Nehemia 4 – Samen bouwen: volhouden

Inleiding

Wie van jullie vind het fijn om complimenten te krijgen? Ik ook! Natuurlijk, soms is het wel een beetje ongemakkelijk om complimenten te horen, ik kan daar wel een beetje verlegen van worden, en misschien is dat ook wel waarom je net je hand niet omhoog stak: omdat je je niet zo goed een houding weet te geven als je een compliment krijgt. Maar complimenten motiveren mij ook enorm: als iemand tegen mij zegt dat ik iets goed heb gedaan, dan geeft me dat ook energie om er mee verder te gaan. Ik heb af en toe gewoon een beetje bevestiging nodig om vertrouwen in mijzelf te houden. En volgens mij zitten mensen over het algemeen ook wel zo in elkaar. Dus laten we vooral elkaar complimenten geven – dat hebben we in de kerk écht nodig.

Maar het is natuurlijk niet zo dat je altijd waardering krijgt voor wat je doet. Soms krijg je ook te maken met kritiek. Dat kan terechte kritiek zijn die op een goede manier gebracht wordt, volgens de edele kunst van het feedback geven, waar je echt wat van kunt leren. Maar het kan ook achterbakse kritiek zijn, op de persoon gespeeld, waardoor je het gevoel krijgt dat je waardeloos bent. Dat motiveert totaal niet. En als je dan leeft uit de overtuiging dat het wel leuk moet blijven, als je verslaafd bent aan duimpjes en bevestiging -en ik denk dat we daar als samenleving collectief aan verslaafd zijn- dan geef je het maar op als het moeilijk wordt. Want waarom zou je doorgaan als je alleen maar kritiek krijgt?

Vandaag gaat het over kritiek, over tegengewerkt worden. We gaan verder met het verhaal van Nehemia. Niet iedereen is blij met hem… Hij wordt tegengewerkt, maar geeft niet op. Vandaag is het thema: samen bouwen – volhouden. Laten we lezen: Nehemia 3:33-4:17.

1.   Er wordt gebouwd!

Jarenlang lag Jeruzalem er verwaarloosd bij. De stadmuren waren ingestort, en niemand nam de moeite ze te herbouwen. Eén keer was er een poging gedaan,  maar op last van de koning waren de bouwwerkzaamheden al snel weer gestaakt. Tot Nehemia, dienaar aan het hof van de Perzische koning Artaxerxes, geraakt wordt door de treurige toestand van de hoofdstad van zijn volk. Nehemia krijgt het voor elkaar dat hij in opdracht van de koning de muren van Jeruzalem mag gaan herstellen.

En nu wordt er eindelijk gebouwd! Niet op 1 plekje, maar overal tegelijk. De hele muur is in sectoren verdeeld, en alle families en andere groepen hebben een sector toegewezen gekregen. Overal hoor je het geluid van zagen, boormachines, hamers, en af en toe het geluid van iemand die hard op zijn duim slaat – maar het klinkt Nehemia allemaal als muziek in de oren. Al die gereedschappen samen klinken als een orkest. Twee weken geleden hebben we al uitgebreider op de bouwplaats rondgekeken.

Belangrijk is dat al die bouwers niet allereerst voor zichzelf bezig zijn, maar voor God. Jeruzalem is de stad van de tempel, de stad waar God bij mensen woont. Dáár bouwen ze aan: aan een plek voor God onder de mensen, aan een stukje hemel op aarde. En wij worden uitgenodigd mee te doen, mee te bouwen in Gods koninkrijk. Door te bouwen aan je eigen geloof. Door te bouwen aan het doen wat goed is. Door te bouwen aan de kerk als familie in Christus. Door te bouwen aan Gods koninkrijk in deze buurt en deze stad. Ook wij zijn bouwers in Gods wereld.

2.   Volhouden

Maar juist als je gaat bouwen, krijg je te maken met tegenstand – dát is het eerlijke verhaal van vandaag. En ik ben blij dat het in de bijbel staat, dat de bijbel niet doet alsof dat wanneer je gaat bouwen voor God, het allemaal makkelijk zal gaan, iedereen blij met je is en je wordt overladen met complimenten.

Júist als je gaat bouwen kun je tegenstand verwachten. Zo lang de inwoners van Jeruzalem de muur met rust laten hebben ze van Sanballat en zijn bondgenoten niets te vrezen. Maar als je gaat bouwen, als je investeert in je geloof omdat je niet wilt dat het een leeg ritueel is, als je probeert het goede van God te doen, als wij bouwen aan verbondenheid in deze nieuwe samenwerkingsgemeente en als wij investeren in onze aanwezigheid in de buurt en stad – juist dan is er de vijand, de Satan, die op alle manieren probeert de bouw stil te leggen. Als je dienstbaar wilt zijn aan God,  moet je er niet op rekenen dat je overal waardering krijgt. Je zult te maken krijgen met tegenstand.

Dat merkt Nehemia. Met frisse moed is iedereen aan het bouwen geslagen, maar het eerste enthousiasme is langzaam verdwenen. Ze zijn ongeveer halverwege, en dat is altijd een kritiek punt: je bent al best lang bezig, je wordt er moe van, maar je bent er nog lang niet. Elke vrijdag trek ik baantjes in het zwembad, en de zwaarste baantjes zijn de baantjes als ik nog net niet op de helft ben. Als je ergens net aan begint, zit je vol energie, en laat je je niet gek maken door een beetje tegenstand. Maar halverwege ben je vaak niet meer zo sterk.

Sanballat ziet ook dat de bouw halverwege is, en beseft:  ‘het is nu of nooit. Als ik ze nu hun gang laat gaan, staat die muur er binnenkort.’ Waar hij eerst met z’n vrienden nog gniffelde om die malle Nehemia, worden zijn plannen om de bouw te saboteren nu heel wat serieuzer. Het gniffelen verandert in bijtende spot en de spot in een heus strijdplan om de bouw te staken en de bouwers te doden. Slik! Daar sta je dan als brave bouwer! Tot overmaat van ramp bemoeien de Joden van buiten Jeruzalem zich ermee. Zij zien de dreiging en vragen zich af: ‘is dit het wel waard?’ Ze proberen in te praten op de bouwers: ‘trek je toch terug, dit is niet veilig, kom liever bij ons wonen.’ ‘Wel tíen keer,’ zegt Nehemia, ‘drongen ze erop aan.’

Als je gaat bouwen voor God, wordt je tegengewerkt. Het kan met spot en bedreiging, zoals in Nehemia. Maar de vijand kan ook twijfel zaaien, aan jezelf of aan God, angst of moedeloosheid, en frustraties lekker hoog laten oplopen en ervoor zorgen dat alles gedoe is. Het kan van buiten komen, maar ook van je eigen mensen, dat we elkaar hier tegenwerken en demotiveren, en misschien komt het nog wel het vaakst uit je eigen hart. Maar die tegenstand is dus geen signaal dat je er maar beter mee kunt stoppen: het hóórt erbij als je met God bouwt.

Maar wat moet je dan wel doen? Van Nehemia kun je leren hoe je moet volhouden. Maar: voor je je daar helemaal in vastbijt, is het ook goed jezelf de vraag te stellen of je wel op het goede spoor zit. Niet alle kritiek is onzin. Deze preek is geen pleidooi om alle kritiek die je krijgt aan de kant te zetten als ‘tegenstand van de vijand’. Je kunt jezelf en jouw standpunten onkwetsbaar maken, maar als je te maken hebt met kritiek en tegenstand, wees dan ook eerlijk, en vraag God om onderscheidingsvermogen: is dit tegenstand van de vijand, of zit ik gewoon op een verkeerd spoor?

Bij Nehemia is het overduidelijk tegenstand van de vijand: Nehemia en de bouwers zijn niet met hun eigen projectje bezig, maar voor God. Nehemia voelt de druk toenemen om ermee te stoppen, en dan doet hij 2 dingen: bidden en maatregelen nemen. Het is hetzelfde principe als we 4 weken geleden in Nehemia 2 tegenkwamen: aan de ene kant alles van God verwachten,  en tegelijk je inzetten alsof het helemaal van jou afhangt – want vertrouwen op God ontslaat je niet van je eigen verantwoordelijkheid.

Maar het begint dus met gebed –  in het bijbelboek Nehemia wordt veel gebeden! Als je tegenstand ervaart bij het bouwen voor God, dan is het beste wat je kunt doen het neerleggen bij God. Het hangt niet van jou af: het is Gods werk, en hij heeft alle macht. Overigens is dat gebed dat we lazen best heftig: ‘dek hun misdaden niet toe, zie hun zonden niet door de vingers.’ Dat is niet hoe ik doorgaans bid… Ik zou eerder bidden: ‘verander onze tegenstanders in mede-bouwers.’ Nehemia leefde voor Jezus, en ik denk dat je daarom ook anders mag bidden. En tegelijk: het gaat niet om tegenstand tegen Nehemia, het gaat om tegenstand tegen Gods koninkrijk – en dat mag ook best stevig aangezet worden.

Hoe dan ook: gebed is een sleutel om vol te houden – leg het bij God, vertrouw erop dat als het zijn werk is, hij ook wel met de tegenstand kan dealen. En tegelijk: neem ook gewoon maatregelen. Nehemia doet dat heel praktisch en verstandig: hij geeft peptalks, hij bewapent zijn mensen, hij stelt een wacht op, legt aan zichzelf hetzelfde strenge regime op als aan de bouwers. Als je te maken hebt met tegenstand als je God dient, dan moet je dus ook gewoon praktische maatregelen nemen. In ons geval zal dat niet zijn dat je niet zonder pistool over straat gaat, maar wel bijvoorbeeld dat je inzichten uit de psychologie gebruikt. Je wapent jezelf door gewoon goed voor jezelf te zorgen, jezelf ontspanning te gunnen, misschien te sporten, af en toe chocola te eten, en wat jou maar helpt om goed in je vel te zitten. Want dan ben je veel minder vatbaar om op te geven. Of iets anders: communicatie. Een heel moeilijk woord – nee, niet om uit te spreken, maar om goed te doen. Goed communiceren, blijven communiceren, dat is ook van de dingen waar we aandacht aan moeten geven als we ons willen wapenen tegen de vijand.

En het laatste wat ik wil noemen over hóe je volhoudt, is: doe het samen. Nehemia stelt een soort primitief luchtalarm in. Bij een aanval wordt op de ramshoorn geblazen, als oproep om zo snel mogelijk te komen om de aanval af te slaan. Zo zorgt Nehemia ervoor dat niemand alleen hoeft te vechten. Laten wij dat ook afspreken: we komen elkaar te hulp! Afgesproken?

Bidden, maatregelen nemen: dat zijn de dingen die wij kunnen doen. Maar de tegenstand wordt uiteindelijk niet door ons overwonnen – laat dat liever aan God over! Dat is ook het belangrijkste uit Nehemia’s peptalk: ‘wees niet bang, denk aan de grote en geduchte Heer.’ Het is geen gelijke strijd tussen Sanballat en Nehemia, want Gód strijdt mee. En als jij tegenwerking van de vijand ervaart als jij bouwt in Gods koninkrijk, dan mag je ook weten dat het geen gelijke strijd is, dat niets in staat is de komst van Gods koninkrijk te stoppen! Je strijdt niet alleen.

Dat besef zit diep in dit hoofdstuk van Nehemia. In vers 9 is het Gód die de plannen van de vijand verijdeld, en in vers 14 zegt Nehemia: ‘onze God zal voor ons strijden.’ Wij nemen onze maatregelen, en dat móeten we doen, maar uiteindelijk geeft God de overwinning. In Nehemia 4 is dat ook het resultaat:  Sanballat en zijn verzamelde hulptroepen moeten afdruipen, de bouw gaat gewoon door en het is niet gelukt het gezag van Nehemia te ondermijnen.

Dat is geen garantie voor ons. Geen garantie dat alles wat je doet voor God, een succes wordt. Soms is iets écht goed, is iets écht voor God, en toch lukt het niet. En toch heeft het zin te blijven bouwen, je te blijven geven, want toen hij opstond uit de dood heeft Jezus de overwinning behaald, op álle duistere machten die er zijn, op hem die het Kwaad zelf is. Die overwinning is een feit waar de vijand zich nog niet bij neer wil leggen, hij is een slechte verliezer en kan het ons vaak knap lastig maken, maar niets kan de komst van de hemel op aarde nog stoppen!

3.   ‘Standvastig en onwankelbaar’

Gaan op de weg die God wijst is niet altijd makkelijk: je krijgt te maken met weerstand. Maar met een God die voor je strijdt, heb je ook alle reden om vol te houden! Wat je daarbij kan helpen,  is je Gods woorden in te prenten en eigen te maken. Daarom stuur ik jullie vandaag met een huiswerkopdracht naar huis: iedereen krijgt een kaartje mee met daarop 1 Korintiërs 15:57-58. De uitdaging is simpel: leer deze tekst uit je hoofd. Lees hem elke dag een keer hardop, en over 2 weken gaan we dan kijken of het een beetje gelukt is. Laten we hem nu ook samen hardop lezen: “Maar laten we God danken, die ons de overwinning geeft door onze Heer Jezus Christus. Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat de inspanningen die u voor de Heer verricht, nooit tevergeefs zijn.” Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: