In het buitenland kun je je een vreemde voelen. Zoiets geldt voor christenen ook: ze zijn altijd een beetje vreemd. Want christenen zijn mensen met een hoop die de wereld niet kent. Omarm dat vreemde maar!
Inleiding
Als de familie Veurink op vakantie is, dan wil het nog wel eens voorkomen dat een van de familieleden ‘ijsjeshonger’ heeft. Ja, dat is echt heel akelig! Je hebt dan heel erg veel zin in een ijsje. Meestal dienen dit soort momenten zich aan als je langs een ijsjeswinkel loopt.
Dan denk je misschien: koop een ijsje – probleem opgelost. Maar, o, die prijzen… Wij blijven wel Nederlanders, ook op vakantie. Wie gaat er nou 40 Zweedse kronen voor een ijsje betalen?! Dat is 4 hele euro’s! De familie Veurink trapt daar mooi niet in! Gelukkig is er een mogelijkheid om veel goedkoper van onze ijsjeshonger af te komen: de supermarkt. 8 IJsjes voor 3 euro. De snelste eters krijgen een extra ijsje. Dus zo zaten we daar, op de parkeerplaats van een supermarkt, gulzig onze ijsjes naar binnen te werken, als ik vanuit mijn ooghoek zie dat we niet de enigen zijn. 50 Meter verder zie ik een gezin precies hetzelfde doen. Ik grap: ‘dat zullen ook wel Nederlanders zijn’. Als ze even later wegrijden, zie ik een knalgeel Nederlands nummerbord. Blijkbaar kunnen alleen Nederlanders zo zuinig zijn…
Als je in het buitenland bent, dan merk je dat je dat je anders bent. En dan is dit nog een grappige vakantieherinnering, maar als je een tijd in het buitenland woont, dan merk je nog veel meer dat je een vreemdeling bent. En dat is waar het vandaag over gaat: als christen ben je altijd een vreemdeling. Thema vandaag, met een knipoog naar Asterix en Obelix: ‘rare jongens, die christenen.’ Voor de volledigheid, zodat niemand zich buitengesloten voelt: meisjeschristenen zijn al net zo raar. Laten we lezen: 1 Petrus 1:1-21.
1. Tweederangs
In de 2e zin van de brief valt het woord al: ‘vreemdelingen’. ‘Aan de uitverkorenen die als vreemdelingen verspreid in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bitynië verblijven.’ Wie van jullie is er goed in topo? Dit zijn 5 streken in wat tegenwoordig Turkije is. Het is dus niet een brief aan 1 kerk, maar misschien wel aan 20. Tegenwoordig is dat heel makkelijk, je zet gewoon allemaal in een cc, maar toen moest een koerier op reis om al die plekken, 1 voor 1, aan te doen, en overal waar hij kwam, vertelde hij: ‘ik heb een brief voor jullie van Petrus’, en dan begon hij de brief voor te lezen.
Waarom Petrus juist aan hen een brief schrijft, dat weten we niet, maar uit de brief krijg je wel een beeld van hun omstandigheden. Elk van die kerken had ongetwijfeld z’n eigen issues, maar waar ze allemaal mee te maken hadden, was dat ze niet helemaal serieus genomen werden. Door christen te worden, werd je een vreemde in je eigen cultuur en zakte je direct diep weg op de statusladder. En daarom dat woord: ‘vreemdelingen’. Niet omdat ze geëmigreerd zijn: de meeste mensen aan wie Petrus schreef, waren waarschijnlijk gewoon geboren in het gebied waar ze nog altijd woonden. Maar toen ze christen werden, werden ze vreemden.
Denk daarbij trouwens niet direct aan zware vervolging. Voor deze christenen is het niet strafbaar christen te zijn – dat komt later pas. Het is meer dat ze een soort tweederangs burgers zijn geworden. Ze tellen niet meer echt mee en voelen zich ongewenst. Ze hebben te maken met pesterijen en worden gediscrimineerd: ze worden beter in de gaten gehouden dan anderen en komen voor de betere baantjes meestal niet in aanmerking, en krijgen een of andere rotsmoes te horen als ze vragen naar waarom zij die baan niet hebben gekregen. Ze zijn onderdeel van de samenleving, maar staan er tegelijk buiten. Zoals veel vreemdelingen dat vandaag ook ervaren – dat ze niet echt mogen meedoen.
2. Vreemdelingen
Christenen zijn vreemdelingen – rare jongens, of meisjes. Maar herken je dat in de wereld van nu? Zelf voel ik me helemaal niet zo vreemd! Daar mogen jullie gerust anders over denken, dan koester ik graag de illusie dat ik gewoon ben. Zonder gekheid: in Nederland zijn christenen geen tweederangs burgers. Maar als Petrus schrijft over christenen die vreemdelingen zijn, dan heeft hij niet over pech die je overkomt. Natuurlijk zijn onze omstandigheden anders dan die van christenen in het Turkije van de 1e eeuw, maar het kán niet anders dan dat je als christen vreemd bent! Petrus gebruikt het woord ‘verblijven’. Tegen ons zou hij zeggen dat wij in Nederland ‘verblijven’: we zijn er wel, maar we horen er niet thuis.
Als christen ben je een vreemdeling, maar waarom voelt dat niet altijd zo? Dat kan te maken hebben met hoe je er mee omgaat dat je vreemd bent. Als vreemdeling kun je ervoor kiezen je aan te passen: ervoor zorgen dat je niet opvalt, gewoon meedoen met de rest, je keuzes niet maken op basis van wat God wil, maar op basis van wat sociaal gewenst is. Op die manier integreer je supergoed – maar je raakt wel je eigenheid als christen kwijt. Het tegenovergestelde kan ook: je vlucht weg uit die samenleving, omringt je met mensen die ook christen zijn, met hen vorm je een veilige bubbel, en de gevaarlijke buitenwereld, laat je langs je heen gaan. O ja, je verdient er je geld, maar waar het echt om gaat, dat is de hemel, dus je doet je best niet eens om te integreren, waardoor je de pijn ook niet ervaart van dat je vreemd bent.
Aanpassen of vluchten: dat zijn niet de wegen die Petrus wijst. Zeker, Petrus heeft het over de toekomst, maar niet om te zeggen: ‘trek je maar uit deze wereld terug.’ Petrus moedigt juist aan om ondanks de pijn vol te houden. Wéés maar een vreemdeling!
Trouwens, voor gemeente Zaanstad zijn christenen wel vreemdelingen. En dat bedoel ik niet negatief, in dat ze christenen niet serieus zouden willen nemen. Wat ik bedoel is dat de kerken in Zaanstad onder de portefeuille ‘multicultureel samenleven’ vallen. Als voorganger krijg ik vanuit de gemeente met enige regelmaat een uitnodiging voor een thema-avond over iets multicultureels. Over anderhalve week schuif ik bijvoorbeeld aan bij een keti-koti maaltijd op het politiebureau, om stil te staan bij de gevolgen van slavernij. Voor Zaanstad zijn we als kerken onderdeel van het multiculturele netwerk, en dat vind ik een compliment dat mooi past bij wat Petrus schrijft: christenen zijn vreemdelingen, hebben een andere cultuur.
Maar wat maakt christenen dan vreemd? Is het hun manier van leven? Maar je kent vast zelf ook wel mensen die geen christen zijn, waar je nog een voorbeeld aan kunt nemen! Hét verschil tussen christenen en niet-christenen is niet dat christenen zich beter gedragen. Wat christenen anders maakt, is dat ze leven met hoop! ‘God heeft ons opnieuw geboren doen worden,’ schrijft Petrus, ‘door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop.’ Het gedeelte wat we hebben gelezen, sluit er ook mee af: doordat Jezus uit de dood is opgewekt, ‘is uw geloof tevens hoop op God.’
Voor Petrus heeft hoop alles te maken met de opstanding van Jezus. Omdat Jezus leeft, leven wij met hoop: met de zekerheid dat alles goed komt. Petrus raakt er niet over uitgepraat hoe geweldig dat is, en hoe bevoorrecht je bent als je die hoop kent: zelfs de profeten van het Oude Testament, die superdicht bij God leefden, moesten het zonder die hoop doen. En dat is niet alleen iets voor de toekomst: Petrus schrijft dat je als christen ook nu al mag leven in een ‘onuitsprekelijke, hemelse vreugde.’ Dát maakt christenen vreemd, geeft hen een andere levensinstelling.
En als ik om me heen kijk in de samenleving, dan is dat niet alleen maar een mooie theorie. Hoop, vertrouwen voor de toekomst, is iets dat christenen echt anders maakt. Ik zie een samenleving, met als afspiegeling daarvan een nieuw kabinet, die zich niet door hoop laat leiden, maar door angst. Of het nu linkse of rechtse politiek is: wat een angst zit er vaak onder! We zijn bang voor iedereen die anders is. Bang onze manier van leven te moeten opgeven. Bang dat anderen onze huizen inpikken. Bang dat onze kleinkinderen niet meer in Nederland kunnen wonen omdat de zee Nederland heeft ingenomen. Bang dat we tekort komen. Bang voor een 3e Wereldoorlog. Bang voor betutteling, maar ook voor anarchie. Bang voor boeren, of juist voor een havermelkelite.
Het antwoord van christenen op zulke angst is niet ‘waar maak je je druk om?’ Maar als christen heb je een hoop die groter dan welke angst ook maar. Die angsten zijn niet irreëel. Maar als christen ben je anders omdat niet angst, maar hoop het laatste woord heeft. Jézus leeft – en daarom weiger ik te leven uit angst.
Wat christenen vreemd maakt, dat is niet dat ze zich anders gedragen, maar de hoop die ze hebben. Tegelijk heeft die hoop natuurlijk invloed op je gedrag! Als je met een ‘onuitsprekelijke, hemelse vreugde’ leeft, en in het volste vertrouwen dat alles goed komt omdat Jezus leeft, dan wordt dat natuurlijk ook zichtbaar! Volgens Petrus wordt dat zichtbaar in ‘een leven dat in alle opzichten heilig is.’ Dus niet alleen op zondag: die hoop sijpelt in je hele leven door – wat zeg ik: die hoop stortregent op alles!
Wat doet hoop met je? Ik denk bijvoorbeeld aan hoe betrokken juist veel christenen zijn bij de levens van asielzoekers. Hoop maakt dat je je medemens niet als bedreiging ziet, en maakt je open de ander echt te ontmoeten. Trouwens, gelukkig zijn niet alleen christenen betrokken bij asielzoekers, maar bij christenen is het wel een effect van die hoop. Voor hoe je omgaat met klimaat betekent hoop ook alles: aan de ene kant betekent het dat je niet bang bent voor pijnlijke maatregelen waardoor jij je levensstijl moet wijzigen, aan de andere kant betekent het ook dat je ontspannen voor de schepping kunt zorgen, zonder de panische angst dat als jij niets doet, de mensheid vergaat.
Tegelijk kan het ook wel weer een beetje goedkoop klinken: ‘leven met hoop’. Want ík sta aan de succesvolle kant. Ik heb me nog nooit een tweederangs burger gevoeld. Ik hoef niet bang te zijn dat ik geen huis kan vinden – ik ben juist eigenaar van een huis dat maar in waarde blijft stijgen. Als het zo doorgaat ben ik over 20 jaar miljonair, alleen maar door de hypotheek te betalen. Ik kan makkelijk zeggen dat Nederland gastvrij moet zijn – maar wat betekent dat als je al 10 jaar wacht op een sociale huurwoning? Dan is je niet door angst laten leiden een veel grotere keuze! De wereld is niet zo’n veilige plek, en zonder God is het volstrekt logisch uit angst te leven!
Ik denk dat hoopvol leven ook is: die werkelijkheid onder ogen zien. Niet leven alsof deze wereld een fantastische plek is, door je gewoon terug te trekken in een veilige bubbel waar je niet met de verrotte kant van de wereld wordt geconfronteerd. Als je leeft met hoop, kun je ook proberen de pijn van de ander mee te voelen, omdat je weet dat jouw hoop groter is dan die pijn. Als je leeft met hoop, hoef je niet meer weg te lopen van alles wat niet leuk is.
3. Hoop en jij
Als christen ben je vreemd – een rare jongen, of meisje. Want als christen leef je niet uit angst, maar uit hoop. Hoe die hoop er in jouw leven uit kan zien, hoe jij een vreemdeling kunt zijn, daar valt nog veel meer over te zeggen – maar dat gaan we nu niet doen. Ik wil je uitdagen daar zelf verder mee te gaan. Stel jezelf eens deze vraag: welke keuzes die ik maak, maak ik uit angst? Zet daar de hoop van Jezus maar tegenover! Amen.
