Genesis 6 | De vernietiging

Inleiding

Vandaag beginnen we met een reis naar de prehistorie. De komende weken staan we stil bij een verhaal uit de bijbel over de vroegste geschiedenis van de mensheid. En ik denk dat iedereen het verhaal kent: loop een speelgoedwinkel binnen, en grote kans  dat je het verhaal in de schappen ziet staan. Natuurlijk, ik heb het over Noach.

Elke zichzelf respecterende speelgoedfabrikant heeft wel een ark van Noach in het assortiment: Playmobil, Fisher-Price, en een hoop houten modellen. Alleen Lego lijkt te ontbreken, maar voor de doorgewinterde Lego-bouwer is dat natuurlijk geen enkel probleem: dan bedenk je gewoon zelf een mooie ark.

Noach heeft het imago van een mooi verhaal om kinderen kennis te laten maken met de bijbel. Ik ken geen enkele kinderbijbel die het verhaal van Noach skipt. En voor zover ik weet is Noach het eerste bijbelverhaal ooit waarvan een tekenfilm is gemaakt. Dat gebeurde door niemand minder dan Walt Disney al in 1933, toen je nog naar de bioscoop moest om bewegende beelden te zien. In onze ogen is dat natuurlijk niet ver van de prehistorie… Walt Disney had een heel eigen kijk op hoe de ark werd gebouwd. Laten we er even een stukje van kijken.

https://www.youtube.com/watch?v=u5yytqjAPw4 (t/m 2:45)

De rest van het filmpje moet je thuis maar kijken: even zoeken op ‘Noach’ en ‘Disney’, dan kom je er vanzelf – je moet de versie van ‘Silly Symphonies’ hebben.

Noach is dus een superbekend verhaal dat we graag aan onze kinderen vertellen. Maar wat zegt dit verhaal nu echt? Het echte verhaal is helemaal niet zo lief: het is een verhaal dat vol zit met vernietiging. Dat is  het thema vanmorgen: ‘de vernietiging’, en we lezen nu het begin van het verhaal van Noach uit de bijbel: Genesis 6:5-22.

1.   ‘Het was slecht’

Dit begin van het verhaal geeft een heel wat minder gezellig beeld dan alle merchandise die er omheen ontstaan is. Het begin knalt er direct in: ‘de Heer zag dat alle mensen op aarde slecht waren.’ Dus: het was slecht!

En dat is niet zomaar een zinnetje: het is een heel pijnlijk zinnetje. Nog maar een paar hoofdstukken  hiervoor, Genesis 1, het verhaal van de schepping van hemel en aarde, staat bij alles wat God maakt: ‘en God zag dat het goed was.’ Behalve aan het einde van de zesde dag, als God de mensen heeft gemaakt. Dan is het: ‘God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was.’ Maar van die goedheid is niets meer over. Juist over de mensen moet God nu concluderen: ‘ze zijn slecht’. In een paar hoofdstukken tijd heeft de mensheid het kwaad omarmd en de goede schepping in een hel veranderd. Niet God, maar de mens begint met de vernietiging van alles wat goed was. Gods oordeel is vernietigend: ‘álles wat ze uitdenken is stééds éven slecht.’ Zoveel superlatieven pas er dus in 1 zin…

Onwillekeurig ga je je dan toch afvragen: wat was daar toch aan de hand?! Daar vertelt ons verhaal dan weer niet zoveel over. De aarde was verdorven, vol onrecht, door en door slecht en iedereen leidde een verderfelijk leven – veel concreter wordt het niet. Misschien moet je daarvoor terugbladeren naar Genesis 4: daar verschijnt de eerste echte macho op het toneel, een zekere Lamech, die aan 1 vrouw niet genoeg heeft… Of naar het begin van Genesis 6: een merkwaardig verhaal over de zonen van de goden die kindertjes maken met de dochters van de mensen. Ook dat is bijbelse prehistorie… Hoe je dat verhaal ook uitlegt: het is duidelijk niet wat God voor ogen had.

Je kunt er een hele woeste wereld van maken, waar diefstal, moord en verkrachting dagelijkse kost zijn, maar ik denk dat we het dan te spectaculair maken. Veel later, in Matteüs 24, zegt Jezus: ‘in de dagen voor de vloed was men alleen maar bezig met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot de dag waarop Noach de ark binnenging.’ Oftewel: mensen zijn verschrikkelijke egoïsten geworden, ze denken alleen nog maar aan zichzelf. En daarmee is de mens veranderd van kroon op de schepping in het probleem.

Juist  dat gewone van Matteüs 24 maakt het zo eng. Als de mensen nou moordden en verkrachtten, dan kun je dat oordeel van God begrijpen. Maar eten, drinken en trouwen?! Ik denk dat we van die mensheid uit Genesis 6 niet al te snel lompe barbaren moeten maken, maar dat de mensheid van nu er verdacht veel op lijkt… De egoïstische mens is nog altijd het grote probleem van de schepping. Omdat ík het beste wil voor de laagste prijs buit ik mijn medemens én de aarde uit. Misschien is de schepping zonder mensen wel beter af…

Er bestaat zelfs een ´beweging ter vrijwillig uitsterven van de mensheid.´ Volgens die beweging moeten we stoppen met kinderen krijgen, zodat de mensheid langzamerhand kan uitsterven en de wereld de kans krijgt van de ramp die mens heet te herstellen. Dat is, aldus deze ´uitstervers´,  ´beter dan blijven doorzeuren over hoe het menselijk ras  zich heeft tentoongesteld als een hebzuchtige, amorele parasiet.´

Dat vind ik toch wel wat rigoureus, ik geloof dat ik dan toch liever doorzeur… Al hoor ik wel steeds vaker over stellen die om het milieu minder kinderen willen. Maar ik denk dat het achterliggende punt wel klopt: als mensen verzieken we het voor elkaar en de planeet. Ik ben een egoïst en vernietig Gods goede schepping.

2.   Gods reactie

En dan is de grote vraag: hoe reageert God? Dat is het grootste deel van Genesis 6: God is er aan het woord Ik wil 3 dingen uit Gods reactie uitlichten.

Nummer 1: het doet God pijn. In vers 6 staat het zo: ‘hij kreeg er spijt van dat hij de mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst.’ En God deelt het met Noach, want Noach leefde in nauwe verbondenheid met God. Je kunt ook zeggen: Noach wandelde met God. Laten we dat eens letterlijk nemen: Noach en God maken hele wandelingen. En onderweg zijn ze natuurlijk niet stil. O, er kon wel eens een stilte vallen, als je loopt is dat gelukkig niet zo ongemakkelijk, maar ze voeren ook hele gesprekken, Noach en God.

‘Noach, ik vraag me steeds vaker af waar ik aan begonnen bent.’ Noach schrikt: ‘wat bedoelt u Heer?’ ‘Dit hele project – de schepping. Het brengt me niets dan verdriet.’ Noach probeert er nog een draai aan te geven: ‘maar Heer, er zijn toch ook mooie dingen?’ ‘Nee, Noach, het is één grote mislukking. Ik had het zo mooi bedacht – en moet je kijken!  Ik kan het niet meer aanzien, mijn hart huilt.’

Noach is diep onder de indruk – en ik ook. Een God die huilt om wat mensen doen. Ik denk graag dat God daar boven staat. Dat God met een glimlach vergeeft. Dat God niet door mij gekwetst kan worden – daar is hij veel te groot voor. Jij kunt toch ook niet gekwetst worden door een goudvis? Maar God dus wel, zo betrokken is hij! God kijkt niet met, zoals dat zo mooi heet, professionele distantie naar zijn werk. Nee, alles wat wij doen voelt God tot in z’n tenen. En dan gaat het niet over of je je wel aan de regeltjes houdt, maar over hoe het tussen jou en God zit. Geniet je van God, of duw je hem uit je leven weg? En dat raakt God diep.

Dan het tweede uit Gods reactie: God wil alles vernietigen. De mensen waren al een heel eind op weg met het vernietigen van de schepping, maar God wil het zelf afmaken: ‘ik heb besloten een einde te maken aan het leven van alle mensen, want door hen is de aarde vol onrecht. Ik ga hen vernietigen, en de aarde erbij.’ Dat klinkt nog het meest als de president van Amerika, die in een vergadering in the oval office meedeelt: ‘ik heb besloten de rode knop in te drukken’, wat het begin zal zijn van een alles verwoestende kernoorlog. De adviseurs van de president raken in paniek: ‘nee, dat kunt u niet doen!’, maar de president is nu eenmaal een beetje eigenwijs – anders redt je het niet als president. Ook Noach zal in paniek hebben gereageerd: ‘nee, God, dat kunt u niet maken! U kunt toch niet het hele project schepping opgeven?’ Maar dat is precies wat God van plan is: de schepping opgeven.

Dát maakt het verhaal van Noach zo moeilijk. Je kunt je bijna niet voorstellen dat deze God  dezelfde is als de Vader van Jezus Christus. Gods geduld is op, hij trekt de stekker eruit, en dat al zijn werk daarbij vernietigd wordt, neemt hij op de koop toe. Alleen al dat God zo’n rigoureus plan bedenkt – hoe is dat mogelijk?!

Ik denk dat het alles te maken heeft met het kwaad. Gód is goed, hij is de definitie van goed, hij is de goede in eigen persoon. Deze goede God heeft een goede schepping gemaakt met zeer goede bewoners. Maar het hele project is overgenomen door het kwaad. En bij God kan het kwaad nu eenmaal niet bestaan. Het kwaad móet weg.  Het probleem is alleen dat álles met het kwaad besmet is. De mensen zijn zo met het kwaad vergroeid, dat wanneer God het kwaad uitroeit, hij ook de mensen moet uitroeien.

Je kunt je het hoofd breken over waarom God daar in Genesis 6 voor kiest. Maar bekijk het eens van een andere kant. Misschien wel de meest gestelde vraag aan God is deze: ‘waarom laat u het kwaad zijn gang gaan? waar blijft u?’ We willen een God die ingrijpt, die het kwaad uitroeit. Maar Genesis 6 stelt ons de vraag: ‘weet je zeker dat je dat wilt? Weet je wel wat je dan van God vraagt? Weet je heel zeker dat je daarmee niet het oordeel over jezelf afroept?’

Dan het derde: God wil verder met mensen. Na het voorgaande is dat de grote verrassing: ‘Noach, met jou zal ik een verbond sluiten. Jij moet de ark in gaan, samen met je zonen, je vrouw, en de vrouwen van je zonen.’ Nu valt Noach van z’n stoel. Bij wijze van spreken dan, want ze waren aan het wandelen. ‘Hoezo Heer? Waarom wilt u mij sparen?’ ‘Omdat jij genade hebt gevonden.’

Dat is belangrijk: Noach vind bij de Heer genade, dát is de reden dat God met familie Noach verder wil. Niet omdat Noach ‘rechtschapen is’, niet omdat Noach met God wandelt, maar omdat Noach genade vindt. De volgorde is belangrijk: het is niet omdat Noach met God wandelt dat hij genade vindt. Het is juist andersom: omdat Noach genade vindt, wandelt hij met God. Als God met mensen verder gaat, begint dat altijd met genade.

Je kunt je afvragen of dat wel zo’n goed idee is van God. In de film Noah uit 2014 is dat ook Noachs reactie. ‘Maar God, als u het kwaad echt weg wilt doen, dan moet ik ook weg! U neemt wel een heel groot risico door met mij verder te gaan. Is de wereld niet beter af zonder mensen?’ De makers van deze film hebben het, ondanks dat ze erg vrij met het bijbelverhaal omgaan, beter begrepen dan de tekenaars van Disney.

Het was logisch geweest als God écht opnieuw was begonnen. Een grote overstroming zónder overlevenden, dán was het kwaad pas echt met wortel en tak uitgeroeid. Trouwens, daarna had God natuurlijk nieuwe, betere, mensen kunnen scheppen. Waarom ziet God de mensheid niet als een mislukt maar leerzaam experiment, om verder te gaan met een volledig nieuwe versie 2?

Blijkbaar wil God verder met déze mensheid. Dat is niet rationeel – genade is niet rationeel. Hier zie je hoe God een manier zoekt om de mens van het kwaad te redden, de mens te verlossen van die innige verstrengeling met het kwaad. God wil het kwaad vernietigen, maar wil ook de mens, het hoogtepunt van zijn schepping, losweken van dat kwaad. Een plan dat uiteindelijk uitloopt op Jezus: hij is God die midden in de door mensen vernietigde wereld komt, die al het kwaad over zich heen laat komen, het kwaad van binnenuit te kijk zet, Gods vernietigende oordeel draagt, en zo mensen losweekt, bevrijdt, van het kwaad.

3.   Kom aan boord!

Dat is wel even wat anders dan die vrolijke beestenboel op de ark… Maar blijf de kinderliedjes over Noach vooral zingen! ‘Kom aan boord’, zongen we. Een ander kinderliedje zegt dat Jezus zélf de ark is.

Het verhaal van Noach is een waarschuwing én een uitnodiging. Daarom haalt Jezus het verhaal in Matteüs 24 ook aan.  ‘Houd er alsjeblieft rekening mee dat ik terugkom!’, zegt Jezus daar. ‘Maak niet de fout van de mensen uit de tijd van Noach.’ Jezus wil je bevrijden van het kwaad, nu al. Hij is de ark, die het mogelijk maakt dat ik blijf leven en dat het kwaad in mij sterft. Kom aan boord: God wil met je verder!

De maaltijd van Jezus is daarbij een mooi hulpmiddel. Je zou kunnen zeggen dat het de boordmaaltijd is. Een maaltijd die je eraan herinnert dat er meer is dan eten, drinken en trouwen. Een maaltijd waarmee je zegt: ik kan mijzelf niet van het kwaad redden. Een maaltijd waar Jezus zegt: ik zal het doen want ik wil met jou verder – al kost het me mijn leven. Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: