‘Nood leert bidden’. Klopt dat gezegde? Niet altijd… Maar het is in ieder geval een goed idee om met je lijden naar God te gaan!
Inleiding
We pakken vandaag de draad op waar we hem een maand geleden loslieten. 2 Keer heb ik het toen met jullie gehad over lijden, of iets preciezer: hoe je als christen met lijden omgaat. De eerste keer ging over verdriet hebben: het christelijk geloof geeft ruimte om verdriet toe te laten, want God loopt ook niet weg voor verdriet. De tweede keer ging over vertrouwen: omdat God soeverein is én tot het uiterste van je houdt, kun je hem vertrouwen, al begrijp je er soms niets van.
Vandaag gaan we verder met bidden. En als je het hebt over ‘lijden en bidden’, dan ben je niet ver van de uitspraak ‘nood leert bidden’. De coronacrisis, zeker het begin ervan, laat dat maar weer eens zien. Online kerkdiensten konden op meer bezoekers rekenen dan de gewone diensten voordat corona toesloeg. En we googleden massaal op ‘gebed’. Daar is, dankzij Google, zelfs hard cijfermateriaal bij: elke 80.000 coronabesmettingen zorgen voor een verdubbeling in zoekopdrachten naar gebed. Andere onderzoeken bevestigen dat beeld.
Er werd een nationale dag van gebed georganiseerd, en dat was zelfs even het nieuws van de dag, als hoopvolle tegenhanger van de dagelijkse RIVM-cijfers. Iedereen vond het mooi dat christenen dit organiseerden, zelfs de talkshows waren enthousiast – de initiatiefnemers hoefden zich niet eens te verdedigen! Want nood leert bidden – we stonden er even voor open.
Het is helemaal niet gek om te bidden als je lijdt. In de bijbel gebeurt dat aan de lopende band. Jakobus roept er zelfs toe op, in Jakobus 5: ‘als een van u het moeilijk heeft, laat hij bidden.’ Laten we het gedeelte daar omheen lezen: Jakobus 5:7-20.
1. Leert nood bidden?
‘Als een van u het moeilijk heeft, laat hij dan bidden.’ Dat is de opdracht van Jakobus. Maar gaat dat ook zo? Leert nood bidden?
Soms wel! Het is gewoon zo dat mensen in moeilijke tijden meer open staan voor religie. Mensen die nooit bidden doen toch even een schietgebedje als ze in de problemen zitten. En mensen die normaal niets van bidden moeten hebben staan er in nood opeens voor open dat je voor ze bidt. Zelfs de talkshowgasten staan dan welwillend tegenover een gebedsdag. Dus ja: als het tegenzit, is de behoefte aan gebed groter.
Dat geldt voor christenen én niet-christenen. Want die gebedsdag trok veel aandacht buiten de christelijke kring, maar werd ook door christenen massaal omarmd. Christenen voelden: dit is het moment om onze verschillen aan de kant te zetten en samen op de knieën te gaan en te bidden. Volgens mij is er afgelopen maanden heel wat gebeden, en misschien waren dat ook wel intensere gebeden dan daarvoor.
Daar kun je zuur over doen. ‘Als de nood aan de man is, dan weten we God opeens te vinden…’ En inderdaad: het is jammer dat er een crisis voor nodig is om mensen te laten bidden. Het is jammer dat we God alleen inschakelen als we er zelf niet meer uit komen. Tegelijk: wat maakt het uit?! Als mensen die nooit bidden gaan bidden, en als mensen met een kabbelend gebedsleven weer intens Gods aanwezigheid zoeken, wat zeuren we dan nog?!
Het kan wel kwetsbaar zijn. Ik hoop dat als de nood je leert bidden, dat je dat dan ook vasthoud als de nood minder wordt. En gelukkig ken ik genoeg van zulke verhalen: van mensen die door een crisis dichter bij God zijn gekomen én dat zijn gebleven! Tegelijk staan daar te veel verhalen tegenover van mensen bij wie het weer wegzakt. Dus als nood je leert bidden, is het wel de kunst dat vol te houden.
Ja, soms leert nood bidden. Maar zeker niet altijd. Het is geen automatisme dat als het tegenzit, dat je dan meer en met meer diepgang gaat bidden. Je kunt er ook gewoon moedeloos van worden, dat je denkt: ‘nu dit weer, houdt het dan nooit op’, en dat je het maar gewoon neemt zoals het is. Dat is waar Jakobus tegen waarschuwt, als hij zegt: ‘heb geduld en houd moed’. Eerlijk gezegd merkte ik bij mijzelf ook wel iets van: ‘het zal allemaal wel – ik heb er gewoon geen zin in. Moeten we die hele coronacrisis niet maar gewoon uitzitten, in plaats van God te vragen de boel op te lossen?’ En wát je God dan moet vragen, daar kom ik zo nog op, maar het is niet goed om iets dat zoveel impact op je leven heeft niet met God te delen. Uiteindelijk speel je dan verstoppertje met God, en dat is een goede manier om je relatie met God te laten verslonzen. Nood leert niet altijd bidden – het kan je ook passief maken.
Of nog een stapje verder: dat nood ervoor zorgt dat je je tegen God verzet. Er zijn mensen die door een crisis tot geloof in Jezus komen, maar er zijn ook mensen voor wie een crisis het laatste zetje is om niet meer aan geloven te doen. En laten we wel wezen: bij de meeste kerken loopt het nog niet storm met potentiële toetreders. Dus nood leert echt niet altijd bidden.
2. Lijden delen met God
Daarom is het goed dat Jakobus er toe oproept: ‘Als een van u het moeilijk heeft, laat hij bidden.’ Dat is geen constatering dat nood leert bidden, maar een opdracht, dat nood vráágt om gebed. Jakobus vraagt jou om niet maar af te wachten wat nood met jou doet, maar om bewust te kiezen voor gebed: bidden moet je doen!
Je zou kunnen wachten tot je er de behoefte aan hebt, maar dat vindt Jakobus dus niet zo’n goed idee. Als je wacht met bidden tot je er zin in hebt, dan zou het zomaar kunnen dat het er nooit van komt… Soms moet je gewoon even zin maken. Net als bij een feestje waar je geen zin in hebt, maar achteraf toch blij bent dat je gegaan bent. Je moet ook niet wachten met bidden tot je God voelt. Nee: juist als God ver weg voelt, is het goed om te bidden – want bidden is een manier om dichter bij God te komen. Het is net als met vriendschap: als je er niet in investeert, zal het nooit hecht worden.
Laat bidden dus niet afhangen van jouw zin en jouw gevoel: bidden moet je doen. Zéker als je met lijden te maken hebt: bidden is dan dé manier om samen met God door dat lijden heen te gaan. Als je bidt sta je er nooit alleen voor!
Maar hoe moet je dan bidden? Uit Jakobus 5 trek ik 2 lessen: klaag en vraag. Eerst klagen – dat is de les van Job. Voor wie héél goed heeft opgelet: inderdaad – Jakobus zegt juist ‘klaag niet’. …’over elkaar’ om precies te zijn. Voor Zaankanters die altijd wel wat te zeuren hebben, daar staan wij Zaankanters om bekend, lijkt me dit een uitstekende aanbeveling. Maar het wil niet zeggen dat je naar God niet mag klagen!
Jakobus zegt: ‘Heb geduld. (…) Neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten.’ En dan komt hij met Job op de proppen. Ik weet niet of je het verhaal van Job een beetje kent, dus even kort: Job is een steenrijke en diepgelovige grootgrondbezitter. Maar van de ene op de andere dag wordt alles hem afgenomen: zijn bezit, maar ook zijn kinderen en zijn gezondheid. In de hoofdstukken die volgen beklaagt Job zich uitgebreid tegenover God en neemt Job niet bepaald een blad voor zijn mond. Zijn vrienden proberen hem af te remmen, zij lijken te denken dat ze God moeten verdedigen, maar aan het einde van het verhaal oordeelt God dat alleen Job op een goede manier over God gesproken heeft.
Maar is Job geduldig?! Dat waag ik te betwijfelen… Het is in ieder geval niet de eerste karaktertrek die ik aan Job zou toewijzen. Job wacht niet af tot de slechte tijden weer overwaaien, hij roept juist God ter verantwoording, en doet dat heel vasthoudend en intens. Met enige regelmaat gaat Job daarbij over het randje, en zit je te wachten wanneer God die hondsbrutale Job eens op zijn plek zet. Wat God dus niet doet: volgens God spreekt Job ‘juist’. Maar geduldig? – nee, daar heb ik andere associaties bij.
Het gaat Jakobus er niet om Job als toonbeeld van gelatenheid neer te zetten, als iemand die zonder meer accepteert wat God doet. Waar het Jakobus om gaat, is dat Job niet opgeeft! Job stort zijn hart uit bij God, maar God reageert niet. Wat je dan kunt doen is het bijltje er bij neergooien, maar Job gaat maar door: hij stopt niet voor hij zijn gevecht met God heeft uitgevochten. En dáárin is Job een voorbeeld voor ons: in het blijven bevragen van God.
Job blijft zich op God richten. In plaats van God los te laten, de raad die zijn vrouw hem geeft, blijft Job de verbinding met God zoeken, door gewoon te zeggen waar het op staat. Job klaagt niet óver God, maar tót God.
Dus: stel je vragen aan God, en blijf dat doen – dat is wat Jakobus je meegeeft. En dat kan voelen alsof je tegen een boom praat: daar zul je ook niet snel reactie van krijgen. Maar als je het volhoudt, dan brengt het je uiteindelijk dichter bij God. Dát is de les van Job.
Maar bidden is niet alleen klagen, het is ook vragen. Dat is de les van Elia. Alweer: ik weet niet of je het verhaal van Elia een beetje kent… Vanaf september wil ik jullie uitgebreid meenemen in zijn verhaal. Voor nu dit: Elia was profeet in Israël in een tijd dat Israël niet van God wilde weten. Je kunt je voorstellen dat Elia daarom niet heel geliefd was…
Jakobus geeft Elia als voorbeeld, omdat Elia bad. ‘Nadat Elia vurig had gebeden dat het niet zou regenen, is er drieëneenhalf jaar lang geen regen gevallen op het land.’ Zo veel invloed kan bidden dus hebben! Dan kun je nog denken: ‘ja, dat was Elia, een van de grootste profeten ooit.’ Maar Jakobus benadrukt juist dat Elia eens mens als jij en ik was. Dus vraag dingen aan God – en sta er niet gek van te kijken als God het nog geeft ook! ‘Want,’ zegt Jakobus, ‘het gebed van een rechtvaardige is krachtig.’
Jakobus maakt dat concreter: hij past het toe op ziekte. Ziekte, en dat zal ook voor ander lijden gelden, hoef je niet maar gelaten te ondergaan: je mag God bidden om genezing. Op die manier mag je ook voor elkaar bidden, en in het geval van ernstige ziekte zegt Jakobus: ‘laat de oudsten van de gemeente bij je komen, en laat die voor je bidden en je met olie zalven.’ In de katholieke kerk is dat het laatste oliesel geworden, maar ook onder gereformeerden is het in opkomst. Zelf mocht ik er een keer bij zijn, in Franeker. Met 4 ouderlingen gingen we naar een gemeentelid met kanker. We hebben uit Jakobus gelezen, we hebben gezongen, we hebben gezalfd en we hebben gebeden om genezing. Op hetzelfde moment waren in de kerk nog meer gemeenteleden aan het bidden. Het was indrukwekkend om deze ziekte zo bij God te brengen!
En het gebed is verhoord! Op welke manier, dat weet ik niet zo goed – wat God via de artsen deed en wat God rechtstreeks deed, dat is voor mij niet duidelijk – maar het gebed heeft zeker verschil gemaakt! Jakobus belooft ook niet dat als je het zo op deze manier doet, dat je dan gegarandeerd geneest – alsof het een trucje is. Jakobus belooft wel redding, en dat gaat over meer: het gaat over je lichaam én over je ziel, over genezing nu én over dat het goed zit tussen jou en God. Daarbij nodigt Jakobus uit vrijmoedig om genezing te bidden. Zet je schroom aan de kant, en bid! En reken erop dat God je geeft wat je nodig hebt.
3. Bidden: doen!
Nood leert bidden – soms wel en soms niet. Maar het is in ieder geval het beste wat je in nood kunt doen: bidden! Dus doe dat gewoon – bid! En niet alleen als het tegenzit: natuurlijk ben je nooit te laat om met bidden te beginnen, maar het helpt wel als bidden al een gewoonte is. Als je jezelf aanleert elke dag een of meer momenten te bidden, je leven met God te delen, dan gaat dat ook makkelijker als je in een moeilijke situatie zit. Klaag bij God, bevraag God, vraag God in te grijpen – en ga daar stug mee door, ook als bidden niet direct iets lijkt te veranderen.
Bid – want zo houd je God vast, de God die jou nooit zal laten vallen. Bid – want hoe zwaar het lijden soms ook is, dan ben je in ieder geval niet alleen. Amen.
