Psalm 47 | Trots op Jezus

Inleiding

Twee weken geleden won ‘onze’ Duncan Laurence het Eurovisie Songfestival. Meestal laat ik de ontknoping van het Songfestival aan mij voorbijgaan, ik lees de volgende ochtend wel wie gewonnen heeft, maar dit keer heb ik de hele rit uitgezeten. Van tevoren leek Duncan al kans op de overwinning te maken, en het zou mij niet gebeuren dat historische moment te missen. Als mij gevraagd wordt: ‘waar was jij toen Duncan won?’, hoef ik tenminste niet te zeggen: ‘ik lag heerlijk te slapen…’

De spanning werd die avond zorgvuldig opgebouwd. Van mij had het allemaal wel wat korter gemogen. Ik zou denken: als alle uitslagen binnen zijn, zet ze dan op een scherm, en houd de top 3 nog even geheim. Prima om dan nog een paar minuten tijd te rekken en spanning op te bouwen, maar dan mag je de winnaar onthullen. Maar nee: elk land mocht zijn scores via een videoverbinding bekend maken, waarna steeds de balans werd opgemaakt in een tussenstand. En dan denk je dat je er bent, blijkt er ook nog een publiekstem te zijn… Ondertussen voelde ik elke minuut mijn hart harder tekeer gaan. Ja, ik weet weer waarom ik liever de volgende ochtend de uitslag lees!

Maar als je dan toch door die hele spanning heen bent gegaan, dan is de ontlading ook des te groter. Ik ben niet zo uitbundig aangelegd, ben meer een stille genieter, maar nu had ik mijzelf niet meer onder controle: ik sprong op, en met een vuist in de lucht slaakte ik een juichkreet: JAAAH!  Wat voelde ik mee met ‘onze Duncan’. Wat was ik trots op zijn prestatie.

Ik ben niet de enige: de dagen daarna stond hij in het middelpunt van de belangstelling. Overal waar hij verschijnt, wordt hij met luid gejuich onthaald. Een huldiging moet nog georganiseerd worden, maar het is vooral de vraag wáár die komt, niet óf die er komt. Want Nederland wil maar wat graag deze held toejuichen, om te laten zien hoe trots we op hem zijn.

In Psalm 47 gaat het ook over een huldiging. Niet voor Duncan natuurlijk, maar voor God. Laten we het lezen.

Vandaag vieren we Hemelvaart met de woorden van Psalm 47. Want ze gaan over Jezus, over onze held! Hij verdient, nog veel meer dan Duncan, onze trots. Daarom is het thema: trots op Jezus. En ik hoop dat je vandaag iets van die trots gaat voelen.

1.   Hemelvaart: een teleurstelling?

Psalm 47 hoort bij Hemelvaart. Elke Hemelvaartsdienst laat ik deze Psalm zingen. ‘God vaart voor het oog met gejuich omhoog.’ Zeg nu zelf: dat is toch precies Jezus’ Hemelvaart? Maar ja, toen Psalm 47 werd gedicht moest Jezus nog geboren worden. En dat zou nog heel lang duren.

De Korachieten, de songwriters die ons deze Psalm hebben nagelaten, verre voorgangers dus van onze Duncan, hadden Hemelvaartsdag niet in gedachten toen ze deze Psalm schreven. Ze schreven de Psalm als overwinningslied. Er was een oorlog gevoerd, de oorlog was gewonnen, en nu was het tijd voor een uitbundige huldiging. Zoals ook wij onze helden hulde willen brengen. Zo veel verschil is er misschien niet eens tussen onze wedstrijden, of het nu om sport of muziek gaat, en de oorlogen van toen: wij willen de nummer 1 van Europa zijn, maar vechten dat op een iets beschaafdere manier uit.

Wat bijzonder is in Psalm 47 is dat het niet de soldaten zijn die worden gehuldigd. Dat zou je verwachten: zij hebben een topprestatie geleverd. Maar over Israëls helden geen woord. Er is slechts 1 held die er toe doet: God! Niet het leger van Israël, maar God heeft de overwinning gehaald. En daarom die woorden: ‘onder gejuich steeg God omhoog.’

Waarschijnlijk moet je daarbij denken aan de ark, de heilige kist van Israël waarin de 10 geboden lagen, de kist die stond voor de aanwezigheid van God. Soms werd die ark in oorlogen meegenomen. Het ‘omhoogstijgen’ in Psalm 47 zou dan zijn dat de ark omhoog gedragen werd, de berg Sion op.

Hoe dan ook: in Psalm 47 is het groot feest voor God, omdat God overwinnaar is. Maar past dat feestelijke en uitbundige wel bij Hemelvaart? In Handelingen 1 wordt verteld over dat Jezus voor de ogen van zijn leerlingen wordt opgenomen in een wolk en zo naar de hemel gaat. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken  dat het er daar helemaal niet zo uitbundig aan toe gaat. De sfeer is eerder bedrukt. Net was Jezus er nog, en nu is hij verdwenen. De leerlingen turen de hemel af, in de hoop ergens nog een laatste glimp van Jezus op te vangen. Met hun blikken zouden ze hem weer naar beneden willen trekken: ‘laat ons toch niet in de steek Heer, blijf toch bij ons!’ Maar Jezus blijft niet. Dus die uitbundigheid lijkt toch een beetje ongepast.

Is Hemelvaart wel zo’n feest? Van alle christelijke feesten is dit de minst populaire. We komen er niet eens speciaal voor bij elkaar… Is Hemelvaart wel de dag om trots te zijn op Jezus? Is het niet veel meer een teleurstelling? Want wat zou  het geweldig zijn als Jezus nog altijd op aarde rondliep! Zou geloven in Jezus dan niet veel makkelijker zijn? Als je hem kunt zien, ja zelfs kunt aanraken? Hemelvaart kan voelen als dat Jezus ons alleen heeft gelaten. Valt er op Hemelvaartsdag wel wat te juichen?

2.   Trots op Jezus

Nou en of! Psalm 47 past uitstekend bij Hemelvaartsdag, en niet alleen om dat zinnetje dat God omhoog stijgt. Hemelvaart is een uitbundig feest voor Jezus, waar we trots mogen zijn op onze held. In Handelingen 1 zie je dat misschien niet zo, maar in Lucas 24 wordt ook over Hemelvaart verteld. Dan staat er: ‘ze brachten hem hulde, en keerden in grote vreugde terug naar Jeruzalem.’

Maar waarom zou je Jezus huldigen, trots op hem zijn? Vanuit Psalm 47 wil ik 3 redenen geven. De eerste: Jezus heeft gewonnen! Psalm 47 is een overwinningslied. De oorlog is gewonnen, niet door soldaten, maar door God. Het staat in vers 4: ‘volken dwong hij voor ons op de knieën, naties legde hij aan onze voeten.’ Psalm 47 is een feestlied voor God, de overwinnaar.

Dat kun je ook van Jezus zeggen: hij is overwinnaar. Hij heeft het kwaad verslagen, hij heeft de dood verslagen. Met Pasen wordt duidelijk dat Jezus gewonnen heeft. Maar het moet nog doordringen. In eerste instantie kunnen zijn leerlingen het niet eens geloven. In de kerk vieren we Pasen graag als een uitbundig feest, maar die eerste Paasdag was het op zijn hoogst een aarzelend halleluja. Maar met hemelvaart, wordt zijn overwinning echt gevierd: het is de huldiging van Jezus die na zijn overwinning weer naar huis gaat. Ik stel me zo voor dat niet alleen Jezus’ leerlingen jubelden, maar dat Jezus in de hemel door een enorme massa engelen werd onthaald.

Reden 2 om trots te zijn op Jezus, is een beetje een vreemde: wij hebben verloren. De volken in Psalm 47 hebben namelijk een merkwaardige dubbelrol. Eerst worden ze opgeroepen om in de handen te klappen, maar later wordt gezegd dat de volken door God op de knieën zijn gedwongen. Het zijn de volken die door God overwonnen zijn, die voor God moeten juichen. Vreemd: als de Zweedse inzending er met de hoofdprijs vandoor was gegaan en Duncan naar de tweede plaats had verwezen, dan hadden we daar echt niet om staan juichen, ook al hadden zij ook best een goed liedje. Ik zou teleurgesteld naar bed zijn gegaan, en de volgende dag zou Nederland collectief chagrijnig zijn.  Je gaat toch niet juichen om je nederlaag? In Psalm 47 dus wel!

Want op de knieën gaan voor God is geen afgang. Het is eerder een opluchting. Wij willen alles graag zelf doen, die drang naar onafhankelijkheid zit er vanaf het begin al in, en uit onszelf zitten we  niet te wachten op een God  die zich met ons leven bemoeit. Maar als je je dan overgeeft aan Jezus, toegeeft dat jij er een puinhoop van maakt, dat je jezelf niet gelukkig kunt maken en God tekort hebt gedaan, dan is dat een bevrijding! Dan is de winst van Jezus ook jouw winst, ook al heb je verloren. Nog meer reden om te juichen voor Jezus.

En de laatste reden: Jezus is koning! Weer Psalm 47: ‘God is koning van heel de aarde.’ Dat is nogal een uitspraak! In de tijd waarin Psalm 47 geschreven is, had elk land zijn landgoden. Al die goden hadden hun eigen terrein. De goden van de Filistijnen hadden in Israël niets te zeggen, en de Nederlandse goden konden in Duitsland niets beginnen. Maar de God van Israël is geen landgodje: hij is koning van heel de aarde! Dat is ook de reden dat niet alleen Israël, maar alle volken voor God moeten juichen.

In Matteüs 28 komt dat terug. Ook daar is het Hemelvaart: het zijn Jezus’ laatste woorden voor hij aan het zicht van de leerlingen wordt onttrokken. En wat zegt Jezus dan? ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.’ Dus Jezus is koning van heel de hemel en heel de aarde!

Dat is Jezus nu al: Hemelvaart is het feest dat Jezus de troon bestijgt, zijn taak als koning van hemel en aarde oppakt. Maar het is nog niet zo dat iedereen voor Jezus juicht. In Psalm 47 ook niet: de volken worden wel opgeroepen mee te doen in het feest, maar dat betekent nog niet dat ze het ook doen. In Matteüs 28 zegt Jezus er daarom iets bij: ‘ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen.’ Jezus is koning en iedereen moet dat weten!

En dát alles vieren we vandaag. Dat Jezus, die gewonnen heeft en koning is, ónze held is. Psalm 47 past perfect bij hemelvaart, niet alleen dat zinnetje over God die opstijgt: we vieren vandaag het overwinningsfeest van Jezus, we huldigen hem, nog veel meer dan onze nationale helden. Zij hebben maar een kort ‘moment of fame’, en als ze niets nieuws presteren, worden ze al snel weer vergeten. Maar Jezus is nog altijd jouw en mijn hulde waard! Vandaag is een dag om trots te zijn: ‘kijk toch naar Jezus, wat een held! En deze Jezus is mijn Jezus, mijn koning!’

3.   Uit volle borst

Laat het dus groot feest zijn. Wees trots op Jezus! Zoals Psalm 47 het zegt: klap in de handen, juich en zing – de vrolijkheid spat er vanaf! En doe het maar uit volle borst.

Die uitbundigheid zijn wij, nuchtere Hollanders, misschien niet zo gewend. We vinden het al snel overdreven. Maar het feest voor Jezus kún je gewoon niet overdrijven! Nationale helden die gehuldigd worden, die kun je te veel eer geven, maar bij Jezus is dat risico niet aanwezig. Als we voor hen al uit ons dak kunnen gaan, waarom dan niet voor Jezus?

Nee, hoe we Jezus huldigen, of we in onze handen klappen, de handen omhoog steken, een dansje doen, of rustig zitten te genieten,  daar gaat het niet om. Wel of je die uitbundigheid van Psalm 47 kunt meemaken: die blijdschap, die vrolijkheid, die bewondering – voel je dat voor Jezus? Ben je trots op Jezus, intens gelukkig dat jij bij deze held mag horen?

En om dat echt zo te beleven, kan juist dat uitbundige helpen. Wat je met je lichaam doet, versterkt wat je voelt. Als je uitbundig meedoet, met heel je lichaam voor God juicht, dan helpt dat ook om die trots voor Jezus te voelen. Dus laten we voor hem zingen, en hem uitbundig loven! Zing in ieder geval uit volle borst mee, om te voelen hoe geweldig Jezus is. En laten we er ook bij gaan staan: bij een huldiging blijf je niet op je stoel zitten. Als je wilt klappen, klap dan lekker mee. Wil je je handen heffen, doe dat dan. Als je wilt dansen: dat mag ook! Want we vieren feest voor Jezus, vandaag juichen we voor Jezus, we huldigen onze held! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: