Marcus 3:31-35 | Kerk als familie

Inleiding

Wij zijn een familie. Dat is onze vernieuwde visie in 1 zin, en het is ook het thema van dit weekend. Wij zijn een familie.

Wat zegt de bijbel eigenlijk over familie?
Ik kan daar natuurlijk van alles over roepen, maar eerst zet ik jullie zelf aan het werk. Vorm groepjes van 2 of 3, en bespreek met elkaar welke bijbelteksten je kunt bedenken waarin het gaat over familie.  Wat kunnen jullie bedenken over wat de bijbel zegt over familie?

Tijd voor groepjes, daarna terugkoppeling.

1.   Familie toen en nu

Familie in de tijd van de bijbel en familie nu, dat is nogal een verschil. Familie voor ons is denk ik vooral fíjn om te hebben. Tenminste, als je een goede band met je familie hebt, en dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo te zijn. Familie kan ook een hoop gedoe opleveren.

Met mijn eigen familie ben ik in ieder geval blij. Mijn familie woont verspreid over het land, dus we lopen de deur bij elkaar niet plat, maar als we elkaar zien, is het altijd goed. Het is heerlijk om een weekend bij mijn ouders te logeren, bij te praten en leuke dingen te doen. Het is trouwens óók heerlijk om onze kinderen daar te laten logeren, en dan zelf eens uit eten te kunnen, of een weekendje weg. Kinderen blij, opa en oma blij, wij superblij! Familie is ook gewoon handig. Mijn zusje en zwager zitten midden in een verhuizing, dus vorige week zaterdag om 7:30 ging mijn wekker, veel te vroeg voor een zaterdag, om de rest van de dag met zware spullen te sjouwen. Op hun beurt hebben zij ook geholpen toen wij aan het verhuizen waren.

Een goede familie is fijn en handig om te hebben. Maar een familie in de bijbel was veel meer: je familie was onmisbaar. Dat ik, als oudste zoon, 150 kilometer van mijn ouders woon, dat was voor families in de bijbel ondenkbaar. Je familie was je leven, en daarbij moet je aan de iets grotere familie denken: niet alleen je gezin, maar ook ooms en tantes, neven en nichten. Met je familie werkte je in het familiebedrijf, met je familie deelde je je eten, met je familie zorgde je voor kwetsbare familieleden. Als je familie iets van je vroeg, dan deed je dat. Je hele leven speelde zich in die familie af.

Overigens: ook toen was er genoeg ellende in families. Het Oude Testament staat vol families die niet goed functioneren. Maar die familie was dus wel heel belangrijk.

2.   Kerk als familie

Maar dan komt Jezus op het toneel. En Jezus zegt dingen over familie, waar je oren van staan te klapperen – helemaal als je bedenkt hoe belangrijk familie was. We lezen 1 van die uitspraken van Jezus over familie: Marcus 3:31-35.

In zijn familie ligt Jezus een beetje lastig. In plaats voor zich in te zetten voor het familiebedrijf, ‘Jozef en zonen – voor al uw timmerwerken’, begint Jezus een onzekere carrière als rondreizende rabbi. Jezus komt en gaat, maar voldoet absoluut niet aan het verwachtingspatroon voor een oudste zoon, die allereerst de zorg voor zijn familie op zich moet nemen. Het lijkt erop dat ze het hem kwalijk nemen. In Marcus 3 komt Jezus thuis van zo’n rondreis – en het is de hoogste tijd om wat familieverplichtingen in te halen. Maar Jezus is nog niet thuis, of hij heeft alweer een grote groep mensen om zich heen verzameld. Jezus’ familie kan daar niet bij – het staat in vers 21: ‘Toen zijn verwanten hiervan hoorden, gingen ze op weg om hem, desnoods onder dwang, mee te nemen, want volgens hen had hij zijn verstand verloren.’

Maar ja, dan moet je wel eerst bij Jezus zien te komen, en dat is een beetje een probleem: overal staan mensen. ‘Pardon, mag ik er even langs?’ Ze proberen het wel, maar er is geen doorkomen aan. Daarom besluiten ze het anders aan te pakken: ‘zeg, wil je aan Jezus doorgeven dat zijn familie buiten op hem staat te wachten?’ ‘Ja, natuurlijk!’ en de achterste in de rij stoot degene voor zich aan: ‘even doorgeven: Jezus’ familie staat buiten op hem te wachten.’ Als de boodschap eindelijk bij Jezus komt, weet iedereen al wat er aan de hand is. Jezus’ familie staat op hem te wachten – dus zij worden nu geacht te vertrekken: familie gaat voor! De mensen beginnen hun jassen al aan te trekken.

Maar Jezus wil daar niets van weten! ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’ Nou, eh, rare vraag Jezus! Maria is je moeder, en haar kinderen zijn jouw broers, en ze staan nu buiten op je te wachten. Maar Jezus kijkt de mensen aan, één voor één: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Jij, en jij, en jij!’

Het is niet dat Jezus zijn biologische familie afwijst. Hij zegt niet: ‘o, Maria en haar kinderen, nee, zij zijn mijn familie niet meer.’ Dat zijn ze nog wel – en dat is voor Jezus ook echt wel belangrijk. Maar Jezus’ familie beperkt zich niet tot zijn biologische familie. Jij hoort er ook bij! We hebben allemaal onze families, maar als kerk zijn we ook een familie, een nieuwe familie, een familie van Jezus!

Terug naar Jezus. Als hij de mensen aankijkt, en zegt ‘jij bent mijn familie, en jij, en jij’, dan zegt hij er nog iets achteraan: ‘want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zus en moeder.’  Wat ons dus familie maakt, wat ons bindt, dat is dat we de wil van God doen. En dat kun je heel groot maken, want God wil nogal wat van ons, en ik schiet daar in ieder geval behoorlijk in tekort. Maar Jezus zegt niet: ‘áls jullie de wil van mijn Vader doen, dan zijn jullie ook mijn familie. Eens even kijken, ja, jij – jij doet het goed, welkom in de familie! En jij, ja, jij hoort er ook bij. Maar jij? Sorry, nog wat beter je best doen. En jij, Mark? Jij maakt echt geen schijn van kans!’ Nee, Jezus zegt het gewoon ronduit,  tegen iedereen die daar zit, zonder onderscheid te maken: jullie zijn mijn familie!

Families in die tijd werden bijeengehouden door de pater familias, de belangrijkste man van de familie.  Je komt het nu nog tegen bij de Italiaanse maffia, waar de hele bende gecentreerd is rond de capo. Kom je het alleen nog tegen bij de maffia? Nou nee, dus ook in de kerk: wat ons samenbindt, is dat we kinderen zijn van dezelfde Vader, dat we samen willen leven voor hem.

We zijn allereerst familie van God: we hebben dezelfde Vader, God, en dezelfde grote Broer, Jezus. En ómdat we familie van God zijn, familie van Jezus, zijn we ook familie van elkaar, zijn wij als Menorah een familie van Jezus. In dit gedeelte zegt Jezus er verder niet zoveel over, wat het dan betekent dat we ook familie van elkaar zijn. Het zit al wel een beetje in dat ‘de wil van God doen’: wat God wil is heel simpel – dat is liefde! Dus als wij een familie van Jezus vormen, dan heeft liefde daarin in ieder geval een belangrijke plek.

En zo is de kerk ook groot geworden! Stel je voor dat jij ergens in de tweede helft van de eerste eeuw ergens in het oude Griekenland woont, en dat je christenen ontmoet die je uitnodigen  om eens een van hun samenkomsten bij te wonen. Als je op de uitnodiging ingaat en de zaal binnenstapt, weet je niet waar je kijken moet –  het is zo overweldigend, zo anders dan alles wat jij kent: deze mensen houden van elkaar! Een succesvolle zakenman en een slaaf zitten aan dezelfde tafel, eten van hetzelfde brood, en voeren zelfs een vrolijk gesprek met elkaar! Alsof ze familie zijn!

Ik moest dit weekend kiezen.  Mijn familie van mijn moeders kant, mijn oma, ooms en tantes, neven en nichten, zij zitten dit weekend in een kampeerboerderij in Oosterblokker. Na twee jaar uitstellen eindelijk weer eens een familieweekend. Maar jullie zijn net zo goed mijn familie! Voor mij is dit geen kerkweekend, maar óók een familieweekend. En ik ervaar jullie ook echt als mijn familie – ook in die dingen die gewone families doen. Mijn ouders wonen ver weg – wat is het dan fantastisch dat onze kinderen hier gewoon nog meer opa’s en oma’s hebben! En toen wij verhuisden, stond, klusploeg Menorah voor ons klaar. Wij zijn een familie!

3.   Leren van families

Ik zet jullie nog één keer aan het werk. Wij zijn een familie –  omdat we kinderen van dezelfde God zijn, zijn wij een familie van Jezus. Wat kunnen wij als kerk leren van families? Wat doen families? Wat doe jij in jouw familie? En kunnen we daar als kerk ook wat mee? Hoe kunnen we als kerk ook na dit familieweekend dat familiegevoel,  hoe kunnen we de liefde vasthouden? Jullie mogen meedenken: wat kunnen wij van families leren? (samen brainstormen – dan afsluiten)


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: