Het koninkrijk van God is niet te stoppen! God wil het overal zaaien. Doe je mee?
Inleiding
In 2007 introduceerde Apple de iPhone – de allereerste smartphone. Ik zag er het nut niet zo van in: waarom zou je internetten op zo’n priegelschermpje als je ook gewoon je laptop kunt gebruiken? Bovendien was ik tevreden met mijn mobieltje: ik kon ermee bellen en sms’en, en hij moest maar een keer per week aan de lader. 7 Jaar later, en daarmee heb ik het nog best lang volgehouden, ben ik toch overstag gegaan en kocht ik mijn eerste smartphone. Nu, nog weer 7 jaar later, is de smartphone echt niet meer weg te denken. Bijna iedereen heeft er een – om foto’s van de kleinkinderen te zien, om te bankieren, om te navigeren, om te checken of je haar nog goed zit… Bijna alles doen we op dat apparaat. In minder dan 10 jaar heeft de smartphone de wereld veroverd.
En ik snap het – per slot van rekening heb ik zelf ook zo’n ding. Maar wat ik níet snap: waarom de smartphone wel, maar de kerk niet? Die moet ik misschien even uitleggen… Wat ik bedoel: we hebben Pasen gevierd, en Pasen is het beste nieuws ooit! Pasen betekent dat alles uiteindelijk goed afloopt – omdat Jezus leeft, is er hoop. Dat vind ik toch echt mooier dan de mogelijkheden van een smartphone. Maar een kleine 2000 jaar later zijn christenen nog altijd een minderheid. En ik snap dat niet: als we de smartphone zo massaal omarmen, waarom omarmen we dan niet minstens zo massaal het goede nieuws van Jezus? Waarom gelooft niet iedereen in Jezus?!
Dat kan je zelfs aan het twijfelen brengen: ben ik dan gek? Als christen ben je in ieder geval na 2000 jaar nog altijd een buitenbeentje. Als je net zo enthousiast over Jezus praat als de eerste iPhone-kopers over hun smartphone, dan ben je een christen-gekkie. Dus buiten de veilige kerkmuren maar niet meer praten over Jezus?
Op zulke vragen reageert Jezus in Matteüs 13. De lancering van Gods koninkrijk lijkt misschien mislukt, maar vergis je niet: het is niet te stoppen! We luisteren naar Jezus: Matteüs 13:1-23.
1. Weerstand
In Matteüs 13 geeft Jezus onderwijs. In Matteüs wisselt het steeds af: blokken over het onderwijs van Jezus en blokken over wat Jezus doet. Het bekendste blok onderwijs is de bergrede, Matteüs 5-7, waar we eerder dit jaar al naar hebben geluisterd. De komende tijd wil ik met jullie luisteren naar 2 andere blokken, te beginnen met Matteüs 13. Dit is het 3e grote hoorcollege van Jezus in Matteüs.
In Israël is Jezus geen onbekende meer. Iedereen kent wel iemand die iemand kent die Jezus heeft gezien. Er worden prachtige verhalen over Jezus rond verteld: ‘heb je al gehoord wat Jezus nu weer heeft gedaan?’ ‘Laat me raden: hij heeft weer mensen genezen.’ ‘Nee, het is nog mooier: hij heeft een dood meisje tot leven gewekt!’ Je zou denken dat iedereen met Jezus wegloopt – hier wil je toch bij horen?! Jezus’ 12 beste vrienden kunnen het zich in ieder geval niet voorstellen: dat iemand niet enthousiast wordt van Jezus.
Toch duiken ze de laatste tijd steeds vaker op: mensen die niets van Jezus moeten hebben. De sfeer wordt grimmiger en er vallen harde woorden. In Matteüs 12 verwijten de Farizeeën Jezus zelfs dat hij in dienst staat van de duivel. Veel harder kon je in Israël iemand niet afwijzen! De leerlingen snappen er niets van: waarom wordt Jezus niet door iedereen op handen gedragen?
En die vraag blijft – ook ná Pasen. Het is niet zo dat na Pasen opeens iedereen Jezus omarmt. Aan Jezus’ vrienden ligt het niet: zij vertellen gepassioneerd over Jezus. Ze vertellen het beste nieuws van de geschiedenis overal rond: dat Jezus leeft en koning is, en dat uiteindelijk alles goed zal komen. Maar ze lopen tegen muren van onbegrip en haat op.
Die weerstand tegen Jezus is een blijvertje. Hoe kan dat? Waarom gelooft niet iedereen in Jezus? Waarom heb je in Nederland wat uit te leggen als je in Jezus gelooft? Maar ook: waarom vind ik het zelf soms zo moeilijk om te geloven?
2. Niet te stoppen
In Matteüs 13 vertelt Jezus over een zaaier, en dat verhaal is Jezus’ antwoord op die vragen. Het is een herkenbaar verhaal: een boer ging naar zijn land om te zaaien. Tegenwoordig gebeurt dat vooral met machines, maar deze boer zaait uiteraard met de hand. Toevallig heb ik dat vorige week zelf ook gedaan – met de hand. Niet omdat ik zo ouderwets ben -ik heb ook gewoon een smartphone- maar omdat het een beetje overdreven is om voor ons grasveldje van 3 bij 5 meter een enorme trekker te laten aanrukken. Bovendien zou die niet door de tuinpoort passen. Maar goed, ik heb dus de kale plekken in ons gazonnetje bijgezaaid, in de hoop dat het er over een paar weken weer tip top bij ligt. ’s Avonds betrapte ik de eerste duif al die graszaadjes zat te pikken… Ik moest direct aan dat verhaal van Jezus denken!
Jezus kan het verhaal nog veel mooier vertellen dan ik, maar als hij uitverteld is, laat hij de mensen in verwarring achter. ‘Dit was mijn verhaal – laat wie oren heeft goed luisteren.’ Iedereen denkt dat er meer zal volgen, maar Jezus laat het hierbij. Zo gaan ze de pauze in. De leerlingen komen direct naar Jezus toe: ‘meester, dit kunt u niet maken! Prima als u verhalen vertelt, maar leg dan ook uit wat u ermee bedoelt!’ En in deze kleinere kring legt Jezus het uit.
‘Dit verhaal,’ zegt Jezus, ‘gaat over waarom niet iedereen mij gelooft. Zoals die zaaier overal zaait, geen plekje overslaat, zo vertel ik ook overal over het koninkrijk van God. Maar het is niet zo dat overal waar ik vertel, mensen massaal tot geloof komen. Net zoals bij die zaaier de meeste zaadjes niet uitkomen. Het hangt er namelijk maar net vanaf waar die zaadjes terechtkomen. Alleen in een goede bodem dragen de zaadjes vrucht. Zo is het met mijn woorden ook: wat mijn woorden met mensen doen, hangt van de bodem af. Als je niet voor mij openstaat, zul je mij ook nooit begrijpen.’
Jezus geeft er voorbeelden bij van slechte bodems, en je kunt ze zo aanwijzen: mensen die gewoon niet open staan voor Jezus, die denken dat ze al wel weten hoe het zit, en geen behoefte hebben aan Jezus. Mensen die even heel enthousiast zijn, maar een jaar later alweer enthousiast zijn voor heel andere dingen. Mensen die zeggen dat geloven echt wel belangrijk is, maar het te druk met leven hebben om ook nog iets met dat geloof te doen. En als ik het zo zeg, is het allemaal nog lekker veilig, gaat het over anderen, maar in al die slechte bodems herken ik ook wel iets van mijzelf. ‘Nou,’ zegt Jezus dan, ‘daarom is het helemaal niet gek dat niet iedereen mij volgt, die weerstand is juist te verwachten.’
Tot zover word ik nog niet echt blij van dit verhaal van Jezus. Het lijkt zo fatalistisch: alsof het maar aan een handjevol mensen gegeven wordt om überhaupt in Jezus te kúnnen geloven. Maar Jezus vertelt dit verhaal als een bemoediging! ‘Je zult zien dat niet iedereen op mij zit te wachten. Maar denk niet dat daardoor mijn koninkrijk mislukt is! Onder de oppervlakte groeit het namelijk razendsnel door – het is niet te stoppen! Want het is met het koninkrijk als met die zaaier…’
Toen ik met mijn grasveldje bezig ging, had ik het ook anders kunnen aanpakken. Ik had een kar met graszoden kunnen bestellen, en die over het gazon met kale plekken heen kunnen uitrollen. Dan was het in één keer klaar. Dat zou God met zijn koninkrijk ook kunnen doen: in één keer uitrollen, en daarmee over ons heen denderen. Maar God kiest ervoor te zaaien. Ik had ook voor elk zaadje met mijn pink een holletje in de grond kunnen maken, om daar het zaadje zorgvuldig in te leggen, en een druppeltje water erbij, en zo zaadje voor zaadje planten. Maar dan zou ik nu nog bezig zijn… God had daar ook voor kunnen kiezen: alleen zaaien op goede grond, het goede nieuws van Jezus alleen aanbieden aan wie ervoor open staan.
Maar God is een zaaier! Hij zaait werkelijk overal. Dat op die manier bergen zaad verspild worden, dat neemt God op de koop toe. Iedereen moet van Jezus horen, of iemand daar nu voor open staat of niet. God denkt niet: ‘iets te veel stenen hier, weinig kans dat hier wat opkomt, dus dit stukje sla ik maar over.’ God strooit het nieuws dat Jezus leeft overal rond!
Mét resultaat: Gods koninkrijk is niet te stoppen! Er worden dan wel bergen zaad verspild, maar de opbrengst weegt daar ruimschoots tegenop. Ook al staat lang niet iedereen open voor Jezus, dat kan Gods koninkrijk nog niet tegenhouden! Want elk zaadje dat op goede bodem komt, draagt enorm veel vrucht. Christenen zijn misschien niet met veel, maar wat een verschil kunnen ze maken!
3. Blijf zaaien
Dit verhaal van Jezus is voor mij een aanmoediging: blijf zaaien, blijf praten over Jezus, juist buiten de kerk. En dat is niet helemaal mijn comfortzone. Ik zou liever pas een zaadje planten als ik ook zeker wist dat het op zou komen… Maar dit verhaal leert mij dat ik niet zo strategisch moet denken: vertel maar gewoon over Jezus, wees maar open over wat je gelooft, zonder je druk te maken om het resultaat. De Zaanstreek is misschien niet de makkelijkste bodem voor het goede nieuws van Jezus, maar maak je daar niet druk om! Bovendien: je wéét niet of iemand open staat voor Jezus – wat een kansen mis je als je gaat voor zekerheid!
Ik moest daarbij denken aan Marcel – iemand die ik in Franeker, mijn vorige woonplaats, heb leren kennen. Marcel had niets met God. Zou je Marcel hebben verteld dat hij nog eens christen zou worden, dan had hij je niet geloofd. Zijn vrienden trouwens ook niet. Maar God dacht niet: dit is kansloos, ik ga wel met iemand anders bezig. Nee – God bleef zaaien. Marcel leerde christenen kennen – waaronder zijn vriendin. Ik mocht ook een klein stukje met hem meelopen – en zaaien. En achteraf bleek er iets te groeien. Ook al kwamen er daarna allerlei tegenslagen op Marcels pad, hij kwam ook steeds dichter bij God, en is nog nooit zo gelukkig geweest als nu. Afgelopen Paaszondag is Marcel gedoopt.
Ik vertel dit verhaal niet om mee te pronken, maar om je te bemoedigen: denk niet bij voorbaat dat het kansloos is om iemand te vertellen over Jezus en over wat hij voor jou betekent. Als je het Marcel had gevraagd, had hij zeker gezegd dat het kansloos was – maar dat was het niet! Dus blijf zaaien, grijp je kansen om iets te delen van Gods koninkrijk. Wees niet verbaasd als je weerstand tegenkomt. Maar wees ook niet verbaasd als je vrucht ziet! Amen.
