Jezus leert te bidden om vergeving. Vergeving is niet makkelijk, maar wel bevrijdend!
Inleiding
Vandaag alweer deel 5 van Jezus´ gebedsonderwijs. We werken deze weken het Onze Vader door, het gebed dat Jezus ons aanreikt, en vandaag staan we stil bij dit zinnetje: ‘vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.’ We gaan het dus hebben over vergeving.
In 2018 werd Botham Jean vermoord door zijn buurvrouw, in zijn huis in het Amerikaanse Dallas. Zijn buurvrouw, Amber Guyger, werkzaam bij de politie, stapte per ongeluk het appartement van de buren binnen, in plaats van haar eigen woning. Ze zag haar buurjongen aan voor een inbreker en schoot hem dood.
Begin oktober stond zij voor de rechter, die haar veroordeelde tot 10 jaar gevangenis, waar 28 jaar was geëist. Na het vonnis komt broer Brandt aan het woord. Ik citeer het Algemeen Dagblad: ‘de verwachting was –zeker na alle controverse en de fors lagere gevangenisstraf- dat hij emotioneel en vernietigend uit zou halen naar de agente.’ Niets daarvan – kijk maar mee:
Ja, daar krijg je een brok in de keel van – ik tenminste wel. Dit is vergeving zoals het bedoeld is! Jezus leert te bidden om vergeving: ‘vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.’ Want vergeving is een bevrijding! Daarbij gaan we een verhaal lezen dat Jezus later vertelt: Matteüs 18:21-35.
1. Gevangen
Dit is best een hard verhaal. Vergeven en vergeven worden is een bevrijding, maar in dit verhaal zie je de keerzijde: zonder vergeving eindigt het in de gevangenis.
En laten we wel wezen: vergeving is iets heel bijzonders, iets heel kostbaars. Want we leven in een wereld die geen genade kent. Niet voor niets ging dat filmpje van Brandt, die de moordenaar van zijn broer vergeeft, de hele wereld over: zoiets zie je niet dagelijks.
In onze wereld weten we ons niet zo goed raad met schuld. Dat kan twee kanten opgaan: vaak bagatelliseren wij schuld. Iedereen maakt wel eens een foutje, en dat is helemaal niet erg. Je zegt ‘sorry’, en het is weer klaar, en we doen vooral ons best het niet al te pijnlijk te maken. Als je ‘sorry’ zegt, wordt de ander geacht te zegen: ‘ach, het was niks.’ Dat is de ene kant. De andere kant: we kunnen snoeihard oordelen. Die Amber, die haar buurjongen neerschoot, hoeft bij ons op weinig begrip te rekenen. Wij houden van een zwart/wit schema: je hebt goeden en je hebt slechten, en als iemand eenmaal bij de slechten hoort, kan die het de rest van z’n leven vergeten.
Of we nu relativeren of iemand voorgoed afserveren, het heeft allebei weinig met genade te maken. Terwijl we daar wel naar verlangen! Veel mensen worden geraakt door dat filmpje van Brandt: daar hoef je heus geen christen voor te zijn. We verlangen naar vergeving, maar weten niet hoe dat moet.
Daarmee maken we onze eigen gevangenis. Dat geldt voor zowel jouw schuld naar een ander en God, als voor de schuld van een ander naar jou: zonder vergeving houden ze je gevangen.
Jouw schuld, jouw zonde, is een gevangenis. Als jij iemand iets schuldig bent, dan is elke keer dat je die persoon ziet een herinnering daaraan. Liever ontloop je die ander, want die schuld staat zo ongemakkelijk tussen jullie in. Zo is het ook met schuld die je bij God hebt, met alles waarin je God tekort hebt gedaan. Je gaat hem ontlopen, je sluit je voor hem af. Of je probeert het wel, maar het lukt niet je hart echt voor hem open te stellen. Je zit gevangen in jouw schuld.
Maar de schuld die een ander bij jou heeft, kan net zo goed een gevangenis worden! Je wordt meegezogen in het onrecht dat jou is aangedaan, je koestert je boosheid en raakt verbitterd, je kunt jezelf niet anders meer zien dan als slachtoffer van wat die ander jou heeft aangedaan. Zoals Mandela zegt: ‘toen ik de deur van mijn cel uitliep, op weg naar de poort die naar mijn vrijheid zou leiden, wist ik dat als ik mijn verbittering en haat niet achter zou laten, ik nog steeds gevangen zou zijn.’
Zowel jouw zonden als wat jou is aangedaan werpen je terug op jezelf, isoleren je van anderen. Dát is de reden dat Jezus leert ze allebei bij God te brengen. Niet vergeven en niet vergeven worden: allebei zijn ze een belemmering om te bidden, een belemmering om voor God en voor zijn koninkrijk te leven. Het is met dit gebed om vergeving net als met het gebed van vorige week, om dagelijks brood: daar leg je je zorgen in Gods hand, zodat niet langer die zorgen, maar God je leven beheerst. Bij het gebed van vandaag leg je jouw schuld én de schuld van anderen naar jou in Gods hand, zodat die schulden jouw leven niet beheersen, en jij je kunt richten op waar God je voor gemaakt heeft: hem en je naaste liefhebben.
2. Bevrijding: schulden aan God geven
Dit gebed om vergeving is dus een enorm bevrijdend gebed: die schulden, of het nu die van jezelf zijn of van anderen naar jou, daar hoef je niet mee rond te zeulen, maar die mag je neerleggen bij God!
Laten we beginnen met je eigen schulden: vergeving vragen is erkennen wat je fout hebt gedaan en vervolgens Gods vergeving ontvangen. Het begint dus met erkennen. In het verhaal dat Jezus vertelt lijkt het daar al mis te gaan: die man die een schuld bij de koning heeft, komt niet zelf met die schuld op de proppen. De koning is bezig met een grote kascontrole, en komt er zo achter dat een van zijn dienaren een schuld van 10.000 talent bij hem heeft. Dat is serieus veel geld! Hóe veel, daarover verschillen de meningen wat, maar zelfs de meest voorzichtige schatting die ik tegenkwam, stelt dat een modaal jaarsalaris in die tijd ongeveer 1 a 1,5 talent was. Deze man heeft dus een schuld opgebouwd die hij van zijn levensdagen niet terug kan betalen. Omgerekend heb je het al snel over een half miljard! Pas wanneer de dienaar met deze schuld wordt geconfronteerd, en de gevolgen van zijn financieel mismanagement onder ogen moet zien, smeekt hij om geduld: hij wil alles terugbetalen.
Ik denk dan: had het toch niet zover laten komen! Was eerder naar de koning gegaan, had de eer aan jezelf gehouden, toen je schuld nog enigszins te overzien was. Maar ik snap het ook! Erkennen dat je bij iemand in de schuld staat, is verschrikkelijk moeilijk!
Tegenover God is dat niet anders. Ik wil het zo graag goed doen! Ik wil zo graag dat God tevreden met me kan zijn, of nog liever: trots op me is. Dat er wel eens wat dingen in mijn leven zouden kunnen zijn waar God helemaal niet zo blij mee is, waarmee ik bij hem een torenhoge schuld opbouw, daar besteed ik liever niet zoveel aandacht aan. Alsof die schuld ophoudt te bestaan als je er maar geen aandacht aan geeft… Het is de redenering van die dienaar.
Terwijl je niet eens zo diep in jezelf hoeft te peuteren om te zien dat jouw rekening bij God diep in het rood staat. Het is heel simpel: God vraagt mij hem lief te hebben met héél mijn hart, en mijn naaste als mijzelf. En ik héb God lief, maar niet met alles wat in mij is. Ik héb mijn naaste lief, maar houd nog veel meer van mijzelf. God heeft mij zoveel mooier en liefdevoller bedoeld dan ik ben!
Het begint met erkennen, in plaats van eromheen draaien of relativeren, of doen alsof je het wel weer goed kunt maken. Dat probeert de dienaar in het verhaal: ‘ik zal u alles terugbetalen!’ Maar dan komt de grote verrassing: de koning krijgt medelijden en zet een streep door de schuld! De koning vergeeft, zonder dat de dienaar erom vroeg.
Maar vergeving is wel een cadeau dat je moet aanpakken. God biedt iedereen vergeving aan: Jezus is gekruisigd om de rommel van álle mensen op te ruimen. Maar pak je het ook aan? Durf je te zeggen: ‘Vader, ik sta bij u in de schuld, en ik kan het zelf met geen mogelijkheid oplossen’ om vervolgens het cadeau van vergeving uit te pakken? Dan ben je bevrijd van je schuldgevoelens, dan hoef je jezelf niet meer aan te klagen, want er is geen schuld meer!
Die dienaar uit Jezus’ verhaal kan daarmee niet zo goed uit de voeten. Hij vind het maar niks dat hij vergeven is – daar is hij te trots voor. Hoe moeilijk hij het vindt om vergeven te zijn, blijkt als hij een collega tegenkomt: ‘hé, jij daar, je bent me nog 10.000 euro schuldig! Nu contant betalen, anders zet ik je vast.’
Wat is het een bevrijding om ook zélf te vergeven! En dat lijkt veel op hoe God jou vergeeft: het is erkennen wat de ander fout heeft gedaan, en dat vervolgens vergeven. Dat erkennen is belangrijk: zonder erkennen wordt het zand erover, maar blijft de schuld open staan. Je kunt pas iemand vergeven als je het gewicht van de schuld serieus neemt. Dat is iets waar ik niet zo goed in ben… Ik houd niet zo van gedoe, ik denk al snel ‘zand erover’, maar dat is niet eerlijk. Vergeven begint met het erkennen van wat de ander jou heeft aangedaan.
Om die ander vervolgens te vergeven – daar wordt het echt moeilijk! Misschien denk je wel: ‘ja, maar jij hebt makkelijk praten, je moest eens weten wat mij is aangedaan, hoe kun je zeggen dat ik die ander moet vergeven?’ Inderdaad: ik heb makkelijk praten. Maar Jezus niet! Als geen ander weet Jezus wat mensen je aan kunnen doen. Maar hij laat het los, legt het bij zijn Vader, als hij bidt, terwijl de spijkers zijn voeten ingeslagen worden: ‘Vader, vergeef hen, want ze weten niet wat ze doen.’
Moeilijk, ja, maar ook bevrijdend! Door het onrecht dat hem wordt aangedaan bij zijn Vader neer te leggen, blijft Jezus van binnen vrij. Je maakt het jezelf pas écht moeilijk als je niet vergeeft: dan blijf je rondlopen met boosheid en verbittering, dan zit je gevangen in wat jou is aangedaan. Wat is het een bevrijding om te zeggen: ‘Vader, ook dit is voor u!’ Dat Brandt Amber, de moordenaar van zijn broer, vergeeft, is voor hem minstens zo’n opluchting als voor haar!
Daarom moet je ook geen voorwaarden gaan stellen: ‘ik vergeef pas als die ander er om vraagt.’ Dat doet God ook niet! Vergeven kan altijd, het is altijd een bevrijding om je leven niet te laten bepalen door wat jou is aangedaan. Dan is het aan die ander om die vergeving al dan niet aan te nemen. Trouwens, ik denk dat Amber nooit om vergeving had durven vragen, maar omdat Brandt zélf het initiatief neemt, durft Amber die vergeving te ontvangen.
Vergeven en vergeven worden: het lijken misschien twee totaal verschillende dingen. Maar bij Jezus zijn ze onlosmakelijk aan elkaar verbonden, ze vormen een twee-eenheid. Het gaat erom dat vergeving een manier van leven is. Als jij je openstelt voor vergeving, dan werkt dat beide kanten op. Ik las ergens een mooie vergelijking: vergeven en vergeven worden is als ademen. Je kunt niet inademen zonder uit te ademen. Zo kun je ook niet Gods vergeving blijven inademen, zonder zelf ook weer vergeving uit te ademen. Als Jezus zegt, in Matteüs 6, ‘als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven,’ dan gaat het daarover: Jezus stelt geen voorwaarden aan vergeving, maar laat zien dat vergeven worden en vergeven niet zonder elkaar kunnen.
Vind je dat moeilijk, weet dan dat je erom mag bidden! Dat is het hele idee: Jezus weet hoe moeilijk wij vergeving vinden, en neemt het daarom in zijn gebedsonderwijs op. We bidden dit niet omdat wij zo goed zijn in vergeving, maar omdat we de hulp van Gods Geest nodig hebben om vrij te zijn! Die Geest wil je hart open maken voor vergeving. En wát een verschil maakt dat in onze genadeloze wereld!
3. Schuldbelijdenis & genadeverkondiging
Bidden om vergeving is een bevrijdend gebed. Dus laten we dat dan ook maar in de praktijk brengen. We gaan, als afsluiting van dit deel van Jezus’ gebedsonderwijs, oefenen met God om vergeving vragen. We zouden ook kunnen oefenen met anderen vergeven, maar zelf kunnen vergeven begint met beseffen dat je vergeven bent. Vandaar een oefening in vergeving vragen.
Ik lees zometeen een gebed van schuldbelijdenis voor. In dat gebed valt een stilte: dat is een moment om persoonlijk schuld te belijden. Als je je schuld belijdt, maak je je klein voor God. Het is mooi om dat ook met je lichaam te doen, door te knielen. Dat is een manier om meer te laten doordringen wat je doet: je maakt niet alleen je hart, maar je hele lichaam klein. Ik wil jullie dus uitnodigen zometeen te knielen – maar voel je ook vrij om gewoon te blijven zitten: er is niets verplicht! Na die schuldbelijdenis spreek ik een zegen van vergeving uit, mag ik namens God zeggen dat je schuld vergeven is. En daarna zingen we een lied van vergeving.
Wie dat wil mag nu knielen, en dan gaan we bidden: “Voor u belijden wij, almachtige God, voor heel uw kerk en voor elkaar, dat wij gezondigd hebben, in gedachte, woord en daad, in het kwade, dat wij gedaan hebben, en in het goede, dat wij hebben nagelaten. (stilte) Ontferm u over ons, vergeef ons onze zonden en geef dat wij u mogen dienen. Vernieuw daartoe ons leven door Christus, onze Heer. Amen”
“De almachtige en barmhartige God is jou genadig, hij vergeeft je je zonden en leidt je tot het eeuwige leven. Amen.”
