De wereld is niet altijd een mooie plek. Zit jij klem in dat systeem? Of blijf tegen de stroom in hopen?
Inleiding
Misschien is het omdat ik zo langzamerhand een heel klein beetje ouder wordt, maar het valt me de laatste tijd op dat deze wereld eigenlijk helemaal niet zo’n leuke plek is. De sfeer is vaak zo grimmig. Bijvoorbeeld als het gaat om het opvangen van asielzoekers: dat mag vooral niet in Nederland gebeuren. Dus bergen we vluchtelingen op in een voormalig Grieks vakantieparadijs en ontnemen hen elke vorm van hoop. Als ze nog geen trauma hadden, krijgen ze er daar wel één. En die enkele Afghaan die jarenlang aan de Nederlandse kant streed voor een vrij Afghanistan, en die het geluk heeft gehad te ontkomen aan de Taliban, die wordt in Nederland verwelkomd met vuurwerkbommen. Ik kan daar zó niet bij.
Of iets anders, waar ik ook niet bij kan: alsof corona al niet erg genoeg is, voeren we in ons land nu ook nog hele oorlogen over het wel of niet nemen van het coronavaccin. Ik las over een universitair docent die niet fysiek les wil geven aan ongevaccineerde studenten, en daarom ontslag heeft genomen. Andersom lees ik over gevaccineerden die voor hun familie geheim houden dat ze geprikt zijn, omdat ze anders niet meer welkom zijn. En ik snap dat wel of niet vaccineren best een belangrijke keuze is, maar ik kan er echt niet bij dat je niet wilt omgaan met wie er anders over denkt.
Dan denk ik: ‘ik gun de wereld zo graag wat meer kerk’. Want in de kerk wordt je mild. Maar dan kijk ik naar die kerk. Lijkt het in die kerk niet verdacht veel op die grimmige wereld? Zijn christenen wel zo anders? En dan gun ik de kerk, en mijzelf dus ook, een sterker geloof – een opwekking. Want het lijkt wel alsof we net als de wereld vast zitten.
Vanaf vandaag wil ik jullie meenemen in het verhaal van een koning die in zo’n wereld aan de macht komt. Maar hij legt zich er niet bij neer dat de dingen gaan zoals ze gaan. Deze koning gaat een compleet nieuwe koers, en zo komt het tot een heuse opwekking. Mag ik jullie voorstellen: koning Hizkia – we lezen het begin van zijn verhaal: 2 Koningen 18:1-12.
1. Klem
Als Hizkia koning wordt, wordt hij opgezadeld met de erfenis van zijn vader Achaz. Misschien zaten er best mooie dingen in die erfenis, een chique buitenhuis, een dikke dienstauto, dat soort dingen, maar Hizkia erft ook het beleid van zijn vader. Vader Achaz heeft zich overgeleverd aan koning Tiglatpileser van Assyrië. Dus als je nog eens een mooie bijbelse naam zoekt…
Het ging zo: het boterde voor geen meter tussen koning Achaz van Juda en koning Pekach van Israël. Dat is al pijnlijk genoeg –Juda en Israël zijn broedervolken. Hoe dan ook: Pekach vroeg koning Resin van Aram te hulp, en samen trokken ze op naar Jeruzalem, de stad van Achaz. Achaz beseft dat hij in zijn eentje geen schijn van kans maakt en roept koning Tiglatpileser van Assyrië te hulp. Het lijkt een gouden zet: Tiglatpileser is veruit de machtigste koning. En Achaz’ plan werkt: hier kunnen Pekach en Resin niet tegenop.
Maar Achaz betaalt hiervoor een hoge prijs. Voortaan danst Achaz naar Tiglatpilesers pijpen. Tiglatpileser helpt Achaz heus niet omdat Achaz zo’n hoge aaibaarheidsfactor heeft… Voortaan gaat het in Juda zoals de Assyriërs het willen. Over Achaz valt nog veel meer te vertellen, bijvoorbeeld dat hij één van Hizkia’s broertjes als offer heeft verbrand, maar voor nu is het belangrijkste dat Hizkia klem zit door de internationale politiek van zijn vader: hij kan eigenlijk niet anders dan de Assyriërs te vriend houden. Doe je dat niet, dan kun je het wel schudden. Kijk maar naar het Israël van Pekach en zijn opvolger Hosea: zij verzetten zich tegen Assyrië, en worden als ballingen afgevoerd. Hizkia kan geen kant op – behalve de kant van de Assyriërs.
De Assyriërs zijn geschiedenis – al lang. Maar dat hele idee dat je in de greep van een of andere macht zit, er misschien wel vanaf wilt, maar klem zit – dat is géén geschiedenis. Wat zijn onze Assyriërs? Aan welke macht hebben wij ons overgeleverd zonder nog terug te kunnen?
Ik denk dan aan de macht van geld. Wij zijn in de greep van dat het nooit genoeg is, dat we altijd meer willen. Wat zijn we bang dat we tekort komen. Je kent altijd wel mensen die meer hebben dan jij, en waarom zou jíj daar géén recht op hebben? Als je buren een tv van 55 inch hebben, waarom zou jij je dan moeten behelpen met 32 inch? We zijn bang tekort te komen – volgens mij zit dat zowel achter ons wrede asielbeleid als achter de vaccinatieoorlogen die we voeren. Want meer asielzoekers betekent meer delen, antivaxers vinden dat de regering geld over de balk smijt en vaxers geven antivaxers er de schuld van dat al die kostbare maatregelen nog steeds nodig zijn. Uiteindelijk draait het allemaal om geld.
De prijs van onze zucht naar meer is hoog: we melken de aarde tot de laatste druppel uit, en zadelen de armen en ons eigen nageslacht met de gevolgen op. We buiten onze medemens uit, want we willen geen cent teveel betalen voor onze verslaving aan spullen. En het ergste: we zitten klem in het systeem – we willen misschien wel anders, maar het lukt niet.
2. Een nieuwe koers
Het lijkt alsof er geen weg terug is. Geen weg terug uit de greep van altijd meer. Geen weg terug uit de greep van de Assyriërs. Maar Hizkia laat zien dat er altijd een weg is! Hij legt zich niet bij de situatie neer, maar kiest voor een nieuwe koers.
Dat is even schrikken voor zijn hofhouding! Die zal hij ook als erfenis van zijn vader hebben gekregen, en de hofhouding weet natuurlijk precies hoe het moet. Op Hizkia’s eerste werkdag vallen ze maar met de deur in huis: ‘koning, u zult begrijpen dat onze relatie met de Assyriërs van levensbelang is. Daarom stellen wij voor dat u zo snel mogelijk afreist om Assyrië met een staatsbezoek te vereren. Dit is hét moment om onze historische banden aan te halen en bekrachtigen.’ Maar Hizkia wil er niets van weten: ‘Dit land staat vol afgoden, de tempel is een puinhoop – dát heeft nu topprioriteit. Laat die Assyriërs maar zitten – we moeten terug naar God.’ ‘Maar koning…’ protesteren ze. ‘Geen gemaar,’ valt Hizkia in, ‘ik stel mijn vertrouwen niet op de Assyriërs, maar op God.’ Hizkia’s eerste daad als koning, je leest het in 2 Kronieken 29-31, is het herstel van de tempel en van de dienst aan God. Onder Hizkia wordt eindelijk het Pesachfeest weer gevierd. Het is overduidelijk waar Hizkia’s prioriteiten liggen.
In het bijbelboek Koningen wordt over elke koning een oordeel gegeven. Het oordeel over Hizkia valt zeer positief uit: ‘hij stelde zijn vertrouwen in de Heer, de God van Israël. Nooit, noch voor noch na zijn tijd, is hij geëvenaard.’ In heel het Oude Testament is Hizkia de enige van wie dit zo gezegd wordt. Wat een enorm compliment! Als ik lees in Koningen, dan vind ik de hoofdstukken over Hizkia een verademing. Hizkia inspireerde zijn onderdanen om op God te vertrouwen, en inspireert ons daar nog altijd toe. Wat een zegen is een leider als Hizkia!
Dat vertrouwen van Hizkia is een gedurfde stap. Want op God vertrouwen is een keuze met praktische consequenties. Je kunt niet op zondag vol overgave God aanbidden, om op maandag te doen alsof God er niet is. Hizkia’s keuze om op God te vertrouwen is geen vrijblijvende keuze. Direct na het zinnetje over Hizkia’s vertrouwen, staat dat Hizkia zich aan alle geboden van God hield. Als je op God vertrouwt, dan doe je ook wat hij zegt! Vertrouwen is gehoorzamen.
Voor Hizkia betekent dat allereerst dat de afgoden het land uit moeten. Als je rond zou reizen door Juda, kun je ze niet over het hoofd zien: op elk heuveltje, hoe klein ook, staat wel een altaar, een beeld van een of andere god, of een gewijde paal. Maar vertrouwen op God is niet te combineren met andere goden, dus kondigt Hizkia af dat deze bouwsels verwijderd dienen te worden. Al snel staat iedereen met grote hamers op die bouwwerken in te beuken.
Maar dit is nog niet genoeg. Niet alleen de klassieke afgoden moeten eraan geloven: ook goede dingen kunnen goden worden, die het vertrouwen op God in de weg staan. Dat is het geval met de koperen slang van Mozes. Die slang was een prachtig symbool, een herinnering aan dat je alleen op God moet vertrouwen. Maar in Hizkia’s tijd wordt die slang als een god vereerd. Dus gaat deze slang in stukken naar het oud ijzer, eh… koper. Goede dingen kunnen een eigen leven gaan leiden, en zo afgoderij worden.
Minstens zo dapper van Hizkia is dat hij het verdrag met Assyrië opzegt. Dat is politieke zelfmoord: met de Assyriërs valt niet te spotten! Er is geen enkele garantie op een goede afloop. De Assyriërs houden niet van opstandige koningen. Maar Hizkia weet: het is óf God óf de Assyriërs, ik kan niet op beiden tegelijk vertrouwen.
Voor onze Assyriërs, het ‘altijd meer’, geldt hetzelfde. Vertrouwen op God betekent dat je je vertrouwen in geld opzegt. Vertrouwen op God betekent dat je je niet laat leiden door je angst tekort te komen, omdat je gelooft dat God voor je zorgt, je geeft wat je nodig hebt, en je dan nooit tekort komt – wat dus niet betekent dat God je die grotere tv dan je buren geeft.
Dat vertrouwen van Hizkia is niet misplaatst. ‘De Heer stond hem bij, zodat Hizkia alles wat hij ondernam tot een goed einde bracht.’ De Heer stond hem bij – God was mét Hizkia. Misschien ken je de profetie van Jesaja, die zegt dat de jonge vrouw een zoon zal baren en dat de naam van die zoon Immanuël zal zijn – God met ons. Die profetie was gericht aan, jawel, koning Achaz. Het zou dus zomaar kunnen dat Hizkia de eerste Immanuël is. Dat is in ieder geval een klassieke Joodse uitleg. Hoe dan ook rust zegen op het vertrouwen van Hizkia. In tegenstelling tot broedervolk Israël wordt het Juda van Hizkia niet in ballingschap afgevoerd. Bovendien straalt Hizkia rust uit, en vertrouwen, in tegenstelling tot zijn vader, die altijd maar aan het slijmen was bij de Assyriërs. Voor het volk van Juda een verademing! Hizkia ervoer vrijheid – ook dat is zegen.
Als je God vertrouwt mag je zegen verwachten. Je gaat ontdekken dat je niet op grotere voet dan je buren hoeft te leven om toch niets tekort te komen. Jezus, die andere Immanuël, is gekomen om je vrij te maken van zulke machten. Hij werd arm om ons echte rijkdom te geven. Hij gaat je, nog meer dan Hizkia, voor in een leven van vertrouwen.
3. Vertrouwen = doen
Vertrouwen is doen. Misschien begint het daar zelfs wel mee: niet wachten tot het goed voelt, maar gewoon doen wat Jezus zegt. Van Hizkia staat er dat hij zijn vertrouwen op God ‘stelde’ – dat is dus iets wat je dóet, en dan volgt het gevoel wel.
Daarom wil ik je uitdagen: zet deze week een stap in doen wat God zegt. Een stap uit de greep van altijd meer – een stap in vertrouwen dat God je geeft wat je nodig hebt. Een stap in matigheid of in vrijgevigheid, een stap in gastvrijheid, of in gerechtigheid. Het kan van alles zijn – maar oefen ermee. Bijvoorbeeld door deze week bij de boodschappen steeds voor de fairtrade– of bio-variant te gaan – ook al is dat duurder. Of door een gift over te maken naar een goed doel, een gift die je voelt, waardoor je misschien andere aankopen moet uitstellen. Of door een maand geen spullen te kopen. Ik ga je niet voorkauwen wat je moet doen, maar wil je vragen: welke stap kun jij zetten in vertrouwen?
En ik geloof dat als wij groeien in vertrouwen, dat daar dan ook geestelijke vernieuwing en opwekking op volgt. Vertrouw op God – hij is mét ons! Amen.
