Wat kan ik moe worden van alle verdeeldheid. Ik verlang naar eenheid onder de mensheid. En ik ben niet de enige. Jezus bidt vlak voor zijn sterven om eenheid, voor jou en mij.
Inleiding
Ik kan heel moe worden van alle verdeeldheid die er is, van heel sterke meningen die totaal met elkaar botsen, en het appel wat daar soms ook nog vanuit gaat dat nú het moment is dat ook ik partij moet kiezen. En als je de verkeerde partij kiest, dan hoor je er niet meer bij. Ben je pro-Israël of pro-Gaza? Ben je voor een gastvrij of een streng asielbeleid? Strijd je voor LHBT-rechten, of vind je dat woke-gekte? De samenleving barst van zulke tegenstellingen, en we raken elkaar erdoor kwijt. Ook aan de kerk gaat dat niet voorbij. Ben je voor of tegen vrouwen in het leiderschap van de kerk? Voor of tegen kinderen aan het avondmaal? Sta jij wel aan de goede kant?
Ik wordt daar dus zo moe van! Hoe mooi zou het zijn als we als mensheid gewoon samen zouden zijn, in plaats van altijd maar weer tegenover elkaar? Hoe mooi zou het zijn als de grootste tegenpolen samen lachend aan tafel zitten en voor elkaar het lekkerste uit de pan opscheppen. Wat zou de wereld daar mooi van worden!
Ik verlang naar eenheid, in plaats van altijd maar weer die tegenstellingen, die mensen uit elkaar drijven. En ik, en als je dat verlangen deelt: jij ook, wij bevinden ons niet in slecht gezelschap. Jezus heeft precies dat verlangen: dat we één zijn. We luisteren vandaag naar dat verlangen van Jezus, vanuit het thema: ‘een kettingreactie van eenheid’. We lezen Johannes 17.
1. Een gebed: intiem
Vandaag horen we Jezus bidden. Jezus zit met zijn leerlingen aan tafel, ze hebben gegeten, de tafel is afgeruimd, ze hebben lange gesprekken gevoerd, heel intens, alsof er iets bijzonders staat te gebeuren en Jezus zijn leerlingen nog 1 keer op het hart bindt waar het om gaat, en dan wil Jezus bidden. En daar vallen wij binnen.
Misschien ken je die ervaring wel: dat je binnenloopt in een ruimte waar gebeden wordt. Als je te laat bent in de kerkdienst bijvoorbeeld… Ik vind dat altijd wat ongemakkelijk. Je doet de deur open en roept al ‘hall…’, maar dan besef je dat je stil moet zijn, en je bevriest en luistert mee naar het gebed.
Zo vallen we in Johannes 17 binnen in een heel intiem moment. We horen niet zomaar iemand bidden: het is Jezus die met zijn Vader praat – en zo krijgen we een kijkje in Jezus’ hart, in wat Jezus op deze avond het meest bezighoudt. Je zou uit respect bijna weer weglopen en de deur heel zacht achter je dichttrekken omdat je niet de luistervink wilt spelen. Maar als je toch nog even blijft, hoor je dat Jezus op deze avond ook voor jou bidt! ‘Ik bid voor allen die door hun verkondiging in mij geloven.’
Hoe bijzonder is dat?! Helemaal als je het moment ook nog even bedenkt. Het is direct voor Jezus’ arrestatie. Jezus heeft net voor het laatst met zijn leerlingen gegeten. Je zou kunnen zeggen dat het zijn galgenmaal was – de laatste maaltijd voor de doodstraf wordt voltrokken. Wat houdt Jezus op dat moment bezig? Verrassing: dat zijn wij dus!
Jezus bidt, en voor we verder gaan met de inhoud van dat gebed, nog één ding: dit is dus een gebed, geen gebod. Natuurlijk, als Jezus iets voor ons bidt, voor jou bidt, dan vraagt dat om een reactie, dan is dat iets om heel serieus te nemen. Maar het is veel meer dan een to-do list voor ons: de Vader en de Zoon bespreken hun verlangens voor ons – dat is veel intiemer dan een opdracht waarmee wij aan de slag moeten.
2. Kettingreactie van eenheid
We gaan naar de inhoud van dat gebed. Het hele gebed van Jezus gaat over eenheid, en die eenheid wordt steeds verder uitgebreid. Het is een soort kettingreactie, waar de eenheid op de ene plek aanstekelijk werkt voor de eenheid op de volgende plek, totdat uiteindelijk het hele parcours eenheid is. Laten we even wat langer stilstaan bij dat beeld van een kettingreactie. De ongekroonde koning van de kettingreactie is Joseph Herscher. We gaan er gewoon even een kijken: https://www.youtube.com/watch?v=2U0BmR6B8fI Houd dat beeld van een kettingreactie even vast. Een kettingreactie heeft altijd een startpunt, een traject en een finish, en dat zijn ook de drie punten in het gebed van Jezus waar wij langs gaan.
We beginnen dus met de start – bij het startpunt van de eenheid. En dat is een van de mooiste stukjes van het christelijk geloof, namelijk… …de drie-eenheid! Ik geloof dat ik dat even moet uitleggen… Dat hele woord, drie-eenheid, komt in de bijbel niet voor, in Johannes 17 dus ook niet, en het is ook nog eens een vrij ingewikkeld leerstuk, over 3 personen, Vader, Zoon en Geest, die toch 1 wezen zijn – je moet bijna Griekse filosofie hebben gestudeerd om daar wat van te begrijpen.
Toch zeg ik dat het een van de mooiste stukjes van het christelijk geloof is. Via de, inmiddels overleden, New Yorkse dominee Tim Keller, kwam ik voor het eerst in aanraking met een andere manier van kijken naar de drie-eenheid. Een manier die hij ook niet zelf heeft bedacht, maar heel ver teruggaat in de kerkgeschiedenis, en in de traditie van de Oosters Orthodoxe kerken, zoals bijvoorbeeld de Servisch Orthodoxe kerk die tegenwoordig in de Stationsstraatkerk zit, wat beter bewaard is gebleven.
En die manier, dat is kijken naar de drie-eenheid als een relatie. Waar het om gaat, is dat God in zichzelf al relatie is: God is altijd gericht op de ander. De Vader is gericht op de Zoon en de Geest, de Zoon op de Vader en de Geest, en de Geest op de Vader en de Zoon. Dat zie je in Johannes 17 ook: Jezus is gericht op de grootheid van de Vader, dat is vers 4, en de Vader op de majesteit van Jezus, dat is vers 5. In de oude kerk werd daar het beeld van een dans voor gebruikt: de drie-eenheid is een dans, een choreografie, waar de drie danspartners steeds de ander laten schitteren.
Misschien vind je dat nog allemaal behoorlijk hoogdravend klinken, maar waar het om gaat is dat het wezen van God relatie, liefde en eenheid is. Dat is God in zichzelf. Dat kwam niet pas toen God gezelschap van anderen kreeg, mensen bijvoorbeeld, waar hij zich vervolgens weer toe moest verhouden, waarmee een heel nieuw terrein werd aangeboord, namelijk dat van relaties. Nee: God is altijd relatie geweest. God is er in zichzelf op gericht de ander centraal te stellen – en dat is precies wat de hoogste vorm van eenheid is. En in dit gebed van Jezus krijgen we dáár een klein kijkje in: in hoe het er tussen Vader en Zoon aan toe gaat. Het hele gebed ademt de eenheid van Vader en Zoon, hoe ze volledig op elkaar gericht zijn. En dát is de start van de kettingreactie.
Want de eenheid gaat verder, zet nieuwe eenheid in beweging. Dat is het traject van de kettingreactie. De eenheid blijft niet beperkt tot God, maar moet zich verspreiden over Jezus’ leerlingen en over iedereen die door hun boodschap in Jezus gaat geloven.
Vaak wordt dat gebed van Jezus toegepast op interkerkelijke samenwerking. Met deze woorden van Jezus in gedachten is het niet uit te leggen dat er ook in Zaanstad zoveel verschillende kerken zijn, die gelukkig nog best aardig kunnen samenwerken, maar die nooit samen één kerk zullen worden. Tenminste, daar lijkt het nog niet echt op. Uit heel Zaanstad komen wij naar ’t Kalf, terwijl christenen uit ’t Kalf weer naar andere kerken trekken. Wat dan wél weer mooi is, is dat we als Zaankerk en Menorah elkaar nu echt gevonden hebben – dat lijkt me een stukje verhoring van dat gebed van Jezus.
Maar daarmee zijn we er niet: de eenheid waar Jezus om bidt gaat veel verder. Het gaat er niet om dat je als kerken allemaal in één structuur zit, in één grote koepel waar leiders van kerken af en toe samen vergaderen, maar je verder niet zo veel met elkaar te maken hebt. Jezus bidt niet perse om organisatorische eenheid, Jezus bidt om veel meer: dat we één zijn zoals de Vader en de Zoon één zijn. Dat wij dus één zijn zoals de drie-eenheid één is! En hoop dat jullie het met mee eens zijn dat de drie-eenheid toch wel wat meer is dan een organisatorisch model waar je af en toe samen vergadert. Waar Jezus en de Vader naar verlangen is dat onze omgangsvormen in de kerk gaan lijken op hoe de Vader en de Zoon met elkaar omgaan – dat wij volledig op elkaar gericht zijn.
Jezus gaat zelfs nog een stap verder: hij bidt niet dat wij een eenheid worden met de drie-eenheid als grote voorbeeld – Jezus bidt ‘zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn.’ Het gaat om meedoen in de eenheid van God zelf, wij worden in het leven van de drie-eenheid getrokken, uitgenodigd om niet aan de zijlijn te blijven toekijken, maar de dansvloer op te gaan en mee te dansen in Gods choreografie. God verlangt er naar dat we niet alleen één zijn met elkaar, maar ook met hem – daar verlangt hij zo sterk naar dat hij in Jezus één van ons werd om ons zo uit te nodigen in zijn eenheid.
Jezus bidt niet voor niets om eenheid: eenheid is wie God is. De vijand wil juist verdeeldheid: wil ons tegen elkaar uitspelen, wil een verdeelde wereld waar iedereen elkaar wantrouwt – en met behoorlijk resultaat… Als kerk mogen we daar eenheid tegenover zetten. Wat niet makkelijk is: soms ben je het hartgrondig met elkaar oneens, je bent niet altijd in de gezelligste bui, en soms doen we elkaar ook pijn. In je eentje geloven, zonder lastige medegelovigen, lijkt soms best aantrekkelijk! Maar Jezus bidt om eenheid: dat we ondanks al onze verschillen en irritaties van elkaar houden, omdat we de liefde van en voor Jezus delen.
Dat klinkt als een mooi eindpunt van de kettingreactie: hoe mooi is het als we daar aankomen! Als we als kerk delen in de eenheid van God zelf, als die eenheid ons zo heeft gegrepen dat we zelf ook volkomen één zijn geworden. Maar in de kettingreactie is het toch nog steeds het traject: Jezus heeft een andere finish in gedachten. De eenheid van de kerk, de eenheid van de gelovigen, werkt namelijk door in de wereld. Het gaat er niet om dat wij gezellig met elkaar één zijn terwijl intussen de wereld ten onder gaat aan verdeeldheid. Onze eenheid heeft een doel dat groter is dan wij, de kettingreactie moet naar een finish toe.
Het lijkt er in het gebed van Jezus op dat hij een beetje een dubbele verhouding heeft met ‘de wereld’. Aan de ene kant wordt de wereld als een vijand gezien. Dan gaat het niet over ‘de wereld’ als de plek die God gemaakt heeft, maar over ‘de wereld’ als de plek waar het kwaad aan de macht is – het kwaad dat graag verdeeldheid zaait.
Maar diezelfde wereld is ook de wereld waar Jezus ons naartoe zend – zoals hij zelf ook gezonden is door de Vader naar een wereld die hem vijandig gezind was. Jezus zendt ons de wereld in, bidt dat de wereld ziet hoe wij als kerk één zijn, en daardoor gewonnen wordt voor God en ook mee gaat doen in die eenheid. Zoals de eenheid van God naar ons gaat, moet die eenheid van ons ook weer doorgaan naar de wereld – dán pas is de kettingreactie compleet. Er is dus ook geen tegenstelling tussen dat we elkaar moeten liefhebben en dat we naar buiten gericht moeten zijn: die twee horen helemaal bij elkaar. Onze liefde, onze eenheid, is deel van iets groters, van de wereld ten dans te vragen op Gods dansvloer van eenheid!
3. Ons gebed
Dát is Jezus’ gebed, is het verlangen dat hij deelt met de Vader. En bedenk dan weer even: dit is geen to-do list die Jezus voor ons heeft achtergelaten op de koelkast, maar het is Jezus’ gebéd voor ons, waar Jezus ook aan blijft werken. En als Jezus bidt, dan past het niet dat wij nu allemaal actiepunten bedenken. Laten we in plaats daarvan met Jezus mee bidden – ik spreek een gebed uit.
