Vind je God geloofwaardig? Je kunt die vraag ook omdraaien: vind God jou geloofwaardig? Ben jij het waard dat God in jou gelooft? De God die in jou gelooft, die van je houdt, die je alles geeft, die is jouw geloof pas echt waard!
Preek gehouden in een gezamenlijke dienst van 4 kerken
Ik hoop dat jullie een beetje van spelletjes houden – ik heb namelijk een spelletje meegenomen. Kregen we van vrienden voor onze trouwdag, en ik dacht: die moet ik bewaren voor een bijzondere gelegenheid. Dat is dus vandaag. Het spel heet true or false – en bestaat uit sterke beweringen. Aan jullie de opdracht te bedenken: is dit waar of niet? Of, in de woorden van het thema van deze dienst: vind ik deze stelling geloofwaardig? Laten we er eens een paar proberen! (3 kaartjes voorlezen, handen omhoog)
Dan nu één in een heel andere categorie: God bestaat echt. Laten we daar maar geen spelletje van maken. Aangezien we hier bij een kerkdienst zijn, vermoed ik dat bovengemiddeld veel mensen zullen zeggen dat het waar is: God bestaat. Zou ik het aan willekeurige voorbijgangers op de Gedempte Gracht voorleggen, dan zakt het aantal mensen dat gelooft dat God bestaat al snel. Hoe geloofwaardig is God eigenlijk?
Dat is het eerste waar ik aan dacht bij het thema van deze dienst: denk jij dat God geloofwaardig is? En daar kom ik straks ook nog wel even op terug, maar laten we het eens omdraaien: vind God jou geloofwaardig? Op de poster van deze dienst staat daar een streepje tussen: geloof-streepje-waardig. Ben jij het waard dat God in jou gelooft?
Zo komen we bij dat verhaal dat Jezus vertelt, de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Dat verhaal moet je misschien ook wel omdraaien. Je kúnt het verhaal lezen als een oproep om goed te doen aan iedereen die op jouw weg komt. Je moet veranderen van zo’n harteloze religieuze professional, want dat waren priesters en levieten, in iemand met zo’n groot hart als die Samaritaan. Als dat is hoe je het verhaal leest, dan draai ik het vandaag graag eens voor je om.
De vraag is: wie ben jij in dit verhaal? Lijkt jij op die priester en Leviet? Ik wel, meer dan ik zou willen. Lijk je op die Samaritaan? Ik hoop het wel een beetje. Of lijk je op die mishandelde man die halfdood langs de weg ligt te kreunen?
Ik wil je uitnodigen, of beter: Jezus wil je uitnodigen, om het verhaal eens van die kant te bekijken, vanuit het perspectief van het slachtoffer van de rovers. Want ik geloof dat Jezus, in hoe hij het verhaal vertelt, daarop aanstuurt: jij ligt daar in de berm uit te drogen. Die overvallers hebben je stevig te grazen genomen, ze leken er wel een wedstrijdje van te maken wie jou het hardst kon trappen, en toen jij alleen nog maar over de grond kon kruipen, hebben ze alles van je afgepakt en gingen ervandoor op hun fatbikes.
Daar lig je. Je bent uitgedroogd, je keel doet pijn, en dan zie je in de verte iemand aankomen. Je maakt geluid om zijn aandacht te trekken, en als je ziet dat het een priester is probeer je nog harder zijn aandacht te trekken – maar zodra hij je opmerkt kijkt hij strak vooruit en negeert je. Even later met een Leviet hetzelfde verhaal. Je wilt het al bijna opgeven als er een reiziger langskomt. Je maakt je klaar om zijn aandacht te trekken, als je ziet: het is een Samaritaan. Je kunt je energie beter bewaren: van Samaritanen hoef je niets te verwachten. Maar tegen alle verwachting in houdt de Samaritaan halt, stapt van zijn ezeltje af, verzorgt je en neemt je mee. Hij krijgt medelijden, staat er. Hij leeft zich in jou in, bedenkt hoe het zou zijn als hij daar lag, en maakt van jouw leed het zijne. Daarbij doet hij veel meer dan je van hem kunt verwachten. Niet alleen brengt hij je naar een plek waar je kunt herstellen, hij betaalt daar ook nog eens voor! Die Samaritaan is bovenmenselijk goed voor jou.
Inderdaad: de Samaritaan in dit verhaal, degene die medelijden heeft, die zich in jou inleeft, die jouw pijn tot de zijne maakt, die Samaritaan is Jezus. Hij raapt je op uit de puinhoop van jouw leven, laat jou verzorgen, wat het hem ook kost, omdat hij in jou gelooft – jou zijn geloof waardig vindt.
En dán, als je het verhaal van die kant hebt bekeken, dán mag je het ook weer terug omdraaien. Zo eindigt het verhaal ook: ‘doe voortaan net zo.’ Het is doorgeven wat je zelf gekregen hebt. Daarom weten die priester en Leviet, de vertegenwoordigers van de wet, zich geen raad met jou: ze besluiten dat de regels niet verplichten jou te helpen, al vinden ze je heus wel zielig en zullen ze thuis ook vertellen over die arme stakker, maar ze hóeven niet te helpen – en lopen snel door. Zij zijn zelf nog nooit geholpen. Hebben niet die overweldigende ervaring van een Samaritaan die voor je afstapt en jou behandelt als was jij zijn eigen zoon.
Als je jezelf hebt gezien als dat slachtoffer, en hebt gevonden dat Jezus tóch in jou gelooft, dán heb je die ervaring wel. En dat is wat christen-zijn is: geen kwestie van een dik boek met allerlei regels, maar de liefde doorgeven die je zelf van Jezus ontvangen hebt. Vrome praatjes maken je als christen niet geloofwaardig – laat het liever zien in je liefde. Jezus zegt: ‘doe voortaan net zo’: leef je in anderen in, lijdt met ze mee, gelóóf in de ander, zie in de ander iemand die jouw geloof en jouw liefde waard is.
Nog even terug naar die andere vraag: is Gód geloofwaardig? Dan kom je al snel bij rationele verhalen uit, en die zijn over God ook te vertellen. Maar de keuze om te geloven maak je meestal niet met je hoofd, maar met je hart. En daarom vind ik dat streepje mooi: God is het wáárd geloofd te worden! Zo’n Samaritaan, iemand die in jou gelooft – dat is toch een diep verlangen van elk hart? Zo’n God vind ik geloof-waardig! Amen.
