1 Petrus 4 | De reis is niet de bestemming

Inleiding

Een uitdrukking die ik in vakantietijd nog wel eens tegenkom, is deze: ‘de reis is de bestemming.’ Ik kan jullie vertellen: dat is dus grote onzin. Degene die deze uitspraak heeft bedacht had waarschijnlijk geen kinderen mee op vakantie. Bovendien voerde zijn reis waarschijnlijk ook niet door Duitsland.

Over dik een week mogen wij weer, en jullie raden het al: de kinderen gaan mee, en we kunnen Duitsland niet vermijden. Dat betekent elke 5 minuten de vraag: hoe lang duurt het nog? Terwijl je net de 17e Stau in bent gereden. En als de Baustelle dan eindelijk voorbij is, is er nét genoeg tijd om met de vouwwagen erachter weer op te trekken tot een legale snelheid, of je staat alweer op de rem voor het volgende baanvak van 25 kilometer waar zogenaamd aan de weg wordt gewerkt. Want waar wegwerkzaamheden in Nederland betekenen dat er 24 uur per dag in ploegendiensten wordt doorgebuffeld om de weg zo snel mogelijk weer open te krijgen, betrap je bij Duitse wegwerkzaamheden zelden iemand die met die weg bezig is.

Ik heb er nu alweer zin in… Waarom gaan we dit onszelf wéér aandoen? En daar is maar één antwoord op: de bestemming. Dáár is het mooi (tenminste, volgens de foto’s van de camping), en daarom zijn we bereid die reis te maken, ook al is het afzien.

De reis is niet de bestemming. Dat geldt ook voor de reis die je als christen door het leven maakt. Leven als christen is niet altijd makkelijk. Soms is het gewoon afzien. Waarom zou je het volhouden? Omdat de bestemming de moeite waard is! Daarover schrijft Petrus in 1 Petrus 4:7-19 – laten we dat lezen.

1.   Goed leven

Vandaag is het alweer de 5e keer dat we het over deze brief hebben, volgende week lezen we het laatste stukje, en net als de vorige keren gaan we eerst even in vogelvlucht door de brief heen.

Deze brief is geschreven aan christenen in Turkije in de 1e eeuw. Voor hen is christen-zijn niet één groot succesverhaal, niet het antwoord op al hun problemen. Integendeel: door christen te worden, hebben ze er een hoop problemen bij gekregen. Hun vroegere vrienden verklaren hen voor gek en in de samenleving tellen ze niet meer mee. Ze zijn vreemdelingen geworden in hun eigen land.

Hoe leef je als christen in zo’n wereld? In een wereld die niets met God heeft en niets van jouw geloof snapt? Petrus zegt dan: laat het maar zien! Laat met jouw leven maar zien wat het betekent om christen te zijn. Een ‘goed leven’ noemt Petrus dat. Het is een leven waarin je als christen een stap extra zet, waar je geen kwaad met kwaad vergeldt, maar het goede voor de ander blijft zoeken, ook al verdient die dat niet en doet die ander jou pijn.

Maar die manier van leven lijkt nog niet echt te werken. Tenminste, als je verwacht dat als je maar goed laat zien wat het is om christen te zijn, dat het dan vanzelf tot een massale opwekking komt. Zeker, er komen steeds meer mensen tot geloof in Jezus, maar de kerk blijft een verschijnsel in de marge.

Tóch blijft Petrus erop aandringen dat goede leven niet op te geven: voor christenen is er meer dan hoe de wereld tegen hen aankijkt. Want christenen zijn mensen die leven met hoop, Jezus hééft de macht van het kwaad al verslagen – en daar gaat Petrus vandaag verder.

2.   De moeite waard

Met weer een moeilijke vraag: als Jezus dan overwinnaar is, als het kwaad al verslagen is, waarom krijgen christenen dan niet wat meer goodwill, waarom worden ze zoveel geconfronteerd met spot, tegenwerking en afwijzing? Ze krijgen het niet rond in hun systeem: ze houden van Jezus, ze doen wat goed is, dan mogen ze toch ook zegen van God verwachten?! Maar in plaats daarvan keert de samenleving zich steeds meer tegen hen. Ze krijgen steeds minder ruimte en de sfeer verhardt.

Dan zegt Petrus: ‘wees niet verbaasd, er overkomt jullie niets uitzonderlijks.’ Jezus deed altijd wat goed was,  hij stond voor een eerlijke wereld en kwam op voor wie benadeeld werd, moest niets weten van corruptie en zelfverrijking, speelde geen politieke spelletjes, liet zich niet meeslepen in het kwaad, had altijd het belang van de ander voor ogen, en hij werd erom gehaat. Als je christen bent, en als je leven steeds meer op dat van Jezus gaat lijken, dan kun je precies dezelfde reactie verwachten – da’s logisch! En, zegt Petrus, beschouw dat maar als een eer.

Wij, in Nederland in 2024, leven in een heel andere wereld. Die eer gehaat te worden omdat je op Jezus lijkt, die ken ik niet. Misschien lijk ik gewoon niet genoeg op Jezus, ik ben de eerste om dat toe te geven, en het is goed om onszelf als kerk die vraag ook te blijven stellen: lijken we nog een beetje op Jezus? Maar in Nederland hebben christenen ook een ongekende vrijheid. Natuurlijk worden er flauwe grappen gemaakt over christenen, en echt niet iedereen reageert enthousiast als jij vertelt dat jij in Jezus gelooft, maar christenen worden niet achtergesteld, ze worden juist gewaardeerd. Ze kunnen zelfs burgemeester van Rotterdam worden! Wat moet je dan met zo’n stelling van Petrus dat lijden er voor een christen gewoon bij hoort?

Tegelijk: ook in Nederland is leven als christen  niet de makkelijkste manier om door het leven te gaan. Voor dat goede leven, waar Petrus zo enthousiast over schrijft, moet je best wel wat van jezelf opgeven. Dat is niet iets wat je er op zondag even bij doet, even een uurtje naar de kerk en je hebt je portie weer gehad, maar waar je elke dag weer voor moet vechten. Jezus volgen is nu eenmaal niet de makkelijke, prachtig geasfalteerde, snelweg, waarover je in groot comfort naar je bestemming reist, waar je heerlijk uitgerust aankomt. Dan lijkt het meer op die Duitse Baustelles: het is frustrerend en vraagt een eindeloos geduld.

En dan kan Petrus wel mooi zeggen dat dat een eer is, maar wat koop je daar nou voor? Maar Petrus zegt meer. Petrus zegt: ‘het einde van alles is nabij’, en: ‘des te uitbundiger zal je vreugde zijn wanneer de luister van Christus geopenbaard wordt.’ Met andere woorden: denk niet dat de reis de bestemming is! Leven als christen is niet makkelijk, een leven dat steeds meer op dat van Jezus gaat lijken, is niet het recept voor een pijnloos leven – kijk maar naar Jezus zelf. Maar: dat leven is de reis. En de bestemming, die maakt de reis de moeite waard. Voor Jezus hield het ook niet op met het kruis. Om het met Paulus te zeggen, in Filippenzen 2: ‘Jezus werd gehoorzaam tot in de dood, de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat.’ Precies dat mogen christenen ook verwachten: als ze op hun reis dezelfde ellende tegenkomen als Jezus, mogen ze ook een prachtige bestemming verwachten: ‘des te uitbundiger zal je vreugde zijn wanneer Christus’ luister geopenbaard wordt.’

Nu zitten we wel met een probleempje. Petrus schreef een kleine 2000 jaar geleden al dat het einde nabij is, en waarschijnlijk had hij niet verwacht dat Jezus in 2024 nog steeds niet teruggekomen zou zijn. Als je aanschuift in de zoveelste Duitse Streckende Stau, zie je in ieder geval nog op je navigatie hoeveel kilometers je nog moet, en al gaat het langzaam, de bestemming komt wel dichterbij. Maar in het christelijk leven heb je niet zo’n navigatie die je verwachte reistijd voor je uitrekent. Waardoor je je kunt afvragen: is die bestemming er wel?

Die vraag is net nieuw. Toen Petrus zijn brief schreef, had hij geen idee dat deze in de bijbel terecht zou komen. Dat gebeurde pas rond het einde van de 2e eeuw – toen de terugkomst van Jezus ook al langer op zich liet wachten. In zijn 2e brief schrijft Petrus zelf ook dat voor God 1000 jaar als een dag is. En tóch is het in de bijbel opgenomen: het einde is dichtbij. Gods tijd is anders dan onze tijd, maar dát Jezus terugkomt, dat we de bestemming bereiken – het is een kwestie van tijd. Die rit door Duitsland lijkt ook eindeloos te duren, maar eenmaal op de bestemming ben je dat zo weer vergeten.

Dus als het leven als christen niet makkelijk is, als het pijn doet, als het veel van je vraagt, kijk dan vooruit: weet dat dit leven de reis is, niet de bestemming. Durf verder te kijken dan naar het leven op aarde dat je kent: er is meer, de bestemming maakt de reis de moeite waard.

Tenminste, als je volhoudt. Want Petrus heeft het ook over Gods oordeel. ‘Als zij die rechtvaardig leven al ternauwernood gered kunnen worden, hoe moet het dan gaan met hen die zondigen doordat ze God niet gehoorzamen?’ Ik vind dat nogal wat! Moet je dan maar christen worden en goed leven uit angst voor de hel? En de mensen van wie jij houdt, maar die jouw geloof niet delen? Is iedereen die niet genoeg geloof heeft op weg naar de hel? Is dat wel rechtvaardig –  een eeuwige straf is toch per definitie zwaarder dan welke zonde je ook maar hebt gedaan?

Nu zegt Petrus niet dat ongelovigen naar de hel gaan. Sowieso stelt hij er alleen maar vragen over. Maar het leven nu, het leven waarin je keuzes maakt, dóet er wel toe voor die bestemming. Het is niet zo dat het geen barst uitmaakt hoe je nu leeft, dat als jij de behoefte voelt een ander groot onrecht aan te doen, dat je dat lekker moet doen, omdat het je uiteindelijk toch wel vergeven wordt. Het is niet zo dat je moeilijk kunt doen met geloven en steeds meer op Jezus lijken, maar dat er ook een veel makkelijkere weg naar de bestemming is.

En volgens mij is dat het punt van Petrus. Is het punt niet dat als je niet in Jezus gelooft, je naar de hel gaat, maar dat de weg naar de bestemming altijd moeilijk is. Petrus gebruikt voor die moeilijke weg het woord ‘vuurproef’. Het is een weg waarop je wordt getest, een weg die je voorbereidt op de bestemming, een weg waar je wordt veranderd, waar je wordt losgeweekt, wordt gelouterd, van het kwaad. En als je nu tegen Jezus kiest, en tegen dat goede leven, dan is er meer waarvan je nog gelouterd moet worden – je kunt niet onveranderd de bestemming binnengaan. Juist als het moeilijk is, als leven zoals Jezus pijn doet, wordt je door God getraind voor de bestemming.

Ik heb niet alle antwoorden op vragen over Gods oordeel – ik zit daar zelf ook mee te worstelen. Maar Petrus schrijft dit ook niet op om zulke antwoorden te geven: wat Petrus wil is je bemoedigen om vol te houden, ook als de weg moeilijk is. Dus niet om je af te vragen hoe het met anderen zal gaan in Gods oordeel, maar als motivatie om zelf vol te houden: blijf kiezen voor dat goed leven, ook al wordt je niet begrepen, zelfs al wordt je erom gehaat – het is de moeite waard! Want op die weg bereidt God je voor op een bestemming die al je verwachtingen te boven zal gaan.

3.   Eyes on the prize

Dus als je je als christen voelt zoals in de Duitse Stau, als het leven als christen niet perse makkelijk is, en je je afvraagt waarom je zo moeilijk doet: bedenk dan dat de reis niet de bestemming is. De bestemming maakt alles de moeite waard.

Focus je dus op de bestemming. Of, zoals het in een oud lied wordt gezegd, een lied dat in de oorspronkelijke versie afkomstig is van slaven in de Verenigde Staten voor wie de reis nog vele malen zwaarder was: Keep your Eyes on the Prize. We gaan het luisteren, als luisterlied in de versie van Bruce Springsteen, en laat het je aanmoedigen op de bestemming gericht te blijven. Amen. https://www.youtube.com/watch?v=qd6J2QF3fJY


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: