Micha 2 | Huisjesmelkers en bierprofeten

Inleiding

De komende weken, de weken van advent, wil ik met jullie luisteren naar de profeet Micha. Nu is Micha niet het makkelijkste bijbelboek om te lezen. Micha lijkt te leven in een ander universum. Dat is ook zo in het gedeelte dat we zometeen gaan lezen, Micha 2. Tóch is de wereld van Micha helemaal niet zo ver weg.

Ik zie die wereld bijvoorbeeld in de woningmarkt. Afgelopen week las ik deze kop in de krant: ‘een geldmonster slokt onze steden op.’ Met als toelichting: ‘Grote steden raken in de greep van het grote geld. Anonieme financiële reuzen kopen talloze woonblokken op, verjagen de arme bewoners en verkopen de appartementen aan beleggers. Die komen niet zelden uit het buitenland  en laten de woningen net zo makkelijk leegstaan, in de verwachting dat de prijzen nog verder zullen oplopen.’

In diezelfde krant las ik dat het voor steeds meer mensen onmogelijk wordt om een woning te kopen. Nu heb ik daar op zich geen krant voor nodig,  dat wist ik uit eigen ervaring ook al, maar de cijfers geven daar wel een nieuwe dimensie aan. Met een gewoon inkomen kom je bij Nederlandse hypotheekverstrekkers  in aanmerking voor een hypotheek van ongeveer 150.000 euro. Ik heb eens uitgezocht wat je daar in Zaandam mee kunt. Op Funda kreeg ik 4 resultaten, waarvan 2 garageboxen. Verder een appartement aan het Prins Bernardplein van 33m2, en een opknapper aan de Pieter Jelles Troelstralaan. Die is met 110.000 euro een koopje, maar daarna moet je wel de fundering herstellen en de rest van het  huis renoveren.  Kortom: een klein 2-kamerappartement is het maximale wat je  met een gewoon inkomen kunt kopen.

Grote partijen zien huizen als beleggingsproduct en voor gewone mensen wordt wonen onbetaalbaar: zo zit de Nederlandse woningmarkt, zeker in de Randstad, in elkaar. En dan komt Micha opeens een stuk dichterbij. Laten we het 2e hoofdstuk uit dat bijbelboek gaan lezen. En omdat Micha al ingewikkeld genoeg schrijft, heb ik er maar een vrolijk thema aan vast geplakt: ‘huisjesmelkers en bierprofeten’. We lezen Micha 2.

1.   De profeet

Ik zei al: het lijkt alsof je bij Micha een andere wereld instapt. Voor we verder Micha 2 induiken, wil ik jullie iets van die wereld laten zien, de wereld van koningen en profeten.

Het tijdperk van de koningen begint voor Israël hoopvol: onder Saul, David en Salomo wordt Israël een echt land. Daarvoor, in de tijd van de rechters, was het vaak een zootje ongeregeld. Maar ná Salomo gaat het ook al snel weer bergafwaarts. Dat begint met een conflict over de opvolging van Salomo. Uiteindelijk leidt dat tot een onafhankelijkheidsverklaring waarmee vergeleken de Brexit nog kinderspel is… Voortaan is er Noord-Israël, met als hoofdstad Samaria, en Zuid-Israël, ook wel Juda genoemd, met hoofdstad Jeruzalem.

Israël was al geen grootmacht op het wereldtoneel, maar dit interne gekibbel maakt hun positie er niet beter op. De grote spelers zijn de Egyptenaren, Assyriërs en Babyloniërs, en allemaal zijn ze erop gebrand hun macht verder uit te breiden. Om in zo’n wereld te overleven, kun je niet zonder bondgenootschappen. Maar, zoals dat met bondjes gaat, je partner kan zomaar de Mol zijn, dus ook intriges doen hun intrede.

In de bijbel is van al die koningen die elkaar opvolgen de grote vraag: blijven ze trouw aan de God van Israël? In het zuiden, waar de nakomelingen van David en Salomo regeren, gebeurt dat meer dan in het noorden, maar hoe  verder de tijd vordert, hoe minder de Israëlieten zich nog iets van God aantrekken.

Dat is waar de profeten in beeld komen: de profeten in de bijbel zijn Gods alarmsysteem. Bij ‘profetieën’ denk je misschien aan toekomstvoorspellingen, en dat element zit er vaak ook wel in, zoals in Micha 2 het slot, maar profeten zijn vooral druk met waarschuwen. En dat klinkt vaak heel negatief, met veel onheil en oordeel, maar gaat uiteindelijk om iets heel moois: God werkt aan een wereld waar zijn liefde regeert, in plaats van dikke ikken en gevulde bankrekeningen.

Zo’n profeet is ook Micha. ‘Wie is als JHWH?’ betekent zijn naam. Over hem als persoon is weinig bekend. Hij komt uit een dorpje in Zuid-Israël  en profeteert onder het bewind van de zuidelijke koningen  Jotam, Achaz en Hizkia. Jotam was als koning wel oké – niet meer en niet minder. Achaz is een heel ander verhaal: hij brengt offers aan elke god die hij vinden kan, en verbrandt zelfs zijn eigen kinderen voor hen. Hizkia daarna is juist een verademing.

2.   Huisjesmelkers en bierprofeten

Genoeg achtergrond – laten we naar Micha 2 gaan. Dat begint direct met oordeel: ‘wee hun die kwaad in de zin hebben.’ Het zijn de huisjesmelkers en hun probleem is dat ze op veel te grote voet leven.

‘Op hun bed smeden ze snode plannen.’ Oftewel: als ze ’s avonds naar hun luxe bedden gaan, vallen ze in slaap met de vraag hoe ze nog rijker kunnen worden. In hun dromen fantaseren ze er op los, niet gehinderd door hun geweten of zeurende profeten en zodra ze wakker worden, voeren ze hun dromen uit. Ze hebben geld, ze hebben macht, dus wie doet hen  wat?! Akkers, huizen, mensen: ze voegen het graag toe aan hun bezittingen. Zo ging het blijkbaar in Israël. Een groep machtige kapitalisten kon hun gang gaan en de gewone Israëliet had het nakijken.

Klinkt bekend toch? Ik denk dan direct aan die woningmarkt. Investeringsmaatschappijen kopen hele huizenblokken op, om hun huurders uit te melken of weg te pesten. Soms staan panden jarenlang leeg en te verpauperen, ergert de hele buurt zich er groen en geel aan, maar is het voor de anonieme investeerder  voordeliger om even niets te doen. Ondertussen worden gewone huizen voor gewone mensen onbetaalbaar. In Amsterdam is dat al veel langer aan de gang, maar langzamerhand verschuift het probleem vanzelf naar onze Zaanse wijken.

Micha is heel kritisch op grootgrondbezitters, flitskapitalisten en huisjesmelkers. Hij maakt zich er boos over: dit kán zo niet langer! ‘Alles wat jullie jezelf toe-eigenen – God  zal het weer afpakken. Hij zal het land opnieuw verdelen. En reken maar dat er voor jullie niets overblijft.’ Die huisjesmelkers passeren namelijk God: ze doen alsof alles van hen is, akkers, huizen, zelfs mensenlevens. Maar het is van God, en hij wil alles eerlijk verdelen: eigen land is een grondrecht in Israël. Dat land blijft, volgens de wet, altijd in de familie, kan niet aan anderen verkocht worden. Maar de grootgrondbezitters trekken zich van dat grondrecht niets aan. En dús zal God ingrijpen.

Klinkt goed toch, God die de kapitalisten aanpakt? Maar lach niet te snel… Dat oordeel keert zich namelijk net zo goed tegen ons. Wij, in Nederland, leven net zo goed op veel te grote voet. Steeds bezig om ons eigen bezit uit te breiden. Huizen liggen dan niet voor het oprapen, maar er is genoeg dat wel binnen ons bereik ligt. En we nemen het gewoon – voor de laagste prijs. Op Black Friday slaan we onze slag, want je bent dief van je eigen portemonnee als je dat niet doet. De rekening sturen we naar Afrika, Azië en Zuid-Amerika. We doen alsof wij de wereld bezitten, eigenen ons alles toe. Micha’s oordeel gaat net zo goed over mij, God maakt zich boos om mijn kapitalistische gedrag en veroordeelt het!

‘Zo’n vaart zal het toch ook weer niet lopen? Ik bedoel, we leven nu eenmaal in een kapitalistische wereld. Daar houdt God toch wel rekening mee? Zó erg is het toch niet? Trouwens, God wil toch het goede voor ons?’

Daarmee komen we bij de bierprofeten. Micha zegt: ‘als er iemand was die profeteert: “ik zie wijn en drank”, dan zou dat voor dit volk de ware profeet zijn.’ Bierprofeten hebben een heel aantrekkelijke boodschap: ‘kom hier, gratis bier!’ Het hoeft ook helemaal niet moeilijk te zijn om de kerken in Nederland stampvol te krijgen: huur een paar bierprofeten in en deel gratis bier uit!

Micha steekt er de draak mee, maar zijn punt is duidelijk: jullie luisteren alleen naar profeten die je vertellen wat je graag wilt horen. Ze doen de mooiste voorspellingen: ‘ik zie een roze wolk… ja, je zult veel kinderen krijgen! En eens even verder kijken: ja, ja, een groot huis, waar je al die kinderen in kwijt kunt. O, en als ik me niet vergis staat aan het einde van de regenboog een grote pot met goud op je te wachten. En maak je geen zorgen: God staat aan je kant, hij vindt je geweldig, houdt zielsveel van je. Zou hij straffen? Welnee!’

Zulke bierprofeten had je nogal veel in Israël. Ze stellen gerust, ze sussen en beloven gouden bergen. Ze halen zelfs Gods eigen woorden aan: ‘verliest de Heer zo snel zijn geduld? (…) betekenen zijn woorden dan geen voorspoed voor wie de rechte weg gaat?’ Dat is heel waar – net zoals dat God zielsveel van je houdt en dat hij het goede voor je wil. Maar maak van God geen lieve knuffelgod die alles wat jij doet best vindt, en even wegkijkt als jij het wel heel bont maakt.

Dat doen die bierprofeten: ze presenteren een halve waarheid, verzinnen er zelfs nog wat moois bij, en vertellen daarmee gewoon leugens.  Wij hebben denk ik ook onze voorkeur  voor een God van liefde, genade en vergeving – en zo is God ook! Maar het is God ook menens: hij gruwt ervan als wij, als kleine kapitalistjes, ons zijn hele wereld toe-eigenen. Dan moeten wij niet zeggen: ‘ach, het valt wel mee.’

Micha laat zien hoe diep het probleem zit. Hoe ver de wereld is afgedwaald van hoe God het bedoeld had. Hoe wij daar vrolijk in meedoen. En hoe Gods oordeel onontkoombaar is. Maar daar eindigt het niet: het eindigt met een profetie van heil. Na de huisjesmelker en de bierprofeet profeteert Micha over de Inbreker: God biedt een opening.

Nee, God bedenkt zich niet over zijn oordeel. Maar zijn oordeel is ook niet het laatste wat gezegd mag worden. Daarom eindigt Micha 2 hoopvol. Ook wel een beetje ingewikkeld trouwens… Eerlijk gezegd snap ik nog steeds niet precies wat er staat. Maar het is wel duidelijk dat hier iets moois wordt beloofd, namelijk dat Gods ons niet overlaat aan onze duisternis. Als God zijn oordeel heeft uitgevoerd, geeft hij een nieuw begin. Een Koning, die ons uit de duisternis leidt. Zelf komen we er niet uit, maar God zegt: ‘ik zal het doen’.

Daarmee komen we bij advent: we verwachten een Koning die ons zal bevrijden. Hij zal, zoals Micha zegt, een bres slaan. Of, nou ja, eerst maar eens een kiertje, want Kerst is nog geen bres. Via een achterdeurtje komt God deze wereld binnen, komt het licht in de duisternis. ‘Ze breken uit’ zegt Micha. Zover is het met Kerst ook nog niet. Jezus breekt helemaal nog niet uit -dat is Pasen- met Kerst is Jezus meer een Inbreker, die met een zaklampje schijnt in een verder donker huis. Hij komt ons halen, hij komt ons bevrijden, hij maakt ons nieuwe mensen.

Dat betekent niet dat wij geen verantwoordelijkheid hoeven te nemen. Dat we gerust kunnen doorgaan met het uitbuiten van onze medemens. Nee, Jezus wil het licht in jou aansteken, jou een nieuw leven geven dat jij jezelf niet geven kunt. Jezus geeft jou een opening uit de wereld van ‘meer, meer, meer’!

3.   Minder = beter

Eens even samenvatten: Micha klaagt ons aan, omdat we altijd maar meer willen. Dat probleem kunnen we maar beter serieus nemen, want God vat het ook heel serieus op. Maar door de komst van Jezus geeft God ook een opening om uit dat systeem te komen.

Dat wordt dus minderen! Wij moeten omgekeerd leren denken: niet ‘meer is beter’, maar ‘minder is beter’. En laten we dat nu net in december heel lastig vinden. Met Sinterklaas én Kerst is december de topmaand voor elke winkelier. Postbezorgers waarschuwen al weken voor langere levertijden, supermarkten slaan extra luxe producten in, restaurants zitten volgeboekt en cadeauwinkels draaien overuren. En ik gun het ze, want ze werken er vaak hard voor!

Maar toch: december schreeuwt ons toe dat we moeten meerderen. Ik wil jullie juist uitdagen te minderen. Kies iets waarvan je zegt: ‘daar kan ik wel in minderen.’ Misschien een wijntje of een biertje minder. Of een simpelere maaltijd. Of tweedehands in plaats van nieuwe cadeaus (tip: de Dorcaswinkel is open). Of juist iets duurs, maar dan wel voor een eerlijke prijs, in plaats van goedkope plastic rommel uit China. Misschien kan de verwarming een half graadje lager. Of sla je de uitverkoop dit jaar eens over – er liggen al genoeg kleren in je kast.

God maakt een opening in deze wereld. Verwacht geen geluk van altijd maar meer, maar van hem: dan wordt het licht! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: