen. God hoeft niet te bewijzen dat vertrouwen op hem ‘werkt’. Focus liever op God – op zijn eer, zijn missie. Vraag God niet of hij je wil zegenen met meer voorspoed, maar of God wil opkomen voor zijn naam in deze wereld, een wereld die verblind is door de macht van het geld. Vraag God dat hij de leugen dat geld gelukkig maakt doorprikt, en laat zien dat alleen hij echt gelukkig maakt. Bid met Gods eer centraal – niet alleen als je in de problemen zit, maar altijd. We mogen, ik ook, nog veel meer bidden om Gods koninkrijk!
God zal ernaar luisteren. In het geval van Hizkia komt God heel praktisch te hulp. God belooft dat hij met de Assyriërs zal afrekenen – en zo gebeurt het. Een engel zaait dood en verderf in het legerkamp van de Assyriërs, en het restant druipt af naar Ninevé. Sanherib heeft zijn hand overspeeld, door het niet alleen tegen Hizkia, maar ook tegen God te willen opnemen.
Soms luistert God op net zo’n manier naar jouw gebeden: misschien heb je wel eens maakgemaakt dat je in een ingewikkelde situatie zat en toen hebt ervaren dat God een bijzondere uitweg gaf. Houd zulke ervaringen vooral vast! Maar ook als je niet zulke ervaringen hebt: God redt – altijd. Wat er ook gebeurt – uiteindelijk komt het goed. Dat is waar het hele christelijke geloof om gaat: het komt goed! Jezus leeft, en hij komt terug om recht te doen, om jou te redden.
Andere goden beloven misschien gouden bergen op de korte termijn. Maar Jezus is de enige die je een eeuwige toekomst van hoop geeft. Ironisch genoeg wordt Sanherib vermoord in de tempel van zijn eigen god. Deze god kon hem niet redden. De God van Hizkia, de God van Jezus, doet dat wel!
3. God voorop
Hoe kun je God vertrouwen onder druk? – dat was de vraag. Voor mij is die houding van Hizkia, van niet je eigen wensen maar God voorop zetten, het antwoord op die vraag. En ik wil je vragen: oefen daarmee!
Ik weet niet of jij regelmatig bidt – misschien vind je dat heel moeilijk. Ik vind bidden ook nog steeds moeilijk… Maar probeer het toch eens. En dan net zoals Hizkia: niet vanuit jouw wensen, maar vanuit Gods eer. Dus als het bijvoorbeeld om corona gaat, dat je dan niet bidt ‘laat het alstublieft ophouden want ik ben er wel klaar mee’, maar: ‘laat iedereen weten wie u bent – en als we daar nog wat langer voor in deze penarie moeten zitten, laat dat dan gebeuren, maar als deze pandemie het werk in uw koninkrijk in de weg staat, laat het dan snel stoppen!’ Ik merk zelf dat als ik op die manier bid, bidden veel leuker wordt en mijn vertrouwen groeit, omdat ik dan niet mijn wensenlijstje bij God over de schutting gooi, maar veel meer met God in gesprek ben – om wie hij is.
Laten we bidden: Onze Vader in de hemel, laat iedereen u eren. Laat uw nieuwe wereld komen. Laat op aarde uw wil gedaan worden, net zoals dat in de hemel gebeurt. Geef ons vandaag het eten dat we nodig hebben. En vergeef ons wat we fout gedaan hebben, want wij hebben ook andere mensen hun fouten vergeven. Help ons om nooit tegen u te kiezen. En bescherm ons tegen de macht van het kwaad. Want u bent koning, u regeert met grote macht, voor altijd. Amen.
