Pasen is niet iets wat leuk is voor Jezus, maar waar je verder niets aan hebt. Nee: Pasen is voor jou! Ook als je voelt dat je faalt, als je leeft met schaamte en zelfverwijt.
Inleiding
Afgelopen donderdag konden we in het buurthuis, samen met de buurt, The Passion kijken. De opkomst hield niet over, dat was jammer, daar gaan we het nu verder niet over hebben, maar er waren wel degelijk gasten uit de buurt. En daar was ik heel blij mee, want dat vind ik altijd best ingewikkeld: mensen uitnodigen voor iets van de kerk.
Een flyer delen op facebook en in de Buurtactiviteiten 1508/09 app, dat vind ik nog niet zo heel erg: dat is op veilige afstand. Een poster ophangen achter een raam is ook helemaal prima. Iets enger vond ik het al om ook in de Dekamarkt een uitnodiging op te hangen. Ik koos er een rustig moment voor, keek goed om heen of niemand me in de gaten hield, haalde de uitnodiging tevoorschijn toen niemand keek, duwde hem snel in het oproepjes-bord, en zoefff weer naar buiten – alsof ik iets hoogst illegaals had gedaan. Ok, ik overdrijf een beetje, en je mag zelf invullen wat overdreven is, maar ik vind het dus spannend mensen uit te nodigen voor iets van de kerk!
Toen had ik nog een stapel uitnodigingskaarten over. Ik heb besloten me maar eens over die angst heen te zetten, en een aantal buren persoonlijk uit te nodigen. Want je kunt wel overal posters ophangen, maar de echte kracht zit in een persoonlijke uitnodiging. En dat was een heel bemoedigende ervaring: aan die poster waren mijn buren zo voorbij gelopen, maar dat ik even aan de deur kwam, konden ze zeer waarderen. ‘Ik kijk The Passion altijd, wat een leuk idee – ik kom!’
Dat is de kracht van een persoonlijke uitnodiging – dan voel je je extra welkom, dan weet je: ‘dit is ook voor mij’. Zo’n ervaring krijgt Petrus op de 1e Paasdag. Pasen is supergroot nieuws, en Petrus wordt persoonlijk uitgenodigd. En dat geldt niet alleen voor Petrus – het is ook voor jou. Daarom is vandaag het thema: ‘Pasen, voor jou!’ We lezen nu eerst Marcus 16:1-8.
Pasen, voor jou!
Mijn aandacht in dit gedeelte werd direct getrokken door 3 woorden: ‘en tegen Petrus’. ‘Zeg tegen zijn leerlingen, én tegen Petrus…’ Ik vind dat echt een fascinerend detail uit het Paasverhaal. Marcus is ook de enige die dit detail vermeldt. De Paasverhalen van Matteüs, Lucas en Johannes noemen dit detail niet.
Dit detail wordt nog fascinerender als je weet dat Marcus het verhaal van Petrus opschrijft. Marcus doet niet meer dan opschrijven wat Petrus hem vertelt. En Petrus is er helemaal niet zo van zichzelf in de schijnwerpers te plaatsen. Ik ben al vanaf januari bezig met preken uit Marcus, en toen ik daarmee begon dacht ik: leuk, dan kunnen we het eens wat meer over Petrus hebben. Maar Petrus hoeft het niet zo nodig over zichzelf te hebben. Meest opvallende voorbeeld daarvan vind ik het verhaal van een nachtelijke vaartocht. Jezus is achtergebleven en stuurt zijn leerlingen vast naar de overkant van het meer. Maar het is echt rotweer, ze kunnen roeien wat ze willen, maar ze komen nauwelijks vooruit. En dan zien ze Jezus op het water lopen. In Lucas’ versie van het verhaal springt Petrus direct uit de boot, om over het water naar Jezus te lopen. Maar Marcus slaat dat deel gewoon over: Petrus wil de aandacht niet afleiden van Jezus.
Maar vandaag, in het Paasverhaal, is Marcus juist de enige die het detail noemt: ‘én tegen Petrus’. Ik zie het voor me: Marcus zit aan een tafeltje te schrijven, Petrus staat naast hem te vertellen. ‘Dat moet er echt in, Marcus – én tegen Petrus. Heb je dat al opgeschreven?’ Petrus, die niet in de schijnwerpers wil staan, vindt dit een belangrijk detail. Dat lijkt me reden genoeg om nog wat meer in die woorden te duiken.
‘En tegen Petrus’ – dat is een persoonlijke uitnodiging. En van alle vrienden van Jezus heeft Petrus die uitnodiging het hardst nodig. Petrus zit namelijk het diepst van allemaal. Ze zijn allemaal verdrietig en verward, maar Petrus wel het meest. Petrus is gebroken. Sinds hij in de nacht van donderdag op vrijdag Jezus in de steek liet, heeft Petrus geen oog meer dicht gedaan. Hij was in shock toen een zwaarbewapend arrestatieteam Jezus ophaalde, hij probeerde nog voor Jezus te vechten, maar Jezus stond het hem niet toe. Petrus was vastberaden Jezus niet alleen te laten, en volgt hem naar het huis van de hogepriester, waar Jezus wordt ondervraagd. Misschien komt er een moment dat Petrus een goed woordje voor Jezus kan doen, waardoor alles met een sisser afloopt. Maar als hij voortijdig ontmaskerd wordt, is die kans verkeken. Dus als hem wordt gevraagd of hij bij Jezus hoort, antwoord hij ontwijkend. En voor hij het weet, neemt ook hij, met al zijn goede bedoelingen, afstand van Jezus – als laatste vriend.
Sinds dat moment wordt Petrus heen en weer geslingerd tussen schaamte, wanhoop en zelfverwijt. Had hij het maar anders gedaan! Nu is zijn afscheid van Jezus geweest dat hij zich van Jezus distantieerde. Petrus is er nog altijd misselijk van. Hij kan niet eten, hij krijgt geen hap door de keel, en slapen lukt ook al niet. Misschien verwijt hij zichzelf wel dat Jezus dood is: als hij Jezus niet in de steek had gelaten, was het vast heel anders gelopen, en was Jezus nog gewoon in leven. Petrus heeft keihard gefaald en is er kapot van!
Stel je even voor dat jij Petrus bent. Het is zondagochtend, je leeft in je nachtmerrie, en je zoekt steun bij je vrienden. Maar dan vallen drie vrouwen binnen, Maria, Maria en Salome. Ze zijn buiten adem en hun woorden buitelen over elkaar heen. ‘Jongens, luister, Jezus leeft! We gingen naar zijn graf, maar hij was er niet meer. We zagen een engel, die vertelde dat Jezus is opgestaan!’ Dat is zeg maar de poster die ze ophangen, en Petrus denkt: ‘het zal wel’. Maar dan zien ze Petrus zitten: ‘Petrus, we moesten het speciaal tegen jou zeggen, daar was de engel heel duidelijk over. Dit is echt nieuws voor jou: Jezus leeft, Petrus!’ Dat is de persoonlijke uitnodiging die Petrus krijgt. En voor het eerst in dagen voelt Petrus iets warms, ruikt hij een sprankje hoop.
Juist Petrus, die zo hard gefaald heeft, moet het weten. Dat zou je misschien ook negatief kunnen opvatten, zo van: ‘Petrus, ik ben terug, en ik ben niet vergeten wat jij gedaan hebt, ik kan je niet langer gebruiken.’ Dat had gekund: dat Jezus schoon schip wilde maken, en Petrus naar een functie elders was weggepromoveerd. Maar dat hij Petrus wordt genoemd, geeft al aan dat dat het niet is.
Zijn ouders noemden hem Simon, maar Jezus gaf hem een erenaam, Petrus, omdat Jezus met Petrus wil bouwen. Als nu weer die naam genoemd wordt, is dat een bevestiging: ik wil nog steeds samen met jou!
‘En tegen Petrus’ – die woorden zijn balsem voor de ziel. Het is alsof Jezus zegt: ‘maar je bent niet zomaar me af! Je kunt me wel alleen laten, je kunt me zelfs kruisigen, maar ik blijf, en ik houd van je – echt!’ Jezus ziet in Petrus niet iemand die hem in de steek liet, maar iemand die pijn heeft. Jezus maakt zich niet druk om wat Petrus hem heeft aangedaan, dat is door het kruis en de opstanding klaar, met dat kwaad hééft Jezus al afgerekend, voor Jezus staat er niets tussen hem en Petrus meer in. Maar voor Petrus nog wel – en Jezus ziet het, en voelt met Petrus mee, en wil juist Petrus laten weten: ik heb dit gedaan omdat ik van je houd!
En zo wordt het dubbel Pasen. Pasen is het feest van een nieuwe start. Dat is het voor Jezus, maar ook voor Petrus. Voor Jezus is het een nieuw begin na de dood. Voor Petrus eigenlijk ook – want die nachtmerrie waar hij in leefde was ook een soort dood zijn. Maar ook Petrus staat op – ook hij mag weer leven, mag de liefde van Jezus weer indrinken, in plaats van te zwelgen in schaamte en zelfverwijt.
En zo is Pasen ook bedoeld. Niet als iets wat leuk is voor Jezus, heel bijzonder, maar je hebt er verder niets aan… Nee: Pasen is voor jou! Pasen is leven, is hoop, is een nieuwe start, niet alleen voor Jezus – maar ook voor Petrus, en voor jou! Want Jezus leeft, en hij zoekt jou.
…en tegen jou
‘En tegen Petrus…’ Misschien voel je je wel eens een beetje een Petrus. Voel je dat je faalt, leef je met schaamte en zelfverwijt. Heb je wel gehoord dat Jezus leeft, heb je bij wijze van spreken wel wat posters daarover zien hangen, maar voelt het niet voor jou. Vul dan je eigen naam maar in voor die van Petrus. ‘zeg tegen zijn leerlingen, en tegen…’ – en dan jouw naam. Want het is niet de bedoeling dat het slechts dubbel Pasen blijft. Met hoeveel mensen zouden we hier zijn? Dik 100? Dan moet het toch zeker 100-dubbel Pasen worden, en dan hebben we het alleen nog maar over dit gebouw. Want jij wordt persoonlijk uitgenodigd: Pasen is ook voor jou!
Straks, aan het einde van de dienst, krijg je van de kinderen wat mee, een zakje zonnebloemzaden. Ik zou zeggen: plant ze ergens, in je tuin of in het wild, en gebruik elke keer als je de bloem ziet groeien, als je het nieuwe leven erin ziet opbloeien, als een persoonlijke herinnering: het is Pasen, ook voor mij! Amen.
