God vertrouwt zijn schepping toe aan mensen. Hoe kun je daar goed mee omgaan? Het begint met verwondering!
Inleiding
Vandaag begin ik met een foto: dit is de eerste foto die gemaakt is door de James Webb-telescoop, deze week door niemand minder dan president Joe Biden onthuld. Dit is de scherpste foto die ooit van het heelal is gemaakt. Op de foto zijn duizenden sterrenstelsels te zien – dus geen sterren, maar sterrenstelsels, die vaak weer uit miljarden sterren bestaan. Tot ongeveer 100 jaar geleden werd gedacht dat er maar 1 sterrenstelsel was, de Melkweg, waar de zon en de aarde deel van uitmaken. Op deze foto zie je er al duizenden, en volgens berekeningen zijn het er minstens 2 biljoen – dat is een 2 met 12 nullen erachter. De afstanden zijn dan ook onvoorstelbaar groot. Die worden niet meer in kilometers uitgedrukt, maar in lichtjaren: het aantal jaar dat het licht erover doet van de ene naar de andere plek te komen. Vanaf de zon doet het licht er 8 minuten over om naar de aarde te komen. Op deze foto zijn sterrenstelsels te zien die miljarden lichtjaren van ons vandaan zijn. Daarom zien we op deze foto ook niet hoe de situatie nu is: we zien nu hoe het er een paar miljard jaar geleden uitzag. Kijk even – en laat het op je inwerken.
Ik las deze week een interview met de christelijke topwetenschapper Heino Falcke. Hij is sterrenkundige aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. In het interview zegt hij: ‘Dit is kunst, inderdaad. Ik voel ontzag als ik deze beelden zie. Je kijkt “dieper” het heelal in dan ooit tevoren. (…) Je ziet: het heelal wemelt van melkwegstelsels, elk met honderden miljarden sterren. En nu kijken we nog dieper en zien we nog meer. We kijken naar licht dat al miljarden jaren onderweg is. Dat is overweldigend. (…) Het laat zien hoe klein de mens is ten opzichte van de schepping. Dit beeld is voor mij een sacrale foto. (…) Wie niet gelooft, zal misschien ook ontzag voelen, maar bij mij komt dat ontzag voort uit het geloof. Het is bijzonder waar wij als kleine mensen toe in staat zijn, hoeveel ambacht en creativiteit er achter deze foto schuilgaat. Deze foto van een deel van de schepping laat zien dat God nog veel groter is dan alles wat wij in beeld kunnen brengen.’
Daarmee komen we bijna vanzelf in Psalm 8. De komende weken preken Marten Wybe en ik over de schepping. Vandaag wil ik jullie meenemen in verwondering: verwondering over de schepping, maar ook verwondering over de plek die God ons hierin geeft. Laten we de Psalm nu eerst lezen.
Gods werk: toevertrouwd aan mij?!
Psalm 8 is een Psalm van een wauw-ervaring. ‘Wauw, wat is de schepping overweldigend mooi!’ Die ervaring kun je hebben als je naar de sterren kijkt, en als je met een foto nog veel verder het heelal in kunt kijken, maar er zijn nog zoveel meer plekken waardoor je overweldigd kunt worden. Daarom mag je nu zelf even nadenken: welke wauw-ervaring van Gods schepping blijft jou bij? Wie wil daar wel iets van met ons delen?
Psalm 8 gaat over deze ervaringen. David wordt overweldigd door de schepping. In de tijd dat David ’s nachts als herder bij de schapen was waren er nog niet zoveel straatlantaarns als nu: het was er nog echt donker. Bij helder weer had David dus een fantastisch zicht op de sterren, en het duizelt hem: zo veel sterren, zo ver weg, en dat allemaal gemaakt door een God die dus nóg groter is! David noemt die sterrenhemel het werk van Gods vingers. Daar lees je zomaar overheen, je maakt er al snel van dat de sterrenhemel het werk van Gods handen is, maar er staat dus echt ‘vingers’. Met je vingers doe je het kleine priegelwerk – dat weet iedereen die een knutselhobby heeft. Met je vingers breng je de fijnste details aan. Voor God zijn die miljarden en miljarden sterren dus precisiewerk. Maar David verwondert zich niet alleen over de sterren. Het is ook veel dichterbij, op heel klein niveau: het geluid dat baby’s en kinderen maken. Als David dat hoort is hij net zo goed diep onder de indruk – van God.
In alles, van die sterrenstelsels, miljarden lichtjaren van ons verwijderd, tot de kleinste details die je alleen onder een microscoop kunt zien, van overweldigende natuurverschijnselen tot het wonder van het leven, in dat alles mag je de hand van God zien. En dan gaat het je duizelen: ‘Heer, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde.’
En dan voel je je klein. Heino Falcke zegt het, als hij naar die foto van het heelal kijkt: ‘Het laat zien hoe klein de mens is ten opzichte van de schepping.’ David zegt het: ‘wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet?’ Wat stellen wij nou helemaal voor te midden van dat enorme heelal? Zelfs met de sterkste microscoop zijn wij bijna niet te zien. Maar daar denkt God heel anders over: God ziet jou, God kent jou, God geeft jou zijn schepping in handen. Die prachtige wereld die hij heeft gemaakt, die wereld, waar het ons van gaat duizelen als we op ons laten inwerken hoe groot het is aan de ene kant, maar ook hoe fijn gedetailleerd aan de andere kant, die wereld heeft God toevertrouwd aan de mens. Dat is nog wel het meest verwonderlijke uit deze hele psalm: ‘is al dat prachtige werk van God toevertrouwd aan mij?!’
Toch is dat precies wat er aan de hand is. Wij mogen aan de slag met die wereld van God, wij mogen ons stempel er op drukken. Wij mogen voor Gods wereld zorgen, die wereld mooi maken, nieuwe mogelijkheden in de wereld ontdekken, nieuwe technieken ontwikkelen. We zijn in staat een telescoop anderhalf miljoen kilometer de ruimte in te schieten, en daar vervolgens nog foto’s van te krijgen ook. ‘U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie’ – zegt David. Wat kunnen mensen veel! En in de basis is dat iets goeds: God vertrouwt ons zijn schepping toe, om er verder aan te werken. ‘Wauw God, dat u óns dit toevertrouwt!’
Misschien voel je hem al aankomen: er is wel een ‘maar’. Deze prachtige verantwoordelijkheid vraagt om respect voor Gods schepping, en daar schort het nog wel eens aan. De dag dat ik die foto van het heelal zag, kwam ik ook een andere foto tegen, van de rivier de Po, in Italië. Nou ja, rivier… Veel water stond er niet in. Je zou het ook een breed uitgevallen sloot kunnen noemen, en dat is een serieus probleem! Het betekent dat boeren in Noord-Italië hun land niet kunnen beregenen. Als die trend doorzet, met elk jaar een droge rivier, is het nog maar de vraag of landbouw daar nog mogelijk blijft. De oorzaak? Diezelfde mens aan wie God zijn werk toevertrouwt. De mens die met al die knappe technieken zoveel CO2 de lucht inpompt dat de aarde heel snel opwarmt.
Waar gaat het mis? Met Psalm 8 zou ik zeggen: het gaat mis als we vergeten ons te verwonderen. Als het niet meer is: ‘wauw God, dat u míj dit toevertrouwt’, maar als we het vanzelfsprekend vinden dat we de aarde kunnen gebruiken zoals het ons uitkomt. Als het niet meer is ‘u hebt hem bíjna een god gemaakt’, maar als we leven als goden, en de aarde er is om al onze behoeften te vervullen. Als we vergeten wat een wonder het is dat God ons, kleine mensjes die in heelal niets voorstellen, toch zijn werk toevertrouwt.
Psalm 8 draait om verwondering en aanbidding. Dát is de weg van een goede omgang met de schepping. Het begint met het erkennen van hoe klein jij bent, en hoe groot God is. Dan is de vraag niet meer: hoe kom ík aan mijn trekken met de mogelijkheden die de aarde geeft, maar hoe eer ik God in hoe ik met de aarde omga? Als God de wereld aan onze voeten heeft neergelegd, dan is het een voorrecht en een daad van aanbidding om goed voor die wereld te zorgen. Deze aanbidding vraagt om keuzes, waar de wereld mooier van wordt, in plaats van lelijker.
Tegelijk: is dat niet bij voorbaat al mislukt? We proberen het wel, maar het gáát al niet snel genoeg, en dan sluit Rusland ons gas af, waardoor we toch weer die ellendige kolencentrales opstoken… En dan kom ik aanzetten met een mooi verhaal over God aanbidden in je omgang met de aarde. Heeft het wel zin?
In het Nieuwe Testament, in de brief aan de Hebreeën, wordt Psalm 8 aangehaald en op Jezus betrokken. In Hebreeën 2 staat het zo: ‘Dat alles aan de mens onderworpen is, zien wij echter nu nog niet. Wel zien we dat Jezus (…) vanwege zijn lijden en dood nu met eer en luister gekroond is.’ Oftewel: uiteindelijk is Jézus die mens uit Psalm 8, aan wie God zijn werk toevertrouwt. Alles is aan Jezus toevertrouwd – dán is er hoop, ook voor de schepping, dat het goed komt met deze aarde. Het is niet bij voorbaat mislukt – zo ver laat God het niet komen! Daarom wil ik niet leven alsof deze aarde om mij draait, maar mij blijven verwonderen: ‘mag ík, piepklein mens, iets betekenen voor úw machtige wereld?! Wauw!’
Kijk en verwonder
Goed omgaan met Gods wereld – dat begint met verwondering. De zomervakantie is daar een mooie tijd voor. Ik zou zeggen: kijk deze weken goed om je heen, en verwonder je. Laat je raken door de schepping, laat dat wauw-gevoel tot je doordringen. Neem bijvoorbeeld de tijd om naar de sterren te kijken, en te bedenken dat God ze daar met zijn vingers heeft neergezet. Of het andere uiterste: ga naar Micropia, het museum bij Artis, en verwonder je over de allerkleinste details in de schepping. Als je nog op vakantie gaat: verwonder je over de prachtige natuur die anders is dan thuis. Als je hier blijft: zie Gods grootheid in de schepping dichtbij. Tot het je overweldigt, tot het je duizelt, en zing het dan uit: ‘Heer, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde.’ Amen.
