Voor landen die bondgenoot zijn en je te hulp komen, mag je dankbaar zijn. Maar bondgenoten kunnen ook tegenvallen. God is de beste bondgenoot. En dat maakt dat je uit vertrouwen kunt leven en zelf ook een brenger van vrijheid wordt.
Inleiding
Het is vandaag 4 mei. Vanavond herdenken we de slachtoffers van WOII en andere oorlogen, en worden op die manier stilgezet bij hoe kostbaar vrijheid is. Om die vrijheid morgen dan ook te vieren. Dit jaar is het feest extra groot, want we leven 80 jaar in vrijheid. Dat is ook direct het thema van het nationaal comité 4 en 5 mei. Na ‘leven met oorlog’ in 2023, ‘vrijheid vertelt’ in 2024, is het nu ’80 jaar vrijheid’. Ik vraag me dan af welk geniaal marketingbureau dat bedacht heeft, maar dat geheel terzijde…
Dit jaar wijst het nationaal comité er extra op dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Sowieso zijn er veel te veel plekken op aarde waar vrijheid niet meer is dan een droom. Maar ook waar mensen wel vrij zijn, moet die vrijheid ook steeds weer verdedigd worden. Vrijheid gaat niet vanzelf!
Vandaag wil ik met jullie stilstaan bij vrijheid, en dat doen we met Psalm 124. Die Psalm schijnt in mei 1945 heel veel gezongen te zijn – de ene zondag na de andere. Tenminste, dat kwam ik tegen in preken van collega’s, het kan ook zijn dat alle dominees elkaar napraten… Het is in ieder geval een Psalm die heel goed bij 4 en 5 mei past, dus ik acht het waarschijnlijk dat hij inderdaad veel gezongen is. Wij gaan hem nu ook lezen, en dan niet met het thema ’80 jaar vrijheid’, maar ‘de beste bondgenoot’. We lezen Psalm 124.
1. Dreiging
Psalm 124 is een Psalm van alle tijden. Er wordt niet verwezen naar specifieke situaties, maar het gaat veel algemener over dreiging – en daar kun je dan heel verschillende situaties voor invullen. Het enige specifieke is dat deze hele Psalm geschreven is in de wij-vorm. Dat betekent niet dat wat je in deze Psalm zingt niet toepasbaar is op de dingen in je persoonlijke leven, maar dat is niet de focus van deze Psalm: het gaat over wij, over ons samen, als groep, als gemeenschap, als samenleving, als volk – hoe wij bedreigd worden, en dat God bevrijdt. En daarom dus helemaal geen gekke keuze als Psalm bij bevrijdingsdag.
De ‘wij’ in Psalm 124 zijn oorspronkelijk natuurlijk de Israëlieten: het is hun lied. En zij wéten wat dreiging is. In ongeveer heel het Oude Testament hangt het bestaan van Israël aan een zijden draadje. Als het aan de Farao van Egypte had gelegen, waren de Israëlieten uitgestorven – en hij was niet de minst machtige van zijn tijd… Als het aan de koningen van Assyrië en Babylonië had gelegen waren de Israëlieten onherkenbaar opgegaan in de bevolking van hun wereldrijken – wat met 10 van de 12 stammen van Israël ook gelukt is. Het zijn de 2 grootste voorbeelden, maar er zijn nog veel meer situaties te noemen. Israël leefde continu met dreiging – was altijd de underdog.
Dat laatste maakt dat ik ook terughoudend ben om de lijn door te trekken naar de huidige staat Israël. Ja, ook dat Israël wordt bedreigd, Hamas wil een einde maken aan het bestaan van Israël, maar Israël is vandaag niet de underdog. Het maakt zichzelf juist schuldig aan het plegen van oorlogsmisdaden. Vertróuwde Israël in alle dreiging maar op God, in plaats van elke vorm van dreiging plat te bombarderen, ongeacht nevenschade.
Dat laat direct zien dat je op dreiging heel verschillend kunt reageren. Ook op de dreigingen waar wij tegenaan lopen. De wereld is er in de afgelopen 15 jaar niet gezelliger op geworden… Rusland stelt zich al een tijdje erg dreigend op, maar nu blijken zelfs officiële bondgenoten dreigende taal uit te slaan. Wie kun je nog vertrouwen? Of iets heel anders: de dreiging van stoffen waar wij te veel van maken – CO2, stikstofverbindingen, PFAS. Zelfs de eieren gelegd door je eigen kippen schijnen een bedreiging te zijn.
En de ellende met zulke dreigingen: ze gaan je zomaar beheersen. Je wordt er bang van, en die angst wordt een drijvende kracht in je leven. Je bent nergens meer veilig, dus moet je het maar voor jezelf regelen. En voor je het weet sluit je anderen buiten – want leven uit angst isoleert je, máákt je alleen, heeft geen ruimte voor anderen. Zij zijn een bedreiging voor jou, en dús ga je vechten. Het comité 4 en 5 mei heeft gelijk: vrijheid gaat niet vanzelf. Als we ons door al dan niet reële bedreigingen uit elkaar laten spelen, is vrijheid het eerste slachtoffer.
2. De beste bondgenoot
Psalm 124 daagt je in zo’n wereld van dreiging uit tot een gedachte-experiment. ‘Stel’, zegt Psalm 124, ‘stel dat God niet met ons was?’ Dus ik doe maar een beroep op jullie voorstellingsvermogen: stel je even een wereld voor zonder God, Een wereld waar God afwezig is, waar hij misschien wel bestaat, misschien ook niet, maar als hij al bestaat blijft hij op grote afstand, en bemoeit hij zich niet met deze wereld. Hoe ziet die wereld eruit?
Als je het aan John Lennon vraagt, zul je te horen krijgen dat die wereld een verademing is. In zijn liedje Imagine stelt hij zich een wereld voor zonder hemel en hel, een wereld zonder religie: imagine there’s no heaven (…) and no religion too. John Lennon droomt over de vrede en eenheid die dan komt. Eerlijk is eerlijk: godsdienst is vaak ook een bron van conflicten. Met geweld worden godsdiensten opgedrongen – ‘doei, vrijheid!’ Dus ik snap John Lennon wel. Christenen die je niet de vrijheid geven geen christen te zijn, zijn slechte vertegenwoordigers van God, die zich liever een slaaf maakt dan jou te dwingen. Maar ik denk niet dat John Lennon de oplossing heeft gevonden: godsdienst afschaffen geeft nog geen vrijheid – het zit veel te diep in mensen om de baas over elkaar te willen zijn.
Stel je voor, hoe ziet een wereld zonder God eruit? Misschien denk je wel: ‘dat is niet zo moeilijk – die wereld ziet er precies zo uit als die van ons.’ Want wát een gedoe en dreiging is er in deze wereld! Psalm 124 zegt wat anders: in een wereld zonder God zouden wij niet meer leven, we zouden zijn weggevaagd door het kwaad. Natuurlijk is deze wereld een gevaarlijke plek, dat ontkent Psalm 124 helemaal niet, maar zonder God zou deze wereld onleefbaar zijn, zou het kwaad de vrije hand krijgen, zou de angst ons allemaal vangen in zijn net, zou er geen enkele vrijheid meer zijn. Als God er niet is, verandert deze wereld in een hel. Vrijheid is helemaal niet vanzelfsprekend. En het is goed je jezelf dat te blijven voorhouden, en het regelmatig te herhalen om je erover te blijven verwonderen, zoals Psalm 124 zegt: ‘blijf het herhalen’.
En dan mag je dat gedachte-experiment ook weer loslaten. Het was echt zuiver hypothetisch, want God ís voor ons geweest. God is de beste bondgenoot! Dat in vers 2 de vijanden ‘mensen’ worden genoemd, zegt al genoeg: wat kunnen menselijke vijanden uithalen als God, de Heer, de schepper van hemel en aarde, je bondgenoot is? Dat is het vertrouwen dat David had toen hij het tegen Goliath opnam: ‘jij daagt me uit met je zwaard en je lans en je kromzwaard’, zegt David, ‘maar ik daag jou uit in de naam van de Heer van de hemelse machten.’ Het is het vertrouwen van Nehemia, als Israël terug is uit ballingschap en Jeruzalem weer moet opbouwen, maar daarbij wordt tegengewerkt. ‘Onze God zal voor ons strijden,’ zegt Nehemia dan.
Dat is wat Psalm 124 meegeeft: Gód is onze bevrijder. Toen deze Psalm in mei 1945 uit volle borst werd gezongen, was het de erkenning dat de vrijheid uiteindelijk niet kwam van de Amerikanen, Canadezen, Engelsen, Russen en Polen, bondgenoten die ook maar mensen zijn, maar van God – de beste bondgenoot.
Tegelijk kan het ook helemaal mis gaan als je zegt dat God voor ons is. In diezelfde WOII was Gott mit uns de spreuk die op de gespen van de Wehrmacht stond. Je kunt God claimen om je gelijk te krijgen: ‘God staat aan mijn kant, God deelt mijn politieke standpunten.’ Of waar je ook maar een standpunt over wilt innemen. Elke ontmoeting wordt doodgeslagen als iemand God aan zijn kant claimt. En dat is dus niet de bedoeling van Psalm 124. Het is daar geen claimen, maar verwonderd terugkijken op wat er is gebeurd en daar God de eer voor geven.
Tegelijk heeft God niet voorkomen dat die oorlog slachtoffers heeft gemaakt. Vorig jaar liep ik op 4 mei over de Amerikaanse begraafplaats in Margraten: wat een eindeloze rijen van grafmonumenten heb je daar! En zo zijn er vele oorlogsbegraafplaatsen. En ik vermoed dat ook vanavond bij de Zaanse herdenkingen de namen worden genoemd van Joodse buren die niet zijn teruggekeerd uit concentratiekampen. Wás God er wel bij? Of nam hij in mei 1940 een vakantie van 5 jaar op, om in 1945 terug te komen en toch maar eens orde op zaken te stellen?
In Psalm 124 is God er niet pas als de problemen weer zijn opgelost, niet pas als je opgelucht ademhaalt omdat de dreiging voorbij is. Nee: God was er juist midden in die dreiging. Dat God voor je is, dat God je bondgenoot is, dat betekent niet dat je nooit iets zal overkomen. Het betekent wel dat hij erbij is – óók als de wereld een doodenge plek is. En dat je verder mag kijken: zelfs de dood is voor God niet het einde. Hij heeft Jezus eruit bevrijd, vandaag is het de 15e Paasdag – en jou met hem. En wát er ook gebeurt, zelfs al wordt je om het leven gebracht, niets kan jouw vrijheid nog afpakken als God jouw bondgenoot is.
Dat geeft vertrouwen – daar sluit Psalm 124 mee af. Met een zin die aan het begin van elke kerkdienst hier klinkt: ‘onze hulp is in de naam van de Heer’. Christen zijn is je hulp, je veiligheid, niet van mensen verwachten, maar van God. In 1945 hebben die Amerikanen, Canadezen, Engelsen, Russen en Polen ons geweldig geholpen – maar onze hulp is niet bij hen. Mensen kunnen tegenvallen, bondgenoten kunnen zich weer tegen je keren, maar onze hulp is in de naam van de Heer, de beste bondgenoot. Met alle dreiging in de wereld is het zo belangrijk dat vast te houden: zonder God zou het pas echt hopeloos zijn.
Dat leven met vertrouwen als je basis, is ook dé weg om vrijheid vast te houden en te bewaken. Zodra samenlevingen gaan draaien op wantrouwen en eigenbelang, zodra ze geen hulp meer verwachten en cynisch worden, krijgt de dreiging het laatste woord en wordt de vrijheid opgeofferd. Dan gaan we zoeken naar zondebokken, dan gaan we wijzen en oordelen, in plaats van dat we geloven, hopen en liefhebben. Ik geloof dat leven uit vertrouwen de enige manier is om oorlogen te stoppen, om vrijheid te verdedigen. En dan heeft John Lennon écht een mooie droom, ik deel zijn verlangen naar vrede en een mensheid die van elkaar geniet, maar ik geloof dat de beste bron voor dat leven, de beste bron om uit vertrouwen te leven, God is. Wát er ook gebeurt – God is erbij, God is een bondgenoot, en daarmee kan ik álles aan – zelfs de dood, en daarom leef ik uit vertrouwen.
3. Jouw hulp
Als dit God is, de beste bondgenoot, de bevrijder, als dit is wat God heeft gedaan: waar zoek jij dan veiligheid in een dreigende wereld? Waar zoek jij jouw hulp, jouw kracht, jouw vertrouwen? Vertrouw je op mensen, op bondgenoten die vrede en vrijheid garanderen, voor wat het waard is, met het risico dat je in mensen teleurgesteld wordt, en je alle vertrouwen kwijt raakt? Of durf je te zeggen: ook mijn hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft. Amen.
