Soms moet je iets moeilijks gewoon even in perspectief zetten. Haggai moedigt aan vanuit Gods perspectief te kijken. Dat helpt je niet op te geven.
Inleiding
Als je ergens middenin zit, is het vaak lastig om dingen in perspectief te zetten. Voor de hand liggend voorbeeld is natuurlijk de coronacrisis: die is voor ons heel groot en onoverzichtelijk, we hobbelen er maar een beetje met de dag doorheen, zonder dat we een duidelijk toekomstperspectief hebben. Terwijl we dat gewoon nodig hebben.
Wie dat goed begrepen heeft, is de communicatieafdeling van de Duitse overheid. De meeste coronaspotjes die in Nederland worden uitgezonden, die werken in op mijn allergische zone, maar die Duitse campagne kan ik prima hebben. Dat zit ‘m in 2 dingen: humor en perspectief. Ja – Duits en humor… Een Britse commentator merkte op: prima dat de Duitsers de coronacrisis beter managen dan de Britten, ‘maar ik denk niet dat ik kan verdragen dat ze grappiger zijn.’
In het spotje blikt een Duitse opa terug op de dramatische winter van 2020. Het drama wordt extra kracht bijgezet door de heroïsche muziek. ‘Ik was net 22 geworden en studeerde werktuigbouwkunde toen de tweede golf kwam. 22… Op die leeftijd wil je toch feesten? Maar een onzichtbaar gevaar bedreigde alles waar we in geloofden. En het lot van dit land lag plotseling in onze handen. Dus deden we het enige juiste: niets! We waren lui als varkens. Onze bank was het front, ons geduld was ons wapen. Weet u… Soms moet ik een beetje gniffelen als ik terugdenk aan die tijd. Dat was ons lot, zo werden wij toen helden.’
Het échte spotje is natuurlijk veel leuker dan wat ik eruit vertel, dus zoek hem vooral thuis na, maar waar het mij nu om gaat is dat dit perspectief geeft. Deze man blikt terug, en kan achteraf lachen om die rare tijd. Daar zit een heel sterke boodschap in: we gaan hier uitkomen – echt! En soms heb ik die peptalk gewoon even nodig.
De tempelbouwers in Haggai 2 kunnen ook wel zo’n aanmoediging gebruiken. Ook zij zijn het perspectief kwijtgeraakt, ze beginnen te denken dat het nooit wat wordt, maar dan laat God de bouwers van zijn kant kijken. God geeft perspectief – aan die bouwers en aan ons, als wij ons inzetten voor zijn zaak. Laten we lezen: Haggai 1:15b-2:9.
1. Ons perspectief
Eerst dit: wat ging hier aan vooraf? In Haggai 1 doet Haggai een dringende oproep de werkzaamheden aan de tempel te hervatten. De Israëlieten zijn al zeker 15 jaar terug in Israël, nadat ze als ballingen in Babylon woonden, maar 15 jaar later ligt het tempelterrein er als een verlaten bouwput bij. Zo kan het niet langer, en Haggai moet die boodschap namens God brengen.
En dat is levensgevaarlijk! Ik bedoel, profeten werden in Israël meestal niet zo gewaardeerd: in het gunstigste geval werd je gewoon genegeerd. Maar Haggai niet! 3 Weken nadat Haggai zijn donderpreek heeft gehouden, wordt de tempelbouw hervat! De verlaten bouwput wordt weer een bedrijvige bouwplaats, waar met nieuw enthousiasme gebouwd wordt aan de plek waar God wonen wil. Iedereen draagt zijn steentje bij. Echt bijzonder, hoe voortvarend het opeens wordt opgepakt!
Vorige week zei ik al dat wij ook mogen bouwen: God wil dat jij aan zijn koninkrijk bouwt. En ik hoop dat je daar ook je steentje aan bij wilt dragen, door Gods liefde te verspreiden. Maar als je daar mee bezig bent, dan valt het ook wel eens tegen. En dáárover gaat het in Haggai 2.
De eerste maand van de herbouw zit er bijna op. Eerst ging dat heel lekker: iedereen was gemotiveerd, je zag het opknappen, de sfeer was goed, de catering ook – kortom: ze hadden de smaak te pakken. Maar na een week komen de eerste twijfels: is dit het nu? Dat begint bij de 70+ers. Sorry lieve 70ers – kan ik ook niets aan doen… Dit zijn de mensen die de oude tempel nog hebben gezien, voor die 66 jaar geleden met de grond gelijk werd gemaakt. Zij staan niet zelf stenen te sjouwen en te metselen, maar ze volgen de bouw met veel belangstelling. En al snel wordt voor hen duidelijk: deze herbouwde tempel zal nooit kunnen tippen aan de oude tempel, gebouwd door koning Salomo. Deze tempel wordt het schoolvoorbeeld van crisisbouw: met weinig middelen toch iets uit de grond stampen. Dat kan alleen als je bespaart op materialen en details. En God verdient toch meer dan zo’n bezuinigingstempel?
Deze houding slaat over op de bouwers. Zij hebben die oude tempel nooit in real life gezien, maar in gedachten zien ze hem zo voor zich: ze hebben zo veel over die tempel gehoord! Misschien is hij zelf in hun gedachten nog mooier geworden dan hij in werkelijkheid al was. In ieder geval raken ze er zwaar door ontmoedigd: ze gaan nog wel door, maar niet meer zo gemotiveerd, en de sfeer wordt ook steeds beroerder. Om het over de catering maar niet te hebben…
Die hele omgeslagen stemming heeft alles met perspectief te maken. Het enige perspectief dat ze hebben, is ‘vroeger’. Dus daar gaan ze mee vergelijken – een heel effectieve manier om je motivatie om zeep te helpen. Zodra je gaat vergelijken, kun je het wel schudden: je kunt altijd voorbeelden bedenken die beter zijn dan waar jij mee bezig bent. Wat jij doet – wat stelt dat nu helemaal voor?
We hebben, waarschijnlijk behoorlijk geïdealiseerde, verhalen over vroeger, over volle kerken, midden in de samenleving, en alles wat we nu voor Gods koninkrijk doen, steekt daar bleek bij af. Als kerk proberen we het in Kogerveld, denken we over pionieren, maar je zou bij voorbaat de moed al verliezen: het is zo klein, wat stelt het nou voor? Vorige week daagde ik jullie uit liefde in je straat te verspreiden – maar is dat het dan? Het is zo gewoontjes – helemaal als je kijkt naar de rijke geschiedenis van het christelijk geloof. Dát is ons menselijk perspectief.
2. Gods perspectief
Het mooie van Haggai 2 is dat God daar zijn perspectief tegenover zet! Wij kijken met onze beperkte blik, vergelijken met succesverhalen van anderen, vergelijken met vroeger, en raken er zo door ontmoedigd dat we het bijltje er bij neergooien. Maar God kijkt anders – God heeft niet iets als een beperkte blik! Als je met Gods ogen mag kijken, en dat is wat Haggai ons laat doen, dan ziet het er opeens heel wat rooskleuriger uit!
Vanuit Gods perspectief mag Haggai 2 dingen aanreiken. Het eerste: God is erbij! ‘Ík ben bij jullie,’ zegt Haggai namens God, ‘dat heb ik jullie beloofd, lang geleden al, toen jullie wegtrokken uit Egypte naar het beloofde land. Ik zal steeds in jullie midden aanwezig zijn – ook nu!’ Het is niet zomaar dat Haggai over Egypte begint: hij spreekt deze profetie uit tijdens het Loofhuttenfeest. Het idee van dat feest was dat de Israëlieten een week in hutjes gingen wonen, in plaats van in stevige huizen, om op die manier terug te denken aan hun reis door de woestijn. God herinnert aan die tijd, en zegt: ‘toen was ik er toch ook bij?! Denk dan niet dat jullie er nu opeens alleen voorstaan.’ Dat er nog geen tempel is, maakt daarvoor blijkbaar niet uit: die tempel staat dan wel voor Gods aanwezigheid, maar Gods aanwezigheid beperkt zich heus niet tot een tempel.
Voor de Israëlieten is dit echt een opsteker: God is erbij – zo hadden ze er nog niet tegenaan gekeken. Als God erbij is, dan vind hij dit project blijkbaar waardevol. Net zoals de koning die op werkbezoek gaat. Ik vermoed dat Willem Alexander heel wat verzoeken krijgt om ergens bij te zijn. Hij zal onmogelijk op al die verzoeken kunnen ingaan, dus als hij op jouw verzoek ingaat, is dat best bijzonder! Blijkbaar vindt hij het dan zo de moeite waard, dat hij er zijn gezicht wil laten zien, en er op die manier zijn naam aan wil verbinden. Het is gaaf als de koning zo waardeert wat jij doet – daar krijg je energie van! God doet dat dus ook: hij is erbij. En dan niet alleen voor een kort werkbezoek – nee, God blijft erbij en werkt mee! God zegt: ‘dit is niet jullie mislukte projectje: ík zelf verbind mijn naam hieraan, ik ben erbij, dit is míjn project!’ En je kunt je voorstellen dat die tempelbouwers daar weer energie van krijgen.
En jij ook, want die belofte van God geldt nog altijd. Het zijn zelfs de laatste woorden die Jezus uitspreekt voor zijn hemelvaart, Matteüs 28: ‘houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ Hij is erbij: als wij nieuwe manieren zoeken om kerk in de buurt te zijn, als wij gewoon van onze buren gaan houden, dan is dat geen gerommel in de marge, dan is dat niet te klein om van betekenis te zijn – Jezus is erbij!
De tweede opsteker die Haggai mag aanreiken, is deze: God ziet het grotere plaatje. Ons perspectief is beperkt tot wat we kunnen zien en wat we weten van vroeger. Maar God ziet de dingen die wij doen in het grote geheel van zijn plan. Daarom ziet God geen bezuinigingstempel, die verbleekt bij de oude tempel van Salomo: God ziet juist het begin van een nieuwe tempel die vele malen mooier wordt dan het ooit geweest is. Het is een beetje net als met die Duitse coronaspotjes: die proberen je ook even uit vandaag te halen, uit alles wat je ziet, en daar een toekomstperspectief tegenover te zetten. Dat is wat God doet: laten zien waar het op uitloopt.
En het is een wonderlijk plaatje! De bouwploeg krijgt namelijk versterking: God schakelt hulptroepen in, uit onverwachte hoek – de andere volken op aarde. De tempel wordt geen crisisbouw, want de tempel wordt gevuld met de rijkdommen van de volken, waardoor deze tempel prachtig wordt, waardoor de tempel niet langer alleen voor Israël is, maar echt een licht voor de wereld. Dát grotere plaatje laat God zien – en reken maar dat de bouwers er weer enthousiast van worden: ze bouwen geen bezuinigingstempel, maar staan aan de basis van iets veel groters.
Misschien voelt het onbeduidend wat jij doet, maar wat jij voor God doet, hoe klein het ook is, hoe onbelangrijk het ook lijkt, is onderdeel van iets veel groters, prachtigers! God bouwt door jou heen aan zijn koninkrijk, dus wat jij doet heeft zin!
Haggai heeft geeft een geweldige oppepper. Maar is het ook zo gebeurd? Wel een beetje. De Israëlieten hebben hulp van buiten gekregen: er zijn inderdaad bouwmaterialen gesponsord. En tegelijk: de tempel die ze bouwden, haalde het niet bij de vorige. Dat verandert pas zo’n 500 jaar later, als koning Herodes zich ermee gaat bemoeien. Hij pakt de zaken grondig aan, en pas dan is de tempel echt in oude glorie hersteld. En inderdaad: door toedoen van andere volken, want Herodes was geen Israëliet.
Maar de beloften die Haggai doet kijken verder, al heeft Haggai zelf dat waarschijnlijk niet geweten. Ze kijken vooruit naar Jezus, die zichzelf met de tempel vergelijkt. Ze kijken vooruit naar een tijd waar overal op aarde gebouwd wordt aan Gods koninkrijk. En uiteindelijk kijken ze vooruit naar Gods nieuwe wereld, naar de stad die uit de hemel komt, Nieuw Jeruzalem, waar alle volken in aanbidding voor Jezus knielen, waar liefde en vrede stromen, waar God zijn zegen geeft, omdat hij zijn intrek onder ons neemt. Pas dán is die belofte echt ingelost. Maar nú al mag je dat perspectief hebben.
3. Geef niet op
Dus: zie je het even niet zitten, vind je dat wat jij voor God en zijn koninkrijk doet zo weinig voorstelt? Leer dan vanuit Gods perspectief te kijken, en geef niet op! Die aanmoediging krijgen de Israëlieten en hun leiders: houd vol, geef niet op!
Ter bemoediging een verhaal. Drie steenhouwers, bonkige kerels, zijn hard aan het werk. Het is fysiek zwaar werk, wat je niet voor je lol doet. Een voorbijganger loopt de steengroeve in, en knoopt met alle drie een praatje aan. ‘Wat doet u daar?’ Steenhouwer 1 reageert nukkig: ‘dat zie je toch – ik hak stenen, doe het anders lekker zelf!’ Steenhouwer 2 is al iets vriendelijker: ‘ik had liever ander werk gehad, maar ik moet mijn gezin onderhouden – ik doe het voor hen.’ Steenhouwer 3 geeft stralend antwoord: ‘zie je die kathedraal daar?’ en hij wijst in de verte, ‘daar bouw ik dus aan mee!’
Hij zag het grote plaatje: was geen stenen aan het houwen, maar een kathedraal aan het bouwen. God geeft ons dat grotere plaatje: hij bouwt, met alle kleine dingen die je voor hem doet. Dus geef niet op! Amen.
