Handelingen 17a | Revolutionair

Inleiding

Let goed op: als ik zeg ‘christenen’, wat is dan het eerste woord wat bij je opkomt? (…) Is er ook iemand in de zaal die dacht: ‘christenen, die zijn revolutionair!’

‘Revolutionair’, dat is niet het eerste woord waar je bij christenen aan denkt. Revolutionair – dat is een woord dat eerder past bij Elon Musk, die een gigantische revolutie in autoland teweeg heeft gebracht. Het past ook bij actievoerders van Exctinction Rebellion, die een klimaatrevolutie teweeg willen brengen. Of, in een heel andere categorie: Piet Mondriaan was revolutionair, met zijn schilderijen zoals nog nooit iemand schilderijen had gemaakt. Voor mijn part noem je ook Theo Tempels revolutionair, de uitvinder van de inkeping in je beschuitrol: door hem is samen een beschuitje eten nooit meer hetzelfde. Maar christenen? Zijn die niet een tikkie ouderwets en braaf? (Sorry…)

Nou, nee dus. Christenen zijn revolutionair. Dus als jij in Jezus gelooft, dan ben jij een revolutionair! Voel je het al?

Misschien vind je het een raar woord voor christenen: revolutionair… Maar in de tijd van Paulus werd het echt zo ervaren. En wat ik daar mooi in vind, is dat je dan ook direct voelt dat geloven ergens over gaat, in plaats van dat het een hobby is voor zweverig aangelegde mensen, wat je vooral moet doen als je je er fijn bij voelt, maar waar je verder niemand mee lastig moet vallen. Vandaag gaan we verder met het verhaal van Paulus, en hoor je waarom christenen revolutionair zijn, en hoe jij dat ook kunt zijn. We lezen nu eerst Handelingen 17:1-15.

1.   In Europa

We hebben het afgelopen weken al meer over Paulus gehad – we volgen hem op zijn reis naar Europa. In Neapolis, de haven van Filippi, in het noordoosten van Griekenland, zet Paulus zijn eerste voetstappen in Europa, en belangrijker: arriveert het evangelie van Jezus in Europa!

Er gaat een heel nieuwe wereld open voor het evangelie, en er ontstaat een klein kerkje. Maar al snel gaat het mis: Paulus en Silas maken de verkeerde mensen boos en amper in Europa belanden ze in de gevangenis. Het loopt met een sisser af, maar ze kunnen er niet langer blijven, dus trekken ze verder, richting Tessalonica.

Lucas, de auteur van het bijbelboek Handelingen, vertelt niet zo heel veel over het verblijf in Tessalonica. Dat is ook wel logisch, want waarschijnlijk is hij achtergebleven in Filippi, en heeft hij de verhalen over dit stukje van de reis pas achteraf gehoord. Toch weten we meer over het verblijf van Paulus in Tessalonica: Paulus schrijft er zelf ook over in zijn brieven aan de Tessalonicenzen, die hij niet lang na zijn bezoek schrijft, nog tijdens diezelfde reis door Europa. Daarmee krijgen we een mooi beeld van wat er in Tessalonica gebeurd is.

2.   Revolutionair

Tessalonica: het is de trotse hoofdstad van de provincie Macedonië, prachtig gelegen aan de Egeïsche zee én aan de Via Egnatia, de snelweg die het oosten en westen van het Romeinse rijk aan elkaar verbond. Je kunt nog altijd delen van deze weg lopen, en Tessalonica is tegenwoordig de 2e stad van Griekenland.  Nu Paulus in Filippi niet langer welkom is, twijfelt hij niet waar hij nu naartoe wil: naar Tessalonica natuurlijk! Dit is de perfecte uitvalsbasis om het evangelie verder Europa in te brengen. En in 1 Tessalonicenzen 1 kun je lezen dat die opzet geslaagd is: vanuit Tessalonica heeft het evangelie zich verder verspreid.

Maar dat ging niet zonder slag of stoot: de komst van christenen in een stad zorgt eigenlijk altijd voor onrust en gedoe. Als Paulus in een voor hem nieuwe stad komt, is het eerste wat hij doet op de stadsplattegrond kijken waar de synagoge is. In Filippi bleek die er niet te zijn, maar hier in Tessalonica wel. De eerste zaterdag van zijn verblijf in deze stad is Paulus dus in de synagoge te vinden, waar hij vertelt wat er met Jezus is gebeurd, en dat Jezus Gods beloofde messias is. Er beginnen mensen tot geloof te komen.

Niet iedereen is daar blij mee. De leden van de synagoge die niet door Paulus overtuigd zijn, zien dat steeds meer van hún mensen achter Paulus aanlopen. Trouwens, niet alleen van hun mensen, maar ook Grieken. Dat kon wel eens gevaarlijk voor hen worden! Want Joden hadden een uitzonderingspositie bedongen in het Romeinse rijk: zij waren vrijgesteld om in plaats van de keizer God te aanbidden. Maar het was niet de bedoeling dat anderen dat recht ook zouden krijgen: het maken van bekeerlingen werd als overtreding gezien door de Romeinen. Paulus fietst nu door hun beschermde status heen, en is dus een gevaar! Ik denk dat dat ook is waarom ze er geen genoegen mee nemen dat Paulus uit Tessalonica vertrekt, maar dat ze Paulus achterna reizen naar Berea, om ook daar Paulus in een kwaad daglicht te stellen.

Hoe dan ook: om te voorkomen dat hun status bedreigd wordt besluiten ze de boel te escaleren. Op een of andere manier hebben ze connecties met een stel beroepsonruststokers. Zeg maar de AZ-hooligans van Tessalonica, die heel wat sportevenementen van de plaatselijke atletiekvereniging laten uitlopen in een flinke vechtpartij. Ze zijn altijd wel voor een opstootje te porren, en al snel hebben ze het voor elkaar: de hele stad is in rep en roer.

Dát gebeurt er dus als er christenen in een stad komen. En dat lijkt mij volstrekt logisch: vernieuwingen zorgen altijd voor onrust. Neem bijvoorbeeld de opkomst van ChatGPT: tekstschrijvers zijn daar echt niet blij mee, want ChatGPT pakt hun werk af! Nu blijken de teksten van ChatGPT nog behoorlijk fantasieloos te zijn, dus als dominee hoef ik er nog niet direct bang voor te zijn, maar klantenservicemedewerkers die mails van klanten afhandelen wel: de eerste ontslagen zijn al gevallen. Rond vernieuwingen ontstaat altijd onrust.

Dus als christenen nieuw zijn, zorgen ze voor onrust. In Nederland zijn christenen niet nieuw, hebben ze een status quo, dus dan valt het met die onrust wel mee – zo lang we tenminste netjes doen wat van ons verwacht wordt: kerkdiensten houden waar we ons geloof  netjes binnen de muren van de kerk beleven. Maar als we niet in ons hok blijven, als we geen scheiding willen maken tussen geloven en het gewone leven, als we manieren zoeken om in de samenleving te zijn met het evangelie van Jezus, dan hoeft het niet te verbazen als dat tot onrust leidt!

In Tessalonica loopt het uit op een officiële aangifte: Paulus en de christenen zouden een revolutie voorbereiden, en daarmee het gezag van de keizer aantasten, want volgens hen is alleen Jezus koning. Dit was in het Romeinse rijk een zware aanklacht. Trouwens, Jezus werd van precies hetzelfde beschuldigd: dat hij zich koning van de Joden noemt, en daarmee in opstand kwam tegen de keizer. Romeinen hielden niet van revolutie, daar kon je voor gekruisigd worden,

De aanklacht lijkt vergezocht. Natuurlijk heeft Jezus niet de bedoeling de keizer af te zetten en natuurlijk gaat het christenen niet om een politieke revolutie. Zijn ze helemaal gek geworden daar?! Maar toch: de klagers hebben wel een punt, en de aangifte zegt meer dan ze zelf beseffen. Want Christenen geloven inderdaad dat Jezus meer is dan welke macht op aarde ook maar. Daar zit best iets revolutionairs in! Het betekent dat als je christen bent, dat Jezus de hoogste macht in je leven is, en dat je eerste loyaliteit daar ligt, en dat het christelijk geloof dus ook wel ergens over gáát.

Ik denk dat we als christenen van de 21e eeuw, en daar ben ik er dus ook een van, ons wel eens schuldig maken aan een feelgood evangelie. Alsof geloven er om draait dat ik me goed voel, dat ik vertroetelt wordt door God die mij altijd bevestigt, die mij bemoedigt, die mij helpt mijzelf te verwerkelijken. Daar plukken we dan wat mooie bijbelteksten voor uit hun context, en voila, ons eigen evangelie op maat. Het evangelie dat Paulus brengt is veel spannender: de hele bijbel gaat volgens Paulus over Jezus, die koning is geworden door te lijden, en nu aanspraak maakt op jouw leven. Dát evangelie is revolutionair!

Maar wat is dat dan in de praktijk? Hoe zijn christenen ook vandaag revolutionair? Ik denk dat we dan nog wel wat van dat kerkje in Tessalonica kunnen leren. Ik wil 2 dingen noemen. Het eerste: laat je afgoden los. Voor die eerste christenen in Tessalonica was dat echt een enorme revolutie. Tessalonica was een stad die was doordrenkt van goden, het hele leven stond in het teken van de goden, alle beslissingen werden met de goden in gedachten genomen.  En dan schrijft Paulus kort daarna aan de Tessalonicenzen: ‘iedereen praat erover (…) hoe u zich van de afgoden hebt afgewend om u tot God te keren – om hem, de levende en ware God te dienen.’ Dat is nogal een revolutie: niet meer meedoen met de gevestigde religie, niet meer leven met alles wat in de samenleving zo belangrijk is. Daar kunnen wij best wat van leren! Van welke afgoden is onze samenleving doordrenkt, en zijn we als christenen dan revolutionair anders?

Het andere wat je van de Tessalonicenzen kunt leren, dat is: verbind je aan elkaar. Sociale tegenstellingen werden in die kerk doorbroken. Normaal gesproken gingen Joden en Grieken niet persoonlijk met elkaar om, maar daar, in de kerk, gebeurde dat wel. Met nadruk noemt Lucas nog dat er een groot aantal vrouwen uit de hogere kringen tot geloof kwam. De havenarbeider en de zakenvrouw kwamen elkaar in de kerk tegen. En dan niet alleen dat ze elkaar beleefd groetten, om vervolgens bij mensen uit hun eigen bubbel te gaan zitten: nee, ze gingen echt met elkaar om, ook al werden ze volgens de heersende opvattingen in de samenleving juist geacht niet met elkaar om te gaan. En Paulus die genoot ervan:  in zijn brief lees je heel warme gevoelens  over het familie-zijn dat hij daar heeft ervaren,  en waaraan hij zich ook heeft kunnen opladen. Paulus deed daar ook volop in mee – hij schrijft: ‘we waren niet alleen bereid u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven.’

In een tijd van ‘ieder voor zich’, zoals de onze, is dat net zo revolutionair als toen: als christenen zich geven voor anderen, in plaats van opgaan in een drukke agenda – dan is dat revolutionair! Wij kunnen wel verlangen naar een volle kerk, naar dat veel mensen tot geloof komen, maar mensen zijn nooit aantallen – het zijn individuen. Als we graag een volle kerk willen omdat dat lekker zingt en je er vrolijk van wordt, dan is dat uiteindelijk gewoon eigenbelang. Maar als je je ook echt aan mensen wilt verbinden, daar bewust ruimte voor maakt in je leven, om je leven te delen met mensen die anders zijn dan jij  – dan ben je revolutionair bezig.

3.   Hoe ben je revolutionair?

Christenen zijn revolutionair. Voel je het al wat meer? Ik heb een paar dingen genoemd wat dat in de praktijk kan betekenen, maar er valt natuurlijk veel meer over te zeggen. Geen zorgen: dat ga ik nu niet doen. In plaats daarvan leg ik de vraag bij jullie terug: hoe kun je als christen revolutionair zijn?

Je mag je telefoon er even bij pakken, ga naar Menti.com en log in met de code. Misschien heb je je telefoon niet mee, doe dan vooral lekker samen, trouwens ook als je wel je telefoon mee hebt: je mag samen iets bedenken, als je het fijner vind mag het ook alleen. Sowieso zijn alle antwoorden die je hier instuurt anoniem. Dus denk even na, of overleg: hoe kun je als christen revolutionair zijn? En stuur je antwoord dan via Mentimeter naar het scherm.

(afsluiten met gebed)


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: