Wat is een goede leider? Petrus waarschuwt tegen leiders die te graag macht willen hebben. Geldingsdrang is geen goede eigenschap voor leiders. Goed leiderschap is nederig: niet bezig met zichzelf, maar met het belang van de ander.
Inleiding
Vandaag is de laatste dienst in een serie over 1 Petrus. Daarmee ben ik begonnen in de gezamenlijke dienst van 2 juni. Menorah heeft daarna nog 4 preken over 1 Petrus gehad, de Zaankerk mag het met het begin en het slot van de brief doen. In het laatste hoofdstuk van de brief heeft Petrus het over nederigheid en leiderschap. Nu ben ik afgelopen jaar veel met leiderschap bezig geweest, dat was mijn bijscholing van dit jaar, dus ik kan nu alles wat ik geleerd heb verwerken in deze preek. Dus maak je maar klaar voor een lang verhaal…
Volgens Petrus, we gaan het zo lezen, hoort bij goed leiderschap nederigheid. Maar je kunt ook heel andere manieren van leiderschap vinden. Zoals leiderschap met het motto ‘succes is een keuze’. Ik heb zitten zoeken waar die uitdrukking vandaan komt, en ik kwam uit bij (weet iemand het?) Cup-a-soup! In de jaren 90 gebruikten zij deze uitdrukking in een reclame. Laten we even kijken: https://www.youtube.com/watch?v=rSkpUSoVfNg.
Succes is een keuze… In deze reclame hoort het bij het typetje dat wordt neergezet: een soort uber-macho-leider, waar niemand zich mee identificeert. ‘Succes is een keuze’ – dat is in deze reclame niet bedoeld om serieus te nemen. Maar inmiddels gebeurt dat dus wel! Youtube staat vol met influencers die dit motto zien als de sleutel naar goed leiderschap.
Petrus zou een duimpje omlaag geven. Succes ís geen keuze. Goed leiding geven, maar ook goed leiding ontvangen, is geen kwestie van denken in succes en geloven in jezelf – het is juist een kwestie van nederigheid. Laten we lezen: 1 Petrus 5.
1. Onder druk
Laten we eerst even naar het grotere plaatje kijken. Petrus schrijft deze brief aan christenen in wat we tegenwoordig Turkije noemen, die ergens in het midden van de eerste eeuw leven. Overal in Turkije zijn kleine kerkjes ontstaan, maar hun verhaal is geen succesverhaal. Mensen hebben Jezus leren kennen, en zijn daar heel blij mee, maar hun omgeving is er niet zo blij mee. Christenen worden gezien als spelbrekers, die nooit eens ergens aan meedoen, omdat ‘dat niet mag van hun geloof’. Zie zulke vooroordelen maar eens te doorbreken…
In die samenleving raken christenen steeds meer op achterstand. De spanning loopt op. Waar christenen eerst gewoon een beetje raar waren, worden ze nu steeds vaker openlijk gehaat. Petrus’ hele brief gaat over hoe je in zo’n wereld, een wereld die niets van jouw geloof en jouw God wil weten, een wereld waarin je als christen onder druk staat, toch volhoudt op de weg van Jezus.
In het gedeelte dat we net gelezen hebben, geeft Petrus ook nog een iets diepere duiding van die situatie: je ervaart misschien druk van mensen om je geloof op te geven, of om geloven gewoon wat minder serieus te nemen, of om geloof maar lekker voor jezelf te houden, maar de echte druk komt niet van mensen, maar van ‘uw vijand, de duivel, die rondzwerft als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi.’ Achter die hele dreigende situatie, die oplopende spanning, zit een geestelijke strijd.
2. Succes is geen keuze
In die situatie begint Petrus dus over leiderschap. Maar denk niet dat Petrus alleen iets te zeggen heeft voor wie toevallig deel is van de kerkenraad of het stafteam – al is dat vertaald naar vandaag wel de eerste groep die Petrus aanspreekt. Maar wat geldt voor leiders in de kerk, kun je heel goed toepassen op leiderschap in het algemeen: wat Petrus schrijft over leiderschap in de kerk, zou ook in de wereld buiten de kerk een verademing zijn. In zekere zin zou je zelfs kunnen zeggen dat iedereen een leider is: we proberen allemaal invloed uit te oefenen op de wereld om ons heen. En Petrus heeft ook oog voor de andere kant: niet alleen voor leiding geven, maar ook voor leiding ontvangen. Het is dus echt een thema voor iedereen!
Juist zo’n crisissituatie in de kerk kan zomaar een verkeerd soort leiderschap aantrekken. Als je, zoals die christenen aan wie Petrus schrijft, in de samenleving steeds minder serieus genomen wordt, als je daar enkele vorm van invloed hebt, dat is het best verleidelijk je in de kerk des te meer te laten gelden: daar tel je wel mee, daar wordt je wel serieus genomen, dus daar kun je invloed hebben, kun je toch nog op een soort van voetstuk staan, weliswaar binnen een heel klein subcultuurtje, maar toch! Wat zou het fantastisch zijn als mensen zien dat jij, met jouw stevige leiderschap, onder het motto ‘succes is een keuze’, de kerk redt van de crisis.
En andersom: als kerk kunnen we ook om zulke leiders vragen, leiders met een groot vertrouwen in zichzelf en hun eigen plannen, die ons precies vertellen hoe we het moeten doen, en die geen tegenspraak dulden want dat leidt maar af. Juist in een tijd waarin kerken alleen maar lijken te krimpen, verwachten we van leiders dat zij de trend keren en de kerk weer succesvol maken. Dan val ik als leider best wel tegen…
Een crisissituatie kan zomaar een verkeerd soort leiderschap bovenhalen: van maakbaarheid, geldingsdrang en makkelijke oplossingen. Petrus waarschuwt tegen zulke leiders. Tegen leiders die heerszuchtig zijn, die kicken op de macht. Tegen leiders die het doen om er zelf beter van te worden, en dat ellendige motto ‘succes is een keuze’ op hun koffiemok laten afdrukken – waarbij succes vooral hun eigen financiën en status betreft. Het leiderschap ook wat in Petrus’ tijd de norm was: van leiders werd verwacht dat ze autoritair waren, niet dat ze luisterden en samenwerkten, en soms bekruipt me het gevoel dat we nog niet zo heel veel zijn opschoten…
Hoe vaak heb je bij leiders niet het idee dat ze met een of ander prestigeproject bezig zijn waar geen mens op zit te wachten, maar waardoor ze wel nog lang herinnerd zullen worden. Geldingsdrang is nog altijd springlevend. Maar de leiders die écht lang herinnerd worden, en waar mensen positief aan terugdenken, die waren er helemaal niet zo mee bezig herinnerd te worden: zij gaven geen leiding uit geldingsdrang, of om succes te hebben, maar omdat ze ergens in geloofden.
Dat soort leiders zoekt Petrus. Leiders die niet bezig zijn met zichzelf, maar met de ander. Leiders die nederig leiding geven. ‘Nederig’: dat is een woord dat tot Jezus nog nooit iemand aan leiderschap had gekoppeld. Het was een revolutionair idee in de samenleving van toen, en ik ben bang ook in de samenleving van nu. En voor de duidelijkheid: nederigheid is niet dat je over je heen laat lopen. Een van de dingen die ik dit jaar over leiderschap heb geleerd, is dat ik die neiging wel kan hebben: ik houd niet van boze mensen, dus ik probeer dat te voorkomen door me aan te passen. Op die manier ontwijk ik het conflict, en dat lijkt misschien wel nederig, maar uiteindelijk ben ik dan gewoon met mijzelf bezig, niet met het belang van de ander. En dát is dus echte nederigheid: het belang van de ander. Een leider die niet zoekt naar wat goed voor hem is, maar die zoekt naar wat goed is voor de ander.
Petrus maakt dat nog wat concreter. Het zijn leiders die hun taak niet gedwongen maar vrijwillig doen: dus niet uit plichtsbesef, maar omdat ze erin geloven. Het zijn leiders die zich belangeloos toewijden: die hun eigen belang parkeren, die niet bezig zijn met wat ze allemaal te verliezen hebben. En het zijn leiders die niet heerszuchtig zijn, die je moet gehoorzamen omdat zij nu eenmaal de baas zijn, maar leiders die het goede voorbeeld geven. Voor leiding ontvangen geldt hetzelfde: wees nederig. Ga niet staan mopperen langs de zijlijn als je je zin niet krijgt, ga niet stemmen met je voeten, maar blijf liefdevol in gesprek. Dat zijn de omgangsvormen in de kerk: Jezus zocht niet zijn eigen belang, maar dat van jou, en daarom zoek jij, of je nu leiding geeft of ontvangt, nederig het belang van de ander.
Daarmee zijn we dan ook mooi af van dat ellendige ‘succes is een keuze’. Leiderschap in de kerk gaat niet om succes, niet om targets die binnen een bepaalde tijd gehaald moeten worden, niet om ‘meer winst’, maar ook niet om ‘meer, liefst betalende, leden’, niet om het vertegenwoordigen van alleen je eigen groep, zoals in de politiek steeds gebruikelijker lijkt te worden, maar om het zoeken van mensen, binnen en buiten de kerk, het leven delen, van elkaar leren, elkaar op weg helpen en houden, en daarbij steeds gericht zijn op de ander. Trouwens, dat is iets wat je ook kúnt – succes heb je helemaal niet in je macht, ‘succes is een keuze’ is misschien wel de hoogmoedigste flauwekul die ik ken.
Voor het proces waar wij als 2 kerken in zitten, lijkt me dit ook belangrijk: met hoogmoed krijg je kerkscheuringen, en daar hebben we als gereformeerden inmiddels ruim ervaring in. Maar om samen te gaan is juist nederigheid nodig.
Maar hoe kom je aan die nederigheid? Wie is er nu niet verslaafd aan zijn eigen belang, en hoe kom je daarvan af? Het is niet voor niets dat nederigheid zo revolutionair is: het is erg moeilijk!
Petrus zegt dan: het begint met nederig zijn voor God. Als je beseft hoe klein jij bent en hoe groot God, en dat God toch niet zijn belang er doorheen drukt, maar in Jezus juist jouw belang voorop stelt, zelfs als hem dat alles kost, dan besef je ook dat jij niet meer bent dan een ander, en dat jouw belang niet belangrijker is dan dat van wie ook maar. Wij kunnen onszelf zo opblazen, zo belangrijk maken, maar eigenlijk maken we onszelf op die manier volkomen belachelijk.
Petrus mijdt het dan ook zorgvuldig om leiders in de kerk ‘herders’ te noemen: dat is een titel die hij reserveert voor God. Leiders in de kerk doen allerlei herderachtige dingen, zoals de kudde naar voedsel leiden en beschermen tegen brullende leeuwen, maar ze moeten niet denken dat het hún kudde is, dat het hún kerk is: er is maar een de herder, en dat is God.
En een beter leider kan ik me niet voorstellen! Van deze leider zegt Petrus: ‘u mag uw zorgen op hem afwentelen, want u ligt hem na aan het hart.’ Kom daar maar eens om bij menselijke leiders! Bij God ben jij, met je angsten, met je zorgen, met je verlangens, in veilige handen! Nog veiliger dan je bij jezelf bent. Met deze herder hoef je niet onder de indruk te raken van een duivel die als een brullende leeuw rondzwerft, want God is sterker en zal jóu sterk maken. Iets wat buiten de macht van welke andere leider ook maar ligt.
3. Omhoog kijken
Nederig leiding geven en ontvangen begint met nederig zijn bij God. En dan is de vraag waar we mee afsluiten: kun je dat ook oefenen? Natuurlijk kan dat! Je kunt het oefenen door situaties op te zoeken waarin je beseft hoe klein jij bent en hoe groot God is. Bijvoorbeeld als je ’s avonds buiten bent en het is donker, kijk dan ook eens omhoog, naar de sterren, op duizelingwekkende afstand van ons vandaan, en door God daar met zijn vingers geplaatst. Laat dat eens goed op je inwerken, ken je plek in deze schepping, maar weet je dan ook geliefd door de Schepper! Amen.
