Waar je vandaan komt, zegt veel over wie je bent. Kun je je afkomst omarmen? Ook als je daar niet onverdeeld positief over bent?
Inleiding
Ik was twee weken geleden in het Zaantheater, voor het afscheid van 4 wethouders. Klinkt heel saai, maar het was verrassend leuk! De leiding was in handen van een stel improvisatiecabaretiers, die ter plekke voor elk van de vertrekkende wethouders een liedje bedachten, dus ik heb me prima vermaakt! De catering was overigens ook dik in orde.
Eén van de vertrekkende wethouders was Songül Mutluer. Tussen het cabaret door waren er ook gewoon speeches, en daarin ging het even over een van de motto’s van Songül: ‘vergeet nooit waar je vandaan komt.’ Voor Songül heeft dat te maken met wie ze is: ze komt uit een groot gastarbeidersgezin, is opgegroeid in de wijk Poelenburg, en dat verhaal heeft haar gemaakt tot wie ze nu is – een politica die mensen kansen wil geven.
‘Vergeet nooit waar je vandaan komt.’ Toen ik mijn verhaal voor vandaag voorbereidde, moest ik er weer aan denken. We zijn bezig met de 10 geboden, en vandaag zijn we toe aan het 5e gebod: ‘Toon eerbied voor uw vader en uw moeder. Dan wordt u gezegend met een lang leven in het land dat de Heer, uw God, u geven zal.’ In dit gebod gaat het om de vraag: hoe ga je om met waar je vandaan komt? Eigenlijk heeft Songül het antwoord al gegeven! We gaan vandaag op zoek naar hoe je je afkomst kunt omarmen. Eerst lezen we hoe Jezus met zijn ouders omging: Lucas 2:41-52.
1. Ouders zijn mensen
‘Toon eerbied voor je vader en je moeder.’ Dat klinkt misschien als: je ouders zijn de baas. En als mijn kinderen willen weten waarom ze iets niet mogen, is mijn antwoord inderdaad wel eens: ‘omdat ik het zeg – en ik ben je papa.’ Ja, ik weet het, dat is heel pedagogisch onverantwoord…
Hoe dan ook: het is niet de betekenis van dit gebod! Het gaat er niet om dat ouders de baas zijn. Als dat de betekenis zou zijn geweest, was dit gebod niet in de 10 geboden terecht gekomen. Dat was in de wereld van toen, meer dan 1000 jaar voor Christus, zó vanzelfsprekend dat het niet genoemd hoefde te worden. Natuurlijk zijn ouders de baas! Pas als je vader overlijdt mag jij een eigen wil ontwikkelen… Ouders waren, en zijn dat in sommige culturen nog steeds, een soort koningen die jouw leven bepalen.
Behalve… In Israël! In Israël zijn ouders gewóón mensen. Mensen die hun best doen je het beste te geven, maar mensen die ook fouten maken. Mensen net als ik dus: ik houd van mijn kinderen, ik wil ze graag een goede start geven, maar ik weet ook dat ik geen perfecte papa ben. Bijvoorbeeld als ik weer eens ‘omdat ik het zeg’ zeg.
In Israël ben je niet alleen maar ‘kind van’, maar ben je zelf ook iemand! Je hebt een eigen verantwoordelijkheid: jij wordt niet beloond of gestraft voor wat je ouders deden, het gaat er juist om wat voor keuzes jij zelf maakt. Uiteindelijk is iedereen kind van de Vader in de hemel, en dat maakt iedereen gelijk. Ouders zijn geen koningen, maar gewoon mensen. Maar hoe moet je dan met ze omgaan? Dáárover gaat dat 5e gebod.
2. Vrij om je afkomst te omarmen
Daarbij is het goed te beseffen dat dit gebod niet alleen over kleine kinderen gaat: iedereen heeft ouders, iedereen is kind. Misschien leven ze nog, misschien ook niet, misschien heb, of had, je een goede relatie met ze, misschien is die relatie ook wel heel ingewikkeld, maar jij bent altijd kind van jouw ouders. Wie jouw ouders zijn, wat je van ze hebt meegekregen, hoe ze met je omgingen, dat neem je met je mee.
Je bent niet alleen maar individu – je komt ergens vandaan. Jouw wortels hebben jou gevormd tot wie jij bent. Dat zijn trouwens niet alleen je ouders: vaak zijn er meer mensen die ergens in je leven belangrijk voor je zijn geweest, mensen die je hebben gevormd. Soms positief, dat je een voorbeeld aan ze neemt, maar soms ook negatief: dat je het heel anders wilt doen. Hoe dan ook: wie jij bent heeft alles te maken met jouw afkomst, met je ouders, met de omgeving waarin je opgroeide. Zonder mijn ouders, en andere mensen van wie ik het leven heb geleerd, zou ik niet zijn wie ik nu ben: ik sta op hun schouders.
En dan zegt het 5e gebod: vergeet dat niet, omarm dat! Het woord dat in onze bijbelvertaling vertaald is als ‘toon eerbied’ betekent letterlijk: ‘geef gewicht’: geef gewicht aan je ouders, neem hen serieus! Dat is dus wat anders dan dat je altijd precies moet doen wat je ouders zeggen omdat zij nu eenmaal de baas zijn. Jij leeft je eigen leven, maakt je eigen keuzes, maar neem je ouders, en anderen die belangrijk voor jou zijn, wel serieus!
Zelfs Jezus doet dat. Ik bedoel, als er één is die het recht heeft zijn ouders niet al te serieus te nemen… ‘Jullie bedoelen het allemaal goed hoor, maar wat hebben jullie mij nou te vertellen? Gód is mijn Vader! Ik was erbij toen hij de mensen schiep – jullie kunnen maar beter míj serieus nemen!’ Maar dat zei Jezus niet. Behalve Zoon van God was hij ook echt zoon van Jozef en Maria, een gewone, nieuwsgierige jongen van 12. Het was oprecht niet Jezus’ bedoeling hen zo te laten schrikken. Hij dacht dat ze wel wisten waar hij uithing. Hij gaat ook weer gewoon met ze mee, ondanks dat ze hem niet altijd begrepen en niet altijd konden bieden wat hij zocht, gewoon, omdat hij bij hen hoort.
Hoe kon Jezus dat? Volgens mij heeft dat alles met die andere Vader te maken. Jezus wist dat niet alleen Jozef zijn vader was. Jezus voelde zich thuis in de tempel, noemt dat het huis van zijn Vader. Jezus weet dat hij allereerst Zoon van die Vader is, dat er een plek is waar hij veilig is, waar hij thuis is. Daardoor kan hij die andere vader en moeder ook omarmen, ook al zijn het gewoon mensen met hun gebreken. Die andere Vader van Jezus wil ook jouw Vader zijn, wil ook voor jou een plek zijn waar jij veilig en thuis bent. Als je daar begint, dan kun je vervolgens ook je afkomst omarmen, in ere houden waar je vandaan komt.
Hoe dat eruit ziet, zal per situatie verschillen. Ik wil, meer in het algemeen, 3 dingen noemen om je ouders te omarmen. 1 is: zorg voor ze. Als Jezus aan het kruis hangt, is hij daar nog mee bezig. Vader Jozef is hoogstwaarschijnlijk al overleden, nu zal ook Maria’s oudste zoon, die voor haar moet zorgen, sterven. Maar Jezus draagt die zorg over: voortaan moet Johannes dat op zich nemen. In Nederland is daar van alles voor geregeld. Ons hele systeem van een AOW en pensioen mag je gerust zien als een invulling van het 5e gebod. Tegelijk: als kinderen hun ouders in een verpleeghuis praten om er vervolgens nooit meer te komen, dan heb je niet goed naar het 5e gebod geluisterd.
2 is: leer van ze. Hopelijk heb je dingen van ze meegekregen, die je zelf ook weer kunt toepassen in je leven – zo houd je ze in ere. Zo ben ik eens ter ere van mijn schoonvader door rood gereden. Bij een nogal onnozel opgesteld stoplicht reed hij altijd door rood. Toen we daar na zijn overlijden weer eens reden, zei ik: ‘zullen we ter ere van pa maar door rood rijden?’ Oké, ik heb bétere dingen van hem geleerd…
Jezus was ook iemand die leerde. ‘Zijn wijsheid nam toe’ staat er. Jezus is niet iemand die alles al wel denkt te weten en het dan lekker op zijn eigen manier doet. Het is ook niet zo dat hij daar in de tempel onderwijs zit te geven. Nee, hij is juist bij een bijbelklas, en in die tijd ging dat altijd in een vraag-en-antwoord vorm, en Jezus geeft bijzondere antwoorden voor een kind van 12. Maar hij zit daar om te leren.
Omarm je afkomst door ervan te leren. En dan vooral de dingen die er echt toe doen: leer te leven, leer lief te hebben, leer geloven. Neem de lessen die je daarin hebt gekregen, van ouders en anderen, serieus!
En 3: vergeef ze. Want je ouders zijn niet perfect. Mijn kinderen hebben niet-perfecte ouders. Jezus had ook zulke ouders. Ouders die hem niet begrepen. Je ouders serieus nemen betekent ook dat je ze niet idealiseert, dat je ook hun minder mooie kanten onder ogen ziet, die jou ook gevormd hebben. Niet om ze daar op af te rekenen – wel om ze te vergeven.
Van alle geboden die we tot nog toe besproken hebben, heb ik gezegd: ‘het is een bevrijdend gebod’. Bij dit gebod vind ik dat lastiger: hoezo is het bevrijdend niet te vergeten waar je vandaan komt? Toch geloof ik dat het wel zo is, dat het bevrijdend is om je wortels te omarmen. Het kan je bevrijden van trots. Ik vind bijvoorbeeld dat ik best goed terecht ben gekomen, maar dan moet ik ook eerlijk zijn: dat heb ik voor het grootste deel te danken de schouders waar ik op mocht staan. Het kan je ook bevrijden van arrogantie. Mijn opa en oma knoopten de touwtjes aan elkaar met een WAO-uitkering. Dat beschermt mij om neer te kijken op wie financieel in de knoop zit. Het kan je bevrijden van schaamte: jij bent jij, gevormd door jouw wortels, zo is het nu eenmaal – je hoeft dat niet te verstoppen om iemand te zijn. Of het kan je bevrijden van boosheid en angst: juist als je geen prettige herinneringen hebt aan waar je vandaan komt, is het zo bevrijdend te vergeven.
3. Walk of fame
‘Toon eerbied voor je vader en moeder’: wees vrij om je afkomst te omarmen, om niet te vergeten waar je vandaan komt. Dat gaan we nu ook wat praktischer maken. Overal liggen sterren en stiften. Je mag daar de naam van iemand opschrijven die belangrijk voor je is. Het mag een van je ouders zijn, maar ook iemand anders die een voorbeeld voor je is geweest. Op die ster mag je dan ook kort opschrijven waar je die persoon voor wilt bedanken. De sterren leggen we dan op de lijn, zodat er een mooie walk of fame ontstaat. Wie wil jij niet vergeten?
