Hoe bid je? Met je handen gevouwen en ogen dicht? Dat helpt je om op God te focussen. Maar als Jezus gebedsonderwijs geeft, komt de hele wereld in beeld. Dus bidden is ook met de ogen open.
Inleiding
We gaan vandaag verder met het gebedsonderwijs van Jezus. Vorige week stonden we stil bij het eerste zinnetje uit het gebed dat Jezus ons aanleert, het ‘onze Vader’: ‘laat uw naam geheiligd worden.’ Als in je gebed God zelf centraal staat, als je met je bidden niet van alles van God gedaan hoeft te krijgen, dan wordt bidden leuk! Ik kreeg toen na afloop van de dienst van iemand de vraag: helpt het jou zelf ook om met meer plezier te bidden? Dat vind ik nog wel mooi om te delen: ja! Ik heb deze week geoefend met God vertellen wat ik in hem bewonder, en merkte dat ik met meer plezier aan het bidden was.
Vandaag gaan we verder met het 2e zinnetje uit dat gebed van Jezus: ‘laat uw koninkrijk komen.’ Dat sluit mooi aan bij een andere drempel die je bij bidden kunt hebben: dat bidden en het gewone leven op aarde 2 totaal verschillende dingen lijken.
De bekendste gebedshouding is ‘handen vouwen, ogen dicht’. Zo heb ik zelf bidden geleerd, en zo leren we het ook aan onze kinderen: handen vouwen, ogen dicht. En dan spiek ik soms even of de kinderen inderdaad hun ogen dicht hebben, wat niet altijd het geval is, maar als ik daar dan vervolgens wat van zeg, dan krijg ik de voorspelbare reactie: ‘jij had je ogen ook niet dicht!’ Tja, breng daar nog maar eens wat tegenin…
Bij het bidden ogen dicht – dat is een goede manier om te voorkomen dat je wordt afgeleid. Maar het kan ook een eigen leven gaan leiden: dat je je bij het bidden afsluit voor de wereld om je heen, tijdens het bidden is er even niet meer dan jij en God, totdat je ‘amen’ zegt en je ogen open doet – dan begint het gewone leven weer en dringt de wereld zich weer aan je op.
Maar bidden is meer dan naar God kijken. Ja, dat hoort er helemaal bij: zo begint het gebed van Jezus. Maar nu, in dat tweede zinnetje, ‘laat uw koninkrijk komen’, komt de hele wereld in beeld. Hier leert Jezus ons om te bidden met open ogen. Dat is het thema vandaag: bidden met de ogen open. Daarbij lezen we Psalm 146, waarin het ook gaat om dat koninkrijk van God.
1. 4 W’s van het koninkrijk
Als Jezus ons leert te bidden ‘laat uw koninkrijk komen’, dan is het niet de eerste keer dat het over dat koninkrijk gaat. Laten we eerst even stilstaan bij de 4 W’s van het koninkrijk: wie, wat, waar en wanneer.
Eerst: wie? Een koninkrijk zonder koning, dat kan niet, dus wie is de koning? In Psalm 146 lazen we het antwoord: ‘De Heer is koning tot in eeuwigheid.’ Dat is niet de enige plek in de bijbel waar dit staat: dat God koning is, loopt als een rode draad door heel de bijbel. Ook in het optreden van Jezus is het een kernthema. In Marcus 1 staat dat Jezus begon Gods goede nieuws te brengen. ‘Dit’, staat daar, ‘was wat hij zei: de tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij.’ Hoe verder je in de bijbel leest, hoe duidelijker het wordt dat het Gods bedoeling is dat Jezus op de troon gaat zitten. Dat is precies wat gebeurt als Jezus gekruisigd wordt: het kruis is Jezus’ weg naar de troon. Dus: wie is koning? Jezus!
Dan: wat? Hoe ziet dat koninkrijk van God eruit? Ook daar helpt Psalm 146 ons verder: de Heer doet recht aan verdrukten, geeft brood aan wie honger heeft, bevrijdt gevangenen, opent de ogen van blinden, richt gebogenen op, heeft rechtvaardigen lief, beschermt vreemdelingen, steunt wezen en weduwen, maar richt te gronde wie kwaad doen. Kortom: Gods koninkrijk is alles wat koninkrijken in onze wereld niet zijn. Het is Gods nieuwe, eerlijke wereld, waar niet de wetten van de grootste mond, de diepste portemonnee of het grootste leger gelden, maar de wetten van liefde en rechtvaardigheid. Gods koninkrijk staat voor bevrijding, genezing, vergeving – voor vrede.
Dan: waar? Die is lastiger, want Gods koninkrijk is anders dan het koninkrijk der Nederlanden: je kunt het niet op een landkaart aanwijzen. Maar het is wel aards! Het gebed van Jezus gaat verder met: ‘laat uw wil gedaan worden, op aarde zoals in de hemel’. Dat laatste zinnetje gaat óók over het koninkrijk: ‘laat uw koninkrijk komen, op aarde zoals in de hemel.’ Gods koninkrijk is niet iets van een andere werkelijkheid, iets wat je maar beter geestelijk kunt opvatten: nee – het is heel aards, heel tastbaar. Het is overal waar mensen als leerling van Jezus leven.
De lastigste hebben we voor het laatst bewaard: wanneer? Dit is misschien wel het lastigste punt van het christelijk geloof, waar heel veel grote vragen vandaan komen, waaronder deze: als God alle macht heeft, waarom verdrinken er dan nog steeds vluchtelingen in de Middellandse Zee? Het koninkrijk van God is er al, maar toch ook weer niet. Met Jezus is Gods koninkrijk aangebroken, heel tastbaar: Jezus genas mensen, hij sprak vergeving uit, liet mensen opbloeien. En tegelijk lijkt deze wereld net zo veel op Gods koninkrijk als ik op Johan Cruijff lijk: helemaal niets dus. Als christen leef je in een spanning tussen 2 werkelijkheden: aan de ene kant de werkelijkheid van deze wereld, aan de andere kant de werkelijkheid van Gods koninkrijk. In Matteüs 13 zegt Jezus: ‘het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar groeit uit tot de grootste onder de planten.’ Gods koninkrijk begint klein – van een gekruisigde koning kun je eigenlijk ook niet anders verwachten. Het begint waar mensen uit Jezus’ liefde leven. Die liefde dringt zichzelf niet op, blijft vaak onzichtbaar, maar groeit uit tot een enorme beweging. En die beweging, daar zitten wij middenin.
2. Bidden om Gods koninkrijk is…
Ik hoop dat je zo een beeld hebt van dat koninkrijk. We gaan nu de volgende stap zetten: bídden om dat koninkrijk – hoe doe je dat?
Bidden om het koninkrijk is allereerst: kijken. Vandaar dat bidden met de ogen open. Want bidden is zoveel meer dan een privéaangelegenheid tussen jou en God. Dus: sluit je niet voor de wereld af, maar kijk! Kijk om je heen, leer om op de manier van Gods koninkrijk te kijken, leer om met Gods ogen te kijken! Want dit is een bijzondere manier van kijken, die je niet vanzelf hebt, maar wel kunt aanleren. Vergelijk het maar met als je net een auto gekocht hebt: opeens gaat elke auto van dat model je opvallen. Zo is het met het koninkrijk ook: als je er mee bezig bent, dan ga je het ook zien.
Je gaat dan zien waar het koninkrijk in deze wereld al even oplicht, maar ook waar dat koninkrijk in de verste verte niet te bekennen is. Als je bidt om het koninkrijk, gaat het om dat laatste. Dus oefen je om te zien waar het donker is, waar Gods koninkrijk licht moet brengen. Psalm 146 kan je daarbij helpen: daar worden allemaal situaties genoemd waarin Gods koninkrijk alle verschil maakt. Waar Jezus koning is, wordt recht gedaan aan verdrukten. Open je ogen dus voor onrecht, maar ook voor de zwakken van de samenleving en voor zieken, want ook ziekte hoort niet bij het koninkrijk. Dat betekent nog niet dat al die dingen nu al door God worden opgelost, we leven in de spanning tussen 2 werkelijkheden, maar open in ieder geval je ogen voor wat niet klopt!
Ga zelfs nog een stapje verder: neem de tijd om tot je te laten doordringen hoe oneerlijk de wereld is, ga als het ware naast mensen zitten, om met ze mee te lijden. Jezus zegt: ‘gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’ Maar al te makkelijk kijk je even snel om je heen, om daarna je ogen weer dicht te doen en op te gaan in je eigen leven. Voed juist de verontwaardiging over hoe deze wereld in elkaar zit.
Dan 2: bidden om het koninkrijk is verwachten. Als je goed om je heen kijkt, is dat pijnlijk. Want wat kun jij nu doen? Ik kan het systeem van deze wereld niet veranderen. Als ik om me heen kijk, wordt ik er moedeloos van. Waarom zou je dat doen? Omdat bidden om het koninkrijk niet alleen maar kijken is, maar ook verwachten dat God zijn koninkrijk láát komen. Het is bidden met hoop: God kan de wereld veranderen. En dat doet hij ook, op zijn manier, dus je ziet het zomaar over het hoofd.
Bidden om het koninkrijk is alles wat je ziet bij God brengen, omdat je weet: Jezus is koning! Bidden om het koninkrijk is bidden om een betere wereld, en weten dat jij die wereld niet beter maakt, en dat we dat uiteindelijk ook niet met elkaar doen. Want we verwachten veel van techniek, economie of politiek, maar die kunnen Gods koninkrijk niet brengen, om de simpele reden dat het mensen zijn die ermee werken: zolang mensen hun eigen belang voorop stellen, en het lijkt wel alsof er niets menselijkers is dan dat, komt die betere wereld niet dichterbij. Als je bidt om het koninkrijk, geef je dat toe, en zeg je: God, ú moet het doen! Zoals Psalm 146 zegt: ‘gelukkig wie zijn hoop vestigt op de Heer.’
Dat verwachten mag je ook heel concreet doen. Dat als je kijkt, je ook de vraag stelt: ‘hoe zou Gods koninkrijk er in deze situatie uit zien?’ Welk verschil maakt Gods koninkrijk, voor bijvoorbeeld vluchtelingen in kamp Moria, op Lesbos? Voor de beeldvorming: daar zitten 13000 vluchtelingen in een kamp dat op 3000 vluchtelingen is berekend, die te horen krijgen dat ze eind 2020 aan de beurt zijn voor de eerste gesprekken over hun asielprocedure… Het is een gevangenis van het soort waar in Nederland de minister om zou aftreden. En dat voor mensen die op de vlucht zijn voor een traumatische oorlog…
Welk verschil maakt Gods koninkrijk dan? Hoe ziet een betere wereld eruit? Om te beginnen komt oorlog in die wereld niet voor: landen strijden daar niet met elkaar om hun belangen, maar God is er koning en zorgt ervoor dat niemand tekort wordt gedaan. Maar als er dan toch vluchtelingen zijn, dan worden ze in Gods koninkrijk liefdevol ontvangen: ze worden niet als probleem gezien, maar als mensen. Landen zouden in de rij staan om te helpen, omdat ze dat als een erezaak beschouwen.
Als je bidt: ‘laat uw koninkrijk komen’, deel dan je verlangen met God, je dromen over hoe deze wereld zou moeten zijn. In de overtuiging dat God er wat mee kan! God kan mensen veranderen, kan bijvoorbeeld weer een Angela Merkel geven die zegt: ‘we gaan het doen’.
Daarmee kom ik bij nummer 3: bidden om het koninkrijk is doen. Bidden is niet iets vrijblijvends. Zo van: ‘ik heb geen zin iets te doen, God, doet u het maar.’ Dat is een wel heel goedkoop gebed… Als je God vraagt om een nieuwe, eerlijke, wereld, verplicht je jezelf ook daaraan bij te dragen.
Bidden om Gods koninkrijk is iets heel groots: je bidt dat de hele wereld verandert. Maar die verandering begint veel kleiner, namelijk met jou. Als jij bidt ‘breng uw koninkrijk’, dan komt daar achteraan ‘te beginnen in mij’. Gods koninkrijk wordt werkelijkheid als de liefde van Jezus mensen doortrekt, als die liefde jou doortrekt. Want door jou heen stroomt die liefde de wereld in.
Daarmee ben je niet terug bij af, alsof jij de wereld zou moeten veranderen. Dat kun je niet en dat hoef je niet. Begin maar gewoon met liefhebben. Met je ogen open doen, met mensen in je hart sluiten, hen in je gebed bij God brengen en iets voor hen willen betekenen. Even een mooi citaat van iemand die in kamp Moria gewerkt heeft: ‘op structureel niveau kan ik niets aan de situatie veranderen, dat is aan de politiek. Maar ik kan er wél voor proberen te zorgen dat het bestaan hier 1 procent minder mensonwaardig wordt.’ Zulke liefde is als een mosterdzaadje: het groeit!
3. Ogen open
Bidden om Gods koninkrijk is bidden met de ogen open. Daar kun je van in paniek raken: waar moet ik dan beginnen? Daarom wil ik je nog helpen het wat beter behapbaar te maken.
Je kunt bidden met het nieuws. Of je nu elke avond het NOS-journaal bekijkt, de krant van voor tot achter spelt of verslaafd bent aan de nieuws-app op je telefoon: iedereen krijgt wel wat mee van het nieuws. In het nieuws zijn vaak die dingen waar Gods koninkrijk nog ver te zoeken is. Als je het nieuws leest of hoort, kies er dan gewoon 1 ding uit dat er voor jou uitspringt, en ga daar dan voor bidden: kijken, verwachten en doen.
Je kunt het ook veel dichter bij huis zoeken, in je eigen wijk of straat. Maak in gedachten –of in het echt!- eens een wandeling door je buurt, en kijk wat je dan tegenkomt. Eenzaamheid, burenruzies, hangjongeren en –ouderen, geldnood, ziekte, geestelijke nood: loop rond, laat je raken, en bid dan: laat ook hier uw koninkrijk komen. Amen.
