Hoe wordt je een beter mens? Door je aan regels te houden? Dat valt vaak tegen… Maar hoe dan wel?
Inleiding
Een beter mens worden – wie wil dat nu niet? Wees eens eerlijk: wie ziet bij zichzelf nog wel ruimte voor verbetering, om een beter mens te worden? Aan mij valt ook nog genoeg te sleutelen – vraag Hanneke maar.
Maar een beter mens worden – hoe doe je dat? Gelukkig heeft Google op al je vragen een antwoord. Google komt aanzetten met ladingen stappenplannen. 5 Stappen, 9 tips, 18 manieren, enzovoort. Van ‘leer jezelf te accepteren’ tot ‘leg je telefoon weg’, en van ‘wees avontuurlijk’ tot ‘bel je ouders vaker’. Hoe je je ouders moet bellen als je je telefoon weg moet leggen, daar is dan weer niet zo goed over nagedacht… Misschien met de gouwe ouwe blikjestelefoon? En hoe je jezelf kunt accepteren als je avontuurlijker moet worden, dat zeggen ze er dan weer niet bij…
Weet je, al die tips, daar zit best wat in, maar ik wordt er zo moe van. Het klinkt allemaal heel logisch: natuurlijk is het mooi als je jezelf kunt accepteren. Maar heb je het wel eens geprobeerd?! Dat is het probleem van tips, van regels, van geboden: het klopt allemaal wel, maar de praktijk is net een tikkie lastiger.
Ik geloof niet dat zulke regels je helpen een beter mens te worden. Maar hoe dan wel? Daarover gaat het in Galaten 5. Laten we dat nu eerst lezen.
1. Vrijheid, en dan?
Het is alweer even geleden dat we het over Galaten hebben gehad. Nu hebben jullie natuurlijk een fantastisch geheugen, maar ik zal het toch maar even opfrissen. Ook voor als je er toen niet bij was.
Galatië is een streek in wat nu Turkije is. De bewoners, de Galaten, zijn niet met het geloof in de God van Israël opgegroeid. Ze hadden hun eigen goden. Maar op een dag arriveerde een zekere Paulus, die iedereen vertelde over Jezus, de Zoon van God. Dat was zo anders dan alles waar de Galaten ooit van gehoord hadden, dat ze hier meer over wilden weten. Sommigen van hen kwamen tot geloof in Jezus. Na verloop van tijd trok Paulus weer verder.
Maar al snel kwamen er andere christenen, om de Galaten en hun prille geloof te ‘helpen’. Kort gezegd: zij vertelden de Galaten dat ze nu volgens de Joodse regels moeten gaan leven. Want als je de God van de Joden dient, dan moet je ook een Jood worden. Als Paulus hiervan hoort, schrijft hij op hoge poten deze brief. ‘Galaten, laat je niets wijs maken! Jezus is niet het opstapje om Joods te worden – Jezus alleen is genoeg! En jullie, jullie zijn vrij!’
4 Hoofdstukken lang is dat het grote thema: laat je niet de Joodse wet, of wat voor aanvullende regels dan ook maar, aanpraten! En in het begin van hoofdstuk 5 gaat dat nog even door, met een felle laatste uithaal: ‘ze moesten zich laten castreren, die onruststokers.’ Dat klinkt voor ons als een merkwaardige verwensing, maar was toen ongekend grof. Eén van de grote dingen die op het spel stonden, was de vraag of de mannelijke Galaten zich moesten laten besnijden. En dan zegt Paulus: ‘die mensen die jullie met de besnijdenis willen opzadelen, die moesten dat hele zaakje daar beneden maar onklaar laten maken.’ Jullie snappen hoop ik wat ik bedoel…
Paulus waarschuwt tegen een geloof waar je je aan allerlei regels moet houden. Vergeet die regels! De regels, of het nu de Joodse zijn, of nieuwere christelijke regels, die gaan je niet redden, daar wordt je geen beter christen van. En, om het even naar het thema van vandaag te buigen, je wordt er ook geen beter mens van. Paulus kan het weten: hij was bloedfanatiek met de regels. Zo’n regel als dat je je ouders wat vaker moet bellen, daar zou Paulus wel raad mee hebben geweten: elk uur zou de telefoon van zijn ouders gaan – zo fanatiek was Paulus. Maar Paulus’ fanatisme voor de wet heeft hem niets gebracht. Het maakte Paulus juist zuur en bekrompen, bang en veroordelend. Met regels wordt je geen beter mens.
Maar wat dan wel? In Galaten 5 gaat Paulus eindelijk op die vraag in. 4 en een half hoofdstuk lang heeft Paulus het erin gehamerd: geen regels, geen regels, geen regels, geen regels! Misschien vind je dat zelfs wel gevaarlijk: ‘je gaat toch niet zeggen dat we er maar op los moeten leven?’ Misschien zijn we daarom ook wel een beetje bang voor genade: zorgt genade er niet voor dat we ons te buiten gaan aan alles wat deze wereld ons te bieden heeft? Maakt het dan niet uit hoe je leeft? Zegt Paulus: ‘leef er maar op los?’ Nee – maar de regels mag je vergeten!
2. Hoe de Geest je verandert
In Galaten 5:13 komt eindelijk het antwoord op die vraag: ‘misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen.’ En even later een hele opsomming van hoe wij de bloemetjes buiten kunnen zetten, maar wat niet past bij het koninkrijk van God. Bevrijd zijn door Jezus, ook van de regels, is een prachtig cadeau dat je verandert. En dan volgt de vrucht van de Geest: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
Over beter mens worden gesproken! Deze woorden zijn een prachtige profielschets van hoe wij, mensen, door God bedoeld zijn. En als je wilt weten hoe dat eruit ziet, dan moet je naar Jezus kijken. Liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing: dat is Jezus! Maar het is ook een profielschets van christenen: als je in Jezus gelooft, ga je op hem lijken.
En dan zeg ik er snel bij: ik geloof niet dat christenen betere mensen zijn. Er zijn genoeg niet-christenen die vriendelijker zijn dan de meeste christenen, of geduldiger, of beter in staat zichzelf te beheersen. Maar ik geloof ook dat als je in Jezus gelooft, het niet anders kan dan dat je steeds meer op Jezus gaat lijken.
Maar hoe? Hoe verandert geloof in Jezus je? Niet doordat je als christen allerlei regels hebt dus! Wel doordat de Geest jou van binnenuit verandert.
Er is een verhaal over een Nederlandse boer die een collega uit Australië ontmoet. Zoals dat gaat met collega’s, praten ze al snel over hun werk. Over hun liefde voor het buitenleven, over technologische ontwikkelingen, enzovoort. De Australische boer blijkt gigantisch veel grond te hebben, en zijn Nederlandse collega wordt al bijna jaloers. Tot hij bedenkt: ‘ben ik even blij dat ik geen hekken op jouw grond hoeft te zetten!’ De Australische boer kijkt hem even verwonderd aan: ‘hekken?! ben jij gek! Ik graaf gewoon een waterput in het midden, en als de dieren dorst hebben, komen ze vanzelf naar me toe.’
Zoiets bedoelt Paulus. De regels kun je als hekken zien: ze bakenen keurig af waar je wel en niet mag komen. Die hekken zijn nu weggehaald. Maar dat betekent nog niet dat alles nu goed is! Je krijgt alle vrijheid, maar je hebt natuurlijk wel water nodig. Dat water, die bron, dat is Jezus. Als je meer en meer ontdekt wie hij is, en daarom steeds bij hem terugkomt -en dat is het werk van de Geest!- dan wil je niets liever dan dicht bij Jezus blijven. Dan gaat het niet meer om wat volgens de regels wel en niet mag, maar om dat jij niets liever wilt dan dicht bij Jezus zijn, en je helemaal geen reden hebt om er op los te leven. En dan zegt Paulus: en dat is nu precies waar het in de wet altijd al om ging – liefde!
Dat is direct de eerste vrucht, of eigenlijk moet ik zeggen: het eerste deel van de vrucht, want er is maar één vrucht van de Geest. Vergelijk het met een mandarijntje: elk stukje vrucht van de Geest is een partje. En van Mirjam heb ik geleerd dat de meeste mandarijntjes 9 partjes hebben. Dus als je weer eens een mandarijntje eet: denk aan de vrucht van de Geest!
We lopen de partjes langs, en beginnen met liefde. In de bijbel is liefde veel meer dan een gevoel: het is dat je het beste voor de ander zoekt. Net als Jezus: hij is helemaal niet met zijn eigen belangen bezig, hij sterft nog liever dan dat hij stopt van jou te houden. Als je dat gaat beseffen, dat er iemand is die alles voor je geeft, dan krijg je vanzelf meer ruimte om ook lief te hebben.
Dan vreugde. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat doe jij een vreugdedansje, je lacht de hele dag door. Nee, dat is het dus niet. Soms is het leven niet om te lachen, eerder om te huilen. Maar vreugde als vrucht van de Geest betekent dat je zelfs dán blij bent met God. Omdat je weet: wát er ook met mij gebeurt, het mooiste wat er is, Jezus’ liefde, kan niemand van mij afpakken.
Vrede: het bijbelse woord voor dat alles goed is. Geen knagende gevoelens die je overdag somber maken en ’s nachts uit je slaap houden: alles is goed. Ook al had Jezus veel vijanden, toch had hij die vrede. Als Jezus gearresteerd wordt, willen zijn leerlingen voor hem vechten, maar Jezus wil daar niets van weten: hij geeft zich over. Jezus heeft vrede, omdat het goed zit tussen en hem zijn Vader. En precies die vrede wil Jezus ook jou geven.
Dan geduld. In een tijd van ‘vandaag voor 23:59 besteld, morgen in huis’ is dat een zeldzame eigenschap… God heeft juist heel veel geduld met mensen – met jou. Als je dat beseft, maakt dat je ook geduldig naar de mensen om je heen.
Vriendelijkheid: doe ’s lief! Jezus viel op omdat hij oog had voor mensen. Zelfs voor mensen die door iedereen werden gemeden. Hij gaf ze het gevoel waardevol te zijn. Later, in de brief aan de Filippenzen, schrijft Paulus: ‘laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen.’ Want voor God is iedereen waardevol!
Goedheid. Jezus zegt: ‘wees goed voor wie jullie haten.’ Dat geeft mooi aan hoe ver goedheid gaat! Zelfs als iemand jou onrecht aandoet, blijf jij goed doen. Zoals Jezus, die aan het kruis voor zijn vijanden bidt: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’ Ik geloof dat hij dat net zo goed voor ons bidt. Wie ben ik dan om kwaad met kwaad te vergelden?!
Dan geloof, of misschien wel beter: trouw. Ik moet weer denken aan een gebed van Jezus, van vlak voordat hij gearresteerd werd: ‘laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’ Jezus is tot het uiterste trouw aan zijn Vader, trouw aan zijn opdracht, trouw aan jou! Daarmee heeft hij voor eens en altijd bewezen dat je hem kunt vertrouwen.
Zachtmoedigheid: dat klinkt wat ouderwets. Het heeft te maken met mild zijn, bescheiden zijn, met dingen niet op de spits drijven, met niet doen alsof alles en iedereen voor jou aan de kant moet. Het tegenovergestelde van haantjesgedrag dus. Als je ontdekt hoe zachtmoedig Jezus met jou omgaat, wil je niet meer hard zijn voor anderen.
En de laatste: zelfbeheersing. Kun jij verleidingen weerstaan? Als je ontdekt hoe geweldig Jezus’ liefde voor jou is, dan zijn al die verleidingen die op je afkomen opeens een stuk minder aantrekkelijk.
3. Blijf dicht bij Jezus
Nog even terug naar die vraag: hoe kan ik een beter mens worden? Paulus zou zeggen: dat kun je niet… Lekker bemoedigend… Maar gelukkig gaat Paulus verder: ‘blijf maar dicht bij Jezus, dan maakt de Geest je een mooier mens.’
Niet voor niets gebruikt Paulus het woord ‘vrucht’. In onze tuin hebben we een appelboom geplant. Zowaar: er zitten appels aan! En nee: die hebben wij er niet aangeplakt – ze waren er gewoon. Zo gaat dat met vruchten: daar kun je niet zoveel aan doen. Natuurlijk, je moet een appelboompje een beetje verzorgen. Water geven als het droog is, bemesten, snoeien. Allemaal dingen waar wij heerlijk in tekortschieten trouwens… En tóch groeien er appels.
Zo is het ook met de vrucht van de Geest: dat heeft maar weinig met jouw inspanningen te maken. De Géést verandert jou. Maar je kunt er wel voor zorgen dat jouw boompje voeding blijft krijgen. Dat doe je door dicht bij Jezus te blijven.
En als je dat doet, investeert in je relatie met Jezus, de tijd neemt om met hem te praten en naar hem te luisteren, geniet van zijn niet te bevatten liefde voor jou, dan komt de rest vanzelf. Dan ga je steeds meer op Jezus lijken. Mooier mens kun je niet worden, toch?! Amen.
