Als Jezus naar de hemel is gegaan, moeten de leerlingen wachten. Wat doen zij als alles even op pauze staat? En wat kun je daarvan leren als het in jouw leven of in de kerk even op pauze staat?
Inleiding
Wat is het mooiste onderdeel van een werkdag? De pauze! Toch is een pauze niet altijd positief: als je leven in de pauzestand staat, dan wil je graag verder, maar dat kan dan niet. Bijvoorbeeld als je als jongeren geen woonruimte kunt vinden, omdat er te weinig woningen beschikbaar zijn, en de woningen die beschikbaar zijn, die zijn dan weer belachelijk duur, en daarom zit er niets anders op dan bij je ouders te blijven wonen. Gelukkig zijn veel ouders best ok, in andere gevallen levert het echt schrijnende situaties op, maar hoe dan ook: je leven staat op pauze. Je hebt het gevoel dat je pas verder kunt bouwen aan je toekomst als je een plek voor jezelf hebt gevonden.
Ook voor asielzoekers staat het leven in de pauzestand. Met een beetje pech zit je jaren in procedures, om het nog maar niet te hebben over hoe lang je hebt moeten wachten om in die procedures te komen. Zolang er nog een kans bestaat dat je wordt teruggestuurd, wil ons land zoveel mogelijk ontmoedigen dat je integreert. Dan blijft er weinig anders over dan wachten.
Aan dat woord, ‘pauzestand’, moest ik denken bij de bijbellezing van vandaag. Want als Jezus naar de hemel is gegaan, moeten zijn leerlingen wachten. Ik vind dat wel toepasselijk voor Menorah: als Menorah staan we ook een beetje in een pauzestand, in een tijdelijke situatie tussen 2 fases in. Vandaag gaan we kijken naar wat de leerlingen van Jezus in die pauzestand deden, en naar wat wij daarvan kunnen leren.
1. Na hemelvaart
Voor we uit de bijbel gaan lezen, wil ik jullie even meenemen in de voorgeschiedenis. Voor de leerlingen van Jezus zijn het intense en verwarrende weken geweest. Zo’n 3 jaar hadden ze met Jezus opgetrokken, en hun verwachtingen van hem waren steeds groter geworden. Tot die donderdagavond, 6 weken geleden. Vanuit het niets was Jezus gearresteerd, en na een soort van supersnelrecht, of beter: supersnelonrecht, stierf Jezus de volgende middag aan het kruis. Weg was alle hoop die zich in 3 jaar had opgebouwd…
…om in de volgende 40 dagen langzaam weer terug te komen. Toen de eerste geruchten van de opstanding van Jezus rondgingen, konden ze er niets mee en deden het af als kletspraat. Maar inmiddels hebben ze Jezus verschillende keren gezien, en is de hoop teruggekeerd. Om precies te zijn: de hoop dat Jezus ‘binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël zal herstellen’, zoals Lucas dat opschrijft in Handelingen 1:6. Maar weer zitten ze er naast en pakt het allemaal anders uit.
Jezus verdwijnt letterlijk uit hun blikveld, en ze kunnen alleen maar staren naar waar Jezus net nog was. Zijn laatste woorden? ‘Jullie zullen van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ Hemelvaart gaat over dat Jezus koning is, over dat hij zijn troon heeft ingenomen en de hele wereld claimt – en nu is het aan de leerlingen om die claim naar buiten te brengen. ‘Getuigen’ noemt Lucas dat – en dat lijkt een onmogelijke taak. Wij kunnen al denken dat getuigen van Jezus naar Zaankanters onbegonnen werk is, omdat Zaankanters minder open staan voor het evangelie dan Veluwe-bewoners, maar voor Jezus’ leerlingen was het nog veel onmogelijker. In Galilea, waar ze vandaan kwamen, hadden ze nog enig krediet, maar in Jeruzalem wordt op hen neergekeken, of ze worden zelfs als de vijand gezien. Ze zijn nog niet vergeten wat Jeruzalem met Jezus heeft gedaan…
Toch moeten ze in Jeruzalem blijven, dat is de opdracht van Jezus zelf, en daar moeten ze wachten. Je zou misschien denken: ‘geen tijd te verliezen’, maar in plaats daarvan komen ze in de pauzestand, om te wachten op de komst van de Geest.
Uiteraard hoeven wij niet te wachten op de Geest: die Geest is allang gekomen. Toch is de uitstorting van de Geest geen status quo, zo van ‘die hebben we al’. Die Geest moet steeds opnieuw over ons komen en ons bezielen. En soms hoort wachten daar ook bij. Zoals we in Menorah nu ook even in de pauzestand staan: in een tijdelijke situatie waar we niet van alles gaan optuigen. Dit is niet de tijd een nieuwe website te lanceren, of om de groeigroepen nieuw leven in te blazen, of om een groot missionair project te starten. Ik kan niet wachten om daarmee bezig te gaan – maar dat is dus juist het idee van zo’n pauzestand: nu even niet. Maar wat dan wel? Daarover gaan we nu lezen: Handelingen 1:12-26.
2. Hoe wacht je?
De opdracht van Jezus was duidelijk: ‘ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten, tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan.’ Wachten dus – maar wachten is nog geen afwachten, is niet het jezelf maar even comfortabel maken, of maar even iets voor jezelf gaan doen – Jezus’ leerlingen vullen die pauze heel anders in. Ze doen 3 dingen: bidden, luisteren en structuren maken. Laten we ze alle drie bij langs gaan.
Eerst: bidden. ‘Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed.’ Dat klinkt behoorlijk intens! Met die opdracht die ze van Jezus hadden meegekregen, overal getuige van Jezus zijn, is dat ook niet zo gek. Dat is een taak die voor mensen onbegonnen werk is: die leerlingen, hoe gepassioneerd ook over Jezus, kunnen Gods koninkrijk niet brengen – God moet dat doen.
Dat zal ook zijn waarvóór ze hebben gebeden. Ik merk dat gebed, mijn persoonlijke gebed, maar ook gebed in de kerk, heel makkelijk een rijtje kan worden met al onze problemen die we met God delen. En begrijp me niet verkeerd: dat is echt heel waardevol! God wil graag dat we de dingen die ons bezig houden met hem delen. Maar gebed is meer. God wil ook dat we groter kijken dan de dingen in ons leven, omdat zijn plan nog veel groter is. Als Jezus gebedsonderwijs geeft, vraagt hij daar ook alle aandacht voor. Neem het ‘Onze Vader’, het gebed dat Jezus zelf ons heeft geleerd: daar bid je eerst om de eer van Gods naam, om Gods koninkrijk en zijn wil, en pas daarna komen onze dingen in beeld. En als Jezus zegt dat wie vraagt ontvangt, dan blijkt even later dat Jezus dat toepast op vragen om de Geest. Zo zullen die leerlingen gebeden hebben, vol verlangen naar de Geest, vol verlangen naar dat de hele wereld weet wie Jezus is.
In de pauzestand is er alle tijd om te bidden. Dat vind ik een waardevolle les voor ons. We zitten in een tussenfase – maar juist dan is er alle tijd om te bidden, om onze verlangens bij God te brengen, te bidden om Gods koninkrijk in ons midden.
Dan het tweede: luisteren. Ik zie een Petrus die daar enorm in gegroeid is. Petrus was iemand met heel stellige overtuigingen, die precies wist hoe het allemaal zou moeten gebeuren, die er totaal geen moeite mee had Jezus een grote mond te geven als Jezus er naar Petrus’ mening naast zat. Ook als Jezus vanuit de bijbel uitlegde hoe het gebeuren moest, bleef Petrus hangen in zijn eigen gelijk. Luisteren was zeg maar niet Petrus’ sterkste kant.
Maar in de afgelopen 40 dagen heeft Petrus al zijn ideeën herzien. Eindelijk heeft hij echt geluisterd naar Jezus, en met terugwerkende kracht bedacht wat Jezus eerder had gezegd, en hij begrijpt nu dat wat met Jezus is gebeurd altijd al het plan was. Jezus’ onderwijs is nu echt bij hem binnengekomen, en Petrus gaat met een heel nieuwe blik bijbel lezen. Zo komt hij bij Psalm 109, en leest daar: ‘Wijs een gewetenloos man aan die hem aanklaagt bij de rechter. Dat hij schuldig wordt bevonden en dat zijn gebed God niet bereikt. Dat zijn dagen geteld zijn, een ander zijn ambt overneemt.’ En Petrus beseft: dit gaat over wat met Jezus gebeurd is.
Ik vind dat mooi: Petrus die opeens in allerlei details ziet hoe de bijbel altijd al over Jezus ging, en nu vrijmoedig met bijbelcitaten strooit. Petrus heeft leren luisteren, heeft de bijbel opnieuw gelezen, met het onderwijs van Jezus in zijn achterhoofd. Ook daar is alle tijd voor in de pauzestand: je het onderwijs van Jezus eigen maken, luisteren naar wat God vandaag tegen ons zegt. Door de bijbel, door mensen om je heen, door ingevingen en indrukken. Gebruik de pauze om te luisteren.
En als laatste: structuren maken. Er moet een vervanger voor Judas komen, en na al die geestelijke disciplines is dit wel weer heel praktisch. Zo praktisch dat het de leerlingen door sommige bijbeluitleggers verweten wordt: ze zouden te snel gaan, ze zouden de Geest voor de voeten lopen, die niet Mattias maar Paulus als 12e heeft bedacht, terwijl ze gewoon hadden moeten wachten. Wat mij betreft zou dat steekhoudend zijn geweest als ze zonder bidden en luisteren direct waren begonnen met draaiboeken. Maar in een tijd van wachten, in de pauzestand, mag je al biddend en luisterend ook voorbereidingen treffen voor wat komt.
Daarbij gaat het wel om wat meer dan om een vacature in het stafteam van Menorah. Daar is het fijn als het stafteam volledig bezet is, maar met 1 minder kan het ook wel even. Ik vraag me dus ook af: waarom blijven ze niet gewoon even met z’n elven? Elf of twaalf, wat doet het ertoe?
Nou, best veel. Dat ze met z’n twaalven waren, was geen toeval: Jezus had bewust 12 gekozen, als een symbolische daad. Het was een verwijzing naar de 12 stammen van Israël en hun stamvaders. Met 11 valt die hele symboliek weg, en juist bij het getuigen in Jeruzalem is die symboliek zo belangrijk! Het moet duidelijk zijn dat Jezus niet zomaar een profeet is, maar de start van een nieuw Israël, dat Jezus de nieuwe koning is waar ze altijd al naar uitzagen, dat Jezus geen nieuwe religie sticht, maar een compleet nieuw hoofdstuk is in Gods weg met de mensen. Bij die boodschap horen 12 apostelen, die Israël 2.0 symboliseren.
Als Menorah in de pauzestand gaan we natuurlijk niet het stafteam aanvullen tot 12. Maar we kunnen wel praktisch nadenken: wat hebben wij nodig om te kunnen getuigen, welke structuren helpen ons om in deze stad te verkondigen dat Jezus Heer van heel de Schepping is?
3. Ons gebed
Wat doe je in de pauzestand? Van Jezus’ leerlingen leren we 3 dingen: bidden, luisteren en structuren maken. Volgens mij zit de uitdaging voor ons dan vooral in het bidden. Hoe vurig en eensgezind bidden wij dat Gods koninkrijk in deze stad groeit en om de bezieling van de heilige Geest bij die taak?
Nu is het mooie: dat hoef je niet alleen te doen! Die leerlingen doen dat samen. Bovendien: het is niet zo dat ze jaar in jaar uit intensief bidden, met 24/7 gebedsmarathons voor onbepaalde tijd. Natuurlijk, ook na het wachten blijven ze bidden, maar deze 10 dagen staan veel meer in het teken van gebed. Dat deed me denken: waarom zouden we niet als Menorah met de Zaankerk een gebedsweek houden? Een week waar bijvoorbeeld elke ochtend en elke avond in de kerk gebeden wordt? Maar: zoiets moet je echt samen doen – niet dat ik het organiseer en vervolgens de enige ben die komt bidden. Als er meer mensen dit een mooi idee vinden: meld je na de dienst of later deze week bij mij.
Los daarvan is elke kerkdienst natuurlijk ook een moment om samen te bidden om de Geest en Gods koninkrijk. Vandaag leggen we daar wat extra accent op, en voor we straks gaan bidden zal ik jullie ook vragen om gebedspunten, die juist hierbij passen: als het gaat om Gods koninkrijk, om de taak te getuigen in onze stad, om het vol worden van de heilige Geest: wat zou je dan willen bidden? Want zonder hulp van boven zijn we nergens! Amen.
