We kunnen wel wat menselijkheid gebruiken. Soms is de wereld behoorlijk beestachtig. Dat ziet Daniël ook in een visioen. Iemand ‘als een mens’ brengt de menselijkheid terug: Jezus.
Inleiding
De laatste weken ben ik wat meer met leiderschap bezig. Want ik dacht: als ik de volgende premier van Nederland wil worden, dan moet ik toch ergens beginnen. Nee, dat is onzin, die ambitie heb ik totaal niet, maar ik ben wél bezig met leiderschap. Net als voor heel erg veel andere beroepen geldt ook voor een dominee dat je je leven lang blijft leren – en dit jaar volg ik een bijscholingsmodule op het gebied van leiderschap.
Bij die module hoort een studieboek, en daarin kwam ik een stukje uit het verhaal van Mahatma Gandhi tegen, een belangrijke leider van India uit de vorige eeuw. Eerlijk gezegd: ik kende zijn naam, maar niet wat hem zo bijzonder maakte. Maar bijzonder was hij! In 1947 werd India onafhankelijk van Engeland, en tegelijk werd Pakistan gesticht. Het werd een chaos: moslims uit India gingen op de vlucht naar Pakistan, terwijl hindoes uit Pakistan op de vlucht sloegen naar India. Het leidde tot een enorme geweldsuitbarsting.
De Engelse Lord Mountbatten, die namens de Engelsen de orde moest bewaken, was met al zijn soldaten niet tegen het geweld opgewassen. Maar Gandhi had zijn eigen manier van werken: hij liep, op zijn blote voeten, van het ene naar het andere dorp, nodigde de leiders van de moslims en hindoes uit om met elkaar te praten, en wist vertrouwen op te bouwen. Lord Mountbatten zei over Gandhi: ‘op het westelijk front heb ik 100.000 slechte troepen en onstuitbaar bloedvergieten. In het oosten heb ik één oude man en geen bloedvergieten.’
Wat maakt Gandhi zo bijzonder? Daar is heel veel over te zeggen, en daar ga ik in die cursus van mij vast ook meer over leren, maar ik wil er nu even één ding uit lichten: Gandhi staat voor menselijkheid. Hij benadert de mensen niet met zijn geweer in de aanslag terwijl hij zichzelf verstopt achter een kogelvrij vest en een helm. In plaats daarvan loopt hij op zijn blote voeten rond en kijkt de mensen in de ogen om hun vertrouwen te krijgen.
Menselijkheid – daar gaat het vandaag over. Ik vind Gandhi er een mooi voorbeeld van. Maar leiders als Gandhi zijn zeldzaam – het is niet voor niets dat hij nog altijd als groot voorbeeld wordt gezien. We kunnen wel wat meer menselijkheid gebruiken in onze wereld. Daarover gaat het in Daniël 7. Thema vandaag is ‘terug naar de menselijkheid’. Omdat Daniël 7 best een pittig hoofdstuk is, met veel beeldspraak die je niet direct begrijpt, beperken we ons even tot de eerste helft van het hoofdstuk: we lezen Daniël 7:1-14.
1. Apocalyps
Ja, ook dit is Daniël. Afgelopen maanden hebben we meer verhalen over Daniël gelezen, 2 weken geleden nog over Daniël in de leeuwenkuil, maar dit is wel even andere koek. Alsof je opeens in een heel ander boek belandt. Als ik dit gedeelte hoor, dan probeer ik er plaatjes bij te maken in mijn hoofd, dat is waar zo’n hoofdstuk je echt toe uitnodigt, maar de plaatjes zijn zo absurd, en het zijn zoveel plaatjes achter elkaar, dat mijn fantasie het niet meer kan bijbenen.
Welkom in de wereld van de ‘apocalyptiek’. Sorry voor het moeilijke woord. Apocalyptiek gaat over de apocalyps, over hoe het afloopt met de wereld. Dat is iets waar we graag over fantaseren, en waar dan ook heel wat boeken, films en series over gemaakt worden. Denk bijvoorbeeld aan The Hunger Games. Veel van dat soort verhalen gaan over dat wereld getroffen wordt door een catastrofe waarbij een groot deel van de mensheid uitsterft. De overlevenden moeten een nieuw bestaan opbouwen in een grijze wereld vol ruïnes, en tot overmaat van ramp gaan de weinige mensen die er nog zijn al snel weer de baas spelen over elkaar. Dat zijn de apocalyptische verhalen van tegenwoordig.
In de bijbel staan ook apocalyptische verhalen, die overigens wel wat hoopvoller zijn: het einde in de bijbel is niet dat we terug bij af zijn, maar dat het écht goed wordt. Het bekendst is het bijbelboek Openbaring. Sterker nog: in het Grieks, waarin Openbaring oorspronkelijk is geschreven, heet het de Apocalyps – de bijbel heeft dit genre zijn naam gegeven. De tweede helft van het boek Daniël, de hoofdstukken 7-12, valt ook in dit genre, net als delen van het boek Ezechiël. In Openbaring wordt ook heel veel op Daniël en Ezechiël teruggegrepen: om Openbaring goed te begrijpen, is het heel handig ook iets van Daniël en Ezechiël te begrijpen.
Apocalyps gaat dus over hoe het afloopt. En dat past goed in de adventstijd. Deze weken gaat het over dat Jezus onderweg is, en dan niet alleen over dat hij met Kerst in de wereld kwam, maar ook over dat hij terug zal komen – precies waar de apocalyptische verhalen in de bijbel op uitlopen.
2. De menselijke koning
Ten opzichte van Daniël 6, over Daniël in de leeuwenkuil, maken we vandaag een stap terug in de tijd: in het eerste jaar van koning Belsassar van Babylonië, de Perzen hebben de macht dus nog niet overgenomen, krijgt Daniël een apocalyptische droom.
Wat Daniël te zien krijgt is allemaal behoorlijk onwerkelijk: je waant je in een of andere sprookjeswereld, in Narnia ofzo, waar allerlei wezens rondlopen die wij niet kennen. Maar waar een faun in Narnia in ieder geval een heel vriendelijk wezen is, geldt dat voor de beesten die Daniël ziet niet. Ze komen uit de zee, wat in Israël symbool stond voor gevaar, en het ene beest is nog angstaanjagender dan het andere. De menselijkheid is er ver in te zoeken – en ze komen aan de macht.
De beesten staan voor koninkrijken. Zo laat God Daniël dus kijken naar de machthebbers in de wereld: het zijn beesten, waar weinig aan menselijkheid te vinden is. Nu krijgt Daniël dit visioen zo rond het jaar 550 voor Christus, en kun je parallellen trekken tussen de verschillende beesten die Daniël ziet, en de verschillende koninkrijken die elkaar in de eeuwen na Daniël opvolgen. Maar het gaat niet alleen over toen: het gaat ook over nu. Hoe kijk jij naar onze wereld en de structuren die daar zijn? Zou het kunnen dat die ook beestachtig zijn?
Ik denk bijvoorbeeld aan moderne slavernij. Hoe komen we op het idee dat het ok is een mens niet langer als mens maar als productiemachine te zien? En dat dat minder erg is als we dat in landen wat verder weg doen? Dat is toch beestachtig? En toch gaan we maar door met kopen, kopen, kopen, het liefst met een goede korting. Toevallig was ik op Black Friday in Utrecht, voor die cursus, en ik moest dwars door winkelcentrum Hoog Catharijne heen. Ik dacht: misschien is Black Friday wel de belangrijkste dag van het jaar geworden… Maar of we daar menselijker van worden…
Daniël ziet beesten – en je kunt ook in onze wereld zonder veel moeite te doen, nog veel meer van die beesten aanwijzen. Maar gelukkig ziet Daniël meer. In zijn droom wordt een soort rechtszaal ingericht, waar iemand, die Daniël de ‘oude wijze’ noemt, plaatsneemt op een troon. In andere bijbelvertalingen wordt hij ook wel ‘oude van dagen’ genoemd, en deze figuur staat voor God. Het punt van die naam is niet dat God een oude, grijze man is, zoals we ons God nog wel eens voorstellen, maar dat God boven de tijd staat, dat hij eeuwig is, en dus ook boven die angstaanjagende beesten staat.
In plaats van die beesten stelt God een andere koning aan, iemand die eruitziet als een mens! Over die figuur is vanuit het Nieuwe Testament nog veel meer te zeggen, daar komen we zo nog wel op, maar laten we het eerst even op zichzelf bekijken: wat is dit fantastisch goed nieuws! Van de beestachtige fantasiedieren gaat de macht over op iemand die eruit ziet als een mens – en dus staat voor menselijkheid. Wat een verademing is dat! Iemand die zorgzaam is, die van mensen houdt en kwetsbaar kan zijn, die vertrouwen geeft, luistert, en naast je wil staan, die het ene moment met je huilt, en het ander moment met je lacht. De menselijkheid gaat weer regeren, in plaats van het kwaad. God levert ons niet langer over aan beestachtige machten, maar geeft ons onze menselijkheid terug. Dat is puur evangelie!
In de uitleg die Daniël in de 2e helft van het hoofdstuk krijgt, staat dat die figuur van een mens symbool staat voor de heiligen van God. Je zou kunnen zeggen: aan het einde, want we zijn met die apocalyps bezig, maakt God het weer zoals hij het heeft bedoeld. Want in het eerste hoofdstuk van de bijbel, Genesis 1, staat het al: God heeft de mens gemaakt om te heersen – en dan niet op die beestachtige manier, maar als zorgzame koningen.
Maar vanuit het Nieuwe Testament is nog meer te zeggen. Want die figuur die ‘eruitziet als een mens’, die wordt in het Hebreeuwse origineel ‘iemand als een mensenzoon’ genoemd. En laat Jezus zichzelf nu regelmatig ‘de mensenzoon’ noemen. Jezus betrekt die titel, en daarmee alles wat in Daniël 7 staat, op zichzelf. Hij zegt: ‘ik ben die menselijke koning, die de menselijkheid terugbrengt, die jou weer mens laat zijn.’ In het visioen van Daniël komt die mensenzoon met de wolken, en precies zo zegt Jezus het in Matteüs 24: ‘alle stammen op aarde zullen de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, bekleed met macht en grote luister.’ Jezus is de koning die menselijkheid terugbrengt.
En dan valt heel veel op zijn plek. Als ik kijk naar Jezus, dan is hij inderdaad zó’n koning. Geen beest dat opkomt uit de zee, maar een baby die vanuit de hemel komt. Geen koning die de macht opeist, maar een koning die gekomen is om te dienen. Bij Jezus begint het einde van de wereld, en dat einde is dat de menselijkheid terugkomt. Daar begon hij mee bij zijn eerste komst in deze wereld, met Kerst, en hij maakt het af als hij terugkomt op de wolken. En in de tussentijd: als je bij Jezus hoort, dan máákt Jezus jou een koning, dan hoor je bij die heiligen van God die regeren, om, in afwachting van Jezus’ terugkeer, menselijkheid in deze wereld te brengen.
3. Jij, een koning?
We kunnen wel wat meer menselijkheid gebruiken! De adventsboodschap van vandaag is dat Jezus de menselijkheid terugbrengt: hij is de Mensenzoon, de menselijke koning, en met hem mag ook jij zo’n koning zijn. Bén jij een koning? En dan bedoel ik niet zo’n koning die ervoor zorgt dat hij het zelf goed heeft, die zijn onderdanen ziet als mensen die hem moeten dienen, maar zo’n menselijke koning, die zorgt en dient. Ben jij zo’n koning?
Wie kun jij dienen? Voor wie kun jij zorgen? Voor wie kun jij wat menselijkheid terugbrengen in het leven? Daarbij kun je zowel dichtbij als ver weg denken: het gaat om de mensen om je heen, die je tegenkomt, maar ook om de mensen die de prijs betalen van ons leefpatroon. Wees een koning: wees ervan bewust dat hoe jij met mensen omgaat, maar ook hoe je met je geld omgaat, mensen kan verdrukken, maar ook kan verheffen. Wat voor koning ben jij? Amen.
