Matteüs 6:13 en Efeziërs 6 | Biddend vechten

Inleiding

Sommige dingen zijn het waard om voor te vechten, daar moet je niet mee stoppen als het moeilijk wordt. Liefde bijvoorbeeld. Of een eerlijke wereld.

Ook het leven is het waard om voor te vechten. Vandaag herinneren we de overledenen. En bijna zonder uitzondering geldt: zij wilden niet dood, zij vochten om te leven. Het valt mij altijd op hoeveel levenslust mensen op hun sterfbed nog hebben. Natuurlijk, vaak komt er een moment dat mensen accepteren dat ze dit gevecht niet gaan winnen. Maar de wil om te leven blijft.

Ook geloven in het goede nieuws van Jezus is zoiets dat het waard is om voor te vechten. Daarover denken we vandaag na, naar aanleiding van het laatste deel van Jezus’ gebedsonderwijs. Afgelopen weken zijn we door het ‘Onze Vader’ heen gekropen, het gebed dat we van Jezus leren. Vandaag het slot: ‘En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.’ Geloven is een gevecht, dat je biddend kunt voeren. Vandaar het thema: ‘biddend vechten.’ Daarbij lezen we een gedeelte uit de bijbel over hoe je kunt vechten voor je geloof: Efeziërs 6:10-20.

1.   Tegenstand

Voor Paulus, die dit stukje bijbel geschreven heeft, is het geen vraag: wie in Jezus gelooft, krijgt te maken met tegenstand. Geloven is een gevecht, altijd. Per definitie.

Ik denk dat het heel belangrijk is, je ervan bewust te zijn dat geloven nooit vanzelf gaat. Dat het helemaal niet raar is dat moeilijke vragen je in de war brengen, dat je de kracht van verleidingen voelt, en er soms voor zwicht, of dat geloven langzaam maar zeker op een wat lager pitje komt te staan. Dat kun je verwachten als je in Jezus gelooft.

Als je daar geen rekening mee houdt, of als je het zelfs gaat ontkennen, dan sta je direct met 1-0 achter. Als je weet dat je moet vechten, dan kun je je daarop voorbereiden.  Maar houd je daar geen rekening mee, dan overvalt het je, weet je niet wat je overkomt en wat je er mee moet.

Jezus leert ons bidden: ‘red ons uit de greep van het kwaad.’ Die greep van het kwaad maakt geloven moeilijk. Bijvoorbeeld de dingen die jou of anderen overkomen. De dood is er zo-een: daarin grijpt het kwaad om zich heen. Maar ook natuurrampen, onrecht, ziekte, mensen die tegenvallen: het kwaad probeert ons overal te grazen te nemen. Maar het kwaad is niet alleen wat jou overkomt, het is ook wat uit jouzelf komt: angst, hoogmoed, egoïsme, verslaving, haat, twijfel,  of juist: alles wel weten. Van alle kanten wordt je geloof aangevallen.

Jezus én Paulus zeggen: daar zit iemand achter – de Vijand. Want dat is wat Satan betekent: vijand. Het kwaad is geen abstracte macht, maar er zit een persoon achter. Zoals God de liefde in eigen persoon is, zo is de Vijand het kwaad in eigen persoon.

Die Vijand wil maar een ding: jou weghouden van Jezus. Daarom wil hij jou in zijn greep krijgen, al jouw aandacht opslokken. Het maakt hem niet uit hoe. Als je Jezus maar opgeeft, vindt hij alles best. Want Jezus is het leven. Zoals Jezus in Johannes 11 zegt: ‘ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft.’ Jezus wil jou het echte, eeuwige leven geven. De Vijand haat dat juist: hij wil je dood.

2.   Biddend vechten

Ga je die strijd in je eentje aan, dan zul je hem verliezen. Daarom neemt Jezus dit gevecht op in zijn gebedsonderwijs: ‘leid ons niet in beproeving, maar red ons van het Kwaad.’ Vechten doe je niet alleen: als je vecht voor je geloof in Jezus, dan staan de Vader, de Zoon en de heilige Geest aan jouw kant!

En daar heb je wat aan! Jezus is de strijder bij uitstek. Ook hij moest vechten tegen de Vijand. Nee, uiteraard niet om het goede nieuws van Jezus te blijven geloven. Wel om vast te houden aan zijn missie, zodat er voor ons überhaupt dat goede nieuws is.

In Matteüs 4 krijg je een inkijkje in dat gevecht. Daar komen we Jezus tegen in de woestijn, waar hij 40 dagen en nachten heeft gevast. Op die manier heeft Jezus zich voorbereid op de strijd waarvan hij wist dat die komen zou. De Vijand wil Jezus van zijn missie afkrijgen. ‘Wat ben jij voor softie?  Jij bent toch de Zoon van God? Zou je dan niet eens wat beter voor jezelf opkomen? Wat zit je hier honger te lijden, jij verdient een vijfgangendiner! Trouwens, wat wil jij nou moeilijk gaan doen met lijden en een kruis enzo: jij bent toch God? Dwing je gezag dan af! Waarom moeilijk doen als het  makkelijk kan?’ Reken maar dat Jezus dit aantrekkelijk vond – verleidelijk. Toch zegt Jezus resoluut ‘nee!’

Jezus kiest voor de moeilijke weg. Hij laat het gebeuren dat hij ter dood wordt veroordeeld en aan het kruis sterft. De Vijand heeft de dag van zijn leven: eindelijk heeft hij afgerekend met God. Vanaf nu heeft hij alleen het voor het zeggen op aarde – denkt hij… 2 Dagen later krijgt hij de schrik van zijn leven: het graf is leeg, Jezus leeft. Jezus heeft het gevecht gewonnen, heeft de macht van het kwaad voorgoed gebroken.

Als je bidt: ‘red mij van het Kwaad’, dan bidt je: ‘Jezus, u hebt de Vijand al verslagen. Vecht voor mij, vecht met mij – laat mij niet alleen vechten. Want alleen met u kan ook ik winnen.’

Het Onze Vader heeft een heel sterke opbouw. In de eerste helft gaat het om God: om zijn naam, zijn koninkrijk en zijn wil. Door te bidden groei je toe naar God en zijn plan met deze wereld. In de tweede helft gaat het om blokkades daarvoor: je zorgen, je schulden, en ook je strijd. Net als je zorgen en je schulden leg je je strijd in Gods handen: ‘laat me niet alleen in mijn gevecht, want mijn strijd is uw strijd!’ Zoals Paulus het zegt: ‘zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn  macht.’ Met even later een dringende oproep om te bidden, want door te bidden geven we onze strijd aan God.

En dan zál God helpen! Nee, het betekent niet dat je geen moeilijkheden op je pad tegen zult komen. Dat je nooit meer met ziekte, onrecht en dood wordt geconfronteerd. Dat je nooit meer die kracht van verleiding en twijfel zult ervaren.  Maar God helpt je om te vechten voor je geloof! De Bijbel in Gewone Taal vertaalt het heel mooi: ‘help ons om nooit tegen u te kiezen.’ De Vijand blijft je aanvallen, maar als je biddend vecht, zul je die strijd niet verliezen.

Hoe doe je dat dan, biddend vechten? Het is allereerst: leer je zwakke plekken kennen. Wie een beetje is ingewijd in het bedrijfsleven, wordt waarschijnlijk om de oren geslagen met SWOT-analyses. SWOT staat voor: strenghts, oftewel: krachten, weaknesses: zwaktes, opportunities: kansen, en threats: bedreigingen. Met zo’n SWOT-analyse kijk je naar waar je als bedrijf goed in bent, waar nieuwe kansen voor je liggen, waar je in moet verbeteren, en welke factoren een bedreiging kunnen vormen.

Biddend vechten heeft alles met zo’n analyse te maken: ga jezelf eens lekker ‘swotten’! Of, als je dat woord niet meer kunt horen: analyseer waar jouw geloof sterk is, en waar jouw geloof juist gevaar loopt. Stel jezelf de vraag: wanneer ben ik dicht bij Jezus, en wat houdt mij juist bij Jezus weg? Doe dat vooral ook biddend, want ik geloof dat de Geest je hier ook inzicht in geeft.

Ik wil gewoon eens even wat van die zwakke plekken noemen, en dan is er vast wel 1, of meer, op jou van toepassing. Angst kan zo’n zwakke plek zijn. Angst beperkt je, angst verlamt je, kan je helemaal opslokken. De Vijand wil die angst helemaal uitbuiten, zodat je uiteindelijk zelfs bang wordt voor God. Een andere zwakke plek: controledrang. Je houdt niet van verrassingen, je wilt alle touwtjes stevig in handen hebben. Je stippelt zelf je leven uit, waarbij voldoende financiële middelen erg handig zijn. Dus  geld is ook een zwakke plek. Je vertrouwt liever op jezelf dan op God. Of verslavingen, of het nu aan roken, gokken, social media, porno of drugs is: ze nemen je zo in beslag dat ze God wegdrukken uit je leven. Soms durf je zelfs uit schaamte niet meer bij God aan te kloppen. Een heel andere: minderwaardigheidsgevoelens. Die zijn ook heel vernietigend voor bloeiend geloof: je bent zo druk met jezelf, en ook voor God voel je je een nul. Het tegenovergestelde kan ook: trots. Jij bent het helemaal. En je hebt God helemaal niet nodig. Of voorspoed en drukte: je hebt gewoon geen tijd om in je geloof te investeren, en langzamerhand wordt je geloof steeds oppervlakkiger. En als laatste: twijfel. Twijfel kán je geloof sterker maken, maar kan er ook toe leiden dat je God verliest.

Onderzoek jezelf: wat houdt jou bij Jezus weg? En breng dat in gebed bij God: ‘Vader, ik heb ontdekt dat dit mijn zwakke plek is. Vecht alstublieft met mij!’

Zo’n SWOT-analyse gaat niet alleen over hoe de situatie nu is: het is juist de bedoeling dat je op basis van zo’n analyse ook daadwerkelijk iets gaat doen. Zo is het met dit gebed ook: als je weet wat je zwakke plek of plekken zijn, dan mag je de leugens daarachter met het evangelie ontmaskeren.

Want achter die zwakke plekken zit een diepere laag, een leugen. Bijvoorbeeld controledrang, één van mijn zwakke plekken: je vertrouwt alleen jezelf – zelfs God vertrouw je niet. De leugen achter controledrang is deze: God is niet te vertrouwen. Zo kun je dat met al die zwakke plekken doen.

Ontmasker die leugens vervolgens met het evangelie. In Efeziërs 6 noemt Paulus allemaal verdedigingswapens, met een uitzondering:  ‘draag als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden.’ Dat is precies wat Jezus doet als de Vijand in de woestijn met zijn verleidingen komt. Het klinkt heel aantrekkelijk, maar Jezus doorziet de leugen erachter, en vecht terug door de Vijand en zichzelf voor te houden wat in de bijbel staat. Jezus ontmaskert de leugens van de Vijand met de woorden van God. En inderdaad: dan is het wel handig als je een beetje thuis bent in die bijbel. Dat is de moeite waard om in te investeren!

Ik noemde net allerlei zwakke plekken, laten we even op zoek naar de leugens daarachter, en Gods waarheid die je daar tegenover mag stellen. Eerst angst: de leugen kan zijn dat jij er alleen voor staat, dat God jou  niet beschermt. De waarheid daar tegenover: zonder dat God het wil, stort er nog geen mus neer – dan hoef jij al helemaal niet bang te zijn. Controledrang: de leugen is dat God niet te vertrouwen is. De waarheid: niemand is zo betrouwbaar als God. Verslaving: de leugen is dat het je geeft wat je nodig hebt, geluk, omdat God je niet gelukkig zal maken. De waarheid: God geeft werkelijke vreugde! Minderwaardigheidsgevoelens: de leugen is dat God jou niet ziet. De waarheid: hij heeft je gemaakt naar zijn beeld! Trots: de leugen is dat jij God niet nodig hebt. De waarheid: jij hebt je leven niet in de hand, alles wat je hebt, heb je van God gekregen. Voorspoed en drukte:  de leugen is  dat het altijd handig is God achter de hand te hebben. De waarheid: God wil een levende relatie met jou. Twijfel: de leugen is dat je God moet begrijpen. De waarheid: Gods wegen gaan de onze ver te boven.

Soms is de leugen direct duidelijk, net als de waarheid die ertegenover staat. Soms moet je goed zoeken. Daarom geldt ook hier: doe het biddend. God zal je duidelijk maken welke leugens je leven beheersen, en welke waarheid je daar tegenover mag zetten.

3.   Vecht, mét God

Er zijn dingen, die zijn het waard om voor te vechten. Geloven in het goede nieuws van Jezus is er zo-een. Maak er dus werk van. Neem vandaag, of later deze week, hier gewoon eens tijd voor. Tijd, om samen met God, te vechten: jezelf te onderzoeken en leugens te ontmaskeren. Je kunt het trouwens ook samen met anderen doen: op de groeigroep waar ik in meedoe, hebben we het hier eens over gehad, en dan merk je dat je samen nog weer verder komt in het benoemen van leugens en welke waarheid daar tegenover staat.

En vergeet niet: Jezus heeft al gewonnen. De Vijand probeert ons van hem weg te houden, maakt het ons moeilijk, maar Jezus regeert. Zelfs de dood vlucht voor hem. Als je op zijn kracht vertrouwt, kun je niet verliezen! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: