We maken ons zorgen over van alles. Jezus helpt je om die zorgen aan God te geven.
Inleiding
Nederland gaat steeds meer op Frankrijk lijken. Afgelopen weken werd dat maar weer mooi duidelijk. Nee, ik heb het niet over het klimaat. Ik heb het over het overgewaaide nationale tijdverdrijf van de Fransen: staken.
Afgelopen weken rolde Nederland van de ene in de andere staking. Het begon met de boeren, die vragen om waardering en bestaanszekerheid. Daarna de bouwers, die bang zijn dat de hele bouw op slot wordt gezet. En afgelopen week de meesters en juffen, die meer collega’s willen, en het liefst ook wat beter betaald.
Zo vaak wordt er in Nederland niet gestaakt, we moeten nog wel even trainen voor we het ‘EK staken’ van Frankrijk kunnen winnen, en dat geeft aan dat er echt wel wat aan de hand is. Het is heel simpel: de boeren, de bouwers, de onderwijzers – ze maken zich allemaal zorgen. In het geval van de boeren en de bouwers: blijft er nog werk waar een boterham mee te verdienen valt? In het geval van de onderwijzers: kun je nog gewoon les geven zonder absurde werkdruk?
Zorgen zijn niet leuk. De zorgen van de boeren, bouwers en onderwijzers niet. Maar ook je eigen zorgen niet. Je zorgen houden je uit je slaap en zorgen dat je minder kunt genieten. Wat moet het heerlijk zijn om zorgeloos door het leven te gaan! Als een kind dat erop rekent dat papa en mama alles wel regelen, zodat het onbezorgd kan genieten.
Afgelopen weken luisterden we naar Jezus’ gebedsonderwijs, en vandaag gaan we verder met het 4e zinnetje uit het gebed dat Jezus ons aanleert: ‘geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben.’ Dat gebed heeft alles met die zorgen van ons te maken: in je gebed mag je je zorgen aan God geven. Jouw zorgen worden dan Gods zorgen. Daarom het thema: ‘jouw zorgen? Gods zorgen!’ Direct na zijn gebedsonderwijs werkt Jezus dat nog verder uit, en dat is wat we nu gaan lezen: Matteüs 6:24-34.
1. Reële zorgen
‘Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben’, dat klinkt als een overbodig gebed. Waarom zou je bidden om een boterham voor vandaag, als je in de diepvries voor een week brood op voorraad hebt?
Dat is niet altijd zo geweest. Als Jezus zegt: ‘maak je geen zorgen over wat je zult eten en hoe je je moet kleden’, dan spreekt hij daarmee niet zijn overbezorgde tijdgenoten aan. Het waren heel reële zorgen: je wist maar nooit of je genoeg te eten had, en of je een goed stel kleren kon dragen.
Veel van Jezus’ tijdgenoten waren ‘dagloners’. Zij moesten elke dag weer op zoek naar werk. Stel je voor: elke dag weer solliciteren, een arbeidsvoorwaardengesprek voeren, ingewerkt worden, keihard werken, om aan het einde van de dag te horen dat er morgen geen werk voor je is. De Joodse arbeidsmarkt bood geen enkele zekerheid. Elke dag weer was het spannend: zou ik werk kunnen vinden? En daarmee ook: kan ik vandaag een fatsoenlijke maaltijd op tafel zetten en blijft er nog wat over om mijn kleding te repareren?
Dat zijn niet direct onze vragen – al kom je ook in Nederland situaties van schrijnende armoede tegen. Ik maak me in ieder geval nooit zorgen over wat ik zal eten. Beter gezegd: ik maak me nooit zorgen over of er iets te eten is. Want wát ik dan zal eten, hoe ik een keuze moet maken uit het overweldigende aanbod in de supermarkt, daar gaat heel wat denktijd inzitten… Met kleding hetzelfde: ik vraag me niet af of ik wel kleren zonder scheuren kan aantrekken, maar kan wel besluiteloos voor mijn kledingkast staan, piekerend over wat ik nu toch weer moet aantrekken… In de tijd van Jezus was het helemaal niet gek je zorgen te maken over eten en kleding, terwijl wij in een tijd van enorme overvloed leven.
Je zou dan mogen verwachten dat wij heel wat gelukkiger zijn en ons heel wat minder zorgen maken dan Jezus’ tijdgenoten, maar die vlieger gaat niet op. In plaats van minder hebben wij juist méér zorgen! Of misschien is dat ook helemaal niet zo gek: wij, mensen, hebben nu eenmaal de diepe neiging ons zorgen te maken, en als het niet om voedsel of kleding is, dan maken we ons wel weer om andere dingen zorgen.
Ik noemde al de zorgen van boeren, bouwers en onderwijzers. Maar er zijn er nog veel meer. We maken ons zorgen over de toekomst. We maken ons zorgen over geld en schulden, pensioen en studiefinanciering. We maken ons zorgen over het milieu. We maken ons zorgen over onze ouders, of over onze kinderen. We maken ons zorgen over onze carrière. We maken ons zorgen over de samenleving. We maken ons zorgen over onze gezondheid. Ondertussen móeten we 100 ballen tegelijk in de lucht houden en daar ook nog van genieten… En óf wij zorgen hebben! En, geen misverstand daarover: ook dit zijn reële zorgen.
De ellende met zorgen is dat ze zoveel aandacht vragen. En daarmee leiden ze je af van waar het werkelijk om gaat. Daarmee begon het gebed van Jezus: ‘Laat uw naam geheiligd worden, uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden.’ Het draait allemaal om God, om Gods zaak, om Gods koninkrijk. Maar als wij vol zorgen zitten, dan leidt dat ons af. Dáárom vervolgt Jezus met: ‘geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben.’ Dat is niet omdat God in het gebed nu wel genoeg aan de beurt geweest is, en we nu eindelijk dingen voor onszelf kunnen vragen. Het is om onze zorgen aan God te geven, zodat niet die zorgen maar God ons leven beheerst.
Wat dat betreft worden wij trouwens dubbel afgeleid: niet alleen door onze zorgen, maar ook door onze overvloed. Dat wordt in Spreuken 30 mooi onder woorden gebracht: ‘Maak me niet arm, maar ook niet rijk, voed me slechts met wat ik nodig heb. Want als ik rijk zou zijn, zou ik u wellicht verloochenen, zou ik kunnen zeggen: “wie is de Heer?” En als ik arm zou zijn, zou ik stelen en de naam van mijn God te schande maken.’ Dat is dus bidden om brood voor vandaag: ‘geef me niet te weinig en niet teveel, zodat het me niet afleidt van uw koninkrijk.’
2. Jouw zorgen? Gods zorgen!
Daarmee zijn we al bij dat gebed: ‘geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben.’ Je geeft jouw zorgen, en ook je overvloed!, aan God. Jouw zorgen worden Gods zorgen!
En dat is mooi! God voelt zich niet te goed voor jouw zorgen – ze mogen er zijn! God zegt niet: ‘ja, hoor es, ik heb wel betere dingen te doen dan me bezig te houden met jouw eten, jouw geld en jouw gezondheid. Ik ben God, dat weet je toch!’ Nee: Jezus leert je te bidden om dingen als brood en een spijkerbroek, om God deelgenoot te maken van je gewone, dagelijkse zorgen, want God vind die dingen ook belangrijk.
Maar je hoeft je er geen zórgen over te maken: die zorgen mag je aan God geven. Dat is het hele punt van dat bidden om brood voor vandaag: leg je zorgen maar in Gods handen. Als geen ander weet God wat jij nodig hebt, en als je hem erom vraagt, dan zál hij je dat geven. Jouw zorgen zijn niet jouw, maar Gods verantwoordelijkheid, zodat jij je zonder zorgen kunt richten op Gods koninkrijk. Als een kind dat weet dat papa en mama wel voor hem zorgen, zodat het zelf onbezorgd kan genieten. En, voor alle duidelijkheid, dat betekent natuurlijk niet dat je je baan kunt opzeggen omdat God wel zorgt voor brood op de plank. Maar: je hoeft je er geen zórgen om te maken.
Als je erop vertrouwt dat God je wel geeft wat je nodig hebt, dan kun je ook, om het zo maar te zeggen, ‘in het moment’ leven. Dat zegt Jezus ook: ‘maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.’ Het is ook niet: ‘geef ons de rest van ons leven het brood dat we nodig hebben’, of ‘geef ons deze week het brood dat we nodig hebben’, maar ‘vandaag’. Een dag tegelijk: je leeft vandaag, niet in de toekomst. Leg die toekomst lekker in Gods handen en lééf vandaag.
Dat moesten de Israëlieten ook, toen ze onder leiding van Mozes door de woestijn trokken, van Egypte naar het beloofde land. Je kunt je voorstellen dat het ook in de woestijn elke dag maar weer afwachten is of er genoeg eten is. De Israëlieten maken zich daar grote zorgen over, maar God weet heus wel dat ze eten nodig hebben en laat zijn volk echt niet verhongeren in de woestijn. Daarom laat hij het manna regenen, een soort meel uit de hemel. In de woestijn is de verleiding dan heel groot om een voorraadje aan te leggen: je weet maar nooit wanneer dat spul weer komt… Maar God is duidelijk: de Israëlieten mogen niets bewaren, ze moeten ‘gewoon’ vertrouwen dat er morgen weer manna ligt. Vandaag is vandaag en morgen komt morgen wel.
Bidden om brood voor vandaag betekent dus: vertel God waar je je zorgen over maakt, over welke dingen je piekert, wat je spannend vind en moeilijk kunt loslaten. ‘Vader, ik kan me zo druk maken over de toekomst. Maar ik heb er helemaal geen invloed op. Daarom leg ik mijn zorgen bij u neer: u mag ze hebben. Geef mij genoeg voor vandaag, om u te kunnen dienen.’
Als je zo je zorgen aan God overdraagt, betekent het in ieder geval 2 dingen voor je leven. Allereerst: het is een bevrijding! Wie wil er nu niet zorgeloos door het leven gaan?! Stel je voor dat iemand beweert hét middel te hebben uitgevonden waardoor je je nooit meer zorgen zult maken. En stel dat het nog werkt ook. Diegene wordt multimiljardair, dat kan niet anders. Iedereen wil dat middel hebben. Maar christenen hébben het al lang! Jezus nodigt je uit tot een zorgeloos leven, wat wil je nog meer?!
Op internet is uiteraard ook van alles te vinden over je zorgen loslaten en in het moment leven. Ook daar staat dat het helemaal niet helpt om je zorgen te maken, net als Jezus dat zegt: ‘wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?’ Maar gelukkig laat Jezus het daar niet bij! Want dan zou je iets krijgen als: ‘je zorgen maken helpt niet, het gaat toch wel mis…’ Daar wordt ik nog niet onbezorgder van. Wat pas echt het zetje geeft om mijn zorgen los te laten, is dat God voor mij zorgt, mijn zorgen tot zijn verantwoordelijkheid maakt. Niet dat hij mij altijd geeft wat ik dénk nodig te hebben, maar wel dat hij mij altijd geeft wat ik écht nodig heb.
Ik denk dat geen mens op aarde ooit gelukkiger of vrijer geweest is dan Jezus, die helemaal volgens dit principe leefde, en zijn zorgen losliet bij zijn Vader. Ook al was Jezus naar aardse maatstaven niet rijk, ook al werd Jezus opgejaagd door zijn vijanden, tóch maakte hij zich geen zorgen, had hij een diepe innerlijke rust die hij ook jou wil geven.
Als je je zorgen aan God overdraagt, betekent dat ook dat het je leven kleurt. Je manier van leven gaat veranderen. Je gaat gul, eenvoudig en dankbaar leven. En alle drie passen mooi bij dankdag.
Gul: je gaat delen van je overvloed. Als je God bidt om wat je nodig hebt, en je krijgt veel meer dan wat nodig is, dan ga je daar van uitdelen. Niet voor niets staat er niet: ‘geef míj vandaag brood’, maar ‘ons’. En daarom hebben we vandaag voedselpakketten verzameld: om uit te delen van het vele dat we gekregen hebben.
Je gaat ook eenvoudig leven: het is geen gebed om luxe, maar om wat nodig is. Daar leer je dan ook tevreden mee te zijn, want zoveel heb je niet nodig om gelukkig te zijn. Wij willen altijd maar meer, maar worden we daar beter van? Overigens, juist als je sober leeft, kunnen feesten ook echt feesten zijn! En dankdag is een goede reden voor zo’n feestje. Denk maar aan het Amerikaanse Thanksgiving: je dankt God voor de oogst door te genieten van een fantastische maaltijd.
En als laatste: je gaat dankbaar leven. In plaats van je zorgen te maken over de toekomst, over alles wat je niet hebt, ga je zien naar wat je vandaag van God krijgt. En je dankt hem ervoor.
3. Slingergebed
Dat gaan we zometeen oefenen. Eerst gaan we zingen, en daarna gaan we eindelijk wat doen met die mysterieuze briefjes die op jullie stoelen lagen. Op die briefjes mogen jullie schrijven waar je dankbaar voor bent. Het mag 1 ding zijn, of 2, of 10.000… Als het maar op 1 briefje past. Die briefjes gaan we ophangen aan een lijn, zodat er een vrolijke slinger van dankbaarheid ontstaat. Die slinger is direct een dankgebed: ik ga daarna niet nog weer die hele slinger in het gebed noemen, het schrijven en het ophangen is zelf al een gebed. Kijk na afloop van de dienst gerust even wat beter bij de slinger – daar wordt je blij van! Maar eerst gaan we nu zingen: ‘zoek eerst het koninkrijk van God’ en ‘dank, dank nu allen God’.
