Handelingen 2:41-47 | De Geest maakt familie

Inleiding

Wij zijn een familie. Op het Menorahweekend, 2 weken geleden, hebben we daar uitgebreid over nagedacht, en nog veel belangrijker: we hebben het in de praktijk gebracht. Het voelde voor mij echt als een familieweekend! Uit mijn mond zegt dat wel wat. Ik heb een vrij hoge standaard als het om familieweekenden gaat. Als kind vond ik een familieweekend al de hemel. Nog steeds denk ik dat de hemel best wat heeft van een familieweekend. Maar dan zonder corvee… Die heb ik in het Menorahweekend ook vakkundig ontlopen: terwijl ik van Tio kookles zou krijgen, was ik druk bezig om tussen de boomtoppen mijn hoogtevrees te overwinnen. Wat is het dan toch fijn dat we in de kerk van genade leven, en niet ergens wordt geregistreerd dat ik nog een corveebeurt in te halen heb.

We gaan vandaag nog even verder met dat thema ‘familie’. Dat past namelijk ook goed bij Pinksteren. Als de heilige Geest is uitgestort, maakt hij een familie. We gaan vandaag kijken naar die eerste familie van Jezus, en gaan op zoek naar hoe wij in een heel andere wereld toch ook zo’n familie van Jezus kunnen zijn. We lezen nu eerst Handelingen 2:41-47.

1.   Familie en individu

Misschien duizelt het je wel als je dit allemaal hoort. ‘Kerk als familie’, dat klinkt best gezellig, maar dit is wel heel heftig… Dat was het toen ook al, -ik bedoel, als de Geest met je bezig gaat, dan is dat altijd heftig- maar voor ons is dit misschien nog een tandje heftiger. Mijn hoogtevrees tussen boomtoppen overwinnen lijkt toch heel wat comfortabeler dan zo’n hechte gemeenschap.

Daarbij moeten we niet vergeten dat ze toen, en in veel niet-Westerse culturen nog altijd, veel meer gewend waren aan het idee van samenleven. Niet jij staat op 1, maar je familie staat op 1. Je leeft je leven vóór je familie. Daarom was het ook zo schokkend -waar we het op het weekend over hebben gehad- dat Jezus in Marcus 3, als hij thuis komt van een reis, niet direct naar zijn familie toe gaat. En dat als zijn familie hem dan maar komt halen, hij niet al zijn gasten laat vertrekken, wat ze volstrekt normaal hadden gevonden, want familie gaat nu eenmaal voor. Maar Jezus zegt dat zijn gasten óók zijn familie zijn!

Maar voor ons zegt dat hele idee dat je familie voorgaat toch al veel minder. Jíj gaat voor! Die hechte families van toen, die vinden wij eng. Die families staan jouw persoonlijke vrijheid in de weg. Dan wil je familie weer dat je corvee doet, terwijl jij veel liever de wannabee-Tarzan in de bomen uithangt. We zijn opgegroeid met het idee dat je elkaar vooral ruimte moet geven: dat is de enige manier om het met elkaar uit te houden. Wij zijn, zoals dat heet, individualisten. Niet jouw familie staat op 1, niet de gemeenschap, maar jij, en jouw individuele vrijheid. En, begrijp me niet verkeerd, dat is niet alleen maar negatief. Ik ben in ieder geval enorm dankbaar dat ik in deze tijd leef, en niet in een verstikkende gemeenschapscultuur.

Maar er zitten ook wel nadelen aan. Om die individuele vrijheid te bereiken, moeten we keihard werken. Want die vrijheid, die kopen we met euro’s. Zo zijn we 5 weken per jaar écht vrij, als het ons tenminste lukt om even afstand van ons werk te nemen, en werken we ons de andere 47 weken een ongeluk – hoe vrij is dat eigenlijk? Bovendien heeft al die persoonlijke vrijheid een keerzijde: je staat er alleen voor. Eenzaamheid is een enorm probleem, van jong tot oud. Wat zijn er veel ouderen die alleen met Kerst bezoek krijgen. Wat zijn er veel jongeren die nooit van hart tot hart met iemand kunnen praten. Verder staat het ons in de weg echte problemen op te lossen: alleen samen kunnen we de opwarming van de aarde tegengaan, maar niemand wil z’n vrijheid daarvoor inleveren… Ik ben ook zo’n individualist, die geniet van zijn vrijheid, maar dan ga ik toch verlangen naar verbinding, naar gemeenschap.

2.   De Geest maakt familie

Daarmee zijn we terug in Handelingen 2. Want die Geest, die brengt verbinding, die vormt een nieuwe familie. Als Menorah willen we een kerk als familie zijn – hier zie je het gebeuren! Je komt er voor het eerst binnen, en hebt direct een uitnodiging te pakken om te komen eten. Als je op de uitnodiging ingaat,  blijk je niet de enige te zijn die is uitgenodigd. Je gastheer heeft direct 20 gasten over de vloer. Je vraagt of je misschien moet betalen, maar je gastheer kijkt je glimlachend aan: ‘welnee, alles wat van mij is, is van ons!’ Aan tafel raak je met je buurman in gesprek, en al snel gaat het over Jezus. Jullie besluiten voor elkaar te bidden, iets wat je nog nooit gedaan hebt. Aan het einde van de maaltijd vraagt de gastheer de aandacht: ‘Jezus heeft ons geleerd het brood te breken om hem te gedenken – laten we dat doen!’ Aan het einde van de bijeenkomst heb je er 20 familieleden bij.

Dat is niet alleen voor individualisten schokkend, dat was het toen net zo goed. Je leefde wel in een gemeenschap, maar die gemeenschap was je familie: dáár speelde je hele leven zich af. Maar hier worden die muren van families doorbroken, doet het er niet meer toe of je bij dezelfde familie hoort, om toch samen een nieuwe familie te kunnen zijn. De Geest doorbreekt grenzen, de familiegrenzen van toen, maar ook de grenzen die wij, individualisten, om ons eigen leven zetten. Mensen zijn gemaakt voor verbinding, en waar de Geest aan het werk gaat, gebeurt het. De Geest gooit alles open!

Maar is het niet een beetje té? Elke dag samenkomen? Ik vind het best fijn met jullie,  maar elke dag vind ik ook wel weer wat overdreven… ‘Familie en vis blijven 3 dagen fris’ zegt het spreekwoord. Een Menorahweekend van 3 dagen is mooi, maar dan is het ook goed dat het weer afgelopen is. Of wat dacht van al je bezit verkopen en in de kerkkas storten, zodat de kerk het eerlijk kan verdelen? Nu staan Zaankanters als rood bekend, we hebben in Zaandijk zelfs een Karl Marx-straat, vernoemd naar de huisfilosoof van de communisten, maar ik vermoed dat dit zelfs Zaankanters te ver gaat… En anders mij wel.

Als je verder leest in Handelingen, krijg je al een wat genuanceerder beeld. ‘Ze verkochten al hun bezittingen’ betekent niet dat ze letterlijk alles verkochten om zelf voortaan blut door het leven te gaan. In Handelingen 4 verkoopt Barnabas een akker, zijn huis houd hij gewoon, en geeft de opbrengst aan de kerk, en dat wordt als iets heel bijzonders gezien. Het zou me niet verbazen als met dat ‘elke dag kwamen ze samen’ net zoiets aan de hand is: dat er elke dag wel groepen christenen samen kwamen, maar dat niet iedereen er elke dag bij was. Daar gaat het uiteindelijk ook niet om: het gaat erom dat christenen een nieuwe manier van leven hebben gevonden, waarin ze niet voor zichzelf leven, of voor hun familie, maar waar ze samenleven in de kerk als nieuwe familie, waar de Geest hen het verlangen geeft alles te delen.

Ja, we leven in een heel andere tijd, een tijd waarin verbinding veel minder gewoon is. We hoeven ook geen kopie van die eerste kerk te worden. Maar laat het geen excuus zijn om langs elkaar heen te leven: de Geest wil ook ons als familie aan elkaar verbinden. De Geest wil ook ons helpen zó kerk te zijn dat de liefde voor Jezus én voor elkaar bij ons te proeven is! Hoe kan dat er bij ons uit zien? Gelukkig zie ik er al veel van – en daar word ik blij van! Van een Menorahweekend bijvoorbeeld. Of als ik van gasten hoor dat ze bij ons een warme gemeenschap zien. En natuurlijk kunnen we daar ook nog verder in groeien. Uit Handelingen 2 wil ik 3 dingen noemen die ons kunnen inspireren.

Het eerste: het hoeft niet altijd met z’n allen. Die huizen in Jeruzalem, daar pasten ze ook niet met 3000 tegelijk in. Die familie gebeurt niet alleen op zondag, maar juist ook in de huizen. De huizen zijn plekken om samen te eten, samen verhalen te delen, samen te bidden, samen plezier te maken, samen te huilen, samen te geloven, samen te leven!

Het tweede is delen. Juist in een tijd waarin bezit zo belangrijk is, is het mooi om te delen. Trouwens, delen wordt steeds hipper, bijvoorbeeld met auto’s: geen eigen auto, maar een deelauto. Juist als christenen mogen we in een bezitterige wereld laten zien dat delen veel mooier is. Niet dat je alles moet verkopen,  maar wel dat je beseft dat jouw spullen niet alleen van jou zijn. Mijn auto is ook jullie auto, mijn tuin ook jullie tuin, jouw boormachine is mijn boormachine, mijn vouwwagen jullie vouwwagen, mijn huis jullie huis. Mijn vrouw… Nee, nee, nee – dat dan weer niet, dat zei de kerkvader Tertullianus al in de 2e eeuw: ‘we delen alles onderling, behalve onze vrouwen.’

En het derde: wees vol van Jezus en zijn Geest. We zijn niet zomaar een gezellige familie! Wat die allereerste kerk boven alles kenmerkt, is dat ze vol is van Gods aanwezigheid. Het is de basis onder al die andere dingen – zonder die basis stort de rest in. Dus laten we vooral een geloofgemeenschap zijn, waar we elkaar bemoedigen, voor elkaar bidden, en samen God aanbidden.

Als we zo kerk zijn, familie zijn, dan hebben we echt iets moois om aan de wereld te laten zien: de Geest geeft een alternatief voor keihard individualisme.

3.   Verbinden

Ik hoop dat ik iets van het verlangen daarnaar heb kunnen prikkelen, of beter nog: dat de Geest dat verlangen bij ons wekt. Ik wil je uitdagen daar de komende tijd mee bezig te gaan. Heel simpel: verkoop je huis, en geef de opbrengst aan de kerk. 😉 Nee, laten we het overzichtelijker maken: probeer komende tijd een extra verbinding te leggen. Nodig iemand uit om te komen eten, breng iemand een verrassingspakketje, vraag iemand hoe het gaat, bid met iemand, stuur een mooie kaart, nodig iemand uit naar iets leuks te gaan, spreek af om samen te wandelen, of… vul  zelf verder maar aan. Leg de komende tijd een extra verbinding. Want de Geest maakt ons familie! Amen.  


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: