Nehemia 5 – Samen bouwen: delen

Inleiding

Het is denk ik een soort domineesziekte dat ik soms dingen meemaak waarvan ik direct weet: dit komt vroeg of laat in een preek terecht.

Afgelopen zomer was zo’n moment. We waren op vakantie, met de vouwwagen, in Schotland. En we hadden een probleem… Het probleem heette Floris, en was een zeldzame zomerstorm. Zo’n storm waar een vouwwagen niet tegen opgewassen is. Gelukkig was de storm op tijd voorspeld. Maar ja, dan weet je dus dat je een probleem hebt, maar hoe los je het op? Terug naar huis rijden en daar even schuilen voor de storm is vanuit Schotland niet echt een optie…

Op maandag zou de storm losbarsten, dus we hadden de zondag nog. We waren toch al van plan naar de kerk te gaan, de Free Church of Scotland in Dornoch, en bedachten dat we daar wel konden rondvragen  of iemand nog een B&B ofzo wist. Waarop we door de dominee en zijn gezin werden uitgenodigd om een nachtje in de pastorie te komen logeren. Terwijl ze ook al andere logees hadden.

De storm werd nog heviger dan verwacht, het ene nachtje werden er twee, en dan zit je als mensen die elkaar gisteren nog nooit ontmoet hadden de hele dag op elkaars lip – en dat was zó’n waardevolle ervaring! Maar waarom ik dit verhaal nu vertel: wíj hadden een probleem, het was óns probleem, we hadden zelf het risico van kamperen genomen  en geen recht op dat iemand anders het voor ons zou oplossen – en toch gebeurde dat. Zij voelden zich verantwoordelijk voor ons probleem, maakten het hun eigen probleem.

Heb jij dat ook wel eens gehad? Dat jij een probleem had, dat het jóuw probleem was, maar dat iemand anders jouw probleem overnam? Het is in ieder geval hoe het er in de kerk aan toe zou moeten gaan. Het is ook het thema van vandaag: samen bouwen – delen. En dat gaat niet vanzelf, dát lezen we nu in Nehemia 5.

Tijdens de bouw

Het gaat er in Jeruzalem helaas heel anders aan toe  dan in het Schotse Dornoch. Hier geen vriendelijke mensen die elkaar uit de brand helpen, maar rijke mensen die hun arme volksgenoten nog dieper in de problemen brengen. Wat kúnnen mensen toch tegenvallen –  en dat geldt net zo goed voor mensen die van God houden. En dat is niet alleen iets van vroeger.

Misschien nog wel het meest schrijnende is dat deze mensen samen aan het bouwen zijn, ze zetten samen de schouders onder de bouw van een muur voor Jeruzalem, ze doen dat niet voor zichzelf maar voor God, en hebben daarbij al heel wat tegenslagen moeten overwinnen, en je zou denken dat zo samen voor God bezig zijn toch wel moet verbroederen. Nou, mooi niet dus!

Blijkbaar kan dat. Blijkbaar betekent dat je voor God aan het bouwen bent nog niet automatisch dat je een beter mens wordt. Het kan zomaar gebeuren: dat we oprecht bouwen voor God, maar dat het tegelijk zó verschrikkelijk mis gaat.

Delen

Wát gaat er dan mis? Heel veel – maar als ik het even tot de kern afpel,  dan is het dat mensen de problemen van een ander vooral als dát zien: de problemen van een ánder. ‘Als jij een probleem hebt, dan is dat jóuw probleem – val mij er niet mee lastig.’ Ze nemen geen verantwoordelijkheid voor elkaars problemen. Het is het tegenovergestelde van die logeerpartij in de Schotse pastorie.

Veel van de Joodse gezinnen rond het Jeruzalem van Nehemia zijn erg kwetsbaar. Er hoeft niet veel te gebeuren, of ze zitten in de financiële problemen. De enige manieren om brood op tafel te krijgen  zijn geld lenen tegen absurde rentes, je land verkopen, en daarmee je bron van inkomsten, of jezelf of je kinderen als slaaf verkopen. Gelukkig hebben rijkere Joden veel van deze slaven weer vrijgekocht! Maar deze mensen blijven kwetsbaar. Daar komt bij dat veel mannen in Jeruzalem de muur bouwen, en dat is puur vrijwilligerswerk, waardoor de inkomsten thuis wegvallen. Op de bouwplaats merken ze dat niet zo, Nehemia zorgt daar voor de catering, maar thuis merken vrouw en kinderen het des te meer.

En in plaats van dat de rijke Joden te hulp schieten, zien ze er een kans in zelf nog rijker te worden: om grond toe te voegen aan hun portefeuille, om slapend nog rijker te worden van rente inkomsten en om goedkoop aan slaven te komen. De problemen van de ander zijn voor hen een buitenkansje. Ze bouwen naast elkaar, arm en rijk, maar straks is de muur af en de gemeenschap verbroken.

Zo gaat het bij ons gelukkig niet. Niemand hier hoeft z’n kind als slaaf te verkopen. En je gaat zomaar denken dat het in Nehemia 5 gaat over een probleem dat wij gelukkig niet meer hebben – dat wij toch wel veel beter met elkaar omgaan. Zou het echt zo zijn?

Want die houding eronder, dat de problemen van een ander toch vooral de problemen van een ander zijn, die vind ik toch wel beangstigend herkenbaar. Dat is toch gewoon hoe het werkt in deze wereld? Je bent toch gewoon verantwoordelijk voor je eigen problemen? Als jij moeite hebt rond te komen, dan is dat toch jouw probleem? Als jij niet zo sterk met woorden bent, en makkelijk over je heen laat walsen, dan is dat toch jouw probleem? Als jonge mensen zich zorgen maken over de opwarming van de aarde, en jij denkt dat het jouw tijd nog wel zal duren, dan is het toch hún probleem, en niet het jouwe?

Maar als we het in de kerk ook zo doen, brengen we daarmee alles waaraan we als kerk bouwen in gevaar. Het heeft geen zin om samen te bouwen als we ons niet voor elkaar verantwoordelijk weten, als we niet met elkaar delen, maar als het erop aankomt gewoon voor onszelf gaan.

Als Nehemia het hoort, wordt hij woest! Dat buiten Gods volk om mensen zo met elkaar omgaan, is tot daar aan toe, maar juist in Gods volk moet het er anders aan toe gaan. Dat is een kwestie van ontzag voor God.

Want zo begint Nehemia, als hij een grote vergadering bijeen heeft geroepen: niet met de praktische maatregelen, maar met ‘heb toch ontzag voor God’. Verantwoordelijkheid voor elkaar nemen is een kwestie van ‘ontzag voor God’. Verderop in het hoofdstuk komt dat weer terug, als Nehemia terugblikt op zijn 12 jaar als gouverneur van Juda. Als gouverneur had Nehemia veel rechten, veel kansen om zichzelf op legale wijze rijker te maken, en mensen in hun eigen problemen te laten zitten. ‘Maar,’ zegt Nehemia,  ‘ik deed het anders, uit ontzag voor God.’

Wat is dat, ‘ontzag voor God’? Het heeft te maken met dat je God kent, van God houdt, en dan ook zo wilt leven dat het past bij wie God is. En God is dus niet zo iemand die zegt: ‘dat is jouw probleem’.  Juist God laat je niet zitten met je problemen, reikt je steeds weer de hand. God is degene die bij uitstek solidair is! De hele geschiedenis van Israël in het Oude Testament is een geschiedenis van een volk dat zichzelf in problemen brengt, en waar God ondanks alles toch steeds weer te hulp komt. God die de Israëlieten keer op keer bevrijd heeft – zonder Gods bevrijding uit Egypte zouden ze geen volk zijn, en recenter heeft God hen bevrijdt uit Babylonië. En nu onderdrukken ze elkaar?! Dat botst zó met ontzag voor God!

Wij, als mensen die na Jezus leven, hebben alleen maar meer reden ontzag voor God te hebben. In Jezus geeft God hét voorbeeld van solidariteit. Jezus is God die onze problemen niet bij ons laat, maar die zich onze problemen zo aantrekt, zo met ons meeleeft, dat hij ervoor kiest één van ons te worden! En vervolgens deelt hij alles wat hij heeft, uiteindelijk zelfs zijn leven, om jou te bevrijden uit je problemen. Ontzag voor God gaat veel verder dan je netjes aan de regels houden, het randje opzoeken maar zorgen dat je juridisch gezien goed zit. Ontzag is tot je laten doordringen wie God is en wat hij voor jou gedaan heeft, en tot het besef komen dat je dan niet meer kúnt zeggen,  maar ook helemaal niet meer wílt zeggen: ‘dat is jouw probleem.’

Dat is precies waar Nehemia de rijke Joden wil hebben Als je, uit ontzag voor God, niet kunt zeggen ‘dat is jouw probleem’, dan moet je een stap meer zetten dan waartoe je verplicht bent, dan maak je het probleem van de ander tot jouw probleem, en ga je tot het uiterste om dat probleem op te lossen.

Want er waren wetten in Israël die de armen moesten beschermen – maar die wetten zijn niet genoeg. Nehemia zelf heeft zich keurig aan de wet gehouden, heeft geen rente gevraagd over de leningen die hij heeft uitstaan, heeft niemand gevraagd z’n kinderen als slaaf te verkopen, maar komt ook tot de ontdekking dat dat niet genoeg is. Want mensen hebben wel degelijk schulden bij hem  die ze niet kunnen terugbetalen. In plaats daarvan komen ze in de schuldenspiraal terecht: de ene schuld wordt afgelost door een nog grotere schuld aan te gaan. Dat is écht niet Nehemia’s bedoeling – maar het gebeurt. Net zoals er in Nederland allerlei regelingen zijn die mensen uiteindelijk toch niet uit de problemen houden. Er is meer nodig dan wetten en regelingen. Daarom roept Nehemia op om alle schulden kwijt te schelden, zodat mensen echt opnieuw kunnen beginnen.

En zo moet het er in de kerk dus aan toe gaan: hier zorgen we voor elkaar, hier delen we met elkaar, hier weten we ons verantwoordelijk voor elkaar, hier beschouwen we de problemen van een ander als onze eigen. En dat gaat verder dan wat strikt formeel van je verwacht mag worden, want ontzag voor God is niet formeel, maar iets wat in je hart leeft. Dat is niet alleen Nehemia – in het Nieuwe Testament kom je het steeds weer tegen. 1 Johannes 3: ‘hoe kan Gods liefde in iemand blijven  die meer dan genoeg heeft om van te bestaan,  maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?’ Of Jakobus 2: ‘als een broeder of zuster nauwelijks kleren heeft  en elke dag eten tekortkomt, en een van u zegt dan: “Het ga je goed! Kleed je warm en eet smakelijk!” zonder de ander te voorzien van de eerste levensbehoeften – wat heeft dat voor zin?’ Of Paulus in 1 Korintiërs 11: ‘Van wat u hebt meegebracht eet u alleen zelf, zodat de een honger heeft en de ander dronken is. (…) Veracht u de gemeente van God en wilt u de armen onder u vernederen?’ En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Wij zijn verantwoordelijk voor elkaar, delen elkaars problemen. Dat kan om financiële problemen gaan. En daarop is geld niet eens altijd het antwoord. Maar het gaat ook zeker niet alleen over financiële problemen. Het gaat net zo goed over hoe we met elkaar omgaan,  over onze woorden, en over hoe we anderen daarmee kunnen zegenen, in plaats van de grond in trappen. Het gaat over je hele houding: over dat je je tot het uiterste inspant zodat dit een veilige plek is voor iedereen, over hoe jij met wat jij van God gekregen hebt een zegen kunt zijn voor de mensen om je heen – in plaats van voor jezelf te gaan. Dat zag ik in Schotland, in die pastorie: het was hun huis, maar toch ook weer niet, want het is van God, gekregen om mee tot zegen te zijn – en dus deden ze niet moeilijk over vijf extra logees.

Schuldbelijdenis

Zeg dus niet ‘dat is jouw probleem’, want dat zegt God ook niet tegen jou. Zet juist een stap extra om de ander te helpen. Dat is hoe het er in de kerk aan toe zou moeten gaan en wat in Nehemia 5 dus helemaal mis gaat. Maar ook bij ons, bij mij, gaat het vaak mis: kies ik toch weer voor mezelf. En als afsluiting wil ik je vragen daar bij stil te staan.

Voor welke problemen van de ander voelde jij je te goed? Met wie wilde jij niet delen? Wie heb jij onrecht gedaan?  Let op: het gaat nu niet over wie jou onrecht heeft aangedaan, maar wie jij onrecht aandoet. Over wie ben jij heen gewalst? Waar laat jij de ander vallen? We gaan samen bidden, en in dat gebed nemen we een moment van stilte om daarin naar God te belijden dat we falen en dat willen groeien in zijn liefde. (Gebed)


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: