Het is een van onze oerangsten: verlaten worden. Maar in de verlatenheid kun je Jezus vinden!
Verlaten I
Dat de Joodse leiders weinig met Jezus ophebben, dat zij bekend. Daar is Jezus zo onderhand wel aan gewend. Wat niet went, is dat nu de een na de ander Jezus de rug toekeert. Eerst Judas – een vriend die hem uitleverde aan de vijand. Toen Petrus – een vriend die zijn eigen hachje voor vriendschap laat gaan. En nu het hele volk. Nog geen week geleden was het volk op de hand van Jezus. Nu scanderen de mensen eenparig: ‘aan het kruis met hem!’ Jezus staat er alleen voor.
Het is de grootste angst van veel mensen – een van onze oerangsten: verlaten worden. Kinderen hebben er last van, maar volwassenen net zo goed. We zijn gemaakt voor contact, voor relaties. Een mens hoort er niet alleen voor te staan. Dat iedereen je in de steek laat, een voor een, dat is onmenselijk. Nu overkomt Jezus het.
Hoe dierbaarder mensen je zijn, hoe pijnlijker verlating is. Dat een collega van een andere afdeling jou niet mag doet minder pijn dan wanneer je kind je afwijst. Bij Jezus is de ellende dat hij houdt van de mensen die hem afwijzen. Dit zijn de mensen voor wie Jezus keer op keer met ontferming bewogen werd. Deze mensen zijn Jezus dierbaar – stuk voor stuk.
Maar nu schreeuwen ze: ‘aan het kruis met hem!’ Zelfs Pilatus, die Joodse aangelegenheden het liefst aan zich voorbij laat gaan, voelt zich hier ongemakkelijk bij. Hij komt op de proppen met Jezus Barabbas – een gevaar voor de samenleving. ‘Zeg het maar: wie zal ik op vrije voeten stellen?’ En masse verkiest het volk Barabbas boven Jezus. Daarmee is het oordeel geveld.
Barabbas: omdat Jezus sterft, komt hij op vrije voeten. Daarin is Barabbas niet de enige. Barabbas staat voor jou en voor mij.
Verlaten II
Ik denk dat dit het pijnlijkste zinnetje uit de hele bijbel is: ‘mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Alsof het nog niet genoeg was dat de hele wereld zich tegen Jezus keerde. Kon hij die pijn maar delen met zijn Vader – het zou enige verlichting geven. Maar de pijn wordt nog veel erger: Jezus wordt door God verlaten.
Aan het kruis is Jezus in totale isolatie. Ik gebruik bewust dat woord: isolatie. Want wij kunnen ons daar deze maanden net even iets meer bij voorstellen dan anders. Isolatie doet pijn. Het doet pijn als je alleen thuis zit. Het doet pijn als je je vrienden niet mag zien. Het doet pijn als grootouders en kleinkinderen elkaar niet mogen zien. Het doet pijn dat je niet even je hand op iemands schouder kunt leggen. Het voelt alsof je er alleen voor staat. Natuurlijk: we zitten allemaal in hetzelfde schuitje, dat verbindt, en we kunnen digitaal contact houden, maar toch is het eenzaam.
Jezus daalt af in de diepste eenzaamheid. Verlaten door mensen – maar ook door God. God is met de noorderzon vertrokken. De mensen herinneren Jezus er fijntjes aan dat hij zo’n goed lijntje met boven zou hebben. ‘Waar is die God van je dan?’ Tot overmaat van ramp wordt het donker. God is Jezus’ licht, maar het licht trekt zich terug. Het wordt donker.
‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Het is Psalm 22 – een Psalm van David. Een Psalm van ieder die zich verlaten voelt – geïsoleerd van mensen én God. Jezus neemt deze Psalm van jou over: ook al ben jij verlaten, je bent niet alleen – ín de verlatenheid kun je mij vinden!
