Het is nog niet zo makkelijk om je te laten dienen. Toch is dat wat Jezus doet: jou bedienen, met liefde die absurde trekken aanneemt. Laat je het toe?
Inleiding
Ik heb nog nooit zoveel jassen in handen gehad als in het laatste halfuur voor deze dienst. Mijn respect voor de garderobemedewerkers in het Zaantheater is met sprongen gegroeid!
Maar ik ben ook benieuwd naar hoe jullie het hebben ervaren. Misschien denk je: dit bevalt me wel, moeten we vaker doen. Ik denk niet dat ik het elke zondag ga doen, dus dan moeten we er een rooster voor maken. Maar wie vond het wel een fijne ervaring om bediend te worden?
Ik kan me ook voorstellen dat je het maar niets vond. ‘Ik kan zelf mijn jas wel ophangen hoor!’ Zelf vind ik het altijd wel een beetje ongemakkelijk als iemand anders mij uit mijn jas wil helpen. Bovendien, als je hem zelf ophangt, weet je in ieder geval precies waar die hangt. Straks moet je nog zoeken ook waar ik je jas heb gelaten… Wie van jullie zegt: voor mij hoeft het niet zo nodig?
Het is nog helemaal niet zo makkelijk om je te laten bedienen. Ja, in een restaurant, waar het personeel ervoor betaald krijgt. Al heb ik zelfs daar de neiging de lege borden alvast op te stapelen om het bedienend personeel het wat makkelijker te maken. Maar daar hóór je tenminste nog bediend te worden. Wat als het niet hoort? Hoe groter het is wat een ander dan voor je doet, hoe ongemakkelijker je je erbij gaat voelen.
Precies daarover gaat het in de tekst van vandaag. Over Jezus die zich als bediende opstelt – en dat hóórt niet! Thema vandaag is ‘bediend door Jezus’, en we gaan dat ongemakkelijke gevoel verder verkennen. We lezen eerst Johannes 13:1-11.
1. De laatste avond
Voor ik verder ga: vandaag staan we ook stil bij biddag. Deze tekst is daar niet bij gekozen, hij is gekozen voor een serie in de lijdenstijd. De zondagen dat ik preek, wil ik met jullie heel Johannes 13 door. Maar er is wel degelijk een link tussen biddag en de boodschap van deze preek. Daarover straks meer.
Nu terug naar Johannes. Als ik een verhaal in de bijbel wil begrijpen, kijk ik altijd ook even wat ervoor gebeurd is. In dit geval is dat dat Jezus in Jeruzalem is. Tegen de zin van de Farizeeën is Jezus er als een held onthaald. Er volgens nog wat gesprekken, en dat is dan het einde van het publieke optreden van Jezus. Vanaf Johannes 13 is Jezus alleen nog maar in de kleine kring van zijn leerlingen te vinden.
Maar in plaats van goed te bekijken wat hiervoor is gebeurd, zegt Johannes juist: lees dit verhaal in het licht van wat er hierna gebeurt. Voor hij het verhaal zelf vertelt, geeft Johannes een uitgebreide leeswijzer: ‘Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan.’
Je moet dit verhaal van Jezus die de voeten wast lezen vanuit het verhaal van het kruis. Het is donderdag, Jezus weet dat dit de laatste avond met zijn leerlingen is. Jezus wil dat ze gaan begrijpen wat hij gaat doen, dat ze niet zullen vergeten dat hij gekomen is om te dienen. Dat maakt Jezus deze laatste avond heel tastbaar, door het niet alleen te vertellen, maar het ook te doen, als een soort gelijkenis met daden, een performance act.
2. Bediend door Jezus
En het is best een ingrijpende performance act die Jezus uitvoert. Het gaat echt wel even wat verder dan dat ik jullie bij binnenkomst uit je jas help. Ik had er ook met een teiltje water kunnen gaan zitten om voeten te wassen, maar dat heeft voor ons niet de gevoelswaarde die het toen had. Je voeten worden hier nergens gewassen, alleen misschien bij een pedicure of voetmasseur. Het is ook nergens voor nodig: de straten zijn schoon en je schoenen zijn dicht, zeker in dit seizoen. De leerlingen van Jezus liepen rond op sandalen over stoffige straten in een tijd dat er nog geen afvalophaaldienst was, en riolering weliswaar al wel was uitgevonden en in een stad als Rome werd gebruikt, maar Israël was daar echt nog niet op aangesloten. Zeker in de stad, en daar zijn ze nu, was de straat een smerige bedoening, en stonken je voeten een uur in de wind – en niet van het zweten… En dan is voeten wassen opeens niet een gek ding, maar pure noodzaak – helemaal als je bedenkt dat ze niet aan tafel zaten, maar lagen, met hun voeten zo ongeveer op tafel! En dan is ook direct duidelijk dat de voeten van een ander wassen een vies klusje is. Dat laat je bij voorkeur over aan het bedienend personeel.
Dus niet aan Jezus! Toch is Jezus degene die opstaat, zijn jasje uittrekt, een handdoek om zich heenslaat, en de kring rondgaat. Jezus ziet eruit als een slaaf – zo gedraagt hij zich ook. Jezus kiest ervoor het meest vernederende klusje zelf te doen. Als een vooruitblik op het kruis. Nú legt Jezus zelf zijn bovenkleed af. Morgen wordt het hem door anderen uitgetrokken. Maar ook dan kiest Jezus er zelf voor, is hij het die zijn leven aflegt.
Jezus kiest de allerlaagste positie. En dat wordt nog absurder als je bedenkt wie Jezus is. Johannes benadrukt dat ook: Jezus weet op dit moment als nooit tevoren wie hij is, dat de Vader hem álle macht heeft gegeven! Wat doe je als je álle macht hebt?! Ik zou zeggen: volg het nieuws, dan weet je wat mensen met macht doen. Ze gaan wapens maken, ze gaan decreten afkondigen, ze komen overal mee weg. Juist als je macht hebt, blijkt je karakter. Dit is het moment dat Jezus trots had kunnen zijn, zich heel belangrijk had kunnen voelen, en niemand had het hem kwalijk genomen als hij iemand uit de kring had aangewezen: jij gaat voeten wassen.
Bovendien weet Jezus wat eraan komt. Hij weet van de samenzwering waar Judas in betrokken is. Maar hij weet ook dat al zijn leerlingen hem vanavond in de steek laten. Over een paar uur staat Jezus er helemaal alleen voor. Maar Jezus denkt niet: ‘bekijk het maar’, hij wil juist nu laten zien dat je het kwaad overwint met het goede. En dus kruipt de machtigste man op aarde, een teiltje water voor zich uit duwend en een handdoek over zijn schouder, tot hij ook geknield voor jou zit, je voeten pakt die een en al smerigheid zijn, en ze liefdevol wast. Het is de omgekeerde wereld!
Dit wordt Petrus te gortig, dit kan écht niet. ‘Alstublieft Jezus, niet voor mij. Kom, ga zitten, dan zal ik uw voeten wassen.’ En Petrus heeft helemaal gelijk. Dit is gewoon gênant! Jezus die rondkruipt, die zich jouw slaaf maakt, die jouw smerige voeten wast, die zelfs voor jou aan het kruis gaat – het is ronduit beschamend! Stel, jij hebt een gast over de vloer, en je moet even naar de wc voor een tussenstop. Als je terugkomt staat je gast in de keuken met een emmer sop en blinkt je kookplaat zoals het nog nooit geblonken heeft. Alle aangekoekte vettigheid van meer dan een jaar is eraf – het zit nu aan de handen van jouw gast. Het is heel moeilijk om daar dan gewoon blij mee te zijn, in plaats van dat je je kapot schaamt.
Zoiets, maar dan 100x sterker, voelt Petrus. Petrus wíl niet door Jezus gediend worden – daar is hij, zeg maar, niet zo van gediend. Petrus kan niet leven met de omgekeerde rolverhoudingen. Mogelijk is dat ook waarom Petrus liever helemaal gewassen wordt: dan is het een soort dopen, en dan klopt het weer, dat is wat religieuze leiders hóren te doen. Maar het slavenwerk van voeten wassen?! Jezus die het meest vernederende klusje doet – als beeld van de nog vernederende taak: het kruis? ‘Alstublieft, sla mij toch over.’
Het is nog niet zo makkelijk om door Jezus gediend te worden. Die weerzin van Petrus is zo gek nog niet. Het is goed om het met Petrus mee te voelen, dat Jezus’ liefde voor jou echt absurde en gênante trekken aanneemt. ‘Helpt maar een ander, Jezus, ik red me wel.’ Misschien is er wel één ding dat nog vernederender is dan wat Jezus doet: toelaten dat Jezus jou op deze manier dient. Wát een trots moet je daarvoor aan de kant zetten! Dat geldt voor de leerlingen ook. In het verslag van Lucas over die avond is te lezen dat de leerlingen nog lekker discussiëren over wie van hen nu toch de belangrijkste is. Als Jezus je smerige voeten wast, en daarmee vooruitblikt op wat hij aan het kruis gaat doen, dan blijkt hoe belachelijk het is dat wij ons zo belangrijk vinden.
De vraag is: kun je het accepteren? Heb jij de nederigheid bediend te worden door Jezus? Om oprecht blij te zijn met wat Jezus voor je doet, in plaats van dat het je in je eer aantast? Het is veel makkelijker zelf te dienen dan een dienst aan te nemen. Maar het moet wel. Petrus kan er niet voor bedankten. Kan niet zeggen: ‘Jezus, sla mij maar over, ik doe mijn eigen voeten wel even.’ Als Jezus niet dit vernederende klusje voor Petrus mag doen, kan Petrus niet bij Jezus horen. Je kunt niet tegen Jezus zeggen: ‘ik heb grote bewondering voor u, ik geloof dat u de Zoon van God bent, maar voor mij hoeft u echt niet aan het kruis, voor mij hoeft u zich niet zo te vernederen.’ Christen zijn is juist de vernedering van Jezus dankbaar aannemen.
Het is de erkenning dat je het zelf niet kunt, de erkenning dat je het nodig hebt dat Jezus het vuile werk doet. Ik kan mijzelf niet gelukkig maken. Als ik alle bronnen in mijzelf moet vinden, word ik gek. Ik kan niet met het kwaad afrekenen. Daarvoor zit het veel te diep in mij. Ik zal het van de dood nooit winnen. Mijn leven is daarvoor te zwak. Maar dat van Jezus niet!
En ik denk dat dat je ook mens maakt: de erkenning dat je het zelf niet kunt. Mensen die denken niemand anders dan zichzelf nodig te hebben zijn over het algemeen niet de meest aangename mensen om mee om te gaan. Je kunt pas écht liefhebben, en daar gaat het vervolg van Johannes 13 ook over, als je eerst die absurde liefde van Jezus toelaat – hoe ongemakkelijk dat ook is. Je bent niet pas iemand als je alles onder controle hebt, als jij zelfstandig bent en zelfvoorzienend: juist in gediend worden, in hulp ontvangen, in je afhankelijkheid erkennen, wordt je echt mens.
Daarin zit voor mij ook de link met biddag: elke keer als je bidt, als je God vraagt, dan is dat een erkenning van je afhankelijkheid. Je hebt je eigen leven niet in de hand. Bidden is onder ogen zien: zonder zijn absurde liefde, zonder zijn zegen, zonder zijn dienst, ben ik nergens!
3. Spiegel van afhankelijkheid
Je wordt bediend door Jezus. En dat is niet makkelijk. Niet alleen Jezus moet zich daarvoor vernederen: jij ook. En ik zat te denken: hoe kun je daar nu in groeien, wat helpt je daarbij?
Ik moest denken aan die leerlingen van Jezus die verhitte gesprekken voeren over wie van hen de belangrijkste is. Dat is een herkenbare vraag. Je kunt je omringen met alleen maar succesvolle mensen, die jou erin bevestigen dat het leven is wat jij er van maakt, dat je zelfstandig bent en niemand nodig hebt.
Je kunt je ook omringen door mensen die niet in jouw perfecte plaatje passen, door kwetsbare en afhankelijke mensen, die, als je goed kijkt, jou confronteren met jouw kwetsbaarheid. Trouwens, ieder op het oog succesvol mens heeft z’n kwetsbaarheden. Kijk eens in de spiegel die zij je voorhouden, van een leven dat niet maakbaar is, maar toch zo kostbaar dat Jezus er alles voor geeft. En ik hoop dat we als kerk ook zo’n plek zijn: een plek waar we niet doen alsof, waar we niet ruziën wie de belangrijkste is, maar de nederigheid hebben ons door Jezus te laten bedienen. Amen.
