Meditatie bij Goede Vrijdag. Verlaten worden is één van onze oerangsten. Jezus schreeuwt het uit: ‘mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ En juist dan, na dat afschuwelijke drama blijkt dat God vanaf nu meer aanwezig is dan ooit!
Het is één van de oerangsten: verlaten worden. Iedereen is tegen jou, of zelfs boos op jou, niemand komt nog voor je op, er is niemand bij wie jij er gewoon even mag zijn, bij wie je je verhaal kunt doen en mag uithuilen. Je staat er helemaal alleen voor. Jezus schreeuwt het uit: ‘mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ En daarmee sluit God zich aan in een lange rij.
Nog geen 24 uur geleden zag het er heel anders uit. Jezus werd omringd door een hechte vriendengroep – die elkaar nooit, maar dan ook echt nóóit, zou laten vallen. Want vrienden ben je niet alleen als het goed gaat! Maar de een na de ander haakte af. Judas was de eerste die er vandoor ging, maar de anderen volgden al snel. Alle goede voornemens ten spijt. ‘Al zou ik met u moeten sterven, ik zal u nooit verloochenen.’ Maar als Jezus ze even later nodig heeft om met hem te waken, slapen. En als de soldaten komen om Jezus mee te nemen, vluchten ze. Liever naakt de nacht in dan met Jezus te blijven.
De volgende morgen, na een kort nachtje, keert het hele volk zich tegen Jezus. Nog geen week geleden werd Jezus enthousiast in Jeruzalem verwelkomd, legden de mensen hun jassen als een rode loper voor Jezus op de straat en riepen hem toe: ‘Hosanna, gezegend hij die komt in de naam van de Heer.’ Maar de leiders weten het volk zo te bespelen, dat het nu als uit één mond klinkt: ‘kruisig hem!’ Zoveel is populariteit dus waard… Gelukkig is er dan nog de rechtspraak – zou je denken. Niet de volkswil, niet de media, maar onafhankelijke rechters die de feiten op een rij zetten gaan over veroordeling en vrijspraak. Maar ook het recht neemt deze ochtend vrij. Er is geen mens die nog voor Jezus opkomt.
En God ook niet! Dat is nog wel het pijnlijkste. Als jij in de steek wordt gelaten, als iedereen jou de rug toekeert, dan is er altijd nog God. Je kunt altijd bidden, je kunt altijd je hart bij hem uitstorten, bij hem huilen, en hij ís er voor je. Maar nu niet voor Jezus.
In plaats daarvan wordt het donker, midden op de dag. Het licht gaat uit, de hemel trekt dicht. Het doet denken aan oude woorden van de profeet Amos: ‘de dag van de Heer zal duisternis zijn, en geen licht; aardedonker, zonder glans.’ Het is de dag waarop de maat voor God vol is, hij het niet meer kan áánzien, zich terugtrekt en zijn oordeel de wereld treft. Dít is die dag. God trekt zich terug van het kruis. Daar schijnt zijn licht niet langer. God is de laatste in de rij die Jezus verlaat.
Na 3 uur in die onvoorstelbare eenzaamheid schreeuwt Jezus het uit: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Het zijn woorden uit Psalm 22 – een Psalm die je zou kunnen zien als de soundtrack van het kruis. Met in de Psalm zinnen als: ‘allen die mij zien bespotten mij, ze schudden meewarig het hoofd,’ en: ‘mijn kracht is droog als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte,’ en: ‘zij verdelen mijn kleren onder elkaar en werpen het lot om mijn mantel.’ Soms wordt er op gewezen dat die Psalm hoopvol eindigt, en dat Jezus met die wanhopige kreet de hele Psalm aanhaalt, en daarmee zichzelf nieuwe moed inpraat. En het is zeker waar dat het einde van Psalm 22 meer Pasen dan Goede Vrijdag is. Maar maak van die wanhopige vraag van Jezus, gesteld vanuit een diepere verlatenheid dan jij en ik ooit zullen kennen, geen krachtig statement van Jezus. De vraag is écht, het lijden is écht, de verlatenheid is écht. Er zijn voor Jezus geen voetstappen in het zand. Het is geen toneelstukje. Zijn naam is ook ‘Immanuël’, God met ons, maar God is nu niet met hem. Daarom schreeuwt Jezus het uit, ‘waarom, mijn God, waarom?!’
Hoe meer liefde je voor iemand hebt, hoe pijnlijker het is om door diegene verlaten te worden. Alle liefde die wij kennen is een afgeleide van de liefde van God. God ís liefde. Er is geen liefde zo groot als de liefde van de drie-enige, waar Vader, Zoon en Geest elkaar met alles wat ze hebben liefhebben. Juist die liefde valt aan het kruis stil. En ál het andere van de afgelopen 24 uur, valt daarbij in het niet. Het verraad van Judas, het wegvluchten van de andere leerlingen, het ‘kruisig hem’ van het volk, de afwezigheid van het recht, de spot, de schande, de martelingen – het valt in het niet bij dat God zich terugtrekt, bij dat de bron van liefde even droog staat. Dit is het meest angstaanjagende moment uit heel de geschiedenis.
‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Direct na deze wanhoopskreet, blaast Jezus zijn laatste adem uit. Dan gaat het licht aan en trekt de hemel weer open. Het voorhangsel van de tempel scheurt – het dikke gordijn dat Gods heilige aanwezigheid in de tempel afscheidde van gewone mensen. Na het afschuwelijke drama van het kruis, wil God niet meer worden afgescheiden, maar is hij meer aanwezig dan ooit: Immanuël. Nooit meer hoeft iemand die verschrikkelijke vraag van Jezus te stellen. Want hij heeft hem van je overgenomen. Amen.
