Koningen trekken alles uit de kast om je te imponeren. Maar koning Jezus is anders. Gewoon. Zó gewoon dat het ongewoon is!
Inleiding
Het blijft een vreemd verhaal: je bent op zoek naar een pasgeboren prins, je klopt aan bij het koninklijk paleis, krijgt een audiëntie bij de koning die van niets weet, en uiteindelijk beland je in een goedkoop arbeidershuisje in een dorpje van niets – het is niet veel meer dan een café met een paar huizen eromheen. Zo gewoon, dat past niet bij een koning. Bij koningen in de buurt voel je je klein. Ze trekken alles uit de kast om je te imponeren.
Natuurlijk, ook koningen zijn heel gewone mensen. Afgelopen weken hebben Hanneke en ik The Crown gekeken, de Netflix-serie over Queen Elizabeth en prins Philip van Engeland. Perfecte serie voor de kerstvakantie trouwens. Daar zie je heel gewone mensen, mensen zoals wij: ze eten, ze slapen, ze maken ruzie, ze vrijen, ze piekeren, ze genieten, ze zijn bang. Ik vermoed dat ze zelfs naar de wc gaan, maar daar heb ik ze in de serie niet op betrapt.
Maar naar de buitenwereld laten ze die kant niet zien. Dan wordt die gewone kant verstopt achter een enorme laag pracht en praal. Het paleis, de hofhouding, de protocollen: alles wordt uit de kast getrokken om te laten zien dat dit heel bijzondere mensen zijn. Dat is ook wat het volk graag wil geloven – een sprookje. Dus die laag moet koste wat kost in stand gehouden worden: koningen mogen geen gewone mensen zijn.
Dat hoef je koning Herodes niet uit te leggen. Maar als de magiërs bij hem komen om de nieuwe prins te eren, worden ze doorgestuurd naar een dorp dat nog gewoner dan gewoon is. Want zo staat het geschreven bij de profeet Micha. Zo gewoon, dat het voor een koning heel ongewoon is. Dat is het thema vanochtend: ongewoon gewoon. We lezen Micha 5:1-4a.
1. Gezocht: leider
Met Micha gaan we nóg 800 jaar terug in de tijd. Het is een tijdreis waar je niet vrolijk van wordt: het is crisis in Israël. Micha is profeet in de tijd van de koningen. In die tijd raakt Israël steeds verder verwijderd van God. Soms is er even een opleving, maar dat houdt nooit lang aan. Israël is in de greep van corruptie en vriendjespolitiek en de gewone burger heeft het nakijken. Bovendien rommelt het op het wereldtoneel: machtige landen annexeren het ene na het andere gebied, en het is maar de vraag hoe lang Israël de dans kan ontspringen. Het is dus crisis.
Gaan we weer 800 jaar vooruit, dan is de situatie niet veel rooskleuriger. Op het wereldtoneel zijn de kaarten geschud: Rome heeft de touwtjes stevig in handen. Namens de Romeinen regeert een zekere Herodes in Jeruzalem. Ook Herodes is corrupt – én levensgevaarlijk: iedereen die zijn ambities in de weg zou kunnen staan, wordt omgelegd. Een machtige bovenlaag heeft het goed, en weer heeft de gewone burger het nakijken.
We spoelen nog eens 2000 jaar vooruit. Dan ben dankbaar dat ik nu in Nederland leef, en niet 2000 of meer jaar geleden in Israël. Maar ook in het Nederland van nu is een gevoel van crisis. De samenleving is verdeeld, we krijgen het advies met kerst niet over politiek of religie te praten, want het moet natuurlijk wel gezellig blijven, er is een diepe onvrede die leidt tot protesten, mensen voelen zich niet gehoord, we wantrouwen mensen die anders denken dan wij en onder dat alles zit angst.
Wat hebben we in zo’n crisis nodig? Daarop zal iedereen een ander antwoord geven, maar ik denk dat het uiteindelijk neerkomt op leiderschap. We hebben een leider nodig die opstaat, die ons meeneemt en inspireert, die duidelijke keuzes maakt en respect afdwingt. Een bijzondere held die ervoor zorgt dat alles anders wordt.
Naar zo’n held verlangden de mensen in de tijd van Micha. Naar zo’n koning zijn de magiërs op zoek. Ze komen van ver, in een tijd waarin reizen nog echt een onderneming was. Dat doe je alleen als je hoge verwachtingen hebt. En dat hebben ze: als deze koning zelfs in de sterren geschreven staat, dan moet hij wel heel bijzonder zijn. Dus zijn ze op pad om een indrukwekkende koning te ontmoeten.
2. Jezus: ongewoon gewoon
Onderweg praten ze heel wat: ‘wat een reis is dit zeg! Maar goed, we zijn natuurlijk niet zomaar op pad. Ik ben zó benieuwd naar deze koning!’ Zo raken de verwachtingen nog hoger gespannen. Maar eenmaal aangekomen in Jeruzalem, krijgen ze een koude douche. Ze vragen wat rond, maar niemand heeft over een koning gehoord. De mensen worden wat ongemakkelijk van die vreemde buitenlanders: ze weten maar al te goed dat koning Herodes geen concurrentie duldt. Dus laat die mafkezen alsjeblieft ophoepelen, voor Herodes er lucht van krijgt.
Maar het is al te laat. Het lijkt wel alsof Herodes overal oren heeft. En Herodes weet ook dat in zijn paleis geen jonge prins rondkruipt. De conclusie ligt voor de hand: de magiërs hebben het mis. Toch doet Herodes voor de zekerheid navraag bij zijn theologen, die hem weten te vertellen dat de profeet Micha schreef dat de koning der Joden in Bethlehem geboren zal worden.
Het zal vast vals alarm zijn, maar Herodes neemt niet graag risico’s. Daarom laat hij de magiërs in zijn paleis ontbieden. Die zijn onder de indruk van de pracht en praal: dit is wat ze van een koning verwachten. Maar Herodes vertelt hen over zijn ontdekking: ze kunnen het beter in Bethlehem proberen.
Bethlehem?! Dat is wel de laatste plaats waar je een koning zoekt! Micha zegt het: ‘te klein om tot Juda’s geslachten te behoren.’ Niemand wil wonen in Bethlehem – niet vrijwillig. Bethlehem stelt niets voor, heeft nooit wat voorgesteld en zal nooit wat voorstellen. Dat de grote koning David er geboren is, is allang uit de herinnering verdwenen: Jeruzalem is de koningsstad. Bethlehem is een gat, geen plaats voor een koninklijke geboorte: daarvoor is het veel te gewoontjes. Zo gewoon dat er alleen gewone mensen wonen – gewone, rare, mislukte mensen. Hier kán geen koning wonen.
Wel dus… En dat is typisch God: hij trekt zich niets aan van de verwachtingspatronen, is wars van alle pracht en praal, en kiest ervoor zo gewoon mogelijk deze wereld binnen te komen. En dat is goed nieuws voor gewone mensen!
De keuze voor Bethlehem is namelijk geen willekeurige keuze. De gemiddelde Israëliet mag dat dan wel vergeten zijn, voor God is het nog altijd de stad van David. God slaat Jeruzalem, de koningsstad, de stad die híj liefheeft, over, en gaat terug naar het dorpje waar het begon: Bethlehem. Hij passeert de gevestigde orde: die is deel van het probleem, en kan de oplossing dus niet brengen. God maakt een nieuw begin in Bethlehem, met een koning wiens oorsprong ligt in ‘lang vervlogen tijden’. Want de verlossing komt niet van machtige leiders, maar van God die op zijn ongewoon gewone manier opnieuw begint.
Maar waarom zo? Dát is het onbegrijpelijke wonder van kerst. Dat God mens word is al absurd, maar dat hij dan ook nog via een achterdeurtje de wereld binnenkomt… Maar het is vooral ook heel erg goed nieuws! Als Jezus als een superkoning geboren zou zijn, inclusief paleis, hofhouding en protocollen, dan zou hij onbereikbaar ver weg zijn. Je zou kunnen proberen je naar hem op te werken, te presteren om er maar bij te mogen horen. Maar het heeft helemaal geen zin: deze koning is zo gewoon als gewoon kan zijn.
Deze koning is dan ook totaal niet onder de indruk van alle manieren waarop je indruk op hem probeert te maken. Daar doet hij niet aan. Voor deze ongewoon gewone koning hoef je niets te presteren, maar moet je accepteren dat je jezelf niet kunt verlossen. Je moet klein worden, zwak worden, je aan hem overgeven. Jezus is goed nieuws voor gewone, zwakke, kwetsbare mensen.
Voor de bewoners van Jeruzalem is dat een stap te ver. De mensen op straat halen hun schouders op om die maffe oosterlingen. De theologen, die wéten dat de beloofde koning uit Bethlehem komt, gaan over tot de orde van de dag: als het écht zover is, zijn zij heus wel de eersten aan wie God het laat weten. Zelfs Herodes blijft op zijn plek: hij kan zich eigenlijk niet voorstellen dat in Bethlehem, of all places, een koning geboren wordt. Wie zichzelf heel wat vindt, kan niets met zo’n gewone Jezus.
Maar de magiërs gaan wel! Dat is misschien nog wel het meest idiote van het hele verhaal. Je zou verwachten dat ze teleurgesteld afdruipen. Maar nee: als de boeken zeggen dat het Bethlehem is, dan gaan zij naar Bethlehem. Zíj voelen zich daar niet te bijzonder voor. Zij maken zich klein.
Nu zegt Micha nog meer. Het kind, waar hij over profeteert, zal namens God regeren. Dit kind brengt vrede! Micha heeft een vergezicht van een ongewone toekomst, van vrede voor Israël en voor alle volken. Het lijkt een gewoon kind, te gewoon om van betekenis te zijn. Maar dit kind is de werkelijke hoop van de wereld.
De magiërs geloven dat. Op het oog is het een treurige situatie: Jozef en Maria, twee tieners, die een kind hebben, weinig te makken hebben, en wonen in een klein huisje in het ongewilde dorpje Bethlehem. Maar de magiërs zien iets anders: als ze aankomen voelen ze zich zó blij!
Ze aarzelen niet en pakken al hun cadeaus erbij. Voor de kraamvisite zijn het wel vreemde cadeaus: goud, wierook en mirre. Je zou eerder rompertjes, knisperboekjes en een rammelaar verwachten. Maar deze mannen zien Jezus niet als een schattige baby: zij zien dat deze gewone baby de redder van de wereld is. Daarom geven ze hem koninklijke cadeaus. Zo worden zij de eersten van de ‘einden der aarde’, waar Micha al over profeteert, die zich laten regeren door deze ongewoon gewone koning.
3. Ongewoon gewoon
Christenen volgen deze magiërs. Voor een betere wereld hopen ze niet op krachtige leiders, maar op deze ongewoon gewone koning. En als jij dat ook doet, als jij ziet dat dit kind iets heeft wat geen leider heeft, probeer dan ook niet meer te zijn dan deze koning. Wees zelf ook ongewoon gewoon.
En dat is best moeilijk! Ik wil niet graag ‘gewoon’ zijn. Ik wil er graag toe doen. Ik ben onder de indruk van toffe mensen, daar wil ik me graag mee identificeren. Ik wil de wereld verbeteren. En als kerk willen we graag relevant zijn. Misschien willen we zelfs wel invloed uitoefenen. Kerst bevrijdt ons daarvan: doe maar gewoon!
Want het koninkrijk van deze koning begint op gewone plekken, plekken die je over het hoofd ziet. Toen deze koning een volwassen man werd, trok hij de mislukten van de samenleving. De kerk is groot geworden door haar ongewone liefde: voor zieke, bange, zondige, kwetsbare, gewone mensen. Wees maar gewoon, dicht bij mensen – en daarin ongewoon, net als onze koning! Amen.
