Intredepreek als evangelist bij Menorah-Zaanstad. Hoge verwachtingen kunnen verlammen. Paulus wijst juist de weg van zwakheid.
1. PR voor Jezus?
Dat wordt even wennen. Ik ben geen dominee meer, maar evangelist. Dat woord bevalt me eigenlijk wel. Het woord ‘dominee’ – het betekent ‘heer’ – heb ik nooit begrepen. Alsof ik de baas van de kerk ben en iedereen naar mij moet luisteren… Maar van dat woord ben ik nu dus verlost! De eerste die mij nu nog dominee noemt, mag trakteren… Want ik ben blij met mijn nieuwe titel: evangelist!
Aan die titel zit een taak vast: hier in Zaanstad het goede nieuws van Jezus delen. Maar zit de Zaankanter daar wel op te wachten? Het stafteam denkt van niet… In de beroepsbrief die Hanneke en ik kregen, waarin we gevraagd werden naar Zaandam te komen, stond het heel duidelijk: ‘wij kennen niet veel Zaankanters die op God en zijn Woord zitten te wachten.’ Wat dat betreft valt het me nog alles mee dat jullie hier vandaag zitten! Maar er is dus ook nog wel wat werk te doen.
Hoe zouden echte PR-jongens dat aanpakken? Want als evangelist mag ik PR voor Jezus gaan maken. Hoe zouden de professionals dat doen? Misschien met die grote billboards die overal in de stad staan. Een flitsende foto, pakkende tekst erbij, en een hartelijke uitnodiging om op zondag naar de kerk te komen: daar krijg je een ervaring die je van je leven niet meer zult vergeten. Of nog beter: we gooien er wat trendy Engels tegenaan – we beloven een mindblowing experience. Voor de zekerheid betalen we Facebook ook een smak geld, zodat niemand in Zaanstad nog om ons heen kan. Net als Jezus trekken we massa’s mensen aan die vol verwachting zitten.
En ik, als evangelist, mag die verwachtingen dan waarmaken. Dat is dan ook direct de zwakke schakel van dit hele plan. Als ik Zaandam fiets, en eens om me heen kijk naar iedereen die ik tegenkomen, dan denk ik: ‘wat heb ik en wat heeft de kerk nou te bieden? Zit hier wel íemand op Jezus te wachten?’ Ik kan niet Zaanstad winnen voor Jezus Christus. Moet ík de Zaankanter uitleggen waarom hij echt niet zonder Jezus kan? Soms weet ik het zelf niet eens! Ja, ik houd van Jezus, maar verder weet ik het allemaal ook niet. Lekker is dat, voor iemand die PR voor Jezus moet gaan maken…
Genoeg gesomberd! Laten we de bijbel er bij pakken. We lezen een gedeelte waar ik steeds weer door getroffen wordt. In Franeker heb ik met dit bijbelgedeelte afscheid genomen, en nu in Zaandam wil ik er mee beginnen: 2 Korintiërs 12:5b-10.
2. Hoera voor losers!
Ik word altijd weer blij van die tekst: ‘je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Wat een opluchting! Ik mág stamelen, ik mág het niet weten, ik mág onderuit gaan! Paulus maakt het zelfs nog bonter: hij wil zich laten voorstaan op zijn zwakheid. Dus hoera voor losers!
Hoe Paulus daar bij komt, is een lang verhaal. Ik probeer het kort te vertellen. In Korinte draait alles om succes. Net Nederland dus… Het succesvirus heeft ook de kerk besmet. De kerkleiders van Korinte vertellen graag over hun geloofssuccessen, over hoe geweldig het allemaal wel niet is. Of over hoe geweldig ze zelf zijn – die scheidslijn is dun. Ze trekken volle zalen, ze bespelen hun publiek slim, kortom: het zijn krachtige leiders.
Paulus is anders. Zijn geloof heeft hem vaak in de problemen gebracht. De mensen vinden dat hij een tikje saai en moeilijk spreekt. En Paulus heeft last van gebeden die maar niet verhoord worden. Vergeleken met die leiders is Paulus het kneusje.
Maar Paulus vindt dat helemaal niet erg: hij is er blij mee! Hij wil niet meedoen in de wedstrijd van wie de meest jaloersmakende geloofservaringen kan vertellen of wie de volste zalen trekt. Daar heeft Paulus een goede reden voor: het goede nieuws van Jezus gaat niet over krachtsvertoon. Krachtige mensen zijn mensen die denken dat de wereld aan hun voeten ligt, die zo succesvol zijn dat ze God niet meer nodig denken te hebben. Paulus heeft ontdekt dat er veel meer kracht voor nodig is om te erkennen dat je het allemaal niet zelf kunt, dat je God ontzettend hard nodig hebt – en wonder boven wonder: dan helpt God je ook! Dát is de kracht van genade.
Ik snap maar weinig van God en zijn logica. Op kruispunten in de geschiedenis kiest God losers. Met Jezus als absoluut dieptepunt – of hoogtepunt: het is maar hoe je kijkt. Ik kan wel als een ware Jezus massa’s mensen willen trekken, maar dan heb ik van Jezus niets begrepen! Hoewel Jezus God is, werd hij een loser. Dat is Filippenzen 2: ‘hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens.’ Was Jezus succesvol? Dacht het niet! Als asielzoeker opgegroeid in Egypte, thuisbasis Nazareth, waar geen Jood dood gevonden wilde worden, altijd in de clinch met de Joodse leiders, en uiteindelijk renden zijn vrienden van hem weg. Jezus eindigde aan het kruis – mislukter kan niet! Maar, Filippenzen 2, ‘daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat.’ Ik snap er niets van, maar voel dat het klopt: echte kracht wordt zichtbaar in zwakheid.
3. Kerk in de marge
Wat betekent dat nu voor mijn taak als evangelist en voor het kerk zijn in Zaanstad? Twee dingen wil ik daar over kwijt.
Eén: wees bescheiden. Ons past geen oorlogstaal, alsof wij Zaanstad wel eens zullen veroveren voor Jezus zodat zijn koninkrijk hier gevestigd kan worden. Wees liever eerlijk. Over dat je van Jezus nog maar weinig begrepen hebt. Over dat je wel een beetje gek moet zijn om in onze samenleving voor Jezus te gaan. Over dat je je maar al te vaak schaamt voor een kerk waar machtsspelletjes worden gespeeld, die misbruik toedekt en mensen bij God vandaan jaagt. En als je helemaal eerlijk bent: dat je je schaamt voor jezelf als christen. Wat dan overblijft is genade, en dat is volgens Paulus genoeg!
En twee: omarm de marge. De rol van de kerk in Nederland lijkt uitgespeeld, de kerk is weer zwak. Laten we die positie koesteren. Bij mijn afscheid in Franeker kreeg ik van mijn plaatselijke collega’s een boekje, ‘Heilig Vuur’, door Margrietha Reinders. Margrietha is predikante in Amsterdam en werd als pionier op pad gestuurd om sterke mensen voor de kerk te winnen. Maar er bleken slechts ‘zwakke’ mensen te komen. Zij schrijft, en dat raakt mij: ‘ik bekeerde mij tot dwaasheid en zwakheid. Besloot het niet langer erg te vinden om onbeduidend en veracht te zijn en niets te verliezen te hebben. Het maakte me blij en sterk.’ Wauw: het is een eer om zwak te zijn, dan lijk je op Jezus! En als we al onze pretenties verloren hebben, dan kunnen we, net als Jezus, hoop geven door wie we zijn.
Ik vind dat superspannend. Ik ben liever krachtig, want dan heb ik het zelf in de hand. Maar het begint ook te kriebelen: wat is dit bevrijdend! Ja: ik heb niet meer dan zijn genade nodig. Ik hoop dat we samen die weg van genade kunnen gaan – dan wordt Jezus in ons zichtbaar. Amen.
